Mensenvoet

Gun je de gast nog iets anders dan spiervlees, en niet in de poëtische bui om alweer de kloten van de bok op tafel te brengen (gepocheerd en met aandacht in dunne plakken gesneden, opnieuw gebakken in boter waarna aftershave van peper, zout en kaneel), de veel geplaagde lakeienkuitjes in serveer dan nog eens vooraf die uit dezelfde winkel afkomstige mandenmakersbruine lamsnieren, veerkrachtig vers als een vers gestemde G-snaar.

Kwijlen boven de olijfolie, in zwijm vallen vlakbij ganzenvet en reuzel; het heeft allemaal z'n bestaansrecht. Maar na alles op zijn tijd ook alles daarna en ervoor: kortom weer boter. Snij nier over de lengte in drieën, verwijder niervet. Wentel in weinig zout en meer peper, in gemalen koriander- en komijnzaad (leuk tweetal, if there ever was one) en snel bakken in de hete boter, kinderhand gesneden witte ui erbij. Dat samen op die kleine, witte maanzaadboterham vleien. Bijpassende geluiden: wat Bohuslav Martinu in ‘27 schreef voor het ballet La revue de cuisine. In Praag opgevoerd onder de titel De verleiding van de heilige pot.
Behelst het voorgenomen huwelijk van een pan met zijn deksel. Maar brutale roerspaan werkt begrijpelijkerwijs tegen en probeert met behulp van infame theedoek de lieflijke deksel bij haar edele pan weg te lokken. Rechtschapen bezem komt tussenbeide en werpt zich op theedoek. Deksel is weggevlucht en in verre hoek terecht gekomen. Alles komt toch nog goed. Een reusachtige mensenvoet verschijnt die de deksel een schop geeft zodat deze weer in de buurt van de zeer onder de scheiding lijdende pan terecht komt.
Er zijn vier delen: proloog, tango, charleston en finale in marstempo. De muziek van Martinu is beschreven als: 'getuigende van vakmanschap zonder in academisme te vervallen en is gemakkelijker voor het oor dan voor het intellect’. Valt van een bord pap niet zo gauw te zeggen.