Mensenrechten zijn een bijzaak voor Europa

Medium commentaar 38 2017 buitengrens

‘We moeten een einde maken aan de terrible loss of lives in de Middellandse Zee’, zo begon Frans Timmermans, vice-voorzitter van de Europese Commissie, zijn presentatie van de nieuwe Europese migratieagenda op 7 juni 2016 in het Europees Parlement. Dat lijkt heel humaan. Om dit te bereiken stelde de Commissie voor samen te werken met derde landen in Afrika en zo de migratie aan te pakken. ‘Resultaatgerichte migratiepartnerschappen’, noemde Timmermans het. Hiervoor moeten alle ‘beleidsmiddelen en instrumenten worden gemobiliseerd’, onder meer door ‘een snelle inzet van acht miljard euro’ voor de komende vijf jaar. Simpel gezegd: we moeten migranten daar, op Afrikaanse bodem, tegenhouden en voorkomen dat ze in bootjes stappen – want dan is het ‘te laat’.

Wat Timmermans er niet bij vertelde, was dat de Europese Commissie al jaren experimenteert met dit model van de zogenaamde ‘vooruitgeschoven buitengrens’ en het zelfs al drie jaar geleden heeft geïmplementeerd, zoals blijkt uit mijn onderzoek voor De Groene Amsterdammer over hoe Spaans grensbewakingsbeleid als laboratorium fungeerde voor de huidige Europese migratieagenda rondom de Middellandse Zee. De conclusie is ontluisterend. De Europese buitengrens ligt de facto in Afrika en we willen de consequentie van die keuze vooral niet zien. Spanje bouwde in de afgelopen elf jaar een ingenieus systeem op, waarin het kustbewaking door middel van ultramoderne hi-tech satelliet- en radarsystemen combineert met politiële, politieke en diplomatieke samenwerking met Marokko en West-Afrikaanse landen. De Spanjaarden noemen dit hele grensbewakingspakket heel lief ‘Seahorse’, Zeepaardje.

We moeten voorkomen dat migranten in bootjes stappen – want dan is het ‘te laat’

De Europese Commissie was hier intensief bij betrokken, zowel financieel als met de allereerste Frontex-missies. Maar Timmermans repte niet over Zeepaardje. Noch over het feit dat de Commissie al jaren ervaring had opgedaan en deze deals in 2013 samen met zes EU-lidstaten al heeft uitgebreid naar Noord-Afrikaanse landen (als ‘Seahorse Mediterraneo’) en dat de plannen dus helemaal niet zo nieuw zijn als hij doet voorkomen.

De praktijk van Seahorse is voor migranten dan ook verre van lief. Internationale mensenrechtenorganisaties wijzen al jaren op de consequenties. Zo belet de Marokkaanse grenspolitie vluchtelingen Spaans grondgebied te bereiken om asiel aan te vragen, er komen regelmatig berichten over excessief geweld door Marokkaanse, Senegalese, Mauritaanse grenspolities naar buiten en migranten nemen door dit beleid juist veel gevaarlijker routes, waardoor ze omkomen door uitdroging in de woestijn, door uitbuiting van mensensmokkelaars in Libië of door andere rampspoed.

De Europese Commissie wil met de nieuwe migratieagenda alles inzetten om ervoor te zorgen dat migranten, ook wel ‘veiligheidsrisico’s’ genoemd in EU-grensbewakingsjargon, geen voet aan Europese wal zetten maar een probleem worden van onze ‘partnerlanden’. Europa besteedt hiermee in feite de bewaking van onze buitengrens uit aan Afrikaanse landen. Hoe die vervolgens verder omgaan met migranten onttrekt zich aan Europa’s blikveld. Mensenrechten zijn, ondanks de mooie woorden van de vice-voorzitter van de Commissie, het sluitstuk van de nieuwe Europese migratieplannen.

Als een einde maken aan de terrible loss of lives op de Middellandse Zee echt de eerste doelstelling van de Commissie zou zijn, dan zou dat zo geregeld kunnen worden, zelfs zonder die acht miljard euro voor de verdere opbouw van de Europese grensbewakingsindustrie. De Commissie zou migranten de mogelijkheid kunnen geven een tijdelijk werkvisum te krijgen en asielzoekers om asiel aan te vragen bij ambassades, of in de buurt van conflictgebieden. Op die manier zou niemand deze helle tocht door woestijnen en over zeeën hoeven te maken. Dat zou past echt humaan zijn, en echt veel doden voorkomen.