Interview met filosoof Roger Scruton

«Mensen moeten minder denken»

Nederlandse conservatieven zien in de Engelse filosoof Roger Scruton een belangrijke bond genoot. Ze nodigden hem uit de eerste Burke-lezing te houden. «Ik bepleit geen Verlichting maar Verduistering.»

De Engelse aristocratie heeft een erecode die voor buitenstaanders nauwelijks is te volgen. Stel, je bent in het bezit van een Rolls Royce, zoiets komt in de beste families voor, dan is het niet bepaald de bedoeling dat je die auto glimmend laat oppoetsen om je vervolgens keurig opgedirkt door je chauffeur te laten rondrijden. Zoiets is onvergeeflijk burgerlijk. Nee, eigenhandig scheur je met de Rolls over onbegaanbare landweggetjes, zodat hij onder de modder en mest zit en de ruitenwisser nog net een klein stukje van de voorruit kan schoonhouden.

Zodra de Engelse filosoof Roger Scruton de lounge betreedt van het oerdeftige Hotel des Indes, waar de airconditioning vergeefs strijd levert tegen de klamme hitte die als een deken over Den Haag ligt, besef ik dat ik op het punt sta een echte aristocraat te ontmoeten. Terwijl de functionaris van de Nederlandse Edmund Burke Stichting die Scruton vergezelt bijkans stikt in zijn kostuum met stropdas, is Scruton gehuld in een kreukelig, openstaand overhemd en een broek die eruitziet alsof haar eigenaar zojuist eigenhandig de Koninklijke Stallen heeft uitgemest.

Hoewel Scruton de zoon is van een socialistische onderwijzer, leidt hij het leven van een country-squire — hij brengt zijn dagen door met schrijven, paardrijden, jagen en musiceren. In Engeland heeft hem dit veel hoon opgeleverd. In Nederland daarentegen lijkt hij, vooral na zijn optreden in Wim Kayzers Van de schoonheid en de troost, op weg een echte cultfiguur te worden. Want we hebben hier niet alleen te maken met een nogal excentrieke persoonlijkheid, maar ook met een filosoof die een indrukwekkende reeks uiterst leesbare boeken heeft geschreven over esthetica, cultuur, architectuur, seksualiteit, Kant, Spinoza en de jacht. Onlangs verscheen onder meer een bewerkte herdruk van zijn uit 1980 daterende The Meaning of Conservatism. Omdat Scruton zijn uiterst conservatieve denkbeelden op elegante wijze weet te verwoorden zien Nederlandse conservatieven in hem een belangrijke geestverwant en bondgenoot. Vandaar dat de onlangs opgerichte Edmund Burke Stichting hem uitnodigde om afgelopen donderdag de eerste Burke-lezing te houden.

Nadat Scruton tea for two heeft besteld en de brand heeft gestoken in een majestueuze sigaar start het gesprek met zijn grundlegende ervaring, het onderwerp waarmee hij ook ’s avonds zijn lezing zal beginnen: mei ‘68. Toen hij in Parijs zijn vrienden stenen naar de politie zag gooien, ontdekte hij dat hij «anders» was, dat hij niet bij hen hoorde. Was dit een conclusie of een beslissing?

Scruton denkt even na: «Het was een instinct. Een gevoel van identiteit, veronderstel ik. Misschien zelfs de ervaring van een bekering. Ik voelde heel sterk: hier ben ik het niet mee eens, ik sta aan de kant van die arme arbeidersjongens in hun uniformen. Dat is een fundamentele reactie die mensen hebben in conflictsituaties, het plotselinge besef aan welke kant je thuishoort. Je hoeft niet per se te weten waarom je dat vindt, de reden komt later.»

Voor velen was het jeugdprotest van de jaren zestig in de eerste plaats een generatieconflict, een zich afzetten tegen de conser vatieve, welvarende ouders. Hoe kon je dat beter doen dan de socialistische revolutie te prediken? Omdat Scrutons vader heel links was, lag het meer voor de hand om juist uiterst rechts te worden.

