Mensenrechten en olie in het nieuwe Noord-Afrika

Tunis – Een compromisloze verdediger van de mensenrechten. Zo stond de politicus en activist Moncef Marzouki in Tunesië bekend. Maar dat was vóór hij afgelopen jaar president werd. Inmiddels is het niet langer ondenkbaar dat hij de geschiedenis ingaat als degene die het woord tartour (Tunesisch- Arabisch dialect voor ‘marionet’) buiten de landsgrenzen bekendheid gaf.

Sommigen verbaasden zich er al vanaf het begin over waarom Marzouki bereid was om het voorzitterschap van de Congrespartij in te ruilen voor een positie die vrijwel van al haar voorrechten was ontdaan. Al snel doken websites op waarin op wrede wijze de draak met de vleugellamme president werd gestoken. Vrij naar de cultsite ter ere van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-il ‘kijkt’ Marzouki op een van die sites naar een kanarie in een kooi, een courgette of een flesje rozen­water.

De recente uitlevering van Baghdadi ­Mah­moudi, de laatste Libische premier onder Kadhafi, zou wel eens de doodsklap voor Marzouki’s reputatie kunnen betekenen. Mahmou­di werd in september 2011 door de Tunesische douane aangehouden toen hij illegaal de grens probeerde over te steken. Spoedig erna diende de Libische Overgangsraad een officieel uitleveringsverzoek in. Marzouki verzette zich daar principieel tegen omdat Mahmoudi in Libië naar zijn idee geen eerlijk proces zou krijgen. Hij werd gesteund door verschillende mensenrechtenorganisaties en opvallend genoeg ook door Fathi Terbel, de Libische mensenrechtenadvocaat wiens arrestatie in februari 2011 het startsein betekende voor de opstand tegen Kadhafi.

Maar de Tunesische regeringspartij Ennahda dacht hier anders over. ‘Vanuit een ethisch standpunt kunnen we geen man beschermen die zulke zware misdrijven tegen onze Libische broeders heeft begaan’, vond premier Jebali. Bij wijze van compromis werd een commissie naar Libië gestuurd die moest onderzoeken of het land aan de eisen van een eerlijk proces kon voldoen. Maar nog voordat deze commissie haar rapport kon publiceren, had Jebali zijn hand­tekening al onder het uitleveringsproces gezet en was Mahmoudi per helikopter onderweg naar Tripoli.

Critici spreken van ordinaire koehandel. Tijdens een eerdere ontmoeting met zijn Libische ambtsgenoot werd Jebali een bedrag van honderd miljoen dollar en goedkope benzine in het vooruitzicht gesteld. Officieel hield dat geen verband met de uitlevering van Mahmoudi, maar zeker is dat de kwakkelende Tunesische economie (en dus Ennahda) zo’n financiële injectie goed gebruiken kan. En Marzouki? Die had het nakijken. Toen de president de uitlevering ‘illegaal’ noemde en via zijn woordvoerder dreigde met aftreden, hield de natie even zijn adem in. Maar daarvan werd nooit meer iets vernomen. Kennelijk ‘kijkt’ president Marzouki liever naar dingen. Naar legeruniformen bijvoorbeeld. Zo woonde hij afgelopen week de 55ste verjaardag van het Tunesische leger bij.