Lord Maurice Glasman over zijn Blue Labour

‘Mensen zijn geen handelswaar’

Baron Glasman of Stoke Newington and of Stamford Hill in the London Borough of Hackney is bepaald geen Jan met de korte achternaam. De sociaal-democratie moet terugkeren naar de mens, vindt hij.

TOT VOOR KORT leidde Maurice Glasman (1961) samen met zijn vrouw en vier kinderen een anoniem bestaan in een kleine flat boven een kledingwinkel in Hackney, in het noorden van Londen. Maar sinds hij begin vorig jaar tot Lord werd benoemd en zitting nam in de Engelse senaat is alles veranderd. Zijn volledige titel is nu Baron Glasman of Stoke Newington and of Stamford Hill in the London Borough of Hackney. De benoeming betekende, naast de financiële redding van zijn gezin, dat zijn oproep aan de Labourpartij om weer terug te grijpen op haar oorspronkelijke, vooroorlogse traditie serieuzer werd genomen. Blue Labour, zoals Glasman zijn idee noemt, kreeg vorig jaar zelfs de steun van partijleider Ed Miliband. Deze schreef ook een positief voorwoord bij de digitale essaybundel The Labour Tradition and the Politics of Paradox, het handboek van Glasmans filosofie.
Volgens Glasman moet er weer een politiek worden gevoerd die het belang van solidariteit, wederkerigheid en relaties tussen mensen benadrukt. Niet de (neo)liberale filosofie, die zo veel nadruk legt op de markt, of het staatssocialisme zijn de panacee, maar een bottum-up politiek die het belang van lokale gemeenschappen inziet. Deze gedachtegang vertegenwoordigt een van de vele kleuren binnen de Labourpartij, maar na Red, Purple en Green Labour lijkt het politieke kleurenpalet met Blue Labour compleet. Aanhangers van de ‘rode’ traditie, ook wel Old Labour genoemd, scharen zich achter het gedachtegoed van de partij van voor het Blair-tijdperk. De paarse variant, gesteund door onder anderen Peter Mandelson, de voormalige spindoctor van Blair, wil, met een kleine koerswijziging, juist voortbouwen op diens New Labour. Green Labour vertegenwoordigt de milieubewuste tak van de partij. Je kunt je afvragen of al die kleuren niet te veel van het goede zijn, maar het geeft in elk geval aan dat het debat over politieke ideeën in Engeland enorm is opgebloeid.
Glasman levert kritiek op zowel de staat als de markt, maar de nadruk bij Blue Labour ligt niet op beleid maar op de mens, zijn relaties met anderen en zijn lokale omgeving. 'We worden gedomineerd door geld’, stelt Glasman, terwijl juist familie, vrienden, werk en de lokale omgeving het leven van mensen bepalen. Uiteindelijk gaat het om human beings. In zijn functie van community organizer bij London Citizens, een overkoepelende sociale organisatie, leerde Glasman hoe regel- en controlezucht kunnen leiden tot de afbraak van lokale gemeenschappen en hoe belangrijk het is om mensen verantwoordelijkheden te geven.

OP UITNODIGING van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, bracht Glasman vorige week maandag een bliksembezoek aan Nederland. In een stampvolle Balie in Amsterdam zette hij zijn idee uiteen. Nu Blue Labour voet aan wal heeft gezet in Nederland doemt de vraag op wat het kan betekenen voor de in zwaar weer verkerende PVDA. De positieve reactie van de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher na Glasmans lezing gaf in ieder geval aan dat conservatisme met een kleine c, zoals Blue Labour wordt getypeerd, binnen de PVDA geen taboe is.
Waar plaatst u Blue Labour in het politieke landschap?
