Mes in de kinderopvang

VVD-MINISTER Kamp (Sociale Zaken) verkondigde vorige week dat het mes in de kosten van kinderopvang wordt gezet. Hij gaat de overheidstoelage voor kinderopvang vanaf volgend jaar koppelen aan het aantal arbeidsuren van de ouders.

Om de kosten bovendien inzichtelijk te maken gaan ouders alleen betalen voor de werkelijk afgenomen uren, in plaats van voor een minimum maandpakket dat zij verplicht moeten afnemen. Het is een verfrissende kijk op de eigenlijke en oneigenlijke kosten in de opvangbranche.
Want waar was de steun ook alweer voor bedoeld? De inzet van de politiek was indertijd het bevorderen van arbeidsparticipatie van moeders en daarmee van vrouwenemancipatie. Als het argument gold, al jarenlang, dat moeders niet aan de slag gingen vanwege een gebrek aan betaalbare en flexibele kinderopvang. Vergeleken met andere West-Europese landen (met name Scandinavië) scoorde Nederland op dit terrein inderdaad niet best. Maar of opvang nu werkelijk de doorslaggevende reden was voor een parttime baan of om helemaal niet te gaan werken, bleef altijd een beetje in het midden hangen. Uit menig onderzoek kwam naar voren dat de relatie veel minder sterk is dan doorgaans werd aangenomen. Meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen gaf bij enquêtes over dit onderwerp aan enorm te hechten aan vrije tijd en veel rek in de week.
En zo heeft het kunnen gebeuren dat de huidige vergoedingsregeling - bepaald op basis van de inkomens van beide ouders, ook al werkt er een helemaal niet - ook die thuisblijf-en-tijd-voor-mezelf-wens financiert. Lekker rommelen in huis en tuin, afgewisseld met een potje tennis, yogalessen, een terrasje of shoppen met vriendinnen terwijl de kinderen gesubsidieerd in de opvang zitten. Tevens faciliteert deze regeling dat gastouders elkaars kinderen betaald opvangen. Of dat opa en oma op kosten van de overheid bijklussen als ze met hun kleinkinderen door de dierentuin wandelen. Dit zijn geen karikaturen, het vindt op grote schaal plaats, aldus Kamp. Dat beeld wordt bevestigd door belangenorganisaties en de kinderopvang zelf.
De reacties op de voortvarende regeling zijn voorspelbaar: ‘een onzalig plan’, ‘nu zullen vrouwen massaal ophouden met werken’. Een onderzoek van Voor Werkende Moeders meldde meteen dat 31 procent van de vrouwen dan overweegt te stoppen met werken. Zelfs als dat waar is, is dat geen reden om minachtend over ‘uurtje factuurtje’ te spreken, daar waar Kamp de kosten transparanter wil maken. Ook is het loze kritiek om met een vies gezicht te zeggen dat ‘het VVD-plan een verkapte bezuinigingsmaatregel is’. Zonder enige twijfel is het dat. Kamp maakt daar zelf geen geheim van: het levert een geraamde bezuiniging op in de aanstaande drie jaar van ongeveer 450 miljoen. Maar de intentie erachter is wel de juiste. Goede kinderopvang is natuurlijk een voorwaarde om te kunnen werken. Als dat beter toegesneden wordt op werkende ouders voor wie het combineren van baan en kinderen soms een legpuzzel is, dan is dat geen reden om te gaan mopperen.