Interview - Frank Koerselman

‘Mensen zijn niet gelijk’

Boosheid is een schreeuw om erkenning, stelt psychiater Frank Koerselman. ‘Mensen moeten liever leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen bestaan.’ Een pleidooi voor flink zijn.

‘Mensen verlangen naar orde en duidelijkheid, naar geborgenheid. Dat is niet zo gek, want we zijn de verticale dimensie kwijtgeraakt. Het besef dat je ergens gehoorzaam aan bent en je plaats kent, is verdwenen. Dat is de laatste jaren een beetje uit de klauwen gelopen’, zegt psychiater Frank Koerselman.

Het gesprek over het onbehagen in de samenleving vindt een week voor de verkiezingen plaats, maar de uitslag doet er niet wezenlijk toe. ‘Dat mensen zich niet gehoord en niet begrepen voelen, leeft breed in de samenleving. Het zijn signalen van een diep gevoel van miskenning’, meent Koerselman, die eruitziet als een archetype van zijn beroepsgroep. Een kleine, tanige man in een grijze coltrui en een gestreept fluwelen jasje, het grijze haar iets te lang. Hij heeft een zachte stem, het instrument waarmee hij decennialang zijn patiënten wist te loodsen door hun ziel.

Medium frank koerselman 01
‘We voelen ons allemaal onze eigen god’

Over de moderne mens en zijn verlangen naar betekenis publiceerde hij onlangs het boek Wie wij zijn. Hij stelt daarin dat identiteit en betekenisverlening onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hoe je tegen de wereld aankijkt, bepaalt wie je bent, schrijft hij. En dat heeft met aanleg en ervaring te maken, maar ook met je sociale omgeving, zoals familie, buren, vrienden of collega’s. Als psychiater behandelde hij meestal patiënten met een gestoorde betekenisverlening. Het uitgangspunt van zijn boek is dat psychodynamiek universeel is: ieder mens wordt gedreven door dezelfde behoeften: lust en het voorkomen van onlust. Daarnaast onderscheidt hij onze basisbehoeften: geborgenheid, autonomie, status en competitie; die verlangens zijn strijdig met elkaar, en daarmee schippert een mens zijn hele leven lang. ‘Hoe goed we het ook hebben, onze basale koers is nog altijd bepaald door die psychologische basisbehoeften. Daarin is een disbalans ontstaan’, zegt hij.

Vanuit zijn fauteuil legt hij uit hoe het opheffen van de verzuilde hiërarchie, zoals die er eeuwenlang was, daar mede de oorzaak van is. Op zich is het een bekende analyse, maar in tegenstelling tot sociologen redeneert hij vanuit de psychodynamiek van het individu in relatie tot diens sociale context. Hij komt er telkens op terug: de ontkerkelijking heeft ongelooflijk veel invloed gehad, dat moet je niet onderschatten. ‘Het geloof gaf het gevoel onderdeel te zijn van een groter geheel. Dat bood steun, al was het maar om jezelf wat te kunnen relativeren. God heeft het beste met je voor maar daar moet je ook iets tegenover stellen: plichten. In die verticale dimensie is het geven en nemen. Nu dat is weggevallen, zijn we individuen die alleen zijn komen te staan in een kale wereld.’

Hij vergelijkt het met de structuur van een klassiek gezin. ‘Als er geen ouderlijk gezag en geen anciënniteit tussen broers en zussen is, dan is iedereen evenveel waard en is het ieder voor zich. De grootste bek wint. In de samenleving zijn de verticale oriëntatiepunten weg, en dan krijg je individuen die niet alleen gelijkwaardig zijn maar ook gelijk. Maar dat kan niet. Mensen zijn niet gelijk, niet even slim, aardig, goed of sterk. Er is nou eenmaal een verschil in aanleg. Dat idee werd vanaf de jaren zestig een taboe, want iedereen moest gelijk zijn; de arbeider en de directeur, mannen en vrouwen, slimme en domme mensen. De genivelleerde individualisering heeft winners en losers opgeleverd. Te veel vrijheid roept onzekerheid op, maar vooral ook ongelijkheid met afgunst als dominant gevoel. De ander heeft meer, en dat is niet eerlijk, iedereen loert naar elkaar.’