Scruton ontkent dit. «Ik wees de socialistische denkbeelden van mijn vader af, maar hij was het meest geïnteresseerd in zaken als natuurbehoud en monumentenzorg, en op die gebieden was ik het volledig met hem eens. Ik heb wel conflicten met hem gehad, maar die betroffen andere zaken. Die bekering tot het conservatisme was vooral een culturele ervaring. Mijn Franse vrienden waren afkomstig uit de bourgeoisie. Sommigen hadden een conservatieve, katholieke achtergrond, anderen kwamen uit het artistieke wereldje van de rive gauche.

Het ligt allemaal niet zo simpel, hoewel er natuurlijk wel dat element van een generatieconflict was. Maar het had meer te maken met wat ik noem de weigering om te erven. Deze generatie, die opgegroeid was na de oorlog, weigerde om de cultuur, de instituties en tradities van het Frankrijk van De Gaulle te accepteren. Ik vond dat ze de erfenis wel moesten aannemen, omdat zij zeer waardevol was. Het oude Frankrijk, zoals dat werd gerepresenteerd door De Gaulle, kende ik door de literatuur, de cultuur, de gebouwen, de burgerlijke samen leving — en ik vond het geweldig. Een maatschappij die het mogelijk maakt dat de cultuur floreert en de mensen in vrijheid leven, is zeer kostbaar en fragiel, en dus veel gemakkelijker te vernietigen dan weer op te bouwen. Dat besef motiveerde me een duidelijk standpunt in te nemen.»

Conservatisme heeft wel iets; het heeft meer cachet dan die eeuwige roep om sociale en politieke vernieuwing. Maar het lijkt toch vooral aantrekkelijk voor mensen die iets te verliezen hebben, die er belang bij hebben dat de bestaande verhoudingen intact blijven. De vossenjacht mag dan erg opwindend zijn, er zijn weinig mensen die zich die jacht kunnen veroorloven. Scruton vindt dit allemaal onzin: «In de streek waar ik leef, is de vossenjacht vooral een zaak van relatief arme boeren. Zij besteden er hun geld aan. Ze houden er een paard op na, dat is alles. Als je in de stad leeft, is dat een dure grap, maar op het platteland is het voor veel mensen nog net te betalen. Het is hun equivalent voor een vakantie op de Bahama’s. Het is een onderdeel van hun gemeenschapsleven, het is de verbondenheid met de grond, en je doet het samen met je buren. In die zin is het exclusief, maar dat heeft niets met een financiële elite te maken. En als je je trouwens behoorlijk gedraagt, kun je best in die gemeenschap worden opgenomen.

Het is een marxistische opvatting dat conservatisme niets anders is dan een ideologie om de bezitsverhoudingen in stand te houden. Dit is onzin. Het bewijs kun je tegenwoordig zien in de Europese Unie. De liberaal-socialistische elite is extreem rijk en zorgt ervoor dat ze dat blijft, maar haar ideologie is niet conservatief. Conservatisme is tegenwoordig het kleine stemmetje van de underdog. Probeert u maar een moderne eurocraat te vinden die toegeeft dat hij conservatief is. De enige mensen die openlijk hun conservatisme belijden zijn, net als ik, sociale en economische paria’s.

Volgens moderne standaarden ben ik altijd vrij arm geweest. Maar dat had niets te maken met mijn conservatisme. Waar het mij altijd om ging, was niet geld maar instituties, tradities en cultuur. Dat zijn de dingen die waardevol zijn. Conservatisme in Groot-Brittannië is altijd een alliantie geweest tussen de aristocratie en de armen, tegen de destructieve drang van de middenklassen. De zogenaamde revolutie van '68 was een typische middenklasse-aangelegenheid. De middenklassen zijn altijd de destructieve kracht in onze samenleving geweest. Het is een mythe dat conservatisme zich beperkt tot de maatschappelijke elite. Het is gewoon het basisinstinct van de normale mensheid. Het is de uitgesproken ambitieuze middenklasse die anti-conservatief is.

