INTERVIEW MET FRANK HOUTAPPELS

‘Mensen pijn doen, dat vinden wij leuk’

Frank Houtappels is de meest gevierde scenarioschrijver van het moment. Als iemand weet wat satire eigenlijk is, en eigenlijk niet is, dan is hij het.

Frank Houtappels (1968) heeft een lijst titels op zijn naam die klinkt als een klok. Er lijken de laatste vijftien jaar maar weinig comedy’s of satirische programma’s te zijn geweest waar hij niet een vinger in de pap had. Vier seizoenen Gooische vrouwen, Het Schaep met de vijf Pooten, ’t Vrije Schaep, vijf seizoenen Koefnoen, Hertenkamp, TV7, afleveringen All Stars, Het Klokhuis, Ja zuster nee zuster, enzovoort. Op het toneel: Uit liefde, De gelukkige mandarijn, De potvis, Blind date, Aan het eind van de aspergetijd, enzovoort, om van de film maar te zwijgen. Met Michiel van Erp, Joan Nederlof en Marcel Musters vormde hij drie jaar lang het artistieke team van mugmetdegoudentand. Hij deelde in het Gouden Kalf voor Hertenkamp en in de Nipkowschijf voor ’t Vrije Schaep.
En dus verbaast hij zich er nog geregeld over dat hij pas sinds het succes van ’t Schaep algemene erkenning en waardering ondervindt. Het is het lot van de schrijver, misschien. Altijd op de achtergrond.
Je zult het wel druk hebben, sinds “t Schaep’…
Houtappels, zachtjes: ‘Ik heb het al jaren druk (lacht hartelijk). Ik schrijf iedere dag.’
Ook als er even niet iets is?
'Er is nooit niets. Er is altijd iets. Ik schrijf nu aan twee films tegelijk.’
Wat vind je het leukst?
'Ik ben eens in de twee jaar echt toe aan een toneelstuk. Aan een lange, rustige boog, zonder die afstandbediening die je de hele tijd in je nek voelt drukken. Wat ik van televisie leuk vind is dat je ontzettend veel overlegt met een producent en een regisseur. Ik schrijf die scenario’s wel alleen, maar je vergadert er voortdurend over. Voor Gooische vrouwen zit je brainstormsessies te houden waarbij zo iemand als Linda (de Mol - kk) echt met ideeën komt. Dat is fijn, want dan hoef je het niet allemaal uit je eigen dikke duim te zuigen.’
Is er in Nederland een tekort aan goede schrijvers?
'Ja zeker, en op het toneel al helemaal. Wie schrijft er nou een avondvullend toneelstuk? Ik was erbij dit jaar, Maria (Goos - kk) was erbij, Ger Thijs, Peer Wittenbols… dat is het dan wel.’
Toch weten de mensen niet wie je bent?
'Ik krijg de laatste tijd mensen die zeggen: "Verrek, het blijkt dat ik al vier stukken van u gezien heb! Dat wist ik helemaal niet!” Ik hoop dat dat door het televisiewerk een beetje aan het veranderen is. Maria Goos heeft het heel goed gedaan, door Oud geld, door de manier waarop ze zichtbaar is geworden voor het publiek. De mensen weten nu: hé, ik ga vanavond naar Maria Goos, dan weet ik wat ik krijg.’
Zij is een A-merk geworden.
'Ja. Het publiek wil zekerheid. Die denken: Frank Houtappels, Frank Houtappels…?? Dat is een risico. Zeker voor de producent.’