We zitten in zijn werkkamer op de eerste verdieping van zijn huis, een voormalige bierbrouwerij. Houten meubels, Perzische tapijten op de vloer, een beetje rommelig door stapels dossiers en boeken. In een hoek staat een theetafeltje, langs de muur een klassieke divan met daarover gedrapeerd een Perzisch kleed. ‘Psychiatrie’, verduidelijkt hij, ‘valt in twee delen uiteen: de echt ernstige ziekten die van alle tijden zijn, en de neuroses die meer modegevoelig zijn. Sigmund Freud leefde in de Victoriaanse tijd van seksuele repressie; die gold toen voor iedereen en was zeer heftig. Het bracht de neurosen van die tijd teweeg. Nu draait alles om erkenning. Wie ben ik? Word ik wel gezien? Het is allemaal getob over identiteit, en als iemand zich begrensd voelt door een ander wordt dat ervaren als onrecht. Het gekrenkte ego schreeuwt om erkenning.’

En die erkenning zoekt iemand nu vooral bij gelijkgestemden op sociale media, verbanden die horizontaal zijn, zegt hij. Hij vraagt zich hardop af of sociale media daarvan een symptoom of een oorzaak zijn. ‘Iedereen is gericht op bevestiging van zichzelf. Mensen turen onophoudelijk op hun scherm om te checken of er een bericht is in de hoop dat er ergens op deze aardbol iemand aan ze denkt. Het heeft iets krampachtigs en verslaafds. Het verschil met het verenigingsleven is dat daar plichten bij horen. Sociale media hebben daarentegen een hoge mate van vrijblijvendheid, het is zonder kritiek. Je liket elkaar en je wil worden geliked.’

Erkenningsstoornis staat niet in het handboek van de psychiatrie, DSM 5, zegt hij, maar als hij een woord bij dit gedrag moet zoeken is dat narcisme, of eigenlijk erkenningsnarcisme. ‘Dat veroorzaakt chronische verongelijktheid. Die emotie is vooral passief. Iets roepen, maar geen verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen. Heel erg boos zijn, maar niks doen.’ Dit mechanisme zie je overal om je heen, constateert hij. Als voorbeeld noemt hij de Groningers en het gasprobleem: ‘Dat ze schadevergoeding willen is volkomen terecht. Maar hun strijd gaat over veel meer, over achterstelling, over hun bestaansrecht. Het gevoel dat dat wordt ontkend. Het past in een bredere claimcultuur.’

In Wie wij zijn schrijft hij daarover: ‘Boosheid ontstaat vooral als mensen het als een onrecht ervaren wat hun overkomt. “Waarom ik?” is de meest gestelde niet-beantwoorde vraag. Soms helpt het dan als iemand schuld heeft aan jouw leed. Dat verschijnsel is als kunstmest voor de claimcultuur. Maar als de schadevergoeding eenmaal is uitgekeerd, verandert er vaak toch niets. Het gevoel van miskenning blijft desondanks bestaan. In zulke gevallen stuiten we nogal eens op het verschijnsel van “neurotisch leed”.’

‘We zitten met z’n allen in het tijdperk van pay back’, zegt Koerselman. ‘Je ziet dat ook bij allerlei groepen die op basis van hun identiteit aandacht opeisen, vaak schreeuwerig en verongelijkt. En o wee als je hen daarin belemmert of ze niet serieus neemt. De claimcultuur over slavernij, dat helpt niet, mensen blijven hangen in hun boosheid.’

