Haruki Murakami

Mensen die verdwijnen

In de wereld van Haruki Murakami is de werkelijkheid droom en de droom werkelijkheid. In een onderkoelde en effectieve stijl vertelt de Japanse schrijver over mensen die tijdens hun leven geen evenwicht kunnen vinden en zich uitleveren aan een gesloten, logisch denksysteem dat aan het oog wordt onttrokken.

Op 20 maart 1995 werd Tokio opgeschrikt door een terroristische aanslag van de quasi-boeddhistische sekte Aum Shinrikyo (Ultieme Waarheid). Enkele sekteleden verspreidden het uiterst giftige saringas in de Tokiose metro, met als gevolg zestien doden en duizenden gewonden. Aum Shinrikyo en goeroe Shoko Asahara, gefascineerd door apocalyptische visioenen, wilden de wereld zuiveren van morele corruptie. De aarde moest maar vernietigd worden, alleen zo kon zij nog worden gered. Een moorddadige overtuiging die volgens sommige Japan-kenners geworteld is in een extreme variant van het confucianisme.
De romanschrijver Haruki Murakami — die zichzelf na het megasucces van zijn liefdesroman Norwegian Wood (1987) naar Europa en Amerika (Massachusetts) had verbannen — was toevallig in zijn geboorteland toen Aum toesloeg. Hij raakte geïntrigeerd door de sekte en vroeg zich af waarom hij gegeneerd had weggekeken toen ze zich als sekte manifesteerde. Was zijn walging voor de Aum-utopisten niet een projectie van zijn eigen zwakheid, koesterde hij geen angst voor het duistere in zichzelf, voor de ondergrondse bewegingen van zijn eigen gemoed?
Murakami ging slachtoffers en sekteleden interviewen. Het resultaat was het boek Underground: The Tokyo Gas Attack and the Japanese Psyche (2000), zorgvuldige literaire journalistiek die een mengeling lijkt van Studs Terkel en Harry Mulisch’ Eichmann-studie De zaak 40/61. Underground neemt geen genoegen met het simpele zwartwitschema van goed en kwaad, slachtoffer en dader. Iedereen kan zich in een zwak moment verliezen in het verkeerde, in droom, woord of daad. De Eichmann-technocraten en de rigide utopisten zijn onder ons en sluimeren in onszelf.
Interessant is Murakami’s vergelijking dat religieuze zoektochten en roman schrijven met elkaar zijn te vergelijken. Ieder mens, aldus Murakami, wil tijdens zijn leven een balans vinden tussen autonomie en afhankelijkheid, tussen licht en schaduw. Wie geen evenwicht verovert, geeft zich soms over aan een systeem, levert zich uit aan een gesloten, «logische» denkwereld en verdwijnt daarin. Als je je ego willoos en kneedbaar in handen legt van een goeroe of dat «zelf» anderszins kwijtraakt, raak je ook de draad kwijt van het verhaal waaruit je bestaat.
Verdwijnen, het is een kernwoord in Murakami’s wonderbaarlijke romans, waarvan The Wind-up Bird Chronicle (1994-1995) zijn magnum opus is. «Een vertelling is een verhaal, geen logica, ethiek of filosofie. Het is een steeds terug kerende droom, of je dat nu beseft of niet. Je blijft jouw verhaal maar onophoudelijk dromen, net zoals je ademhaalt. En in die verhalen heb je twee gezichten. Je bent tegelijkertijd subject en object. Je bent het geheel en je bent een deel. Je bent echt en je bent schaduw. ‹Verhalenverteller› en tezelfdertijd ‹personage›. Door dergelijke veellagige rollen in onze verhalen bestrijden we de eenzaamheid van ons geïsoleerde bestaan in de wereld.» (Underground)

Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon (1998) is de eerste Nederlandse vertaling van een Murakami-roman, naar een Nat King Cole-song over Mexico. Hoofdfiguur Hajimi, succesvol eigenaar van enkele jazzclubs in Tokio, leidt een bestaan dat hij niet als het zijne ervaart. Is zijn leven echt of een droom? Ogenschijnlijk gelukkig getrouwd raakt hij in de ban van zijn jeugdvriendin, die plotseling in zijn leven opduikt en weer even abrupt en raadselachtig verdwijnt, hem ontredderd achterlatend. De jazzclubeigenaar wordt gemanipuleerd door zijn schoonvader, een corrupte bouwondernemer, en heeft zelf steeds minder de touwtjes in handen. Hij is eerder halfdood springlevend. «Iets in mij raakte los en verdween. Geluidloos. Definitief. (…) Het was alsof ik op de bodem van een put leefde.»
Deze zinnen zijn vintage Murakami. In al zijn romans is hij gefascineerd door het letterlijk ondergrondse — putten, onderdoorgangen, grotten, onderaardse bronnen, onderzeeërs, donkere stegen, metro’s — en het figuurlijk ondergrondse, dat wil zeggen: de zwarte doos van het onderbewuste die af en toe op een kier staat om dan weer dicht te klappen.
In het verhaal «The Little Green Monster» (uit The Elephant Vanishes, 1992) ziet een vrouw een op haar verliefd monstertje bij de boom in haar tuin uit de grond kruipen dat ze letterlijk wegdenkt; in de roman Hard Boiled Wonderland and the End of the World blijken er ondermijnende monsters onder Tokio aan het wroeten te zijn. De werkelijkheid is droom en andersom. De wereld van Murakami, opgeroepen in een zeer onderkoelde en effectieve stijl, is er een van nuchter surrealisme of realistisch absurdisme. Bovendien bedrijft hij tussen de koele regels door scherpe maatschappijkritiek in detectivevorm. Want zijn creaties blijven zoekers en onderzoekers van hun kleine en de grote geschiedenis. We kiezen zelf nooit, de dingen gebeuren of niet. Door een dergelijke «mentaliteit» zijn de mannelijke Murakami-personages besmet, waardoor ze vaak iets lethargisch of passiefs hebben. Ze zoeken naar verdwenen geliefden, testen de «absorptiekracht» van vrouwen of hun eigen wilskracht en handelen ogenschijnlijk koel, ook al stort hun hele wereld in.
Wie The Wind-Up Bird Chronicle leest waant zich in het literaire domein van Paul Auster en Don DeLillo, die hun paranoïde vertellingen over het «ondergrondse» dat de wereld bestiert, ook graag verpakken in detectiveverhalen. Dat is geen toeval. Murakami kent de Amerikaanse literatuur en heeft een aantal schrijvers (Fitzgerald, Carver) in het Japans vertaald.
Fascinerend is Murakami’s vermenging van genres (detective, brievenroman, orale traditie, geschiedschrijving, pornografie) en sferen (hallucinaties, vertroebelde waar nemingen en herinneringen) die van zijn romanwereld een literair mozaïek maken met terloopse bespiegelingen over macht en onmacht, vrije wil en afhankelijkheid, totale anarchie en ijskoude dictatuur.
In The Wind-Up Bird Chronicle raakt de werkloze Toru Okada zijn vrouw kwijt. Zij verdwijnt en hij probeert erachter te komen waarom. Hij komt in een wereld vol machinaties terecht, hij wordt een en al oor als hij naar de fantastische verhalen van anderen luistert, vertellingen die een schokkend beeld schetsen van een oorlogzuchtig Japan in de twintigste eeuw, van corrupte en sek sueel misvormde politici. Toru Okada komt letterlijk diep in de put te zitten, een ontluisterende en louterende ervaring. Zijn lichaam lijkt een tijdelijke verpakking die hij te leen heeft, hij prostitueert het zelfs. Zijn innerlijk is leeg en wordt gevuld met de verhalen en obsessies van anderen die tegen hem aanpraten, hem brieven schrijven, via de computer met hem communiceren. Iedereen heeft een geheim dat laagje voor laagje wordt onthuld.

Zonder het adembenemende verhaal helemaal prijs te geven (een detective is een detective) wil ik wel kwijt dat er scènes over Japan in oorlogstijd voorkomen in The Wind-Up Bird Chronicle die dankzij Mura kami’s onderkoelde beschrijvingskunst tot de indringendste in de wereldliteratuur behoren. Het weinig hoopvolle mensbeeld dat uit dit schokkende meesterwerk naar voren komt, alarmeert de lezer. Iedereen draagt een litteken van afhankelijkheid, ieder mens is een opwindbare pop die zich beweegt in een richting die niet de eigen keus is. En iedereen in de buurt van die opwindbare pop gaat er vroeger of later aan.
Seksualiteit en gekte zijn twee fenomenen die een heel nadrukkelijk eigen leven leiden in Murakami’s literaire wereld, die het bestaan van zijn personages vertroebelen en talloze misverstanden en kwetsuren tot gevolg hebben. Zijn populairste roman Norwegian Wood zit er vol mee. Het is een roman die een hopeloze jeugdliefde in het Tokiose studentenmilieu aan het eind van de jaren zestig reconstrueert. En passant kritiseert Murakami het zogenaamde revolutionaire elan van het studentenactivisme anno 1968. Norwegian Wood, een titel die verwijst naar een Beatles-song, is veel meer dan een roman waarin zelfmoord, ongeremde geilheid en gekte de ultieme «verdwijningen» verbeelden. Ook het naïeve politieke idealisme van de jaren zestig dat in Japan aanleiding gaf tot straatgeweld, wordt vakkundig ontmaskerd.
Haruki Murakami misstaat niet in de rij Mishima, Oë, Tanazaki, Kawabata en Endo. Zijn verontrustende literaire wereld vol surrealistische overrompelingen, historische onthullingen, seksuele en militaire gewelddadigheid, willoze mannen en ongrijpbare vrouwen bezorgt de lezer hartkloppingen. Murakami graaft diep in de psyche en laat zien — via de sekte Aum Shinrikyo én zijn personages — dat taal en handeling vaak van elkaar vervreemd raken, met alle gevolgen van dien.

Haruki Murakami, Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon
Vertaald door Elbrich Fennema Uitg. Atlas, 236 blz., ƒ42,50
Haruki Murakami, Underground: The Tokyo Gas Attack and the Japanese Psyche
Vertaald door Alfred Birnbaum en Philip Gabriel Uitg. Vintage-Random House, 366 blz., ƒ49,50