Met de lat

In de zesde minuut brak de hel los: rode kaart voor Van Wonderen. Een uur later waren de Feyenoord-fans weer in de hemel. De ME had een rustige avond. Ook commandante Brigitte bleef ongedeerd. ‘Je moet dit werk zoals vanavond alleen niet dagelijks doen, dat is niet gezond’

DINSDAGAVOND, kwart over zes. Terwijl het begint te miezeren lopen de eerste Feyenoord-supporters in kleine groepjes over het nog zwak verlichte plein voor De Kuip. Het voetbalspektakel Feyenoord-Olympique Marseille gaat pas over een krappe drie uur van start, maar het kost sommige fans al zichtbaar moeite om te lopen en tegelijkertijd hun blikjes bier recht te houden. In een nauwe steeg tussen de gebouwen op het naastgelegen industrieterrein proberen louche uitziende figuren nog wat toegangskaartjes te slijten. Op het moment dat er politie voorbijloopt, duiken ze in hun kraag en wandelen ze met geveinsde interesse het plein weer op, naar een van de kraampjes met warme worsten en friet. In de walm ernaast prijst een man zijn waar aan (‘Feyenoord-sjááálen! Feyenoord-búúúlletins!!’), nauwelijks hoorbaar omdat naast hem Het Lied van Feyenoord uit de speakers galmt.
Met het toenemende aantal supporters stijgt ook het blauw op straat. De agenten lijken volkomen op hun gemak langs het stadion te kuieren, af en toe stilstaand om wat collega’s te groeten of een paar fans vriendelijk te hulp te schieten. Maar aan de achterzijde van het stadion, waar Franse en Nederlandse bussen de eerste grote groepen supporters afleveren, heerst al een wat andere sfeer. Het is drukker, chaotischer en er staan een stuk of vijf ME-busjes. In één ervan, het 'commandovoertuig’, is de 31-jarige Brigitte Nolden - de enige vrouwelijke ME-commandante ter plekke - druk aan het werk. Geflankeerd door haar (mannelijke) collega’s, chauffeur Rob en verbindingsman Boulo probeert ze de hectische momenten zo goed mogelijk te coördineren.
Binnen in het busje heerst een onwerkelijke, wat unheimische sfeer: het voertuig staat midden tussen de supporters en toch is er geen enkel geluid dat van buiten naar binnen dringt. Alleen de wijd opengesperde monden en de fanatieke armbewegingen van de fans doen vermoeden dat ze niet stilletjes langs het busje lopen.
Wat wel te horen is, zijn de piepjes van de drie zendmachines die tegen het plafond van het busje hangen. Aan de lopende band komen via die kastjes vragen en meldingen binnen van de verschillende ME-pelotons die zich in de stad hebben begeven. Een politie-eenheid in het centrum meldt dat een groepje Feyenoord-supporters vernielingen heeft aangericht en nu met de tram op weg is naar het stadion. Het signalement van de grootste relschopper wordt doorgegeven. Nolden besluit een eenheid ME-ers te activeren om bijstand te verlenen. Tegelijkertijd komt het bericht binnen dat sommige supporters groot illegaal vuurwerk bij zich hebben. Niet lang na die melding klinkt er een enorme doffe dreun die zelfs in het busje te horen is. De vergelijking met een oorlogssituatie lijkt steeds minder vergezocht.
De manier waarop de berichten door commandante Brigitte gesteld en verwerkt worden, doet bovendien erg militaristisch aan:
'Foxtrot dubbel 0 voor de 1.40: is de kooi leeg, over?’
BRIGITTE LEGT UIT dat deze militaristische, hiërarchische manier van werken noodzakelijk is: 'Er is geen ruimte voor individuele acties: als commandant van een ME-eenheid krijg ik een opdracht van een algemeen commandant van de politie. Op dat moment moet er direct iets gebeuren. Niet alleen bij voetbalwedstrijden of grote manifestaties, maar bijvoorbeeld ook als er een deel van een bos uitgekamd moet worden omdat daar waarschijnlijk een misdrijf is gepleegd. Je moet dan snel kunnen communiceren en dat gaat nu eenmaal het beste in commando’s en bevelen. Voor veel politiemensen is het daarom wel eens moeilijk om in ME-verband te werken. Op straat doen ze veel dingen zelf en nemen ze hun eigen beslissingen, bij de ME zijn ze afhankelijk van de beslissingen van anderen. En beslissingen nemen, daar draait het om.’