‘Niet de tabaks­industrie en niet de supermarkt die je bij de kassa verleidt tot snoep zijn schuldig, dat ben je zelf’

Is er ook iets positiefs te zeggen over het wegvallen van die verticaliteit?

‘Natuurlijk, er is winst. Vroeger waren de hiërarchische gezagsverhoudingen ook benauwend, ik wil dat beslist niet idealiseren. Mensen zijn mondig geworden en hebben de regie over zichzelf gekregen. Maar dat is tevens het moeilijke. Er zijn maar betrekkelijk weinig mensen in staat om echt individualistisch te leven. Echt autonoom zijn is niet makkelijk. Het uiterste daarvan is nu het recht op zelfbeschikking over het levenseinde en eisen dat anderen dat voor je regelen als je er klaar voor zou zijn. Mijn intuïtieve reactie is dat dit niet deugt. In mijn werk heb ik altijd veel te maken gehad met de wens tot zelfdoding. Mijn ervaring zegt dat die keuze meestal niet gebalanceerd is, er zit altijd een ander verhaal achter. Ik zeg dat heel voorzichtig.’

Het is een stokpaardje waarover hij zich vaak publiekelijk heeft uitgesproken: hij vindt het zelfbeschikkingsrecht op de dood een slechte ontwikkeling. Als hij het erover heeft schiet zijn stem omhoog. ‘Net als dat mensen bij tegenslag zich vastbijten in het claimen van schade is er geen berusting in het lot. Sommige mensen zie je ook zo doodgaan, ze verzetten zich tot het laatst en kunnen het einde niet accepteren. Er zijn ook weer mensen die boos zijn dat ze niet doodgaan en niet worden geholpen. Ik zie dit als een cultureel fenomeen. Ze kunnen zichzelf niet meer in het universum plaatsen. In het welvarende Nederland wil men dood, in de wereld waar armoede heerst doen mensen er juist alles aan om niet dood te gaan. Dat is toch bizar.’

De telefoon rinkelt luid. ‘Even pakken, hoor.’ Hij moet iemand aan de andere kant duidelijk teleurstellen, hij heeft geen tijd, zegt hij, terwijl hij naar buiten kijkt. Vanachter zijn bureau heeft hij uitzicht op de meanderende Vecht, een oer-Hollands plaatje van water en dansende rietkragen. Zijn huis staat midden in Weesp, een verrassend mooi stadje met veel kerken en monumentale gebouwen en herenhuizen langs straten van kinderhoofdjes. Een typische parel uit de Gouden Eeuw toen Holland een steenrijke handelsnatie was waar Weesp zichtbaar van heeft meegeprofiteerd. Nu wonen er veel Amsterdammers die ’s ochtends in de file naar hun werk rijden.

Frank Koerselman behandelt geen patiënten meer. Hij is afgehaakt vanwege de ‘vreselijke’ bureaucratische rompslomp die zorgverzekeraars en allerlei andere instanties de laatste jaren zijn gaan eisen. Dat heeft veel lol uit zijn vak gesloopt. Als psychiater is hij altijd verbonden geweest aan het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Daarnaast was hij vanaf 1997 tot aan zijn emeritaat hoogleraar psychiatrie en psychotherapie aan de Universiteit Utrecht. Hij geeft nog wel college, naast de vele lezingen die hij houdt over ‘zijn’ onderwerp: angst en depressie. ‘Na mijn studie geneeskunde koos ik voor psychiatrie, geïnspireerd door hoogleraar Plokker die veel kunstenaars behandelde. Dat vond ik fascinerend. Ik heb me overigens altijd arts gevoeld.’ Hij vindt zijn werk niet belastend, en geen uitzichtloos vak. ‘Ik ben eerder altijd verwonderd geweest over wat je kunt bereiken. Ik beleef het als een vak van hoop.’

Wat valt er tegen erkenningsnarcisme te doen?

