Toneel - Eric de Vroedt op zijn allerbest

Mensenontploffingen

Het wordt een serie van zes afleveringen. Per keer de lengte van een telefilm. Maar hartstikke toneel. Onderwerp: een verdwijning. Of toch een ontvoering? In de Haagse Schilderswijk. Lokaler kan bijna niet. En toch is de verzameltitel: The Nation.

Afgelopen televisieseizoen was Saul, de cia-coryfee uit de serie Homeland, enkele afleveringen bij zijn zus in Oost-Jeruzalem. Die paar gesprekken in de keuken en op de veranda van haar kolonistenhuisje zeiden meer over het raadselachtige karakter van Saul dan de talloze confrontaties binnen de plotlijn van de serie. Ik hou ervan als in een vertelling de tijd stil mag staan. Als er wordt ingezoomd op een nog niet bekend privé-terrein van een protagonist. De televisieserie valt dan samen met de oorsprong van het genre: de tragedie, het toneel, het geconstrueerde drama over menselijk geploeter en gezoek naar het waarom van de dingen, van beslissingen, van keuzes.

Eric de Vroedt, schrijver, regisseur en constructeur van drama, heeft nu een toneelserie ontworpen waarin dat inzoomen met een trefzekere regelmaat gebeurt. Alle hectiek valt op zulke momenten stil. Mensen schudden het stof van de voortrazende tijd van hun schouders. Ze kijken elkaar in de ogen (of doen dat juist niet). Stellen vervolgens de op dat moment urgente vragen. En nemen daar de tijd voor. Dat soort momenten zijn er te over in de eerste drie afleveringen van het feuilleton The Nation. Die as we speak hun voltooiing naderen als work in progress. En die in de vorm van toneelmarathons te zien zijn tijdens het aanstaande Holland Festival. In het volgende toneelseizoen wordt de cyclus uitgebreid tot in totaal zes delen.

De theatrale plaats van handeling, letterlijk: de plek waar wordt gespeeld (ontwerp: Maze de Boer, artistiek al jaren een vaste partner van De Vroedt) is een vrije en open studioruimte waarin met minimale middelen de gewenste locaties kunnen worden opgeroepen. Het publiek zit op twee tribunes tegenover elkaar. De speelvloer wordt omsloten door hoge witte gordijnen. In deze ‘neutrale’ ruimte worden in aflevering 1 de kantoren, kantines en verhoorkamers gesitueerd van een politiebureau in de Haagse Schilderswijk. In aflevering 2 is er eigenlijk maar één locatie: de televisiestudio waar de talkshow Kuypers wordt opgenomen. En in aflevering 3 wordt permanent ‘geschakeld’ tussen een aantal plekken: de huiskamer van een familie, de behandelkamer van een psychotherapeut, de slaapkamer van een politicus, het eerder genoemde bureau van politie en de Tweede Kamer. Boven de speelvloer hangen monitoren voor reportages, schakelingen naar andere locaties en live videoblogs vanuit een permanent door de Schilderswijk scheurende auto. In de eerste en de derde aflevering wordt de techniek van ‘simultane toneelmontage’ toegepast: de handeling vliegt van de ene naar de andere locatie, van de ene naar de andere stemming. Wie niet ‘aan de beurt’ is verstijft in een speelse freeze.

The Nation wekt de indruk van een vertelling die sneller gaat dan het licht. En toch heb je geen moment het idee dat je in een roller coaster zit. Dit is geen kermisattractie waarmee je wordt opgejaagd door plotwendingen. Dit is geen film en geen televisiedrama. Toneel heeft op die twee genres altijd voor gehad dat er in een aanraakbaar hier en nu wordt gespeeld. Er is dus geen ‘illusie-val’, niks is hier nét-echt. Hier word je belazerd waar je bij zit en gelden de wetten van het toneelspelen, zonder trucs in de mouwen.

