Théâtre du Soleil is onvermoeibaar

Mensenzee op drift

De Parijse theatertroep Théâtre du Soleil bestaat veertig jaar, zijn artistiek leider mag met pensioen. Vergeet het! Ariane Mnouchkine (1939) lijkt onvermoeibaar. Haar groep speelt nu ‹Le dernier Caravansérail›, een epos van bijna zeven uur. Onderwerp: vluchtelingen

De truc is de moeder van alle theatervondsten: een doek van blauwe zijde, zo groot als het immense speelvlak, wordt door acteurs van alle kanten heftig op en neer bewogen. En… dáár is de wrede rivier die op een wankel touw moet worden overgestoken. En… dáár is de woeste zee tussen het gehate en het beloofde land. Dit zijn de openingsscènes van La fleuve cruel en Origins et Destins, de twee delen van de nieuwe voorstelling van het Théâtre du Soleil, Le dernier Caravansérail (Odyssées). De titel betekent: de laatste pleisterplaats voor de karavaan. De ondertitel verwijst naar Homeros als inspiratiebron. «Het leven is een karavaan», zegt de oude man uit Bosnië-Herzegovina, en hij gaat met zijn lotgenoten op weg.

Het Parijse Théâtre du Soleil bestaat veertig jaar, het epicentrum van de troep, Ariane Mnouchkine, is dit voorjaar 65 geworden. Na zwerftochten door de Franse Revolutie en de commedia dell’arte, theaterontmoetingen met Molière, Klaus Mann, Shakespeare, Aeschylos en Euripides, twee keer een vertelling over de postkoloniale tragedies van Cambodja en India, en het almaar uitgestelde project over Frankrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn deze keer de wereldwijde vluchtelingenstromen en hun protagonisten het onderwerp en het thema geworden. Mnouchkine: «Odysseus heeft geen naam meer en hij komt ook niet meer thuis. Gisteren was hij ergens handelaar, professor, ingenieur, vader, onderwijzer. Vandaag is hij niemand.»

Tijdens een wereldtournee met een van hun laatste voorstellingen, Tambours sur le Digue, maakten Mnouchkine en haar huisdramaturg/schrijver Hélène Cixous talloze interviews met vluchtelingen. Daaruit ontstonden tijdens achttien maanden repeteren zo’n vierhonderd geïmproviseerde scènes. Onderwerp: wat ís vluchten, en: wat doet vluchten met een individu, en: waarover droomt de vluchteling, en: welk beeld heeft de vluchteling van een terugkeer? Voor de voorstelling Le dernier Caravansérail (Odyssées) bleven uiteindelijk ruim negentig scènes over. De voorstelling duurt zeven uur, verdeeld over twee avonden, ofwel aan één stuk integraal gespeeld. Het complete project werd getoond op de onlangs afgesloten Ruhrtriennale, in een prachtig voorbeeld van gerenoveerde industriële archeologie, de Jahrhunderthalle in Bochum, Ruhrgebied. De voorstelling is daar een lange tournee begonnen, en komt uiteindelijk ook weer thuis, in de Parijse basis van de troep, de Cartoucherie (een oude kruitfabriek) in het Bois de Vincennes, een van de «longen» van de Franse hoofdstad.

Het speelvlak is aanvankelijk vaak leeg, een grote donkergrijze vlakte (het lijkt marmer, het is hout), met links en rechts twee schuine «opritten» waarlangs razendsnel kan worden gechangeerd vanonder en vanachter de tribunes, waar de kleed- en schminkruimtes voor de acteurs zijn (van tevoren als vanouds zichtbaar voor het naderende publiek). Er zijn twee eenvoudige coulissen, achterin twee gordijnen, ook voor razendsnelle scènewisselingen. Als die gordijnen openschuiven, zien we een achtertoneel dat bijna even groot en dicht bevolkt lijkt als de centrale scène. Boven het speelvlak hangt een «hemel» van opbollende witte doeken, die van binnenuit met hel halogeen worden belicht: bij «Soleil» lijkt het altijd dag, hoe duister de scènes ook zijn.

Voor in de speelvloer is een rechthoekige, smalle, diepe spleet. Dat is de tunnel die begint bij Sangatte. Sangatte is een weer kerende locatie in deze voorstelling. Het was een vluchtelingenkamp bij Calais, waar de spoortunnel onder het Kanaal richting Engeland begint. Het kamp Sangatte is voor achthonderd vluchtelingen ingericht in 1999, weer afgebouwd in 2002. Veel verhalen en scènes spelen zich af in dat kamp, rondom dat kamp. En vooral bij de ingang van de spoorwegtunnel, waar de vluchtelingen uit Sangatte levensgevaarlijke pogingen doen om met de Eurostar, een sneltrein, het beloofde land Engeland te bereiken.

