Messcherp

Beurs van Berlage, Amsterdam, tot en met 24 juni; Westergasfabriek, Amsterdam, 26 juni (Helikopter- strijkkwartet).
Een enkeling besloot het zich gemakkelijk te maken voor het 141 minuten durende Weltraum en ging ongegeneerd op de grond liggen om vanuit die positie de sterrenhemel te bestuderen. Nog meer dan de aftrap in de Beurs van Berlage, maakte het concert in het Planetarium van Artis duidelijk dat het Stockhausen-retrospectief in het Holland Festival ook een groot aantal bezoekers vanuit de New Age-hoek trekt. Dat is opmerkelijk, want Stockhausen dreigt binnen de nieuwe muziek steeds meer in de marge terecht te komen.

De status die Karlheinz Stockhausen in de jaren zestig en zeventig had, lijkt hij voorgoed kwijt te zijn. Maar of het nu ruimtelijk componeren, een consequent serialistische methode, het naast elkaar plaatsen van ‘momenten’ of elektronisch pionierwerk betrof, alle essentiele stappen in het naoorlogse muzikale denken zette Stockhausen als eerste. Met zijn onafhankelijke geest, buitengewone intelligentie, idealisme en onstuitbare werklust personifieerde hij het modernisme.
Sinds hij in 1977 aan de muziektheatercyclus Licht begon (waarin elke dag van de week in een avondvullende opera wordt gevat), ligt Stockhausen met de buitenwereld overhoop. Om inhoudelijke redenen (hij wordt van zweverigheid en grootheidswaanzin beticht) en om praktische redenen (de werken zijn zeer gecompliceerd en duur om uit te voeren). In het Holland Festival zijn de afgelopen jaren twee delen uit Licht te zien geweest - inderdaad erg bombastisch.
Zijn oudere werk is nog maar zelden te horen en daarom is dit retrospectief nuttig om een genuanceerder beeld te vormen. Is hij een oer- Duitse megalomaan die Wagner nog eens dunnetjes probeert over te doen, een geniale hippie die aan de vooravond van een revival staat of een visionaire Einzelganger die pas door toekomstige generaties op waarde zal worden geschat? De concerten deze week moeten het uitwijzen, maar vermoedelijk zal het een combinatie van deze drie opties zijn.
De eerste twee concerten lieten al een heel divers beeld zien. Van het volkomen abstracte, ongenaakbare Klavierstuck VI uit 1954-'55, via het uiterst melodische en poetische Tierkreis voor klarinet, fluit, piano en trompet dat hij voltooide in 1983 tot het puur elektronische werk Weltraum (onderdeel van Freitag uit Licht) dat in het Planetarium zijn premiere beleefde. Weltraum maakte duidelijk dat Stockhausen de elektronische materie op zeer hoog niveau beheerst. De rijkdom aan klank en timbres in dit achtsporige stuk is overrompelend: ver weg of vlak bij, scherp en gericht als een laserstraal of diffuus als een wolk, snel of juist dik en traag bewegen de acht geluidsbanen door de ruimte. Die beweging is weer een fenomeen op zichzelf: de geluidsgolven glijden voorbij, messcherp zoevend, met de spiertrekkingen van een rups of stuiterend als een pingpongbal. Soms was het effect hallucinerend - ik heb althans nog niet eerder de gewaarwording gehad dat een geluid achter mijn stoel, als een krekel in een struik, heen en weer sprong.
Opvallend is dat de klanken autonoom zijn en haast nooit een associatie met bestaande geluiden oproepen. Daardoor ontstaat het gevoel van een tijdloos en imaginair klankuniversum, dat slechts geleidelijk en gradueel van gedaante verandert. Explosieve of overdonderende effecten doen zich niet voor.
Hoe verschillend de werken tijdens de eerste twee concerten ook waren, een paar overeenkomsten drongen zich op: de uitputtende lengte en de dwingende presentatie. Tijdens de uitvoering en ook tussen de stukken door is het publiek in diepe duisternis gehuld en wie zich niet volledig aan de muziek overgeeft, krijgt het zonder meer benauwd. 'Moge hun concentratie het volhouden’, wenst Stockhausen het publiek in de programmatoelichting bij Weltraum toe. Maar zelfs de fameuze Stockhausen kon niet verhinderen dat een enkele luisteraar al ronkend in slaap sukkelde.