Drie programma’s zijn genomineerd voor de scenarioprijs, categorie 'satire’. Heikele vraag: wat is satire?
'Ik weet het niet. Ik vind het leuk voor de drie genomineerden, ik feliciteer ze van harte, maar je kunt je wel afvragen waar zo'n jury de grens trekt. Klein Holland vind ik raar in het rijtje, omdat ik denk: voor mij is dat comedy. Net als All in the Family. En dat werd ook satire genoemd.’
Is dat zo?
'Vanwege de maatschappijkritiek die erin verpakt zat. Denk ik. Ik weet het eigenlijk niet. Ja, het burgermanschap wordt op de hak genomen. Maar daar ga je dan: wat is dan het verschil tussen goeie comedy en satire? ’t Vrije Schaep is geen satire, denk ik. Dat zou niet onder de noemer vallen. Wel zoiets als TV7. Daarin wordt heel duidelijk één bepaalde groep of instituut, in dit geval: de “commerciële omroep”, op de hak genomen. Kan ook een persoon zijn, of de politiek. Ik denk dat dat een criterium voor satire is.’
Aan wat voor programma’s denk je dan, in Nederland?
Het blijft geruime tijd stil.
Iedereen begint altijd met Van Kooten en De Bie.
'Ja! Maar die namen gewoon letterlijk het nieuws op de hak. Dat was een heel heldere vorm. Koefnoen, natuurlijk, dat is echt een satirisch programma. Daar worden politici voor gek gezet, maar wordt ook het rookverbod aan de kaak gesteld, of het drukke ouderschap, of hufterig yuppengedrag. Dat laatste deed ik dan.’
De voorzitter van de Lira-jury, Hedy d'Ancona, memoreerde dat zij in haar politieke jaren ook werd nagedaan. Dat vond zij niet leuk.
'Nee, dat vinden ze niet leuk, maar ik weet uit mijn Koefnoen-tijd dat er wel eens bloemen werden bezorgd van mensen die in een uitzending gezeten hadden. Omdat ze zo blij waren met de aandacht. We hebben zelfs wel eens een brief gekregen: “Jullie doen me altijd zó leuk na, hartstikke leuk, wanneer kom ik weer ’s?” Ja, eh, dát is nou natuurlijk niet de bedoeling! Je wilt het liefst zó scherp zijn dat mensen zelf even moeten slikken: “O jee, ben ik dat?”’
Wat kun je met satire bereiken?
'Wat je ermee zou kunnen bereiken is dat je mensen een spiegel voorhoudt en een vinger houdt aan de pols van de tijd. Als het geestig genoeg is, dan is het wat mij betreft al geslaagd. Het hoeft niet allemaal een pamflet te zijn.’
In andere landen is satire een echt wapen.
'Nou, je kunt wel stelling nemen, dat wel. Wilde je bij Koefnoen ergens een sketch over maken, dan moest je wel weten wat je ervan vond. Dat vond ik er ook meteen het moeilijke aan. We kwamen iedere maandag bij elkaar, en als Rita Verdonk dan weer eens een uitspraak had gedaan, dan dacht ik: oooorgh… (zeer diepe zucht) O, god, daar gaan we weer, daar moet ik weer Iets Van Vinden, en Iets Scherps mee doen. Terwijl ze zichzelf al onmogelijk heeft gemaakt.’
Is een scenario voor satire te waarderen op zichzelf? Kan dat?
'Een satirische sketch hangt heel erg samen met wie het doet. Bijvoorbeeld: je bedenkt een Limburgs sprekende priester, die drinkt. Als je dat zo op tafel legt denk je: dat heb ik al honderd keer gezien. Maar als Jeroen van Koningsbrugge van Draadstaal het doet, dan is het grappig. Juist bij satire, waar het niet zozeer om de verhaalopbouw of om een dramatische ontwikkeling gaat, maar om “het moment”, is de tekst minder belangrijk dan de uitvoering. Juffrouw Jannie (uit 'Debiteuren Crediteuren’ - kk) is niet populair omdat ze zo leuk was op papier, zij is helemaal door Annet Malherbe zelf gemaakt. Misschien is dat wel satire: als dat wat je aan de kaak wilt stellen ondergeschikt is aan het vertellen van een verhaal.’

Is Nederland eigenlijk wel geschikt voor satire?
'Het is moeilijk om satire te bedrijven in een land dat zichzelf heel liberaal vindt en vooruitstrevend. Als je dat vergelijkt met Engeland, dat van dichtgenaaide trutten aan mekaar hangt, dan heb je makkelijker iets om je tegen af te zetten. En die taal, die stijfstaat van het understatement.’
Er wordt een Nederlandse versie van 'Yes, Minister’ gemaakt.
'Ja, nou… (kijkt moeilijk). Ik heb gehoord dat ze het aan het maken zijn, maar dat is nogal een… uitdaging. Hoe leuk is het om satire te maken over onze minister-president? Dat is zo'n kleurloze figuur. Balkenende valt van een skateboard, en hoopt dat niemand het gezien heeft… Dan kun je eigenlijk niks meer doen.’
Waar houden Nederlanders wél van, dan?
'Wat het bij ons is: cynisch. Wij houden van cynisch.’
En van pijn.
'Ja, mensen pijn doen, dat vinden wij leuk. En ijdelheid.’
En plaatsvervangende schaamte.
'Je kunt het rustig aan mensen overlaten om zichzelf voor schut te zetten. Maar tegelijkertijd hebben mensen de behoefte gekénd te worden. In hun bestaan, en in hun kwetsbaarheid. Mensen zijn dan wel onuitstaanbaar, zeker als Michiel van Erp ze laat zien, maar ze zijn ook… onschuldig. Neem David Brent, in The Office. Die is gruwelijk, maar er zijn momenten dat hij zijn vernedering slikt, het tóch blijft proberen, de moed niet opgeeft. Dat is sympathiek. Ontroerend.
Wij zaten hier gisteren te praten met een paar mensen over het opzetten van een nieuwe comedyserie, licht drama. Dat ga ik echt niet allemaal verzinnen! Dan kijk ik naar buiten, en dan zie ik die man, hier uit de straat, die voor de vierde, vijfde keer zijn hond aan het uitlaten is. Ik weet waarom hij dat doet - het mag niet in de krant - en dan denk ik ineens: o, dat is leuk voor een personage. Je hoeft alleen maar te kijken. Of het gaat werken weet je nooit. Het is een intuïtieve zaak. Eén ding weet ik zeker: dat het niet te leren is.’