De scènes in en rondom Sangatte doen pijn. Mnouchkine en haar spelers bereiken hier iets wat grenst aan het politieke statement en het documentaire theater, oral history en investigative journalism. Toch kiepen de scènes steeds over de beperking van het pamflet heen. Voorbeeld. Een mensenhandelaar, die klauwen met geld verdient aan de wanhoop van de vermenigvuldigde, naamloze Odysseus, wordt in de verwarring van de zoveelste vluchtpoging door een concurrent afgeknald. In de leegte daarna gaat zijn gsm af: een kind zingt een liedje voor zijn papa. Een huiverend besef rilt door het auditorium: ook notoire boeven hebben van niets wetende kinderen.

De vorm van Le dernier Caravansérail is een triomf van de eenvoud. Om te beginnen: geen toneelspeler komt op of gaat af. Ieder van de veertig personages, elk van de ruim negentig scènes, wordt op en af gereden, op kleine rollende plateautjes met zwenkwielen. Eerst de mini-decors (bushaltes, woningen in verre oorden, kille kantoren waar vluchtelingen — non-documented people — steriel worden ondervraagd, afwerkplekken voor prostituees uit Oostbloklanden). Daarna worden de protagonisten op kleine wagentjes aangevoerd door jonglerende, acrobatische toeren uithalende toneelassistenten. Het wonder van de voorstelling is dat de acteurs soms van hun wagentjes in de decors stappen, maar vaak ook op die wagentjes blijven staan, rondom de decors worden geslingerd, waardoor ons kijkersperspectief op de handelingen en ervaringen van de vluchtelingen permanent verandert: de decors draaien rond, de protagonisten op hun plateautjes draaien heen en weer rond de microkosmos waar ze tijdelijk in worden gezogen. De scènes zijn kort, bewe ge lijk, de dramaturgie is filmisch, short cuts.

Het spel is effectief, fel, de spelers geven na opkomst meteen honderd procent, vaak veel meer. De toeschouwer wordt in een handeling gesmeten, er (soms via een cliffhanger: hoe gaat dit verder?) weer uitgegooid. We volgen een jong Afghaans liefdespaar in Kaboel, een onmogelijke liefde. Hij is verliefd, zij is zijn geheimzinnig gesluierde liefde, onhandig, bang. Dan komen de zwaar bebaarde Taliban, met kalasjnikovs. Ze vernederen de man, maken de vrouw uit voor hoer. Aan het eind van deze Afghanistan-Taliban-soap wordt de jongen gemarteld en doodgeschoten, de gesluierde schone heeft zich achter het bescheiden huisje opgehangen. Later zien we vrouwen als deze Afghaanse terug bij de poorten van de hel én de ingang van het beloofde land: Sangatte. Deze voorstelling houdt zich bezig met de oorzaken én met de doodsangst die schuilgaat achter iedere individuele keuze voor de mensenzee op drift.

Le dernier Caravansérail is een persoonlijke vertelling over de vluchteling. De acteurs komen uit de landstreken waarover de vertelling handelt: Kaukasus, Tsjetsjenië, Indonesië, Rusland, Centraal-Afrika. Ze spelen de ervaringen van hun landgenoten in hun eigen taal, simultaan vertaald in de boventiteling, en in titels die in het decor worden geprojec teerd — in het Frans, Duits, Engels, afhankelijk van waar de voorstelling te gast is. In de vertelling zijn momenten van rust ingelast. Dan blijft de speelvloer leeg. Dan worden brieven voorgelezen (en simultaan op het achterdoek meegeschreven), waarin verlangend wordt teruggeblikt naar de betoveringen van het achtergelaten land, hoe het daar ooit wás, wat er niet meer is. Ouders in het land van herkomst worden voorgelogen. Hoe goed het de vluchtelingen nu gaat, dat de achterblijvers zich vooral geen zorgen hoeven te maken.

Ariane Mnouchkine heeft gezegd dat de hoop en de troost van het theater erin ligt dat deze vertelling, op basis van deze verhalen, door deze acteurs, nú gemaakt kan worden. Aan het eind van de voorstelling brengt ze de voornaamste personages samen, tijdens een picknick op de krijtrotsen van Dover. Ze zijn in het beloofde land. De aanstekelijke Iraniër die zo graag een succesvolle rapper wilde worden, heeft het podium van zijn potentiële succes bereikt. De prostituee uit het Oostblok is nu veilig. De hel van Sangatte ligt achter hen. Op de kale toneelvloer, met de dreigende branding van het Kanaal in de oren, ontvouwt zich iets zachts, een utopie? Maar in de ogen van de rapper uit Iran en het hoertje uit het Oostblok ziet de toeschouwer de dreiging van nieuw gevaar, nieuwe mensenhandelaars, weer ordinaire pooiers, nieuwe uitbuiters.

De veertig acteurs van dit vernieuwde Théâtre du Soleil nemen het applaus voorzichtig. Aan het slot staan ze in twee groepen links en rechts op het speelvlak. Ze kijken elkaar lang aan. Aarzelen. Naderen elkaar voorzichtig. En vallen elkaar dan voluit in de armen. Pas daarna zijn ze toe aan het publiek. Met een bescheiden, hoopvol glimlachende buiging sturen ze ons naar huis.

Informatie over de tournee van Le dernier Caravansérail: www.theatre-du-soleil.fr