groen

Merels en Martin

Dinsdagochtend, kwart voor twaalf. Drie merels, een ervan zat in de den rechts van mijn stoel - waarop ik deel II van Nop Maas zat te lezen, in afwachting van badmintonmaat Jens die even weg was -, een tweede in een berk bij de buren en een derde ergens waar ik hem niet kon zien. Een ongehoorde hoeveelheid verschillende geluidjes maakten ze, opvallend waren de vele vlei-tonen. Ze hadden overduidelijk een diep, maar vooral ook ontspannen gesprek. Het waren drie Deense merels, dus ik verstond er niets van, maar volgens mij hadden ze het over het omzagen van de bomen op een perceel verderop aan het pad. Geliefde bomen die ze erg zouden missen. Melancholieke tonen klonken nu ook, zacht rommelende keel-geluidjes. De betreffende bomen waren een dag eerder met een kettingzaag bruut omgehaald. Ook leken ze nog even het incident met jongetje Martin te bespreken. Een buurjongetje dat de avond ervoor verlegen kwam kijken hoe badmintonmaat Jens en ik speelden. Jens zei: ‘Dat is Gerbrand, die spreekt geen Deens.’ Waarop Martin antwoordde: 'Dat weet ik best.’ Toen hij een mug van zich af sloeg, viel hij achterover, boven op de vlijmscherpe bamboestokken rondom een nieuw perk op het grasveld. Hij krabbelde overeind en zei 'Aj’ terwijl hij een tweede mug stoer van zich af sloeg. Gelukkig had hij geen bloed. In het perk twee dikke pollen hemelsblauwe korenbloemen, die we weer een avond eerder bij het invallen van de schemering uit een veld met rogge hadden gehaald. Door zijn val zag ik pas in hoe gevaarlijk bamboestokken kunnen zijn.
Badmintonmaat Jens noemt merels 'paniekvogels’ en ik begrijp goed waarom hij dat doet. Maar daar was rond tien voor twaalf helemaal geen sprake van. Zelfs toen ik uit de stoel kwam, vloog de ene zwarte merel niet verschrikt op, het was of ik de zwijgzame vierde in het gesprek was. Verdomd, misschien hadden ze het helemaal niet over omgezaagde bomen of buurjongetje Martin, maar over mij. Jens kwam terug en zei: 'Het is veel te warm om te badmintonnen, we gaan zwemmen.’ Dat vond ik prima, zwemmen in het Kattegat is nooit verkeerd.