MUZIEKTHEATER La forza del destino

MENSEN IN NOOD

De eerste operaregie van de 52-jarige Belgische theatermaker Dirk Tanghe is iets om naar uit te kijken. Hij past altijd veel, soms te veel, operamuziek toe in zijn vaak spectaculaire regies: Rossini, Verdi… Hij houdt van opera, maar een opera regisseren is iets anders dan willekeurige muziekfragmenten op het toneel gebruiken.
Het moment was ook bijzonder. Dirk Tanghe is begin dit jaar ontslagen als artistiek leider van de Paardenkathedraal, omdat ze willen dat het daar nog grootser, nog breder, nog commerciëler wordt. Jos Thie is wel bereid daar al die compromissen te gaan sluiten. Dirk Tanghe moest worden verwijderd, ondanks onder meer zijn vlijmscherpe Tartuffe, zijn beeldschone Camille Claudel, zijn strakke Wereldverbeteraar en zijn zeer succesvolle, feestelijke Midzomernachtdroom met stekelige kantjes.
Ook zijn regie van Verdi’s niet veel gespeelde klassieker La forza del destino is nu een groot succes. Deze opera is moeilijk speelbaar: mooie, effectvolle muziek, maar veel te veel scènewisselingen en een larmoyant, onwaarschijnlijk verhaal met veel personages en nevenintriges. Tanghe krijgt dat op één lijn, door schijnbaar een stap terug te doen. De voorstelling ziet er ogenschijnlijk eenvoudig uit. Een prachtig dun blauw gordijn als voordoek, dat wappert in de wind. Heel strakke decors (van Richard Hudson), niet meer dan voor elke scène een mooi beschilderd doek, een muur van een kasteel, een klooster, een herberg met één opening, als deur of raam. Soms helemaal niets, een open ruimte. Hiermee wordt eenheid geschapen in het verwarde verhaal.
De nadruk ligt op de drie hoofdpersonen: Leonora, haar minnaar Alvaro – een mulat uit Amerika – en haar broer Carlo die de dood van zijn vader wil wreken. De handeling wordt daardoor van haar onwaarschijnlijkheden ontdaan. Want we zien mensen, in angst, in nood, in eenzaamheid, koppig uit op wraak of bereid zich op te sluiten in een klooster. Er is geen actualisering nodig. We kunnen zelf wel parallellen trekken met wat er nu met mensen gebeurt. De kostuums (ook van Richard Hudson) zijn historiserend, eenvoudig en mooi.
Die strakke, sobere vormgeving heeft ook een nadeel. De zangers staan vaak naast elkaar naar de zaal toe te zingen, bijna zoals dat in de oude Italiaanse opera altijd gebeurde. Het Brusselse publiek vindt dat prachtig, mij is het iets te weinig. De zangers vallen soms – tijdens de première – terug in stereotiepe gebaren en houdingen. Eén keer is er een prachtig effect. Alvaro zingt met z’n rug naar de zaal en kijkt naar het lege toneel. Hij heeft het over z’n eenzaamheid, bijna vanaf zijn geboorte als zoontje van een Spaanse veroveraar en een Peruaanse prinses. Ik had zijn eenzaamheid ook op andere momenten willen zien.
Een nadeel van deze productie is dat het orkest onder dirigent Kazushi Ono niet erg subtiel klinkt. Juist bij deze sobere productie zou je wat meer nuance willen. De meeste zangers zijn goed, de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek is grandioos, als een eerst lieftallige, dan wanhopige en ten slotte berustende Leonora. Dat dit zo goed uitkomt, is mede de verdienste van dit veelbelovende operadebuut van Dirk Tanghe.

T/m 29 juni in De Munt, Brussel. Informatie: www.demunt.be