Menselijk, maar niet al te menselijk

Terrorist Anders Breivik krijgt in Een van ons een menselijke gestalte. Toch schiet de psychologische verklaring voor zijn extremisme te kort.

Medium breivik2
Medium breivik1

Keep your friends close but your enemies closer. Bij de maffia begrijpen ze het, zo leerde Michael Corleone van zijn vader, in de film The Godfather. Je moet je vijanden nabij houden, want de grootste gevaren komen niet van buitenaf maar van binnenuit. Juist in de inner circle gist het vergif van rivaliteit, verraad, samenzwering, aanslagen.

Ook de Noorse journaliste Asne Seierstad lijkt dat te willen onderstrepen bij de grootste vijand die haar land gekend heeft, Anders Breivik. Een van ons: iemand uit de eigen gemeenschap, een homegrown terrorist, en wij stonden er machteloos bij.

Om zo’n vijand nabij te houden kun je hem observeren, op de sofa leggen, z’n dossiers doorspitten. Dat is wat Seierstad in haar boek doet. Na een pijnlijk beeldende en huiveringwekkende proloog, die de aanslag op 22 juli 2011 op het eiland Utoya verbeeldt (‘Ga in een gekke houding liggen’, roept een jongen, ‘dan denken ze dat we dood zijn!’), belanden we in het jaar 1979, als het gezin Breivik meteen vanaf de geboorte van Anders al een probleemgezin is.

Seierstad brengt een dossierkast van dorre bronnen tot leven: rapporten van jeugdpsychiatrie, politieverhoren, getuigenverklaringen, rechtbankverslagen, interviews… Uit dat materiaal destilleert ze het verhaal van een man die voortdurend uitgestoten is bij elke kring waar hij bij wilde horen: zijn gezin, de groep graffiti-taggers waar hij als tiener onderdeel van werd, het conservatieve milieu op het Handelsgymnasium, de rechtspopulistische Fremskrittparti en de extremistische groepen op internet. Het is een secure journalistieke reconstructie die meandert tussen klinische dossiertaal en filmische verbeelding.

Onvermijdelijk leest zo’n presentatie een beetje als een naturalistische roman, die de misdaad laat determineren door afkomst en milieu. Elk detail groeit onherroepelijk uit tot een voorafschaduwing. Zo is er een scène waarin de vijfjarige Breivik mieren dooddrukt: ‘Jij en jij en jij en jij!’ zei hij, als heerser over dood en leven.

Tegelijkertijd is het zo dat ook Seierstad, ondanks al die dossierstapels waar een schrijver als Zola jaloers op zou zijn, toch niet weet te vangen waarom Breivik tot moorden over kon gaan terwijl anderen met een vergelijkbare getourmenteerde jeugd zich ontpoppen tot rockartiest of kunstschilder. Of lid worden van de Arbeiderparti. Want Seierstad wisselt haar Breivik-biografie af met levensbeschrijvingen van sommige slachtoffers, onder wie ook types met een vergelijkbare rotjeugd.

Zoals elke goede verteller weet Seierstad dat de kracht zit in de keuze van de details. Zo vroeg Breivik bij zijn eerste verhoor, nog op het eiland, meteen na de slachtpartij, om een pleister: hij had een snee van vijf millimeter in zijn vinger.

Er zit iets dubbels aan dit boek. Het wil wel binnen het psychologische verklaringsmodel blijven, ook als die verklaring daar niet gevonden wordt. Seierstad registreert schijnbaar neutraal, maar plaatst Breivik wel degelijk, bewust of niet, in haar eigen wereldbeeld. Het duidelijkst ondersteunt ze dit door als motto boven het openingshoofdstuk te kiezen voor een (overigens erg mooi) citaat uit de Noorse roman Dokter Glas (1905): ‘Men wil bemind worden, bij gebrek daaraan bewonderd, bij gebrek daaraan bevreesd, bij gebrek daaraan verafschuwd en veracht. De ziel huivert voor leegte en wil tot iedere prijs contact.’

