‘Mensen moeten hun eigen ziel construeren’

Nobelprijswinnaar José Saramago was zijn leven lang verontwaardigd. Kritiseren vond hij een bittere noodzaak. ‘Ik zal nooit berusten. De wereld is een verschrikking, het leven een ramp, maar alles kan veranderd worden.’

Medium jos  saramago 2

EEN SCHRIJVER hoort zijn lezers te verontrusten, te ontroeren, te ergeren of wakker te schudden, in elk geval nooit onverschillig te laten. Ook in die zin was José Saramago een groot schrijver. Zijn tegenstanders konden zich zo opwinden over zijn ideeën dat ze bijkans bloed begonnen te spuwen.
Terwijl Saramago, een dag na zijn dood op vrijdag 18 juni 2010, lag opgebaard in Lissabon, probeerde het Vaticaan in een verbale strafexpeditie definitief af te rekenen met de schrijver. In het artikel De (vermeende) almacht van de verteller, gepubliceerd in het huisblad van de paus L'Osservatore Romano, ontbrak het er slechts aan dat de auteur, ene Claudio Toscani, zich expliciet gelukwenste met het overlijden van de ‘extremistische populist’ Saramago. Zo, weer een irritante criticaster minder.
Het blad van het Vaticaan stelde de 'anti-religieuze ideologie’ van Saramago aan de kaak, 'een man zonder enig metafysisch vermogen, die tot het eind toe vasthield aan zijn halsstarrige geloof in het historisch materialisme alias marxisme. (…) Terwijl hij lucide plaatsnam aan de kant van het kaf in het evangelische korenveld, verklaarde hij dat hij slapeloze nachten had van de kruistochten en de inquisitie, terwijl hij de herinnering vergat aan de goelags, de zuiveringen, de genocides, en de culturele en religieuze samizdat.’
'Terwijl zijn geest altijd gebukt ging onder een destabiliserende banalisering van het geheiligde en onder een libertair materialisme dat naarmate hij ouder werd nog radikaliseerde, hield Saramago nooit op een verontrustende theologische simplificatie te steunen: als God de oorsprong van alles is, is hij de oorzaak van elk effect en het effect van elke oorzaak’.
De wraak van het Vaticaan op de intellectueel die de misdrijven begaan in naam van de Kerk van Rome aan de kaak had gesteld, was bikkelhard. Niks geen vergiffenis, maar hel en verdoemenis. Saramago had er waarschijnlijk om geglimlacht, en met een paar ironiseringen geantwoord. Als hij in zijn laatste boek Kain het morele gehalte van God al in twijfel trok, wat voor goeds kon hij dan verwachten van Diens zelfbenoemde vertegenwoordigers op aarde?
Bij ontstentenis van Saramago formuleerde de Spaanse schrijver Benjamín Prado het antwoord op de tirade van het Vaticaan: 'Hoe kun je níet van een type houden waar de Katholieke Kerk zo'n bloedhekel aan heeft.’
Het is niet zo verwonderlijk dat José Saramago zijn lange leven lang de religie, met name de katholieke kerk, en de politiek ter discussie heeft gesteld. Tenslotte was hij geboren, in 1922, in Portugal, waar de oerconservatieve kerk altijd een zwaar stempel op de maatschappij heeft gezet. De eerste halve eeuw van zijn bestaan leefde Saramago onder een katholieke dictatuur.
Toen hij vier jaar oud was werd de Republikeinse regering omvergeworpen bij een militaire staatsgreep. António de Oliviera Salazar werd in 1928 de sterke man, eerst als minister van Financiën, later als premier. Een paar jaar later vestigde de fanatiek-katholieke Salazar met zijn Estado Novo (Nieuwe Staat), een fascistisch regiem waarin een hoofdrol was weggelegd voor de katholieke kerk. Repressieve kerk en repressieve staat waren vier handen op één buik. Salazar bleef aan de macht tot 1968 toen een hersenbloeding hem velde. Hij werd opgevolgd door Marcelo Caetano, die de dictatuur nog zes jaar rekte tot de Anjerrevolutie van 1974.