Zelfs het epische Leitmotiv van The Nation heeft bijna iets huishoudelijk gewoons, het is een affaire die start op een overzichtelijke plaats delict. Wat is er aan de hand? Ergens in een nabije toekomst, laten we zeggen in 2018, verdwijnt er in Den Haag een jongetje dat in de opsporingsberichten aanvankelijk Ismaël A., later Ismaël Ahmadovic genoemd wordt. Een zwart jochie van elf, opgepakt bij relletjes op een hier niet te verklappen locatie, die alleen al omdat zij er is een hoop ellende veroorzaakt. Ismaël is in de onbestemde tijd vlak voordat wij toeschouwers arriveren op een hardhandige manier meegenomen voor een evenzeer hardhandig verhoor op het bureau. Daarna is hij gewond afgevoerd, weer opgepakt (?) en vervolgens (?) definitief verdwenen (?), niet noodzakelijkerwijs in die volgorde trouwens. Na een paar snelle prologen is de chaos in een mum van tijd nauwelijks meer te overzien.

Als toeschouwer begin je de verdwijning van dat jochie na een minuut of twintig zelfs al bijna ‘gewoon’ te vinden, zo in beslag genomen raak je door de bemoeienissen en schermutselingen van alle andere ‘betrokkenen’. Alleen op de schaarse momenten dat er een dierbaar familielid van Ismaël losbarst in een huilbui, of wanneer iemand met een meewarige en ingestudeerde opsporing-verzocht-blik in een lens staart, realiseer je met een schok: o, ja, dat joch is nog steeds zoek. Ook dat is het mooie aan toneel. Chaos is er altijd live. Nu. Hier. We kijken niet door het oog van een camera maar via de blikrichting en de tekstzegging van toneelspelers. Zo loopt er in The Nation een agente rond die nogal vaak tegen haar collega roept: ‘Het wordt te groot, het wordt te groot voor ons.’ De ene toeschouwer kan dan denken: ach, dat vind ik allemaal reuze meevallen. En zijn buurvrouw denkt op het zelfde moment: ja, verdomd, nu je ’t zegt! Wij kijken samen naar dezelfde mensenontploffingen, we reageren voor ons zelf. We bevinden ons allemaal in een ruimte die niet in bioscoopduister is gehuld, die een publieke pressure cooker wordt, we zijn ons bewust van onze wederzijdse, collectief denkende maar individueel reagerende aanwezigheid. Wij nemen waar zoals biljarters tijdens het bandstoten: ons denken ketst heen en weer via de acteurs op de vloer.

Wij nemen waar zoals biljarters tijdens het bandstoten: ons denken ketst heen en weer via de acteurs op de vloer

Eric de Vroedt (1972) is in 1996 afgestudeerd aan de Toneelschool in Arnhem. Hij is dus van oorsprong acteur. Hij heeft een poos bij zijn eigen groep (Monk) gespeeld en daarna voor schrijven en regisseren gekozen. Hij kent dat métier dus vanuit de navel van het vak: acteren. Hij weet kortom wat het is om naakt en verloren op een speelvloer te staan. Een niet onbelangrijk detail, zoals later zal blijken. Aan het begin van onze nieuwe eeuw werd hij landelijk bekend. Iedereen die in die tijd regelmatig toneel keek, kent De Vroedt van een langlopend project dat Mightysociety heette en dat in tien producties tussen 2004 en 2012 de grote, nijdige en weerbarstige buitenwereld het toneel op schopte. Politieke spindoctors, de zelfmoordterrorist, een uitstervende kleinburgerij, ‘onze jongens’ in Afghanistan, politicus Wilders als musicalonderwerp, angst & ellende van de babyboomers, grootschalige milieuschandalen – Mightysociety was qua onderwerpen en aanpak een schaamteloos ambitieus en in de afzonderlijke voorstellingen een machtig en sterk project. Dat zat om te beginnen in de kracht van de afzonderlijke verhalen. Het was beslist geen feuilleton, je kon ieder onderdeel afzonderlijk bekijken. Maar er was wel een rode draad. Die zat in de graafdrift en de vertellerscapaciteiten van De Vroedt, die zowel het kleinste gemene veelvoud als de grootste gemene deler van het project vormden.