Soms balanceert Seierstad op de rand van kitsch, zoals wanneer Breivik net door zijn graffiti-vrienden verstoten is. ‘Bestaat er iets ergers dan door je vrienden verstoten te worden? Ja, misschien wel. Door je vader afgewezen te worden.’ Na elke punt volgt een dramatische harde return. ‘Anders was vijftien jaar. Hij zou zijn vader nooit meer zien.’ Een enkele keer gaat ze over die rand heen, namelijk op het moment dat de politie hem, in het eerste verhoor, vraagt: ‘Voor je eigen geweten, geef antwoord: zijn jullie met meer? Waar zijn ze?’ Seierstad laat Breivik dan antwoorden: ‘Ik ben alleen.’ Maar ze vliegt daarna uit de bocht als ze, als slotwoorden van het beslissende hoofdstuk, dat over 22 juli 2011, het zelf nog eens samenvat: ‘Ik. Ben. Alleen.’

Aha, dus die arme Breivik was alléén! Hij wilde alleen maar bemind worden! Zou dat ook voor jihadisten gelden? Wilde Mohammed B. alleen maar liefde? Riep hij daarom ‘Allah akbar’ bij het lichaam van Theo van Gogh, een spreuk die je volgens sommige grote denkers moet vertalen als ‘Allah is lief’?

Nee, Seierstad zegt dat niet, maar het is wel de conclusie waar ze naartoe stuurt, zonder dat misschien zelf te weten. In die zin heeft dit boek iets naïefs. We moeten gewoon wat liever voor onze vijanden zijn. Keep your enemies closer.

Misschien is de auteur te menselijk, te begaan, en is er iets onmenselijks nodig om nog dieper tot Breivik door te kunnen dringen. Seierstad schreef eerder over alledaagse levens in extreme situaties als in Afghanistan en Irak. En ook in dit boek beschrijft ze de feiten huiveringwekkend. Het is onmogelijk hier onbewogen onder te blijven. Ze schrijft het zo direct dat ik na lezing van het boek het gevoel had dat de aanslagen gisteren gebeurd waren.

Sterk is ook haar verslag van het interview met de aan kanker stervende moeder van Breivik, die de auteur, tussen het braken van de chemo door, veel en uiteindelijk ook niet alles vertelt.

‘Heb je hem vergeven?’

Seierstad werd onpasselijk bij Breiviks voorwaarden voor een interview: ze zou feitelijk zíjn boek moeten ghostwriten

‘Ja, dat heb ik.’

‘Wat denk jij, was hij ziek of was het een politieke daad?’

‘Het was een politieke, rationele daad. Heel duidelijk. Het kwam onverwacht, maar misschien ook weer niet zo onverwacht.’

‘Wat bedoel je daarmee?’

‘Ik denk dat we er nu een punt achter moeten zetten. We kunnen het er beter later nog eens over hebben. Jij moet naar huis gaan en nadenken.’

Seierstad had de mogelijkheid om Breivik te interviewen maar werd al onpasselijk toen ze een mailtje van hem las en hij extreme voorwaarden had voor een interview: ze zou feitelijk zíjn boek moeten ghostwriten. Nee, zo’n eis willig je natuurlijk niet in, maar waarom niet gedaan alsof en zo de mogelijkheid van het enige interview te krijgen?

Het is fascinerend om te zien dat ook de beroepszielenknijpers geen vat op Breivik krijgen. Tijdens het proces tuimelen de psychologen en psychiaters over elkaar heen met hun diagnoses. Autisme, narcisme, toerekeningsvatbaar, ontoerekeningsvatbaar. Psychotisch, niet psychotisch… De modellen schieten te kort. Toch houdt Seierstad vast, al was het maar impliciet, aan een psychologisch verklaringsmodel. ‘Een van ons’ is te lezen als: eentje die gek geworden is, een eenzame gek. Ze plaatst Breivik dichter bij Tristan van der Vlis en Karsten Tates dan bij Volkert van der Graaf of Mohammed Bouyeri. Al was dat volgens toenmalig minister van Justitie Donner ook ‘een eenzame gek’.