‘Het gaat uiteindelijk om coping, het vermogen om met tegenslag om te gaan. Als iets niet loopt zoals je wilt, moet je niet blijven hangen in het “waarom”. Het leven tot het eind leven, ook in tegenslag. For better or for worse. Dat “worse” lijkt eruit te zijn geschrapt, en dat heeft ermee te maken dat die verticale dimensie er niet meer is. We voelen ons allemaal onze eigen god en hebben recht op geluk en recht op gezondheid. Zo’n recht is er niet, je moet zelf je best doen. En verantwoordelijkheid nemen. Niet de tabaksindustrie en niet de supermarkt die je bij de kassa verleidt tot snoep zijn schuldig, dat ben je zelf. Het leven is een geschenk én een taak.’

Hoe bent u zelf opgevoed?

‘Ik ben geboren in Batavia, in een gezin met een broer en een zus. Niet religieus, in een liberale geest. Ik had een heel autoritaire vader en ben in de jaren zestig heel opstandig geweest. Maar ik ben hem daar later erg dankbaar voor geworden. Van thuis heb ik meegekregen dat je bij tegenspoed de schouders eronder moet zetten. Flink zijn, niet zeuren. Dat moet er weer in, op individueel en op maatschappelijk niveau. Ik heb dit in mijn praktijk altijd gepredikt. Sommigen werden daar heel erg boos van, ze wilden niet.’

Koerselman heeft in zijn spreekkamer patiënten zien lijden aan echte ziekten maar ook aan ‘modieuze’ neuroses, waarbij het de vraag is waar normaal gedrag overgaat in gestoord gedrag. Ontrafelen van de proportionaliteit van iemands lijden en het bestrijden van de oorzaken is zijn werk. ‘De kern van dit alles’, schrijft hij in zijn boek, ‘is dat de psychiater zich beroepsmatig bezighoudt met ontsporingen in de betekenisverlening.’

‘We zijn collectief verwend en op zoek naar een snelle bevrediging van behoeften’

‘Voor de goede orde’, zegt hij: ‘Er wordt sommige mensen vreselijke dingen aangedaan, sommigen hebben enorme pech, al in hun vroege jeugd. Je hebt mensen die echt ziek zijn. Wel is het universeel dat je moet roeien met de riemen die je hebt. In een therapie kun je mensen helpen met hun ongeluk om te gaan. Leren verlies te relativeren, door ook te kijken naar de goede dingen. Dat is constructieve coping.’

Hoe zit het met de boze witte man?

‘Dat is tricky. We zitten allemaal met een evolutionaire erfenis, de man als beschermer van de vrouw en de vrouw als beschermer van het kind. Nu dat beschermen van vrouwen fysiek niet meer nodig is, is het bestaansrecht van de man onder vuur komen te liggen. Het feminisme was hard nodig, natuurlijk, en is dat nog steeds. Maar mannen zijn in de knel gekomen. Evolutionair gezien staan zij met lege handen door hun afnemende invloed op de regulatie van hun eigen seksualiteit, totdat ze er eigenlijk niet meer toe doen. Ze worden ook nog eens bespot, en krijgen overal de schuld van. En die mannen zijn ook nog blank – ik zei het al, we zitten in de fase van afrekening.’

Hij vindt het antimasculiene klimaat doorgeslagen en het verwondert hem dat mannen zich opzij laten schuiven, nu hun natuurlijke biologische plaats wordt ontmanteld. Het ontbreekt hen aan een constructieve fight. Hij ziet verschillende vluchtreacties: ‘Veel mannen ondergaan hun lot gelaten, zij deinen verregaand mee met de feminisering en gedragen zich als feminiene mannen – dat is de politiek correcte reactie. Een andere is een boze, bittere, depressieve reactie. Het verongelijkte kind. Een daarvan is Geert Wilders, hij steekt een stok tussen de spaken en gaat de boel verstieren, en dat vinden veel mannen prachtig. Weer een andere reactie is de vlucht voor verantwoordelijkheid, vanuit het gevoel “ik ben toch niet meer nodig”. Ze keren zich af van de samenleving en gaan vaak de criminaliteit in.’

