DE LUXE EN NOODZAAK VAN AMBACHT

Met de hand

For the Love of God van Damien Hirst is een cult-object, waarmee de kunstenaar de grenzen van kunst, productie en markt opzoekt. Het wijst ook, opmerkelijk genoeg, op een herwaardering van ambachtelijke technieken in kunst en design.
Zie ook: FOR THE LOVE OF GOD

HET RIJKSMUSEUM in Amsterdam toont tot en met 16 december For the Love of God van de Britse kunstenaar Damien Hirst, een met 8601 diamanten ingelegd platina afgietsel van een menselijke schedel. Het object werd in 2007 voor 62 miljoen euro verkocht, waarmee Hirst geschiedenis schreef als de best verkopende levende kunstenaar van zijn tijd. In september haalde hij opnieuw de voorpagina’s door zijn meest recente werken niet via de galerie maar rechtstreeks via Sotheby’s op de markt te brengen – het veilinghuis zou het meest democratische platform voor de kunst zijn, volgens Hirst.
Niet langer het museum, ook niet de beurs of de galerie, maar de veiling bepaalt de waarde van kunst en vormgeving. Kunstwerken en designproducten zijn, met andere woorden, waard wat ze opbrengen. Is dit het credo van de 21ste eeuw, de uitkomst van een cultuur die door de markt wordt gedomineerd? Nog niet zo lang geleden was de economische factor slechts een van de manieren om de kwaliteit van culturele uitingen te waarderen, náást culturele factoren als verbeeldingskracht of de rijkdom aan ideeën. Kwaliteitscriteria plooiden zich weliswaar naar de actualiteit, maar waren toch het resultaat van een publiek debat dat voor een belangrijk deel werd gevoerd vanuit culturele instituties. De toegenomen welvaart in West-Europa, Noord-Amerika en Japan, waar de markt sinds de jaren zeventig van dominante invloed is op het culturele veld, heeft het idee van waarde als het resultaat van een publiek debat definitief om zeep geholpen. ‘Waarde’ is een zuiver economische term geworden.
Voor kunst en design werd de verschuiving voelbaar in het stijgende belang van galeries, beurzen en veilingen. Terwijl musea vanouds aandacht voor conservering, collectioneren en reflectie belichamen, en dus serene tentoonstellingsruimtes vergen, zijn galeries, beurzen en veilingen gericht op de distributie en consumptie van kunst en design. Consumptie vergt leesbaarheid, verleiding, spektakel, communicatieve kracht; commercie is gebaat bij veel aandacht van de media. Dat heeft op zijn beurt gevolgen voor wat er wordt gemaakt. Immers, met de teloorgang van het publieke museum als producent van waarde verkrijgen kunst- en designobjecten nog slechts als sterke beelden op de glanzende pagina’s van het tijdschrift hun begeerlijke imago en hun marktwaarde. Tegelijkertijd valt er opnieuw een verlangen te bespeuren naar fysieke objecten die door hun ambachtelijke vervaardiging een tijdloze kwaliteit lijken te bezitten. Dat hernieuwde verlangen naar traditionele technieken verandert niet alleen de manier waarop we kunst en design waarderen, maar heeft ook verder reikende implicaties.
Met beeldende kunst valt al jaren goed te speculeren. Voor schilderijen van dode kunstenaars als Willem DeKooning, Francis Bacon, Mark Rothko en Andy Warhol worden in de kunsthandel grote bedragen neergeteld en hetzelfde peil wordt langzaam maar zeker ook bereikt door levende kunstenaars als Jeff Koons, Lucian Freud en Damien Hirst: hun topwerken haalden respectievelijk negentien, 27 en 63 miljoen euro. Bovendien toont de kunsthandel een groeiende aandacht voor designproducten die al dan niet met opzet in beperkte oplage zijn geproduceerd. In 2007 werd Marc Newsons Lockheed Lounge Chair (uit 1986) bij Sotheby’s verhandeld voor 968.000 dollar, het hoogste bedrag voor werk van een nog levende ontwerper. Newson presenteerde dat jaar op Design Miami twaalf Chop Top-tafels, die binnen twintig minuten verkocht werden, voor 170.000 dollar elk.
Naast Newson opereren zo’n twintig ontwerpers op de internationale kunstmarkt, onder wie Jaime Hayon, Zaha Hadid, Tord Boontje, de Campana broers, Studio Job, Tom Dixon, Hella Jongerius, Maarten Baas en Ron Arad. De enorme bedragen voor kunstvoorwerpen worden niet gehaald, toch zijn de prijzen voor meubels en gebruiksvoorwerpen ongewoon hoog – op enkele uitschieters na schommelen ze tussen de twintigduizend en tweehonderdduizend euro.
Kopers, oude en nieuwe, blijken geïnteresseerd in werken waarin ambachtelijke kunstnijverheid wordt gepaard aan een hedendaagse thematiek, iconografie of context. Het curieuze object For the Love of God past bijvoorbeeld prima in een moderne variant van de eeuwenoude Wunderkammer, waar het los van alle verschillende betekenissen getuigt van kundige vervaardiging en financiële kostbaarheid; los van de speculatieve waarde is de ‘echte’ waarde al zeventien miljoen euro (als we aannemen dat diamanten hun waarde behouden). En net als de objecten in de zestiende- en zeventiende-eeuwse Wunderkammer toont de schedel in het Rijksmuseum ook zijn evidente schoonheid. Door die kwaliteiten samen kan het object gelezen worden als een kentering in de waardering van beeldende kunst, een trend die ook te zien is bij de gelimiteerde edities in design. In de avant-garde golden ‘de ambachten’ sinds de industriële revolutie als gedateerd en ideologisch ‘fout’, onder meer omdat ze alleen een niche van rijke klanten bedienden, die zich maatwerk konden veroorloven. Maar nu de kunsthandel interesse toont voor design scoren vooral producten waarin exclusieve materialen en de sporen van arbeidsintensieve vervaardiging zichtbaar zijn.
Illustratief zijn de pronkstukken die Jurgen Bey, Studio Job, Hella Jongerius en Alexander van Slobbe ontwierpen voor Royal Tichelaar in Makkum. In 2003 restaureerde dit oudste Nederlandse bedrijf een zeventiende-eeuwse pronkvaas uit de collectie van het Rijksmuseum. Er moest veel onderzoek worden verricht naar traditionele technieken en daarom besloot het bedrijf de opgedane expertise ook in te zetten voor hedendaags design. Tichelaar staat niet alleen in deze aanpak: vrijwel alle gelimiteerde edities laten een soortgelijke aandacht zien voor een ambachtelijk maakproces. Een eeuw nadat het designvak werd geboren heeft de markt een nieuw verlangen gecreëerd naar de meest schaarse en meest luxe kwaliteiten van het huidige tijdperk: tijd en aandacht.