Was Breivik wel zo gek? Het is schokkend en zelfs wat komisch om te zien hoe snel het eerste team psychiaters dat hem bezoekt hem psychotisch en ontoerekeningsvatbaar verklaart op basis van summiere gissingen en evidente misinterpretaties. Zo beweert Breivik als verkoper te hebben gewerkt, en daarom ‘met zeventig procent zekerheid’ te kunnen voorspellen hoe iemand denkt. ‘Zo weet ik dat jullie geen van beiden marxistisch georiënteerd zijn, maar wel allebei politiek correct, en jullie steunen het multiculturalisme. Meer kan ik niet verwachten.’ Daarop noteren ze: ‘De geobserveerde denkt te weten wat de mensen met wie hij praat denken. Dat fenomeen lijkt psychotisch gefundeerd.’ Ook Breiviks voorliefde voor neologismen (suïcidaalmarxist, nationaal-darwinist) ziet dit duo als ‘teken van een psychose’.

Hier valt je bek bij open. Je zou willen dat Seierstad hier uit haar terughoudende rol zou stappen en durfde te zeggen wat een klunzig stelletje _Viva-_psychologen ze op hem af hadden gestuurd. Hun gedrag illustreert een tunnelvisie. Zulke gruweldaden kunnen alleen maar in een hevige psychose begaan zijn, dus interpreteren ze elke aanwijzing naar zo’n psychose toe.

Het wil er domweg niet in dat Breivik weloverwogen, doordacht en systematisch handelde, dat de executies in de lijn van zijn overtuigingen lagen, en dat hij ook na zijn arrestatie koel en met haast ascetische ijver en werklust verder ging zoals gepland, nu in wat hij zelf als de ‘publicitaire fase’ van zijn aanslag zag.

Aanvankelijk wilden psychiaters hem ontoerekeningsvatbaar verklaren. Toen dat naar buiten kwam, kreeg Breivik brieven van sympathisanten in heel Europa, die vonden dat hij hun zaak een slechte dienst bewees. Meteen veranderde hij van strategie, alles zeer wel doordacht, en hij geeft blijk van een scherp inzicht in het spel rond zijn toerekeningsvatbaarheid als hij verklaart hoe de aanklagers tot doel hebben hem ‘zo gestoord mogelijk af te schilderen, maar net niet gestoord genoeg om ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard. De rechter zou alle psychiatriegetuigen in deze zaak het woord moeten ontnemen. Deze zaak gaat over politiek extremisme en niet over psychiatrie.’

Misschien is dat de naïviteit, de instinctieve neiging om de vijand als eenzame gek te zien. Het voordeel van eenzame gekken is dat je hun gedachtewereld niet serieus hoeft te nemen. Intussen blijft het een feit dat er een opmerkelijke consistentie in Breiviks gedachtewereld zit, dat zijn manifest verrassend helder geschreven is en dat het beslist mogelijk is om het op onderdelen met hem eens te zijn.Waarom gaat de ene extremist wél over tot de handelende oorlog en de andere niet? Voor die vraag moet je de non-fictie misschien verlaten, zoals Theodor Holman deed, die in 2012 een toneelstuk schreef waarin hij Breivik in discussie laat gaan met Geert Wilders. (De tekst is op de website van De Groene te vinden).

Dat is een risicovollere onderneming dan Breivik als een eenzame gek bestempelen, niet in de laatste plaats omdat het je dwingt je werkelijk in iemand te verplaatsen, de vijand nabij te komen tot in het brein, met als gevaar dat je ofwel begrip krijgt voor iemands denkbeelden ofwel dat je inziet dat hier niet de gemankeerde enkeling spreekt, maar dat deze enkeling namens een hele groep spreekt die – en dat is nog ongemakkelijker – de ultieme consequenties trekt uit een stelsel van overtuigingen.

In haar indringende en uiterst gedegen boek komt Seierstad erg dicht bij Breivik en de mensen om hem heen. Maar door haar voorkeur voor het menselijke boven het politieke en het ideologische ontbreekt net die ene stap die de vijand werkelijk nabij kan halen.


Medium breivik2

Asne Seierstad: Een van ons. Vertaald door Paula Stevens. De Geus, 517 blz., € 24,95


Beeld: Anders Breivik in de rechtszaal in Oslo, 2012. ‘Deze zaak gaat over politiek extremisme en niet over psychiatrie’ (Stian Lysberg Solum / Reuters).