Glasman: 'Ik heb een hekel aan het onderscheid tussen links en rechts, dat schema heeft alleen nog een abstracte betekenis en is voor links zelfs schadelijk geweest. Sinds het onderscheid na de Franse Revolutie wordt gemaakt, is links namelijk geketend aan abstracte begrippen als gelijkheid en diversiteit. Ik plaats Blue Labour in de traditie van wat in Europa de syndicalistische vleugel van de Labour-traditie wordt genoemd. Die stroming staat voor een systeem van corporaties waarin vakbonden, de concrete uiting van “georganiseerde arbeid”, en relaties tussen mensen onderling een grote rol spelen. Syndicalisten hebben een groot wantrouwen ten opzichte van de staat omdat deze de neiging heeft zich toe te leggen op wat ik managerialism noem. Als de staat zich uitsluitend richt op het top-down “reguleren” van de samenleving verwordt ze tot een bureaucratisch, zelfs autoritair instituut. Dat is precies wat er gebeurde onder New Labour. We moeten niet vergeten dat omgang met anderen, met de mensen van wie we houden, onderlinge solidariteit en vertrouwen uiteindelijk betekenis geven aan het leven. Nu verkeren we echter in een crisis of relationships: van de drie machten die ik onderscheid, de macht van het geld, de staat en de relationele macht, wat we vroeger democratie noemden, is de laatste het zwakst.’
Een veelgehoord argument tegen Blue Labour is dat het te nostalgisch is. De inmiddels gepensioneerde voormalige MP Lord Hattersley stelde dat Blue Labour gebaseerd is op de gedachte dat er ooit een mythische tijd bestond waarin we nog allemaal van elkaar hielden.
'Ik vind die kritiek gemakzuchtig. Critici van Blue Labour gaan voorbij aan het feit dat relaties met anderen diep in de mens zijn geworteld. Je familie, je moedertaal, de plaats waar je wordt geboren, het zijn allemaal zaken die aangeven dat er in elk mens een continuïteit van de geschiedenis schuilt. De gekte van het liberalisme is dat het die continuïteit ontkent en op die manier voorbij gaat aan de menselijke natuur.’
Het liberalisme is dus de boosdoener?
'Allereerst wil ik benadrukken dat ik zeer voor vrijheid ben en alle rechten die daar bij horen. Het liberalisme in de methodologische zin van het woord schildert de mens echter af als een puur rationeel wezen dat op geen enkele manier wordt beïnvloed door zijn achtergrond. Sterker nog, als dat wel het geval is, dan zien liberalen dat als een probleem. Paradoxaal genoeg is het juist het liberalisme dat de vrijheid bedreigt omdat het geen democratische en sociale basis biedt om de drie machten die ik eerder noemde in balans te houden. In Engeland is de traditie die het belang van vrijheid benadrukt ook veel ouder dan het liberalisme. Ik zie de sociaal-democratie in het algemeen en Labour in het bijzonder zelfs als pioniers wat betreft het uitbreiden van onze vrijheden. Overigens richt ik mijn pijlen nu meer op het neoliberalisme, de erfenis van Margaret Thatcher, dan op het liberalisme in algemene zin.’
U uit ook kritiek op de verzorgingsstaat. Vaak stellen voorstanders van de huidige verzorgingsstaat dat het een van onze grootste verworvenheden is en dat we die moeten koesteren. Heeft de verzorgingsstaat nog een toekomst?
'Het opbouwen van de verzorgingsstaat is een vorm van politiek geweest waarin de gedachte centraal stond dat we voor elkaar moesten zorgen en dat we elkaar zouden moeten ondersteunen. Maar dat “wij” staat, nu nog, over het algemeen voor de staat en vooral links leunt nog sterk op die gedachte. We moeten ons weer buigen over het begrip solidariteit. Onze zorg voor anderen hebben we als het ware gedelegeerd naar de overheid. De huidige verzorgingsstaat ontbreekt het in heel veel opzichten aan drie kernpunten van Blue Labour: relaties, wederkerigheid en verantwoordelijkheid.’
Hoe moet de verzorgingsstaat hervormd worden?
