MUZIEK

Merk Geworden Voornaam

Omdat innovatie maar een woord is, kies ik fundamentalistisch voor drie pijlers van de westerse muziekcultuur: Bach, Mozart, Verdi. De pianist Nicholas Angelich speelt op 2 oktober in het Muziekgebouw in Amsterdam Bachs Goldberg-variaties.

Ik moet benieuwd zijn naar zijn visie. Visie is dat iemand uitlegt waarom een meesterwerk sneller of langzamer moet, of met of zonder pedaal, waarom een klavecimbelwerk toch op piano mag. Visie is wat de klaveciniste Wanda Landowska in een Bach-gesprek met een collega tot haar onsterfelijke uitspraak bracht: ‘You play him your way, I play him his way.’

Precies. De interpreet is het doorgeefluik, meer niet. Bachs variatiecyclus, het soort werken dat pianisten als Glenn Gould twee keer opnemen, is een gigantische concentratie-oefening. Alles is bouwkunst aan dit stuk, muziek zonder zwakke plekken. Ik wil, of Bach wil, dat Angelich het met ontroerende zorgvuldigheid steen voor steen reconstrueert. Ik wil, of Bach wil, dat hij recht doet aan de overdonderende vitaliteit van een muziek die sinds 1741 de weifelende ziel tot nieuwe moed aanspoort. Aan zijn cd-opname te horen komt hij ergens.

Mozarts Così fan tutte,een van de drie grote opera’s die Mozart in zijn laatste levensjaar wist weg te slepen voor zijn vroege dood, is treuriger dan een requiem: het demasqué van twee vrienden die door de cynische verlichtingsdenker Don Alfonso worden uitgedaagd zijn theorie over de trouweloosheid van hun aanstaanden te bewijzen. Don Alfonso wint zijn weddenschap, de romantische liefde verliest, en hier en daar hoor je de arme Mozart stil maar hevig huilen om de vluchtigheid van het gevoelsleven. 15 oktober klinkt Così in het Concertgebouw concertant met het op papier gouden tandem van Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw onder Ed Spanjaard.

Op 16 en 17 mei 2014 sleept chefdirigent Yannick Nézet-Séguin zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest door Verdi’s Requiem. Dat doet Jansons volgende maand ook met het Koninklijk Concertgebouworkest, maar de dood stel je graag even uit. Yannick – hij deelt met Madonna en Rihanna het privilege van de Merk Geworden Voornaam – is een zachtaardige, eeuwige jongen die in zijn jeugd aan één stuk crucifixen tekende. Hij paart het yin van zijn ongebreidelde energie aan het yang van een mystieke inslag. Hij heeft dat kompas voor de dood die op grote muziek die grote schaduw werpt. Hij is de zanger – hoor zijn Bruckner – die zich leeg wil zingen voor de doodsklok slaat. Dan moet een Requiem slagen.