Het zelfvertrouwen van GroenLinks

«Mensen, mensen, mensen»

Vol zelfvertrouwen presenteerde GroenLinks afgelopen weekeinde haar kandidatenlijst. Ze staan klaar het pluche te betreden, mét behoud van principes. «De prijs van Paars is te hoog», zegt partijvoorzitter Mirjam de Rijk. «De publieke sector is verkwanseld, en dat is een schande. Wij gaan voor nivelleren en sociaal investeren.»

Moe maar tevreden zit GroenLinks-voorzitter Mirjam de Rijk de dag na het partijcongres aan een cafétafeltje. «We hebben een mooie lijst, evenwichtig en krachtig. Ik ben er erg blij mee.» Van de eerste tien zijn er zes vrouw, van wie twee van allochtone afkomst. Naast het multiculturele zijn milieu en landbouw in het oog springende elementen in het profiel voor de komende verkiezingen. De door de kandidatencommissie voorgestelde volgorde van namen kwam zaterdag zonder al te veel wijzigingen door de stemming, ondanks de nodige pijn rond een aantal kandidaten die zichzelf op een iets andere plek hadden gewenst.

De zestigjarige Mohammed Rabbae, die ooit gold als het boegbeeld van de nieuwe generatie allochtone linkse politici, begeerde een vierde plaats maar verdween omdat de commissie «de opdracht had om naast consolidatie nadrukkelijk te kijken naar vernieuwing, ook in de top van de lijst». Op het congres blies het «gedreven, integere, sympathieke kamerlid» — aldus de omschrijving van de commissie — onder luid applaus een emotionele aftocht, omringd door een haag van cameramannen nadat hij een warme omhelzing had gekregen van de nummer één van de lijst. De zoen van Rosenmöller deed denken aan die van Gor batsjov aan Honecker aan de vooravond van de val van de Berlijnse Muur in 1989, het jaar waarin GroenLinks het levenslicht zag.

Oud-kabouter en provo, biologisch boer en groen politicus Roel van Duyn kreeg, ondanks een krachtige lobby vanuit de actieve achterban, niet meer dan een zeventiende plaats toebedeeld wegens «een te weinig sprankelende of vernieuwende indruk». Een andere opvallende gesneuvelde was Groninger Tom Pitstra, die als plaatsvervanger van Tara Singh Varma in de Kamer kwam, maar «een te solistisch optreden aan de dag legde om een collegiale samenwerking aan te kunnen gaan». Opmerkelijke nieuwkomer op nummer vier is directeur Milieudefensie Wijnand Duyvendak. Zijn curriculum vitae vertoont een rijk subversief verleden — bij zo'n beetje alle grote links radicale bewegingen sinds eind jaren zeventig stond hij vooraan — maar kennelijk acht hij nu de tijd rijp om een rol te gaan spelen binnen de parlementaire politiek. Dat hij de geliefde is van de partijvoorzitter (samen hebben ze twee kinderen) ziet de voorzitter niet als probleem. Ze hanteert de oude PSP-leuze dat je niet de helft bent van een stel. En het is ook niet bepaald uniek in de politiek dat mensen een relatie hebben, vindt ze. «Zolang privé maar keurig gescheiden blijft op de momenten die daarom vragen. Daar zijn heldere afspraken over te maken. En je wordt afgerekend op wat je professioneel doet.»

Politiek is een hard vak. Mirjam de Rijk is de laatste om dat te ontkennen. Ze schreef die woorden onlangs nog in de nieuwjaarsbrief aan de leden naar aanleiding van de negatieve wijze waarop de partij het afgelopen half jaar in de publiciteit kwam. Uit de brief: «We proberen te leren wat goed én wat fout gaat. Er wordt kritischer naar GroenLinks gekeken. Dat is soms wennen, politiek is een hard vak. We moeten aan de andere kant het negatieve nieuws over GroenLinks ook niet overdrijven, immers alle partijen liggen regelmatig onder vuur.»

«Hard, ach ja, soms, maar eerder is politiek een mooi vak», zegt ze. Ze is serieus, en zoekt zorgvuldig naar woorden als ze spreekt over de inhoud van dat «prachtige vak». Maar er verschijnt een aanstekelijke lach op haar gezicht als het gaat om de relativering van haar eigen baan, waar ze eind 1998 onverwacht inrolde nadat ze zich jarenlang observerend en analyserend met haar pen had beziggehouden met Den Haag. «Ik kreeg opeens een telefoontje. Erg lang hoefde ik niet te twijfelen, ook al gingen er natuurlijk maanden overheen voordat het zo ver was dat ik werd voorgedragen. Ik had ooit eens gezegd dat het me wel wat leek om op mijn veertigste deze functie te bekleden. De kans kwam iets eerder op mijn weg.»