'Ik stel me met name de vraag hoe we een verzorgingsstaat kunnen creëren waarin er waarde wordt gehecht aan mensen. Nu staat een mens vrijwel gelijk aan een nummer in een systeem. We moeten ons echter ook de vraag stellen hoe we de kloof tussen consument en producent kunnen verkleinen. Beiden zouden verantwoordelijkheden naar elkaar toe moeten hebben. Het systeem moet gebaseerd zijn op geven en nemen, maar in de huidige situatie ligt de nadruk vooral op nemen. Ook moeten we de verzorgingsstaat opdelen en gedeeltelijk naar de lokale gemeenschap verplaatsen. Daarnaast moeten mensen grotere verantwoordelijkheden krijgen. De verzorgingsstaat moet gebaseerd zijn op participatie en niet alleen op een concept van sociale rechten.’
Bent u niet bang dat als de staat zich terugtrekt mensen meer en meer worden blootgesteld aan de turbulentie van de markt?
'Integendeel, de staat is altijd een goede partner geweest van de markt in bijvoorbeeld het verzwakken van de positie van vakbonden. De staat kan verschillende vormen aannemen, maar lijkt nu te veel op een hospital for the wounded.’
U noemde het kapitalisme 'a real beast’. Het vraagt om strenge regels en controlerende instituties. Wat is er mis met het kapitalisme?
'Laat ik eerst benadrukken dat er geen alternatief is voor het kapitalisme. Ik sluit me wel aan bij het onderscheid dat Ed Miliband heeft gemaakt tussen productive capital, genereus kapitaal, en predatory capital, roofzuchtig kapitaal. In Engeland domineert de laatste vorm. Het probleem met kapitalisme is dat door het streven naar maximale winst op investeringen mensen verworden tot handelswaar die gekocht en verkocht wordt. Mensen zijn geen handelswaar. Om deze vorm van kapitalisme tegen te gaan moeten we ten eerste bepaalde instituties decentraliseren. Denk bijvoorbeeld aan banken die alleen op regionaal en lokaal gebied opereren en zo de toegang tot kapitaal vergemakkelijken. Daarnaast moet er een sterkere nadruk worden gelegd op ambacht en kennis in onze economie. Kapitalisme leidt vaak tot een systeem van instabiele centralisatie waar de kennis of expertise van mensen, bijvoorbeeld hun ambacht, niet wordt erkend en beschermd. In Duitsland gebeurt dat wel. Ik zie de Duitse markt ook als een stip aan de horizon.’
Ziet u parallellen tussen Blue Labour en de 'Big Society’ van de Conservatieve premier David Cameron?
'De Big Society begint steeds meer te lijken op een ondervoed kind. Het probleem met Cameron is dat hij geen kritiek durft te uiten op de markt. Hij is kritisch wat de rol van de staat betreft, maar zwijgt als het gaat om kapitalisme en de macht van het geld. Labour heeft het voordeel dat het zowel kritiek kan uiten op de markt als op de staat, ten behoeve van de samenleving. Dat is uiteindelijk ook het centrale punt van het socialisme, wat ooit een big idea was. Als Cameron geen aanvaardbare kritiek op de markt kan formuleren, leidt de Big Society alleen maar tot meer ongelijkheid, minder welvaart en een zwakkere samenleving.’
Biedt Blue Labour een nieuwe filosofie voor de sociaal-democratie?
'Absoluut, maar dat kan alleen als links haar tradities opnieuw onder de loep neemt zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Overal zijn dezelfde vragen aan de orde. Hoe om te gaan met immigranten? Hoe de kloof te overbruggen tussen de middenklasse en de arbeidersklasse, een kloof die overigens wordt vergroot door het rechts-populisme. De sociaal-democratische partijen zullen vanuit hun eigen traditie en wellicht met andere uitgangspunten moeten reageren op Blue Labour. De oorspronkelijke internationale arbeidersbeweging biedt echter een helder kader. Uiteindelijk is er weliswaar sprake van verschillende posities, maar de eenheid uit zich in het streven naar vernieuwing.’