De oplossing?

‘Die heb ik ook niet zomaar. Ik kijk naar individualiteit en ik heb veel patiënten gezien die leden aan deze vorm van minderwaardigheid – zij hebben behoefte aan een “fallische” revalidatie. In het algemeen geldt: als je een man wil beteugelen in zijn testosteron gestuurde drive, dan moet je hem verantwoordelijkheid geven. Klassiek is dat voor het gezin en werk.’

U pleit voor flink zijn, voor verantwoordelijkheid, dat klinkt reactionair.

‘Je moet het niet verwarren met politiek rechts. Het kapitalistische rechts betekent zelfredzaamheid, en als het je niet lukt ben je lui. Kracht wordt verheerlijkt en dat er zwakte bestaat wordt genegeerd. Dát bedoel ik niet.’ Aarzelend: ‘Ik denk dat het gezin weer wat meer gewaardeerd moet worden. Je hoort dat al veel langer bij de christelijke partijen, en dat geluid zou niet alleen uit die hoek moeten komen. Maar religiositeit helpt wel, de bereidheid om je te onderwerpen aan wat gegeven is. We zijn er inmiddels wat minder honend over. Ik zie een beweging opkomen die pleit voor verticaliteit, terug naar hiërarchie en duidelijk gezag. Dat is ook een reactie op “Europa”, de globalisering, de grote buitenwereld die dagelijks via tv en internet binnenkomt. Er is een groot verlangen naar geborgenheid.’

In Wie wij zijn schrijft hij daarover: ‘Naar de dominantie van patriarchale staten wil niemand terug. Maar het uitwaaierend optimisme van na de oorlog heeft ook op politiek gebied tot overstretching geleid. Grote groepen mensen voelen zich nu out of control en zoeken hun zekerheid opnieuw in controle over het eigen domein. In psychoanalytisch jargon zou je kunnen zeggen dat we in een “anale” tijd leven, met afbakening en controle als ankerpunten.’

Mindfulness is enorm in, helpt dat op individueel niveau?

‘Ik ben niet zo van alleen het hier en nu. Identiteit heeft juist een historische dimensie, je bent wie je bent geworden en wie je wilt worden. We moeten juist af van die ego-gerichtheid. Wie zichzelf niet steeds zo serieus neemt maar ook de zelfspot kent, kan in het leven meestal beter het kaf van het koren scheiden. Die kan ook verlies nemen, en – als het moet – weer op nul beginnen. Dat kunnen we best weer leren: van uitsluitend consumeren naar meer bewust leven en verantwoordelijkheid nemen. Het bestaan is een mengeling van baten en kosten. We hebben het nog nooit zo goed gehad, en ja, we zijn collectief verwend en op zoek naar een snelle bevrediging van behoeften. Hoeveel schade is er nodig voor we echt overstag gaan? Maar ik heb het idee dat er al een tegenbeweging gaande is, en dan bedoel ik niet het negatieve rechtspopulisme. Mensen zijn van Trump intussen heel erg geschrokken, is mijn inschatting. Ik ben een optimist en geloof, door mijn beroep, in de veerkracht van mensen.’

Woede

Nadat ze in Groot-Brittannië (Brexit) en de Verenigde Staten (Trump) al van zich hebben laten horen, trekken ze dit voorjaar naar de stembussen in Nederland en Frankrijk, terwijl de rest van Europa zijn adem in houdt: boze burgers. Maar waarom zijn ze zo boos? En wat is woede precies? In een serie interviews met toonaangevende schrijvers, filosofen, psychiaters en kunstenaars gaat De Groene op zoek naar de vraag waarom woede de sleutelemotie lijkt van deze zo rijke tijd.