Na te zijn opgegroeid in Suriname en Kenia als dochter van een tropenarts ontwikkelde De Rijk een natuurlijke belangstelling voor politiek. Ze zag verwonderd hoe de armoede in haar omgeving schril contrasteerde met haar eigen leven. Later raakte ze naast haar werk actief in onder meer de antikernbeweging. Op haar 35ste zei ze de journalistiek vaarwel en stapte midden in «het krachtenveld van gepassioneerde meningen». «GroenLinksers zijn gepassioneerde en heel inhoudelijke mensen. Dat geldt lang niet voor alle partijen. De PvdA is erg gericht op de plekken, op meedoen. GroenLinks is juist meer van ‘iets willen’. Dat levert een boeiend spanningsveld op. Toen ik bij de partij kwam, liep de discussie hoog op over wel of niet militair ingrijpen in Kosovo. Beide standpunten kon ik begrijpen. Het vinden van een goede oplossing binnen al die meningen, het bijeenhouden van de club, beschouw ik als een van mijn taken. Ik ben zelf vrij nuchter. Het afwegen van principes en realisme is voor mij de uitdaging.»

Hoe principes en realisme soms kunnen botsen, illustreert een reeks recente problemen binnen de gelederen van GroenLinks. Ruziënde, afhakende wethouders, cliëntelisme van allochtone politici op lokaal niveau, de kwestie-Afghanistan — het leverde grote interne verdeeldheid op. En van buitenaf kreeg GroenLinks het te verduren: het werd uitgemaakt voor een club moeizame idealisten die voordurend met de achterban overlegt en waarmee, als het erop aankomt, niet te besturen valt. Laf en niet authentiek in de vertaling van standpunten, dat predikaat gold Rosenmöllers gedrag rond de bombardementen op Afghanistan. De grootste turbulentie was over Tara Singh Varma.

De Rijk: «Ik hoop dat ik niks heb geleerd van de affaire-Tara. Althans, door haar geval wil ik niet achterdochtig mensen tegemoet treden. Stel je voor dat ik nu iemand moet wantrouwen als hij mij vertelt dat hij ziek is. En wat het ophemelen van een allochtoon betreft: ík heb die pagina grote jubelende interviews met Tara niet geschreven. Ik hou niet van die meutevorming, met elkaar mee hollen zoals de wind waait. Opeens ging iedereen om, en kregen wij als partij de schuld.»

GroenLinks is twee jaar geleden begonnen zichzelf als multiculturele partij tegen het licht te houden. «Ook binnen GroenLinks gaat het multiculturaliseren soms met horten en stoten. We constateerden dat GroenLinks nog een behoorlijk witte partij is. De clichés over en weer vlogen je soms om de oren. Te veel interne conflicten leken een etnisch-culturele component te hebben, wat te maken heeft met verschillende opvattingen over politiek bedrijven.»

«Het is heel diffuus, die grens tussen cliëntelisme en een goede, warme relatie met kiezers», zegt ze terwijl ze met haar duimen over de vingers wrijft. «Ik pleit voor duidelijke principes over de wijze van politiek bedrijven. Wat na een studie onder vier raadsfracties duidelijk werd, is dat er een verschil in opvattingen daarover bestaat tussen migranten en witte politici. Migranten geven aan dat zij zich altijd extra moeten verantwoorden, zowel als GroenLinkser als ten opzichte van hun 'eigen achterban’. Daar moet je goed mee omgaan: voor je het weet is het cliëntelisme of noemen mensen het zo. Als het gaat over allochtonen en politiek, of allochtonenpolitiek, pleit ik vooral voor precisie.

Enerzijds is het geweldig dat volksvertegenwoordigers niet verstopt zitten in de dossiers, zich bezighouden met concrete problemen van mensen en echt opkomen voor mensen. Dat zouden heel wat meer witte politici mogen doen. Anderzijds ligt er ergens een grens, die zich niet zo makkelijk in regels laat vastleggen. Als iemand zich te veel tot één groep verhoudt, en te veel belooft, wordt de grens overschreden. Misschien kun je het vergelijken met de politiek in Nederland in de jaren vijftig, toen politici een veel duidelijker eigen achterban hadden. Een dergelijk proces kun je als partij sturen.»

Naar aanleiding van de enorme ledenaanwas in de afdeling Den Haag — leden die waarschijnlijk slechts lid werden om Ahmet Daskapan op een verkiesbare plek te krijgen — heeft GroenLinks de statuten veranderd. «Nieuwe leden, prima, maar dan wel leden die een tijdje lid blijven en niet alleen lid worden om één belang na te streven, en al helemaal niet het persoonlijk belang van de ledenwerver.»

De multicultureel wordende samenleving beschouwt De Rijk als een van de grootste thema’s van het komende decennium. «De botsingen zullen toenemen, al was het maar omdat de ontmoetingen toenemen. Het is er, en dat zul je moeten organiseren en begeleiden. Daar hoort bij: anderen zien staan en serieus nemen. In principe niemand vernederen.»

Dat klinkt toch als een open deur. Hoe vertaalt GroenLinks dat concreet als het gaat om groepjes allochtone jongens die een buurt terroriseren en lak hebben aan wederzijds respect?

