Mensen zijn geen ballonnen

Vertwijfeling is een mooi concept. Als je het eenmaal in je hoofd hebt ga je het zien. Deze week publiceert De Groene De Socrates van Kopenhagen, over de Deense voorloper van het existentialisme, Søren Kierkegaard. De christelijke denker die zijn best deed om alles moeilijk te maken en die er graag op wees hoe onvolmaakt de mens is, maar die toch ook ruimte vindt voor oorspronkelijkheid en vrijheid. Een verademing.

Medium postzeg copy

Vertwijfeling is dat niet. In het boek met de opbeurende titel De ziekte tot de dood laat Kierkegaard zien dat er twee soorten vertwijfeling zijn: die van de eindigheid en die van de oneindigheid. Mens zijn, zo analyseert Kierkegaard, is bestaan op een snijvlak tussen contingentie en vrijheid. Aan de ene kant is er onze geschiedenis, ons lichaam, eindigheid. Aan de andere kant is er de toekomst, de mogelijkheid, openheid. Vertwijfeling is de wanverhouding van de mens tot deze ‘verdeelde natuur’: het is de neiging om te ontkennen dat de kern van ons wezen een onophefbare tegenstelling is, een tegenstelling tussen eindigheid en oneindigheid, contingentie en vrijheid.

Mensen proberen doorgaans onder hun vertwijfeling uit te komen door zich uit te leveren aan een van de twee polen van hun bestaan. Wie opgaat in de oneindigheid verliest zich in what ifs, luchtkastelen van altijd meer mogelijkheden. Zo iemand kiest nooit echt ergens voor en wordt in die zin nooit echt iemand. Wie zich juist nestelt in de pool van eindigheid maakt zich onvrij en beperkt, een onbeduidend schakeltje in de grote gedetermineerde wereld. Hij laat zich bepalen door hoe de dingen nu eenmaal zijn: een speelbal van de wereld.

Als je dit schema eenmaal in je hoofd hebt, zie je het overal terug, en dat klopt ook wel: vertwijfeling was de ziekte die Kierkegaard bij alle mensen diagnosticeerde. Maar de een heeft het wat meer dan de ander, en niet iedereen gaat er op dezelfde manier mee om. De allemansvriend is een fijn voorbeeld, zo iemand die met iedereen kan opschieten, maar zelf nooit echt iemand is. Hij kan zich op de juiste momenten op de juiste manier tot anderen verhouden, maar het is niet wezenlijk omdat het altijd vrijblijvend is. Kierkegaard schrijft in een van zijn dagboeken over echte schrijvers en net-niet-schrijvers: ‘Het verschil tussen een schrijver die zijn materiaal overal vandaan haalt maar er geen organisch geheel van maakt en een schrijver die dit laatste wel doet, lijkt mij van dezelfde orde als het verschil tussen imitatieschildpad en echte schildpad.’

Een allemansvriend is als de schrijver die zijn materiaal overal vandaan haalt maar er geen organisch geheel van maakt: een imitatieschildpad. Vallen de imitaties weg, dan houd je geen schildpad over.

Vertwijfeling: je ziet het ook bij van die mensen die altijd vrolijk lijken te zijn en onbekommerd. Dat is alleen vol te houden als je zweeft, als je iemand bent die ongehinderd door de eindigheid van het leven gewoon gaat. Dat kan er van een afstandje prettig uitzien, maar strikt genomen is het een ontkenning van wat het betekent mens te zijn, een ontkenning van het feit dat we op dat snijvlak leven, dus mét eindigheid en alles wat daarbij hoort.

Er is in dit kader een beeld dat me niet loslaat. Het is te zien op de tentoonstelling naar aanleiding van Kierkegaards bekendste roman, Of / Of, nu in Kopenhagen en later dit jaar in Berlijn. Op een wit podium staan zes ventilatoren in een kring, hun luchtstromen gericht op een ballon die een meter of twee boven het podium zweeft. Aan de ballon hangt een touwtje met een zwarte stift. Op een verdraaide Valse sentimentale van Tsjaikovsky wordt de ballon rondgeblazen en omhoog, zodat de stift nu eens over het podium sleept, en dan weer in het luchtledige hangt:

De ballon wordt bestuurd door niets anders dan natuurkunde. Er is geen intentie, alleen toeval: de luchtstromen bepalen wat de ballon en de stift doen. Je kunt er vertwijfeling van oneindigheid in zien - de ballon als een mens die zweeft, zich nergens vastlegt, maar wel af en toe een indruk achterlaat. Je kunt er ook de vertwijfeling van eindigheid in zien: de ballon als een mens die zo bepaald is dat hij geen kant op kan. Als mens-zijn betekent: bepaald zijn door je genen en door je brein en door je omgeving, dan is mens zijn zijn zoals deze ballon. Een eindeloos dolen, dolen.

Natuurlijk kan de mens zich bewust worden van zijn vertwijfeling, en dan verandert alles, en is er - althans volgens Kierkegaard - perspectief. Lees daarover meer in De Groene van deze week.


De installatie is van Tom Hillewaere en heet Valse sentimentale