Al dat gezeur dat de armen niets te winnen hebben bij een conservatieve houding, dat mag waar geweest zijn rond 1800, maar wat zegt dat nog, nu iedereen twee auto’s heeft en op vakantie gaat naar het Caribisch gebied? Het is flauwekul om over ‹de armen› te praten. Iedereen in West-Europa is té welvarend, ze weten niet wat ze met hun geld moeten doen en vervelen zich te pletter en voelen zich vervreemd en ontworteld. Iedereen heeft iets te verliezen! Namelijk de instituties die onze welvaart mogelijk maken.»

Om te voorkomen dat we ons gaan verliezen in een vruchteloze discussie over sociale armoede en maatschappelijke deprivatie in West-Europa, wil ik van Scruton weten of hij van mening is dat ook in de rest van de wereld de maatschappelijke verhoudingen het conserveren waard zijn. In The Meaning of Conservatism schrijft hij bijvoorbeeld met opvallende sympathie over generaal Pinochet, maar naar eigen zeggen was dat vooral als reactie op de selectieve verontwaardiging van links. Terwijl hij zijn lucifers zoekt teneinde de door het vele praten uitgedoofde sigaar te reanimeren, licht Scruton die bewuste passage toe. «De autoritaire figuren van links worden altijd vergeven door de media, bijvoorbeeld Allende, die toch zo vreselijk zijn best deed voor de gewone mensen. Maar feit is dat hij door de gewone mensen ten val werd gebracht, en door het leger. Pinochet daarentegen is de gebeten hond, vanwege zijn rechtse opvattingen. Pinochet deed trouwens vrijwillig afstand van de macht, om een parlementaire regering mogelijk te maken. Dat zie ik Castro nog niet doen. Ik praat Pinochet niet goed, het enige wat ik zeg is: wees eerlijk tegenover jezelf. Jullie verwachten van ons aan de rechterzijde dat we al onze vrienden veroordelen zodra ze iets fout doen, maar doe dat dan zelf ook!»

Omdat ik nog steeds geen antwoord heb op de vraag wat het conservatisme kan betekenen voor het minder fortuinlijke deel van de wereld, herhaal ik de vraag nog eens. Scruton: «Dat is moeilijk. Conservatisme is geen internationaal geloof in die zin dat het er overal hetzelfde uitziet en dezelfde oplossingen biedt. Je moet er eerst achter komen wat de moeite van het conserveren waard is. Wat is jouw identiteit? Wij in Engeland hebben geluk. Wij identificeren ons met de wetten, tradities, instituties, een ononderbroken traditie van sociale interactie. De Polen bijvoorbeeld kunnen dat niet, die zijn eeuwenlang door buitenlandse mogendheden overheerst. Daarom identificeren zij zich met een nationale idee. De reden waarom er geen Engels nationalisme is, is dat we dat nooit nodig hadden. Daarom is conservatisme in Oost-Europa noodzakelijkerwijs nationalistisch. Dat is het enige wat ze hebben, ze kunnen zich alleen identificeren met een idee, niet met concrete instituties, die er immers niet zijn. De nationale idee is het enige wat de communisten niet konden vernietigen. Overal in de wereld willen ze voor alles het soort instituties dat wij hebben, instituties die het communisme heeft vernield. Wie beweert dat conservatisme alleen iets is voor het rijke Westen en dat de Derde Wereld gebaat is bij een progressieve politiek, geeft blijk van een oversimplistische, negentiende-eeuwse kijk op de geschiedenis.»

Als Scruton probeert uit te leggen welke gevaren onze wereld bedreigen, komt de grote held van de hedendaagse conservatieven, de achttiende-eeuwse Engelse politicus Edmund Burke ter sprake. «Het grote politieke probleem van vandaag is de global economy die het kapitalisme heeft bevrijd van de lokale jurisdictie. Burke was de eerste die zag welk gevaar hierin school, toen hij tekeer ging tegen het koloniale optreden in India. Hij klaagde onophoudelijk het ontwrichtende karakter van de corrupte koloniale politiek aan. Die was namelijk funest voor de oude, ordelijke samenleving van India. Al die gewetenloze kapitalisten waren van mening dat ze lak konden hebben aan de lokale wetten, en vertrapten zodoende de fijnmazige sociale structuur. Want dat is de hele ellende: mensen maken enorme winsten, maar ze zien zich niet als onderdeel van de gemeenschap, ze hebben dus geen verplichtingen en verantwoordelijkheden, en geven geen barst om de sociale schade die ze aanrichten.»

