H.M. van den Brink, De dertig dagen van Sint Isidoor. Uitg. Meulenhoff, 143 blz., 312,50, bij Scheltema Holkema Vermeulen.
H.M. van den Brink, tegenwoordig bestuurder van de VPRO, was ooit journalist bij NRC Handelsblad. Van ‘91 tot '94 was hij correspondent in Spanje en schreef daar over het stierenvechten. Zijn artikelen werden gebundeld in De dertig dagen van Sint Isidoor. Van den Brink lijdt nauwelijks aan de journalistenkwaal eigenlijk schrijver te willen zijn. Maar soms wil hij literair schrijven en ontstaan er zinnen als: 'Nu raast er een acht banen brede rondweg langs.’

Van den Brink is er net als zijn krant niet de man naar om zich door emoties te laten meeslepen. Hij presenteert zich als de koele observator, die gevoel het liefst door anderen laat verwoorden en dit dan netjes noteert. Hij vraagt zich af hoe je het stierenvechten moet beschouwen: als ritueel, als kunst, als sport? Typisch zo'n genuanceerde NRC-vraagstelling. Het was niet wat ik me afvroeg die ene keer dat ik een stierengevecht meemaakte. Tot kotsens toe, tussen walging, angst en fascinatie in, kon ik achteraf alleen maar pathetisch zeggen dat ik het gevoel had gehad heel dicht bij de dood geweest te zijn. En dat ik bevangen was geraakt van grote haat jegens de mensheid. Ik wenste maar één ding: dat de torero zou sterven en de stier als overwinnaar de arena mocht verlaten.
Beeldend en betrokken beschrijft Van den Brink het sterven van de stieren: ‘Heel veel dieren willen eenvoudig niet dood. Ik heb de afgelopen weken stieren zich verdwaasd zien omdraaien om met het zwaard in de ribben weg te lopen. Er was er een die naar de schutting wankelde en zijn kop ertegenaan duwde om zich te verbergen. Een ander begon aan een lange tocht langs het houtwerk en verfde met zijn bebloede flank de witte treeplank rood. Een derde viel voor dood neer maar vloog met zijn laatste krachten woedend weer overeind toen de torero het applaus van het publiek al in ontvangst stond te nemen en een van de helpers hem met een mesje van de laatste levensgeesten wilde beroven.’ Zo'n mesje herinner ik me goed. Nadat de stier al door een diepe steek met een speer aan het leegbloeden was begonnen.
Er staan leerzame dingen in dit boekje. Over hoe een stier smaakt, wat het literaire Umfeld van het stierenvechten is, maar vooral biedt De dertig dagen van Sint Isidoor handvatten in het herkennen van de verschillende torerostijlen. Ik ben bang dat ik die ene keer wat te zenuwachtig was om op dat laatste te letten.