De legitimatie van de afdeling Keramiek

Mentaal rondrollen met gebakken aardewerk

De Rietveld Academie in Amsterdam organiseerde bij het eindexamen dit jaar opnieuw een Masterclass Kunstkritiek voor jonge kunstcritici, filosofen, literatuurwetenschappers en kunstenaars. Onder leiding van kunstcritica en curator Lucette ter Borg (NRC Handelsblad) leerden negen aspirant-schrijvers een kunstkritiek schrijven naar aanleiding van hun bezoek aan de eindexamens van ruim 180 studenten van de Rietveld. Wij plaatsen de drie beste resultaten op de website.

Medium 650 weikeong tan

Ieder jaar houdt de Gerrit Rietveld Academie een grote overzichtstentoonstelling van het werk van alle studenten van dat jaar. Ik moet toegeven, deze keer ging ik erheen met een specifieke interesse, namelijk in de afdeling Ceramics. Een klein departement. Een bedreigd departement misschien wel. Zo niet financieel, dan wel artistiek.

Ik denk dat we er niet omheen kunnen dat keramiek sterke associaties oproept. Servies. Tegels. Traditie. Techniek. Je zou je kunnen afvragen waarom een academie met een toch voornamelijk conceptuele invalshoek een departement heeft dat gebaseerd is op iets aards als een materiaal. Omdat vijf van de negen studenten direct in het departement zelf zijn ingestroomd, en dus nooit het voor de Rietveld zo kenmerkende basisjaar hebben gedaan, kan de vraag zelfs gesteld worden of het departement eigenlijk wel echt bij de Rietveld hoort. Hoe staan de keramisten van de toekomst tegenover de associaties die hun medium met zich meebrengt?

Ik loop de eerste ruimte binnen. Naast mij hangt een werk zo groot dat het bijna de gehele muur bedekt. Het bestaat uit strakke rijen witte tegels. Tegels. Op iedere tegel zijn vier gele brokjes van schijnbaar willekeurige grootte vastgeglazuurd. Omdat de grootte van de brokjes zo verschillend is, van het formaat van een vuist tot het formaat van een bromvlieg, maakt het werk, ondanks het witte patroon van de tegels, een onregelmatige indruk. Dit wordt verder versterkt doordat sommige van de brokjes een andere kleur hebben, en er soms andere kleuren glazuur op de tegels zijn aangebracht.

Ik vind het wel een spannend ding, eigenlijk. De brokjes zijn ook echt brokjes, zeg maar. Ruw, lichtgeel. Het geeft me een beetje een viezig gevoel, waar ik mentaal lekker in kan rondrollen.

Ik loop de tweede ruimte binnen. Rijen rechthoekige keramische platen zijn met hun uiteindes aan de muur bevestigd. Ik herken ze als glazuurproeven. Iedere plaat is bewerkt met een soortgelijke, maar bij nader inzien toch net iets andere samenstelling van elementen. Ernaast hangen twee rondere platen, ingelijst op wit papier. Het meest in het oog springt een plaat van roodgebakken steengoed met daarop een blauwachtig, gekristalliseerd glazuur. In de plaat is een scheur getrokken, waarin het rood van het steengoed zichtbaar wordt. Ik laat mijn ogen zinken in de donkerblauwe structuren van het glazuur. Een gevoel van onwerkelijkheid, zoals Nederlanders dat hebben wanneer ze een berg tegenkomen, bekruipt me.

In een begeleidende tekst lees ik dat de Singaporese kunstenaar Wei Keong Tan heeft geprobeerd een soort glazuur, dat erom bekendstaat nooit twee keer hetzelfde uit de oven te komen, te doorgronden door middel van experimenten. Zo hoopt hij het materiaal te kunnen sturen.

Ik herinner me de vraag waarmee ik de tentoonstelling bezocht, en gooi hier voorzichtig een balletje over op bij Nicolaas van de Lande en Mariska Koolen, het duo dat de tegelmuren in de eerste ruimte heeft gemaakt. Hoe kijken zij aan tegen het oubollige imago van keramiek?

Hun werk zou eerder begrepen moeten worden in relatie tot schilderkunst dan in relatie tot keramiek, zeggen ze. Mariska en Nicolaas bevragen eigenlijk de manier waarop autonome schilderkunst zich verhoudt tot decoratie. Keramiek is slechts een materiaal binnen dit werk, en is dan ook niet onderzocht. Al hadden ze tegels van rubber kunnen gebruiken, hadden ze net zo goed kunnen doen, zeg maar. Een van de twee zegt zelfs dat ze eigenlijk niet in het bestaansrecht van keramiek als aparte afdeling gelooft.

Waar Wei zeer nauwe parameters heeft aangenomen en zich volledig richt op het onderzoeken van de gedragingen van een specifieke soort glazuur op keramiek is het gebruik van keramiek en glazuur voor Nicolaas en Mariska min of meer een bijkomstigheid. Hun werk lijkt in zekere zin op elkaar, tegels en tegels, maar had niet verder uit elkaar kunnen liggen.

Door het eindeloos uitdiepen van een specifiek element binnen keramiek, namelijk de glazuur, en dan ook nog eens één specifiek type glazuur, krijgt het werk van Wei diepte. Het gaat niet over de drang van de mens tot het verkrijgen van controle over een onvoorspelbaar proces, het ís de manifestatie ervan. Als Keramiek als afdeling haar bestaansrecht moet zoeken, dan kan ze een voorbeeld nemen aan de benaderingswijze van Wei. Want daarin schuilt een mogelijkheid die bij de andere departementen, op Glas na misschien, bijna niet onderzocht kan worden. De vrijheid binnen onvrijheid. Dat is wat Wei laat zien.


Jan Wester (1995) studeert aan de Gerrit Rietveld Academie en wijsbegeerte aan de UvA.

De afstudeertentoonstelling van de Rietveld Academie in Amsterdam is t/m 10 juli te zien. Inlichtingen gerritrietveldacademie.nl

Beeld: Wei Keong Tan - Keramiek 2016 (Public Rietveld