IK LEERDE José Saramago kennen in 1998, een paar weken voor hij de Nobelprijs kreeg. Zijn naam figureerde al jaren op de lijst van kanshebbers maar nu leek hij een serieuze kandidaat. Een goede reden om hem op te zoeken in zijn huis op het Spaanse eiland Lanzarote, voor een uitgebreid interview. Zelf geloofde hij niet zo in zijn kansen. Het verhaal wilde dat Saramago voor zijn imposante oeuvre al lang de Nobelprijs had kunnen krijgen, als hij maar zou ophouden zichzelf communist te noemen. Daarmee maakte je je sinds de val van de Muur tenslotte in heel wat ogen behoorlijk belachelijk. Saramago kende het verhaal, moest erom lachen en antwoordde dat hij zijn politieke overtuiging 'nog niet voor alle Nobelprijzen van de wereld zou inruilen’.
Saramago woonde aan het einde van de wereld, in een wit huis boven op een heuvel op Lanzarote. De indruk dat de wereld hier echt ophield werd bevestigd door het fantastische uitzicht vanuit zijn werkkamer over het rode vulkaanlandschap en de onmetelijke Atlantische Oceaan. Het met boeken gevulde huis wekte ook de indruk dat hier een schrijver zich had opgesloten om zich te wijden aan de grote literatuur, die aanwezig was tot in zijn onafscheidelijke hondje Camoes, vernoemd naar Portugals eigen Homerus.
De reden dat Saramago zijn toevlucht had gezocht in zo'n uithoek was de perfecte illustratie van zijn manier van schrijven en zijn manier van denken. In 1991 publiceerde hij Het evangelie volgens Jezus Christus, een eigenzinnige visie op het leven van Jezus die in het nog altijd conservatief-katholieke Portugal tot grote opschudding leidde. Het boek werd een jaar later voorgedragen voor de Europese literatuurprijs, maar de rechtse regering van premier Aníbal Cavaco maakte die voordracht ongedaan. Saramago kenschetste die ingreep als 'de terugkeer van de Inquisitie’, zei dat hij tijdens de dictatuur in Portugal voldoende van de censuur te slikken had gehad, en verruilde zijn geliefde Lissabon voor een Canarisch Eiland.
Maar de indruk van isolement was schijn. Lanzarote was een mooie en rustige plek om romans te schrijven, maar het was geen ivoren toren. Het eiland was de uitvalsbasis van Saramago voor zijn tochten naar de podia in de hele wereld. Want zeker nadat hij in 1998 de Nobelprijs had gekregen, had hij geen rust in zijn lijf en greep hij elke mogelijkheid waar ook ter wereld zijn meningen te berde te brengen.
Saramago werd het troetelkind van het antiglobalisme. Actievoerders aller landen konden altijd op hem rekenen. Geen protestbrief of manifest of de handtekening van de Portugees stond eronder. Geen forum of Saramago was beschikbaar: 'Het functioneren van de democratie moet op alle uren van de dag en op alle fora ter discussie worden gesteld. Als we de democratie niet opnieuw uitvinden, gaat die niet alleen verloren, maar ook de hoop dat de mensenrechten worden gerespecteerd.’ De bejaarde maar fitte José Saramago viel vooral goed bij de actievoerende jongeren omdat hij het levende bewijs was dat niet alle oude mannen rechtse ballen zijn geworden.
Zo kwam ik hem geregeld tegen op uiteenlopende plaatsen. Een anti-oorlogsdemonstratie in Madrid, een manifestatie van de Zapatistas in Mexico, een conferentie van inheemse groepen in Bolivia. Saramago hield toespraken en gastcolleges overal in Latijns-Amerika en Spanje. En terwijl de toehoorders doorgaans razend enthousiast waren, ontbrak het nooit aan regeerders, politici of kerkleiders die zich buitengemeen boos maakten over zijn woorden.
Verontwaardiging, heeft Saramago vaak gezegd, was een van zijn grootste drijfveren: 'Ik schrijf omdat de wereld waarin ik leef me niet bevalt.’ Vandaar dat hij jarenlang vertelde dat hij zijn grafschrift al klaar had: 'Hier ligt, verontwaardigd, José Saramago.’ Op zijn veldtocht tegen de globalisering als het nieuwe totalitarisme had hij altijd zijn favoriete citaat van Marx bij de hand: 'Als de mens is gevormd door de omstandigheden, dan is het noodzakelijk de omstandigheden menselijk te vormen.’

