MICHAEL ONDAATJE, THE CAT’S TABLE

Mensen die duiken

Michael Ondaatje, The Cat’s Table, € 22,50

Ceylon, het eiland bij de zuidoostkust van India, verleidde half Europa. Dat schrijft de Canadese auteur Michael Ondaatje (1943) in zijn autobiografische portret In de familie (1982). Portugal, Nederland en Engeland zorgden ervoor dat het eiland wisselende namen kreeg. Ondaatje, nazaat van onder meer Hollandse voorouders op Ceylon, beschrijft het huidige Sri Lanka als ‘de vrouw van vele huwelijken, het hof gemaakt door binnendringers die met de macht van hun zwaard, bijbel of geld aan land stapten’. Dichter was hij al vanaf het begin van zijn schrijversloopbaan.
Ondaatje reist in In de familie terug naar zijn geboortegrond en brengt zijn fascinerende familiegeschiedenis in flarden en fragmenten in kaart. In die reconstructie vol verschijningen en verdwijningen schrijft hij over de verdrinkingsdood van zijn grootmoeder, over de scheiding van zijn ouders toen hij nog klein was, over het vertrek van zijn moeder in 1949 naar Engeland en over de ontsporingen en uiteindelijke 'verdrinkingsdood’ van zijn dipsomane kippenfokkervader. De feiten: zijn gescheiden moeder voorzag na het theeplantagebestaan in haar eigen onderhoud (werken in hotels) en vertrok in 1949 naar Engeland. Haar zoon kwam in 1954 als elfjarige met een schip naar haar toe. Later werd hij Canadees staatsburger, dichter en romancier (In the Skin of a Lion, 1987, The English Patient, 1992).
Het vertrek van de moeder uit Ceylon en de latere hereniging met haar zoon in Londen vormen het verhaalkader van Ondaatje’s nieuwe roman The Cat’s Table. Het reisverhaal, een echte rite de passage, wordt achteraf verteld door de schrijver Michael. Hij probeert zichzelf weer op te bouwen als elfjarige, in 1954, tijdens de drie weken durende zeereis met de Oronsay van Colombo tot Londen. The Cat’s Table begint in de derde persoon, maar al na één pagina springt de verteller over op de eerste persoon enkelvoud als de alleen reizende jongen, bijnaam Mynah, meteen na het aan boord gaan zijn hut opzoekt en zijn familie niet op het dek uitzwaait: 'Ik weet ook nu niet waarom ik die eenzaamheid verkoos.’ Elders vermeldt de verteller zijn escapistisch en behoedzaam gedrag als er intimiteit dreigt. Vreemdelingen hebben altijd een beslissende invloed op zijn leven gehad.
De 'kattentafel’ is de tafel met het minste aanzien op het schip. Het gezelschap aan die tafel bestaat uit kleurrijke en geheimzinnige figuren. Niemand is hoe hij zich voordoet. Iedereen heeft iets te verbergen. Het spel der identiteiten wordt onophoudelijk gespeeld. De lezer beseft al snel dat de 21 dagen op zee symbolisch zijn voor de jonge Mynah en zijn kattenkwaadvrienden Cassius en Ramadhin. Zonder streng toezicht proeven ze van de tijdelijke vrijheid en tasten ze de grenzen af van wat wel en niet mag. Op dat niveau is Ondaatje’s roman, die knipoogt naar Melville en Conrad, een jongensavonturenroman vol diefstalletjes en stiekemigheden. De jongens wanen zich onbespied en zijn even bevrijd van de macht der volwassenen. Alle orde is even opgeschort. Het schip is de tussenwereld, en de kattentafel vormt de kern daarvan. 'Wat interessant en van belang is, gebeurt meestal in ’t geniep, op plekken waar de macht afwezig is. Niet veel van blijvende waarde gebeurt ooit aan de hoofdtafel, door vertrouwde retoriek bijeen gehouden.’ The Cat’s Table drijft op de persoonlijke, poëtische stijl van Ondaatje en op de onvoorspelbare narratieve wendingen.
De ogenschijnlijk fragmentarische vertelling is ook een snelkookpan die de volwassenheid dichterbij brengt: de geheimzinnige gesprekken en gedragingen van de volwassenen worden een uitdijende taalwolk vol roddel en gissingen. In het centrum daarvan bevindt zich een geketende gevangene. Wie is hij? Waarom is hij veroordeeld? Waar gaat hij naartoe? Uiteindelijk komen alle verhaaldraden bij hem uit. Hij heeft letterlijk en figuurlijk de sleutel tot het overleven in de hand en in de mond. De gevangene zou een Engelse rechter hebben vermoord, wil het gerucht. Duikt hij in het begin van de roman nog in een paar tussenzinnen op, later groeit hij - getooid met de Hollandse naam Niemeyer - uit tot een formidabele ontsnappingskunstenaar, een figuur die in alle romans van Ondaatje wel een rol speelt. De jongens zijn indirect, vanuit een reddingssloep, getuige van een moord aan boord, die met de raadselzuchtige gevangene te maken heeft en die het leven van de passagiers rond Mynah/Michael blijvend tekent.
Het slot van The Cat’s Table - waarin de verteller af en toe een terugblik of een flash forward inlast om scherpere contouren aan te brengen - is onontkoombaar en schitterend: de moeder wacht haar zoon op in de Londense haven en is bang hem niet te herkennen; de zoon zoekt zijn moeder en vreest haar over het hoofd te zien.
'Ik houd van alle mensen die duiken.’ Die uitspraak van zeeman/schrijver Melville verwerkt Ondaatje in zijn bij vlagen poëtische roman. Diep duiken in de beweegredenen van de personages, en wegduiken als de ander te dichtbij komt. Anders kan ik het brandpunt van The Cat’s Table niet omschrijven. Ondaatje’s vertelling gaat ook deze keer weer om immigranten die uitzwermen over de hele wereld, en iedere immigrant heeft wel iemand in zijn familie die niet past in het land van aankomst.
Wat doet een mens die graag onzichtbaar wil zijn en die zich onbespied waant? Ondaatje is in zijn romans geobsedeerd door mensen die zich op de een of andere manier aan het zicht hebben onttrokken, bijvoorbeeld de Engelse patiënt en zijn verdwijntruc in zijn beroemdste Booker Prize-roman. De private levens zijn nooit aparte verhalen maar steevast fragmenten van een muurschildering, ook in The Cat’s Table, waarin alle medeplichtigen samenkomen. Het is aan de lezer om dat mozaïek van particuliere vertellingen, echt te bestuderen, tot in de miniemste schaduwen en donkere hoekjes.

MICHAEL ONDAATJE
THE CAT’S TABLE
Jonathan Cape, 287 blz., € 22,50