Met berusting de oorlog gadeslaan

Campagne in Frankrijk 1792? Het zal de huidige mens niets zeggen. Goethe als 43-jarige op het slagveld? Je kunt het je nauwelijks voorstellen. En toch heeft het zich afgespeeld en was het van groot belang, voor de wereldgeschiedenis en voor Goethe.

Tot 1792 waren alle oorlogen veroveringsoorlogen. Het ene land viel het andere binnen om het in te lijven. Aan de campagne van 1792 lag echter een ander doel ten grondslag: niet inlijving, maar verandering van de regeringsvorm, concreter: de restauratie van de oude staatsvorm, de monarchie, ten koste van de nieuwe, de republiek.

Johann Wolfgang von Goethe, Campagne in Frankrijk, € 29,50

Medium omslag goethe campagne in frankrijk

De eerste politiek gemotiveerde interventieoorlog was geboren – de Vietnam-oorlog is er een verre nazaat van. Goethe was zich bewust van het historische belang van deze veldtocht: ‘Vanaf hier en nu begint een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis, en jullie kunnen zeggen dat jullie erbij zijn geweest’, luidt samengevat de peptalk van de spreekstalmeester van hertog Carl August van Weimar – dat de hele veldtocht uiteindelijk in een debacle zou eindigen, viel op dat moment niet te voorzien.

Goethe nam niet op eigen initiatief deel aan de veldtocht. Het was zijn broodheer Carl August die erop aandrong – en die aandrang moet fors zijn geweest, want Goethe was in de meest uiteenlopende zaken geïnteresseerd, maar niet in het krijgswezen. Bovendien zat hij, gewend als hij was aan de luxe levenswijze in Weimar, niet te wachten op de primitieve omstandigheden die gepaard gingen met een veldtocht, al was zijn ongemak bij lange na niet te vergelijken met de regelrechte ontberingen van het voetvolk.

Wat was de functie van Goethe in deze campagne? Eigenlijk dezelfde als die van Bob Hope en andere coryfeeën uit de Amerikaanse showbizz in de Vietnam-oorlog, zij het op een hoger plan. Goethe moest de officieren moed inspreken, lering bieden en hen vermaken met het vertellen van anekdotes uit de krijgsgeschiedenis. Wellicht zal hij ook menig gedicht van eigen hand gereciteerd hebben – hij was er ijdel genoeg voor.

Goethe schreef zijn verslag van de campagne in 1819, dus een kleine twintig jaar na de gebeurtenis zelf. Hij stelde het samen uit zijn herinneringen, uit zijn eigen dagboeken en die van enkele strijdmakkers. Het was bedoeld als het derde deel (na Dichtung und Wahrheit en Italienische Reise) van zijn autobiografie. Hij betoont zich een groot waarnemer, met een goed oog voor details. Hij verbloemt niets, hij beschrijft de plunderingen, de ontberingen, kortom de waanzin en zinloosheid van elke oorlog. Al in het begin van zijn verslag geeft hij een sfeertekening van oorlogsomstandigheden, die nu even geldig is als tweehonderd jaar geleden: ‘Heen en weer geslingerd tussen orde en wanorde, behoud en verderf, roven en betalen, doodt men de tijd, en misschien maakt dat een oorlog zo verderfelijk voor het gemoed. Men speelt de vermetele vernietiger, dan weer de zachtmoedige bezieler, men raakt aan holle frasen gewend om midden in een diep wanhopige toestand hoop te wekken en te bezielen. Daardoor ontstaat een vorm van huichelarij die een bijzonder karakter draagt en duidelijk verschilt van de huichelarij van papen, hovelingen of hoe ze ook mogen heten.’

Maar Goethe is geen moralist. Veroordelen is wel het laatste wat hij doet. Hij beziet alles met superieure – soms ergerlijke – gereserveerdheid en berusting. Hij wordt pas enthousiast als hij tussen de bedrijven door tijd vindt om zich te wijden aan zijn hobby’s: mineralogie en kleurenleer.

Campagne in Franrijk 1792 is de laatste vertaling van Wilfred Oranje. Een week of zes na inlevering van dit werk stierf de meestervertaler na een zeer korte, maar fatale ziekte, zo lezen we in het waardige in memoriam van Theo Kramer, die ook de tekst zorgvuldig heeft becommentarieerd en van een nawoord voorzien. Ook de laatste prestatie van Oranje kan alleen maar hoog geprezen worden. Hij heeft het lang niet gemakkelijke proza van Goethe nauwgezet en leesbaar vertaald. Toch moet een kanttekening worden geplaatst.

Kramer citeert in het in memoriam de volgende regel uit het juryrapport bij de uitreiking van de vertaalprijs 2007 aan Oranje: ‘Zonder de tekst te vereenvoudigen, te moderniseren of anderszins aan te passen produceert Oranje vertalingen die je bijna niet kunt wegleggen: prachtig Nederlands, klassiek, maar niet hinderlijk ouderwets (cursivering van mij – hd).’ Dit oordeel is zonder meer terecht, op het laatste punt na. Wilfred Oranje was een liefhebber van het archaïseren; blijken daarvan vind je in al zijn vertalingen, en dus ook – en zelfs in sterke mate – in de Campagne. De dochs en evenwels zijn niet van de lucht. Oranje schrijft liever ‘ontwaren’ dan ‘zien’; hij heeft een voorkeur voor ‘reeds’ boven ‘al’. Dit heeft ongetwijfeld alles te maken met Oranje’s ferme uitspraak dat na 1939 geen literatuur van formaat meer is geschreven.

Oranje was een nostalgicus, net als Joseph Roth, de schrijver van wie hij tien romans vertaalde en die hij zeer bewonderde. En die nostalgie vind je terug in zijn vertaalwerk. Hij schiep er groot genoegen in woorden die in de Van Dale het stempel ‘verouderd’ krijgen opnieuw te introduceren, en dat deed hij al vóór Thomas Rosenboom, die dit procedé (vooral in Gewassen vlees) tot in het extreme doorvoerde.

Hoe het ook zij, de laatste zin uit het in memoriam: ‘Voor de liefhebbers van klassieke Duitse literatuur is zijn heengaan een groot verlies’ kan alleen maar van harte onderschreven worden.

Johann Wolfgang von Goethe

Campagne

in Frankrijk 1792

Vertaald uit het Duits door Wilfred Oranje. Hoogland Van Klaveren, 286 blz., € 29,50