'IK ZEG GEEN dingen om te provoceren’, zei Saramago tijdens ons eerste gesprek op Lanzarote. 'Maar ik vind dat je voor je mening en je overtuiging moet uitkomen. Ik weet dat mijn opvattingen niet erg in de mode zijn. Maar ik heb een leeftijd bereikt waarop ik mij heel vrij voel. Volkomen vrij om heel precies te zeggen wat ik denk, wanneer ik maar wil, en wat de gevolgen ook mogen zijn.’ Hoe ouder hoe vrijer, en hoe vrijer hoe radicaler. Bovendien was hij inmiddels wereldberoemd, en dat is een goed dat je niet mag verkwanselen: 'Je moet ervan profiteren dat ze naar je luisteren, dat je hun aandacht hebt.’
Gesprekken met hem waren altijd colleges, ook al kon hij goed luisteren. Hij was van nature geen prater, stil, gereserveerd, melancholisch, al die eigenschappen die men altijd op Portugezen plakt. En een gentleman, want Portugezen zijn per slot de Engelsen van het Zuiden. Strijdlust betekende voor Saramago niet gebrek aan stijl en decorum. Nooit sprak hij met stemverheffing, terwijl zijn zangerige Portugees of zijn zachte Spaans met Portugees accent al zo rustgevend klonken.
José Saramago was een wereldverbeteraar, maar wel een met relativeringsvermogen. 'Ik ben van nature heel sceptisch’, zei hij in een interview in 2008. 'Dat is niet goed, ik weet het. Ik zou graag enthousiast zijn, maar het lukt me niet. We zitten in een ernstige crisis, maar wij burgers hebben geen mechanismen om invloed uit te oefenen. Maar ze zouden op z'n minst de waarheid horen te zeggen. Stel je voor, toen (de socialist) Antonio Guterres premier van Portugal was, verklaarde hij in een interview: “Politiek is de kunst van het niet zeggen van de waarheid.” En niemand stond op om te protesteren!
Hoewel wij het niet willen, worden wij burgers meegesleurd met de stroom. Welnu, je moet zeggen: ik ben het er niet mee eens. Scepsis wil niet zeggen berusting. Ik zal nooit berusten. De wereld is een verschrikking, het leven een ramp, maar alles kan veranderd worden. Er zijn drie vragen die we niet kunnen ophouden ons te stellen in het leven: waarom? waarvoor? voor wie?’
Kritiseren is een bittere noodzaak 'in deze wereld die voor zovelen de vorm van de hel heeft’, vond Saramago. 'Wat zou een schrijver zijn zonder de vrijheid van het woord?’ Ondanks zijn wat met een ouderwets woord heet engagement gruwde Saramago van schrijvers die de literatuur als pamflet gebruiken: 'Ik geloof niet dat een schrijver een ingenieur van de ziel is, zoals Stalin zei. Dat is erger dan onzin. Noch, zoals een leider van de Chinese communistische partij zei, dat schrijvers militanten van de ziel dienen te zijn. Mensen moeten hun eigen ziel construeren.’
De laatste jaren van zijn leven pendelde Saramago tussen zijn huizen op Lanzarote en in Lissabon. Met de politici in zijn vaderland had hij nog steeds weinig op (zijn 'censor’ Cavalo werd zelfs tot president gekozen), maar zijn geliefde stad kon hij niet missen. Op het geloof en de kerk bleef hij tot zijn laatste adem zijn pijlen richten, getuige Kain. De naderende dood deed hem geen millimeter wijken. Want zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de hemel bestond, en in het nog onwaarschijnlijker geval dat hij er toegelaten zou worden, hij had er simpelweg niet in gewild.
De as van José Saramago rust op een plein in het hart van Lissabon, aan de voet van een eeuwenoude olijfboom die is overgebracht uit zijn geboortedorp Azinhaga, onder een steen met daarop de slotzin van zijn roman Memoriaal van het klooster: 'Maar hij steeg niet op naar de sterren, want hij behoorde aan de aarde.’