Medium the nation robin de puy
The Nation van schrijver en regisseur Eric de Vroedt © Robin de Puy / Holland Festival

Een voorbeeld. Mightysociety6 (2009) speelt in Afghanistan. Een Nederlandse patrouille loopt in een hinderlaag, er wordt gereageerd met een bommentapijt op een Afghaanse bruiloft. Twintig Nederlandse soldaten worden vervolgens gegijzeld, tien meteen afgeslacht. Alles draait om de Nederlandse commandant Kurt Prins, een vulkanisch personage dat onder grote druk staat. Hij is de man aan de knoppen van het Grote Mechanisme, de politiek-militaire machtsmachine. Het stuk gaat over zijn ondergang. Hij heeft een Afghaanse minnares die door zijn ondergeschikten ‘de Cleopatra van het regiment’ wordt genoemd. Malalai heet ze. Ze heeft vooral om zich heen gekeken. En haar conclusies getrokken: ‘We hebben ons best gedaan, we dachten: o ja, dat willen we ook. Democratie. Economische voorspoed. De vaart der volkeren. We woonden jarenlang in een land waar het leven was verboden, tot aan de zangvogels toe. We zitten vol met nachtmerries die de dromen verdringen. Houd ons niet langer een spiegel voor. Bekijk ons niet meer met die teleurgestelde blik. Die blik die nog dodelijker is dan je bommen. We kunnen het niet. Het lukt ons niet.’

Hier spreekt de politieke analyst De Vroedt. Regisseur De Vroedt voegt een doofstomme jongen aan de handeling toe, uit een nabijgelegen dorp. Hij dwaalt hier rond, hij zoekt zijn broer, aan zijn ogen zie je dat hij een lijk zoekt. De felheid van zijn lichaamstaal verbeeldt het lijden van een compleet volk. Naast een relaas in woorden staat zijn relaas van fysieke razernij.

In een interview aan het eind van het Mightysociety-project verwoordde Eric de Vroedt zijn gedachten over een associatief politiek theater: ‘Het gaat vaak om een puur theatraal moment van inzicht, dat meteen daarna ook weer verkruimelt omdat je het niet kunt formuleren. Het is een magisch moment. Dat kan politiek op televisie nooit bereiken. (…) Daarom vind ik toneel een goed medium: het gaat altijd weer over de kwetsbaarheid. Je mag een held zijn op het toneel, maar vervolgens moet je laten zien dat er toch weer een lafbek achter schuil gaat. Daar gaan mijn voorstellingen over. Als politicus of als opiniemaker moet je dat juist niet laten zien. Maar op het toneel is het verplicht.’

Eric de Vroedt vraagt het publiek suggesties voor verbeteringen en geeft daartoe zijn telefoonnummer

De Vroedt wordt per 2018 de nieuwe artistieke baas van het Nationale Theater in Den Haag, voorheen het Nationale Toneel, een spelersensemble met enkele gefuseerde zalen. Hij wil die toneelspelerstroep en de zalen steviger verankeren in de stad. En dat doe je het best door de stad zelf tot onderwerp te maken. Dus moet en zal De Vroedt Den Haag theatraal uitgraven. Dan weet je dat er een jungle én een goudmijn aan onderwerpen ligt als je op Holland Spoor uit de trein stapt: daar is de buurt die, ook landelijk, in ‘de natie’, bekend staat als de Schilderswijk.

Als work in progress zijn de eerste drie afleveringen van The Nation de afgelopen maanden gespeeld in de studio van het Nationale Theater. Eric de Vroedt heet het publiek persoonlijk welkom, hij legt uit dat er nog altijd aan het project wordt gesleuteld, hij vraagt suggesties voor verbeteringen, geeft daartoe zijn mobiele telefoonnummer en mailadres. Na afloop heeft hij openbare ontmoetingen met mensen uit de Schilderswijk. In de kantine liggen de werkscripts van de drie afleveringen ter inzage. Plus een brochure met aantekeningen en achtergronden, waarin heikele kwesties en incidenten uit de Schilderswijk kort worden toegelicht. Zoals de rellen rond Rishi en Mitch, het gedoe over de Nationale Politie, de vanwege ‘haatimams’ in opspraak geraakte As-Soennah-moskee aan de Fruitweg, rapper ‘Boef’ en de commissie ‘Stiekem’ in de Tweede Kamer. Wie de afgelopen jaren in Den Haag onder een stoeptegel heeft geleefd, wordt middels deze brochure op een prettige manier ‘bijgepraat’. Niet dat het nodig is om alles te begrijpen. De verhaallijnen van de afzonderlijke afleveringen (die we hier vanzelfsprekend niet gaan navertellen) zijn zo geconstrueerd dat iedereen zonder voorinformatie zijn weg kan vinden. En zeg nou zelf: wie begrijpt de dagelijkse editie van zijn dagblad of een aflevering van Een Vandaag van A tot Z?

