Mest, water en modderende politici

Terwijl in Assen het actiecomite Wij Zullen Doorgaan zich beraadt over harde acties tegen het mestbeleid, luistert op die zelfde eenentwintigste september een gezelschap waterdeskundigen in Rotterdam naar de oratie van dr H. Saeijs, kersvers hoogleraar ‘waterkwaliteitsbeheer en duurzaamheid’. In Assen laait de woede hoog op over de hechtenis van de boeren die verdacht worden van de diefstal van mestdossiers; in Rotterdam voorspelt Saeijs, tevens directeur van Rijkswaterstaat in Zeeland, dat water het grootste probleem van de komende eeuw wordt.

Hoe verschillend ook, het nette gezelschap rondom prof. Saeijs en de opgefokte boeren in Assen hebben alles met elkaar te maken. Ze vormen voor- en achterhoede in het proces van ecologische modernisering van de economie. Een proces dat uiterst traag verloopt, maar dat stukje bij beetje de factor duurzaamheid in het economisch denken naar voren duwt. De hooggeleerde Saeijs behoort daarbij tot de avant-garde, compleet met dramatische vergezichten tot diep in de volgende eeuw. De protesterende boeren te Assen behoren tot de slachtoffers, die als vissen op het droge spartelen, meewarig aangestaard door het winkelende publiek.
Want er zijn maar weinig mensen in Nederland die begrijpen dat de mest - voortgebracht door 14,6 miljoen varkens, 4,7 miljoen rundvee en 87 miljoen kippen - rechtstreeks ingrijpt in de kwaliteit van het drinkwater. De op het land geloosde mest sijpelt gedurende jaren door tot in het grondwater, alwaar het nitraatgehalte te hoog wordt. En mest die via waterafvoer in het oppervlaktewater terechtkomt, maakt van elk stroompje water een levenloze algensoep. De gevolgen worden op kosten van de consument door steeds duurdere waterzuiveringsinstallaties bestreden, maar zo'n vitaal milieuprobleem moet natuurlijk bij de wortel worden aangepakt: er mag niet meer mest het land op dan het betreffende ecosysteem kan verdragen.
Zo'n evenwichtsbemesting wordt ook door de verantwoordelijke ministers Van Aartsen en De Boer nagestreefd. Op termijn uiteraard. Ze doen dat volgens de geijkte methode van de overlegdemocratie: binnenskamers en met de nodige voorzichtigheid. Deze weken is pijnlijk duidelijk geworden dat die aanpak averechts werkt. Een groot maatschappelijk probleem wordt daardoor systematisch gedepolitiseerd. Sterker: het krijgt zelfs iets folkloristisch. Gevolg daarvan is dat niemand zich er druk om maakt, het probleem politiek marginaal blijft en oplossingen financieel geen hoge prioriteit krijgen. Daardoor kunnen de gedupeerde boeren maar mondjesmaat gecompenseerd worden, wat natuurlijk olie op het vuur is van de boeren die met het idee leven dat harde acties de almaar pratende ministers op hun schreden zullen doen terugkeren. Dat nu is een illusie, daarvoor lopen er inmiddels te veel types a la prof. Saeijs rond in de wereld van de wetenschap en het openbare bestuur. Het wordt alleen tijd dat de politieke cultuur zich daaraan aanpast en de beproefde methode van eindeloos overleggen inruilt voor standvastigheid - met uiteraard een overtuigende financiele compensatie voor de onvermijdelijke sanering van de veestapel.