Mensverwerker

Sinds 1 januari is het Huis van de Toekomst gesloten. Ik bedoel, het exemplaar in het Autotron te Rosmalen. Het demonstratiemodel van Chriet Titulaer en Cees Dam heeft zijn werk gedaan. De toekomst is nu. Het is uit met deze familie-attractie vol buitenissigheden. Kunstmatige, digitale intelligentie in huis is gewoon geworden.

De opkomst van ‘intelligente’ omgevingen op basis van computertechnologie is slechts een volgende stap in een lange ontwikkeling. Er is nu een totaalprogramma mogelijk, waarin alle denkbare elementen - klimaat, beheer, veiligheid, telecommunicatie, functionaliteit, comfort, ecologie, flexibiliteit en 'funware’ - op een systeem zijn aan te sluiten. Dit soort digitale technologie zorgt ervoor dat de aard van de architectuur zelf verandert en systeem en proces boven vorm en materie komen te staan. Het gebouw van de toekomst zal dan ook geen gebouw zijn. Hoogstens een technische en programmatische organisatie. Een facade en materiele eenheid is niet meer van belang, die dan ook meer het werk zal zijn van technische installateurs en facility managers dan van scheppende individuen die zich architect noemen. Het zijn teams van specialisten die zullen werken aan amorfe, hybridische en grenzeloze databanken, waarin snel en veel mensen-, goederen- en informatiestromen worden verwerkt. Zo'n systeem kan zo intelligent zijn dat de overgang naar de buitenwereld niet eens meer opvalt. Het gebouw wordt een people processor.
Idealiter is de intelligente mensverwerker een combinatie van a) Tron-House technologie (naar een voorbeeldproject van de Japanner Ken Sakamura), met alle denkbare snufjes: van kledingtips - al naar gelang het weer en aanwezige garderobe - tot medisch-diagnostisch sanitair; b) veiligheidstechnologie die ervoor zorgt dat er nooit meer wordt ingebroken en er nooit meer brand uitbreekt; c) online-verbindingen met allerlei andere omgevingen die elk gevoel van cellulair leven vermijden (met grafische, visuele, olfactorische, auditieve en haptische informatie); d) autarkisch vermogen op basis van zonnecollectoren, biomassaverwerking, windturbines en dergelijke; e) slimme materialen die vergaande flexibiliteit mogelijk maken f) funware op basis van afstandsbediening of spraakherkenning; g) LCD- en plasmatechnologie, gevoelig voor moleculaire bewegingen waarmee overdracht van alle denkbare informatie en esthetische effecten mogelijk is; h) klimaatbeheersing en gebouwbeheer: van automatic switch-offs tot aanwezigheidsdetectie.
Veel van de beloofde techniek mag dan een speeltje voor de rijken zijn, er zijn ook aanleidingen tot de introductie van domotica die een breed publiek betreffen. De eerste is de vergrijzing en de toenemende druk op de ouderenzorg. Zelfstandig wonen kan langer worden volgehouden indien er ondersteunende functies en telediensten beschikbaar zijn. Een tweede kans ligt in de groei van eenpersoonshuishoudens en het aantal druk bezette tweeverdieners. Efficientieverhogende en tijdbesparende technieken zijn hier gewenst. Ten derde is er de druk van het milieu, en ten vierde groeit de particuliere woningsector. Het eigen bezit van de woning neemt toe zodat vooral op het gebied van veiligheidstechnologie nieuwe vraag ontstaat. Zulke lange-termijnontwikkelingen maken de grootschalige toepassing van domotica bijna onvermijdelijk.
Resteert een vraag. Een individu is met zijn intelligente omgeving wellicht geholpen, maar welke brave new world heeft dit allemaal nodig? Het is een vraag die buiten de competentie van ontwerpers en technisch installateurs ligt, een tekortkoming waarin zij zich gaarne wentelen. Je moet een dienstverlener nooit vragen waarom de behoefte aan zijn dienst eigenlijk bestaat. Tegelijkertijd zijn de leken gedoemd de kunstmatige intelligentie passief te ondergaan. Maar wanneer zij zich per referendum mogen uitspreken over een stadsprovincie, waarom dan niet over de smart world die aanstaande is?