De optredende figuren en personages van The Nation vallen globaal uiteen in drie groepen. Om te beginnen de directe familie van Ismaël: de moeder en zijn oudere broer Damir (uit een eerder huwelijk van de moslimvader), plus de pleegouders. Dan: de politie, waarvan we de bobo’s zien, maar vooral werkvolk van de straat en het bureau. Omdat de arrestatie en het verdwijnen van Ismaël niet onomstreden zijn, loopt er ook een onderzoeker rond van de rijksrecherche. En dan is er de wereld van de politiek (gevestigd en oppositie, inclusief een populist), de media (talkshowhost Kuypers plus haar personeel) en een niet geheel brandschone ondernemer. Ik heb bij elkaar tien toneelspelers gezien. Plus Saman Amini, op schermen, als een pesterige vlogger. De acteurs nemen vrijwel allemaal een paar rollen voor hun rekening. En met een aantal van hen kan Eric de Vroedt ondertussen eten en drinken. Dat laatste is niet onbelangrijk omdat zijn manier van werken vrij expliciet is. En dan is het plezierig wanneer een aantal acteurs in de ploeg de taal en de codes van de regisseur niet alleen naadloos verstaan, maar die ook met de andere spelers kunnen delen. Toneel is op z’n mooist ensemblewerk, en dat is samen muziek maken. Wat vrij nauw luistert.

De Vroedt houdt van een grove, expressieve manier van spelen die bijna tegen de overdrijving van het schmieren aan hangt. In de buitenste laag van die stijl zit het masker van de status, de wand waarachter emoties worden opgeborgen. Daaronder of daarachter vindt de terugkoppeling plaats naar de persoonlijkheid van de speler, naar wat hij of zij er echt van vindt. Je moet als acteur van Eric de Vroedt eigenlijk permanent tussen die lagen kunnen schakelen. Daarbij zoekt hij als regisseur bij zijn acteurs steeds naar waar ze goed in zijn. Echt goed! Acteurs mogen van die kwaliteiten schaamteloos alle registers open trekken. De Vroedt geeft kaders en grenzen aan, afspraken worden tot in details vastgelegd. Net zo lang tot er een parcours ontstaat waarbinnen de acteurs zich veilig voelen. Vanaf daar is in principe de speelruimte vrij. En daar begint ook het terrein van het uitdagen. Tijdens het werken aan Mightysociety noemden de acteurs bij De Vroedt dat stadium: het fucken. Scherp op elkaar reageren, door elkaar heen praten, het elkaar moeilijk maken, lucht zoeken in het strakke afsprakenschema dat toneel altijd is.

Vlak voor het afgelopen weekend zag ik een ‘doorloop’ van The Naton deel 3, alles achter elkaar, met alle fouten en feilen. En daar was het, zo’n Saul-moment uit Homeland. De tijd staat even stil. Mariam, de moeder van Ismaël, die nu al een volle week zoek is. En Damir, de oudere zoon, maar niet de hare. Ze zijn tegen wil en dank even samen. Hij is een geradicaliseerde salafist, hij verdenkt Mariam dat ze iets met de verdwijning te maken heeft. Zij is verscheurd door de gebeurtenissen, wanhopig, bang. Ook bang voor hem. Van Damir, een prachtige Vanja Rukavina, hebben we alleen nog het harde masker gezien. Nu duikelt hij in het moeras van zijn angsten. Mariam, een kalme Romana Vrede, kan even lachen om een familieherinnering. Dwars door deze broze scène heen, Eric de Vroedt op zijn allerbest by the way, schiet de huiver van een eng cliffhanger-vermoeden. En dan is het voorbij. En we schakelen door naar het gebouw van de Tweede Kamer.


The Nation, 5 t/m 8 juni, Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam; hollandfestival.nl

De Groene Amsterdammer doet het Holland Festival en zijn eigen lezers een verzameling bijzondere verhalen cadeau. Ze getuigen van de lange, soms heel kritische, relatie van het weekblad met het festival: de eerste bespreking verscheen al in juni 1948. Max Arian, die zelf als jongetje van zestien zijn eerste Holland Festival in 1956 beleefde en gedurende vele edities als kunstredacteur bij de Groene werkzaam was, dook in het archief en stelde wat hij noemt een reeks ‘boeketten’ van verhalen samen.