De Rijk: «Je moet te allen tijde precies zijn. Tussen de twee uiterste kampen — ze zijn allemaal slecht en je moet ze hard aanpakken, en het valt wel mee en het heeft meer tijd nodig — ligt veel nuance. En je zult rekening moeten houden met de gevoelens die witte Nederlanders niet meteen herkennen, zoals het enorme eergevoel van Marokkaanse mannen. De elfde september heeft de multiculturele samenleving sterk onder druk gezet. We moeten er daarom voor wakentember heeftember htember htember heeft de multiculturele samenleving sterk onder druk gezet. We moeten er daarom voor waken dat we niet gaan handelen met grote stappen, snel thuis. Een conflict is zo geboren. Goed omgaan met verschillen, zonder ieder verschil te accepteren, maar ook zonder jezelf boven de discussie verheven te achten, dat is de kunst.

Een sociale maatschappij betekent dat je mensen niet mag uitsluiten. Dat geldt niet alleen voor allochtonen. Als ik bijvoorbeeld zie bij de school van mijn kinderen hoe mensen absoluut niet op vakantie kunnen, omdat ze daar geen geld voor hebben, kun je daar als individu niet iets aan doen. Want dan kom je in een onmogelijke liefdadigheidspositie. Daar heb je eerlijker belastingen voor nodig. Net zo goed zijn we vóór verandering van de aftrek van de hypotheekrente. De samenleving betaalt zeven miljard euro mee aan het huizenbezit van mensen. Hoe meer iemand verdient, hoe duurder het huis, hoe meer de samenleving meebetaalt. Dat valt toch niet uit te leggen? Bij eerlijke belastingen hoort ook een ecotax. Dat is misschien niet leuk voor sommige bedrijven, maar wel een volstrekt terecht punt, want iedereen vindt immers dat de vervuiler moet betalen. Het politiek goed verkopen van de wens van meer groen zie ik als een belangrijke taak van GroenLinks. De reclamepraat van andere partijen doorprikken.»

En hoe ziet u daarin uw eigen rol als voorzitter, de schakel tussen fractie en actieve achterban?

«Hoewel we een politieke partij zijn, zou ik meer op een bewegingachtige manier willen werken. Inhoudelijk, door direct op onderwerpen te kunnen inspringen en niet alleen te praten over agendaonderwerpen van de raad of het parlement. En organisatorisch: minder volgens het stramien van gemeentes, afdelingen, maar meer via kernen die daar dwars doorheen lopen. Mensen die het prettig vinden om politiek bezig te zijn, kunnen via het internet of etentjes zich ad hoc formeren. Ze hebben het recht om zich tegen de landelijke GroenLinkse politiek aan te bemoeien. Het werkt heel verfrissend.»

Enkele jaren voordat Mirjam de Rijk het politieke toneel betrad, in 1996, schreef ze als journaliste in een interview met Paul Rosenmöller dat «GroenLinks op geen enkele manier het politieke debat bepaalt in Nederland», «dat de onderwerpen van GroenLinks — milieu, sociale politiek — nauwelijks nog rimpelingen teweegbrengen» en dat «niemand in Den Haag voorstellen van GroenLinks overneemt, wat uiterst frustrerend moet zijn».

Hoe ziet u dat nu?

Mirjam de Rijk: «Dat is wel veranderd. We voeren meer de toon bij debatten. Het heeft ook te maken met 'het ijzer smeden als het heet is’. GroenLinks zwengelt aan, stelt aan de kaak, maar het helpt als de praktijk bewijst dat je op de goede weg zit. Neem de landbouw. Lang vond men ons geluid daarover een beetje getut, dan is er de crisis met de MKZ en gaat het roer om. Ons standpunt krijgt actuele kracht en dat moet je weten uit te buiten. Je ziet eenzelfde mechanisme rond het uitkleden van de publieke sector onder Paars. Nu zegt Ad Melkert opeens tot tranen toe geroerd dat hij zo begaan is met verpleegsters en onderwijzers. Dat is vrij laat als je net twaalf jaar in de regering hebt gezeten. Jarenlang was het 'markt, markt, markt’ en nu roept de PvdA weer 'overheid, overheid, overheid’. Het is mooi dat het 'markt, markt, markt’-verhaal voorbij is, maar het gaat nog steeds niet over 'mensen, mensen, mensen’. Over mensen sterker maken.»

En de valkuil van het pluche?

«We hebben geen ononderhandelbare punten, het zal altijd gaan om een totale afweging. We zijn gepassioneerde mensen, maar tegelijkertijd zit je in een coalitieland en moet je compromissen sluiten. Het gevoel van overvloed en onbehagen kan een rode draad voor een nieuwe regering zijn. Dat gevoel hebben heel veel mensen ook buiten GroenLinks («Overvloed en onbehagen» luidt de titel van het partijprogramma van GroenLinks — mf). Nieuwe invalshoeken zoeken voor een gezamenlijk standpunt is mogelijk. Rechtvaardige verdeling, milieu, sociaal fatsoen — het is na acht jaar Paars de hoogste tijd geworden dat daar invulling aan wordt gegeven. Onze kracht zal liggen in het tergend realistisch weten te formuleren van idealen en ideeën. De kunst is om het politiek zo te vertalen dat het logischerwijs leidt tot een 'ja natuurlijk’.»