De goede mens van Sezuan

Met de brokken naar huis

Drie goden dalen naar de aarde af op zoek naar een goed mens. Ze vinden het hoertje Shen Te. Die verleent hun onderdak terwijl ze wel wat anders aan haar hoofd heeft: een klant en (morgen) de huisbaas die de huur wil.

Dus geven de goden (’t is tegen de regels, maar ja, nood breekt wet) haar wat geld. Tellen hebben ze niet geleerd, dus het is meteen een hele smak geld. Shen Te koopt er een (tabaks)winkel van. En dan begint de ellende. Ze kan geen nee zeggen. Binnen de kortste keren is haar stulp overbevolkt met klaplopers. Dan komt haar neef, Shui Ta, een zakelijke knaap met praktijkdiploma boekhouden. Hij veegt de tent schoon, terwijl Shen Te alles steeds weer uit haar handen laat vallen.

De duivelse en nogal ongemakkelijke constructie van Brechts parabelstuk De goede mens van Sezuan (1939) is dat de ogenschijnlijk weekhartige Shen Te zichzelf via haar alter ego Shui Ta leert om van goed mens tot pragmatisch onmens te worden en in dat spel ook van een vrouw in een man zal veranderen. Samen optreden kunnen ze niet, want ze zijn het vleesgeworden dilemma van één klemgezet mens. Het spel wordt op den duur totaal onmogelijk. De beoogde goede wereld van de goden, sowieso een fopspeen, is verruïneerd. Tegen het slot sturen de spelers ons met de brokken naar huis.

Arie de Mol heeft de tekst vertaald en bewerkt, zijn achtkoppig ensemble van Toneelgroep Maastricht speelt alle dertig rollen en ze volvoeren de vertelling (drie uur met pauze) met een zowel ernstige als frivole energie die spiritueel uit het kubistisch houtwerk van vormgever Theo Tienhooven spat. De populaire liederen uit het stuk zijn als muziektheatrale folklore geschrapt en omgezet in pure toneelpoëzie en koorcommentaar. Jessie Wilms schopt alle vooroordelen die de ronde doen over het vermeende moralisme in het januspersonage Shen Te/Shui Ta met kracht de tent uit: ze schept een van levenslust en doodsangst sidderend levend mens.

Gitta Fleuren laat ons als de huisbazin Mi Tzu in één glasheldere geste zien hoe je bij Brecht een huurcontract offreert. Ik noem het als voorbeeld. De rijke en af en toe in het coloriet van een stripverhaal geschilderde voorstelling stikt van die voorbeelden. Saman Amini als de vertellende waterventer Wang bijvoorbeeld, of de talloze kleinere rollen van Martijn van der Veen. Hans Trentelman laat zien hoe je uit de klassieke rooms-katholieke goocheltruc van verdrievuldigde goden één door christen-democratische krampen geteisterde plebejer kunt bakken. Een geweldig potje toneelspelen.

En dan het slot. U leest het al, ik ben nogal dol op deze toneeltekst en blij dat Brecht weer eens wordt gespeeld. Schouwburgdirecteuren en recensenten zullen in hun oneindige wijsheid weer vaak over de prekerigheid van de Duitse bard beginnen. Laat dat rustig aan Arie de Mol over. Hij ensceneert het slot met diabolische precisie. Het is alsof het stuk weigert zich als mensentragedie verder te laten spelen. Het wordt als boksmatch voortgezet. Tussen personages en toneelspelers. Toeschouwers in Maastricht spraken na de try-out hun bewondering uit over de ongetwijfeld door het ensemble zelf toegevoegde slotmonoloog. En dat is mooi. Want wat hier wordt gespeeld is woord voor woord Brecht.


De goede mens van Sezuan, t/m 29 december overal in het land (en ook een beetje in België). toneelgroepmaastricht.nl