De gelimiteerde oplages fungeren als retorisch instrument, om datgene dat er eigenlijk in overvloed is te veranderen in een object met het aura van authenticiteit en exclusiviteit. Die ontwikkeling heeft haar uitwassen. Zo worden veel designproducten domweg opnieuw uitgevoerd in extreem dure materialen. Ook kitsch is een vertrouwd bijproduct van deze tendens, zoals het met mozaïek beklede vliegtuig van de Spaanse ontwerper Jaime Hayon (Jet Set), dat voor altijd aan de grond genageld zal staan.
For the Love of God van Hirst maakt veel discussie los, met name over de relatie tussen artistieke kwaliteit en economische waarde. Het lijkt zinvoller de aandacht te verplaatsen naar een debat over de toekomstige rol van ambacht, niet alleen als arbeidsintensieve en kostbare techniek. Dat debat kan ook gaan over de waarde van cultureel erfgoed en de kracht van traditionele technieken die, los van de toegevoegde betekenissen van de ontwerpen, in zichzelf al een weelde aan verwijzingen in zich dragen. Het debat kan gaan over de manier van kennisverwerving die eigen is aan het ambachtelijk domein, of de rol van het toeval als onderdeel van ieder ambachtelijk proces. Aan de gebruikerskant van design kunnen de zichtbare sporen van handmatige vervaardiging de intieme relatie tussen gebruiker en object herstellen; dat past bij een tijdsgewricht waarin duurzaamheid noodzaak is geworden. Aan de productiekant kan de hiërarchische verhouding tussen meester en leerling, typisch voor ambachtelijke scholing, een bijdrage leveren aan een verandering van het onderwijssysteem, dat de makers steeds meer heeft verbannen naar de onderste echelons van de samenleving. Vaardigheden, die bijvoorbeeld liggen in het leren hanteren van proporties, van maat en een directe omgang met materialen en gereedschap, kunnen immers bijdragen aan de trots van de uitvoerder na gedane arbeid. Zo bezien is een herneming van ambachtelijke tradities vanuit een hedendaagse optiek niet alleen luxe, maar ook maatschappelijke noodzaak.

Damien Hirst, For the Love of God. Rijksmuseum Amsterdam, t/m 16 december