toneel

Merktekens van nieuw talent

Op het Internationaal Theater School Festival (ITs) zijn dit jaar opnieuw een aantal proeven van vakwerk te zien waarin nieuwe én bewezen talenten samenwerken.

Ik noem er twee. Vincent van der Valk (1985), een paar jaar terug afgestudeerd als acteur maar ook actief als auteur, schreef de toneeltekst De staat van de mens, voor de klas die nu afzwaait aan de Toneelacademie Maastricht. Een prettig rammelend en bij vlagen krachtig stuk waarin ‘de staat van de sterksten’ en ‘de staat van de verbeelding’ elkaar onder de voet proberen te lopen. Acteur/regisseur Steven Van Watermeulen (1968) regisseert negen toneelspelers die ik eigenlijk meteen terug wil zien. In weer een ander stuk. Of in een collectief dat bij elkaar blijft. Wat niet gaat gebeuren.

Tweede voorbeeld. Maren Bjorseth, in 1984 geboren in Noorwegen, studeerde in Amsterdam vorig jaar af aan de regie-opleiding, samen met scenografe Marjolijn Brouwer en producente Sanne Liebregts. Dit dreamteam van sterke theatervrouwen treedt nu aan bij de klas acteurs aan de uitgang van de toneelschool hier ter stede. Met de voorstelling De bosjes (Lilleskogen, Littlewoods, uit 2001) van Bjorseths landgenoot Jon Jesper Halle (1956). Een goeie voorstelling. Op basis van een nare maar sterke vertelling over tien jongvolwassenen die terugkijken op een dramatisch moment uit hun kindertijd, toen een van hen plotseling verdween. Ontwapenend mooi gespeeld door een ploeg die hierna uit elkaar zal vallen. En waarvan de afzonderlijke toneelspelers terecht komen in een ontbladerd en vrij troosteloos toneellandschap.

Verhalen over de effecten van de kunstbezuinigingen en over wat daartegen te ondernemen, zijn vaak individuele verhalen. In de podiumkunsten ben je echter altijd van elkaar afhankelijk, werkzaam in wisselende collectieven met veel losse contacten. De plekken om kleinschalige overgangen van de toneelscholen naar de beroepspraktijk te realiseren, zijn in de voorbije jaren bruut afgeschaft. Nogal wat jonge kunstenaars zijn dat klaarblijkelijk vergeten. Ze beginnen de slopersretoriek van de kunstbezuinigers uit Rutte I in hun eigen vocabulaire op te nemen. Herlees de verhalen in het themanummer van De Groene over de Generatie Alles van 6 juni. Waarin de vorige generaties talenten ‘subsidieslurpers’ worden genoemd, die projecten ‘afraffelen’ en die meestal ‘hebberig’ zijn. Daarbij vergetend dat de bezuinigingen vooral de kleine podia en vrijwel alle kleinschalige voorzieningen voor beginnende podiumkunstenaars hebben getroffen, waar niks te slurpen, af te raffelen of überhaupt te hebben valt. De ontwikkeling van nieuwe toneeltalenten gaat straks vooral door grote ensembles worden aangepakt. Die daar niet het geduld (rijpen kost tijd), niet het talent (begeleiden moet je kúnnen) en niet het geld voor (over) hebben. Ik zie de talenten die langskomen op deze ITs-editie voorlopig liever niet in de logge apparaten van Theu Boermans en Ivo van Hove verdwijnen. Die laatste pleitte in het genoemde _Groene-_themanummer vurig voor ‘een nationaal productiehuis ten dienste van talentontwikkeling’. Lees: een werkplaats voor jonge theatermakers verbonden aan grote ensembles. Wat mij betreft: onder geen beding! Merktekens van nieuwe talenten moet je koesteren en een eigen groei gunnen. Niet uitleveren aan toneelfabrieken.


Theater School Festival, tot 29 juni, ITs