Evenals Burke staat de hedendaagse conservatieve intellectueel ambivalent tegenover de Verlichting, tegenover het moderne denken. Enerzijds is hij er onmiskenbaar een product van, is hij ondenkbaar zonder de vrijheid van meningsuiting, zonder de kritische instelling die zo kenmerkend was voor Verlichtings filosofen als Kant, Hume, Locke en Voltaire. Anderzijds ziet hij de Verlichting als de oorzaak van de maatschappelijke ontwrichting en de teloorgang van oude waarden en waarheden. Hoe denkt Scruton zich hieruit te redden?

«U heeft gelijk, het is een groot probleem. Aan de ene kant voel ik me thuis bij wat Isaiah Berlin de contra-Verlichting noemt. Ik bepleit geen Verlichting maar Verduistering. Je kunt dat obscurantisme noemen, want ik zou graag willen dat mensen minder gingen denken, zich minder dingen gingen afvragen. Voor een succesvol sociaal bestaan is dat immers helemaal niet nodig. De gewoonte van vragen stellen is heel mooi in een geest die daarvoor de capaciteit bezit. Maar de meeste mensen bezitten niet zo'n geest. In onze soundbite-cultuur hebben we een hele cultus van vragen zonder antwoorden. En dat is een beproefd recept voor instabiliteit en onvrede. Dus in dat opzicht ben ik tegen de Verlichting. Maar als een intellectueel wil ik graag de zaken doordenken. Dit is een moeilijke paradox. Iedereen die pro- Verlichting is, voelt het probleem van deze paradox. Hoe leg je bijvoorbeeld aan gewone mensen uit dat hun bestaan in alle opzichten dierlijk is? Dat besef is leuk voor mensen als u en ik, die daarover kunnen nadenken, die het intellectueel kunnen verwerken en kunnen opnemen in hun mensbeeld. Voor eenvoudige, laagopgeleide mensen is het echter heel gevaarlijk. Het slaat het fundament onder hun bestaan weg.»

Nu heeft de twintigste eeuw al een politieke beweging gekend die het instinct, de afkeer van het nadenken en de verheerlijking van de daad, als uitgangspunt had. Dat kan Scruton toch niet voorstaan? «U bedoelt de fascisten? Als het tot een ideologie wordt gemaakt, is het heel gevaarlijk, bijvoorbeeld de verheerlijking van het blonde beest. Maar wat ik bedoel, is wat Burke noemt de waarde van het vooroordeel. De oude, vertrouwde manier van omgaan met bepaalde zaken. De houding van mensen die zich niet met de politiek willen bemoeien, die helemaal geen inspraak, laat staan macht willen. Niemand kan beweren dat er eenvoudige antwoorden zijn op de vraag hoe de moderne maatschappij bestuurd moet worden. We zien dan ook dat steeds meer mensen zich terugtrekken, dat ze het wel geloven, dat ze het allemaal over zich heen laten komen. We weten niet wat hier het gevolg van zal zijn. Politici krijgen steeds meer macht, en er is steeds minder controle. Dat verontrust mij. De zogenaamde vernieuwingen zijn tegelijkertijd zo omvattend en zo arbitrair dat de mensen volledig murw worden. In Nederland zie je dat ook heel sterk. Jullie storten je halsoverkop in allerlei liberale vernieuwingen, vooral op het gebied van seksuele relaties en seksuele moraal. Nederland is het eerste land ter wereld dat prostituees te kijk zette in etalages, dat abortus en euthanasie legaliseerde, het homohuwelijk mogelijk maakte. Dat zijn allemaal dingen die direct ingrijpen in het hart van het sociale leven. Het zijn innovaties die lijnrecht ingaan tegen het instinct van gewone mensen. En daarom is het tijd voor de Nederlanders om wakker te worden.»