In opperste concentratie commandeert Nolden vervolgens de verschillende eenheden naar hun plaatsen in het stadion. Nog een kwartier te gaan tot de aftrap. Samen met Boulo en Rob begint ze ME-attributen over haar politie-uniform aan te trekken. Enorme scheenbeschermers worden met verschillende gespen vastgeklikt, schouders en romp krijgen beschermingsstukken omgesnoerd, de helm gaat op en de gummiknuppels worden opgepakt. Twee jongens bonken op het busje. Brigitte kijkt verstoord op en doet na een kleine seconde de achterdeur op een kier. 'Mevrouw, mevrouw, heeft u ook koffie?’ schreeuwt één van de jongens met een onvervalst Drents accent. Het gezicht van Brigitte ontdooit en ze roept tussen het lawaai met een brede grijns terug: 'Zien wij eruit als een koffiekraam, mannen?! Ga nou maar naar jullie plaatsen, het begint zo!’
OP DIT MOMENT is vijftien procent van de gefl.niformeerde agenten van het vrouwelijk geslacht. Veel te weinig, vindt de Stichting Politie en Emancipatie, die al jarenlang grote moeite doet om tot een hoger percentage te komen. 'Gebrek aan doorstroom en machosfeer zijn de voornaamste redenen’, zegt Ria Weel van de stichting. 'Op leidinggevende functies zijn vrouwen met slechts drie procent vertegenwoordigd. Om de zoveel tijd wordt er dan weer een campagne losgelaten die best wel wat vrouwen oplevert. Probleem is dat ze niet blijven, ze raken toch afgeschrikt door de machocultuur. Een getrouwe afspiegeling van de maatschappij is de politie nog lang niet.’ De documentalist van de stichting meldt dat de korpsleiding in Amsterdam een rapport heeft achtergehouden waarin afhakende politievrouwen hun mening gaven. 'Daar kunnen wij verder ook niet al te veel aan doen. Alle korpsen zijn autonoom, het gebeurt dat ze aanbevelingen en onderzoeken zoals deze naast zich neer leggen.’
Terwijl de laatste drommen supporters één voor één door de poortjes van de kaartcontrole lopen en vervolgens gefouilleerd worden, draait het commandovoertuig door de hekken het stadion in, tot onder aan de trap die naar het vak met de letters HH leidt. Brigitte zet haar helm recht, controleert of het daaraan bevestigde microfoontje werkt en loopt gedecideerd de wenteltrappen aan de buitenkant van het stadion op. Achter haar aan stommelen twee stomdronken Feyenoord-fans mee omhoog. Boven aangekomen sommeert ze hen weer naar beneden: 'Jullie kunnen hier niet zitten: dit is geen vak voor supporters, dit is een ME-vak. Jullie moeten naar vak JJ, niet HH.’
Door de openstaande deuren boven aan de trap klinkt de zinderende Kuip je tegemoet. Ver beneden op het veld is de aftrap zojuist genomen en het stadion trilt onder de aanmoedigingen. In vak HH, speciaal bestemd voor politie en ME, druppelen de agenten rustig binnen. Ze nemen ontspannen plaats op de plastic zitjes en halen ingepakte broodjes kaas en ham uit hun lunchpakket. Dan gebeurt het. Na slechts vijf minuten trekt scheidsrechter Melo Perreira een rode kaart voor de aanvoerder van Feyenoord. De hel breekt los. In een grote kooi, links van het politievak, schreeuwt en gebaart de aanhang van Marseille als een kudde losgeslagen beesten euforisch naar de Feyenoord-supporters die zich rechts van het ME-vak bevinden. Die laten dat niet op zich zitten en proberen door de ME heen naar de kooi van de Fransen te komen. In een fractie van een seconde reageert de ME. De helmen worden dichtgeklikt en met gummiknuppels worden Feyenoord-fans terug naar hun plaatsen geslagen. Brigitte Nolden staat er middenin en commandeert een extra peloton ME-ers naar boven. Na een paar minuten lijkt de rust hersteld. Jongens in fluorescerende hesjes, zelf Feyenoord-supporter en aangesteld door de organisatie van Feyenoord als buffer tussen de ME en de fans, proberen de rust verder te bewaren door zich aan het einde van elke rij stoelen in het vak op te stellen.
Brigitte, schreeuwend om boven de herrie uit te komen: 'Ik had dit wel verwacht. De sfeer is vanaf het begin af aan dreigend, er staat ook zo veel op het spel voor Feyenoord. En sommige jongens hebben maar weinig nodig om te ontvlammen. Die kijken niet naar het voetbal, die kijken continu naar elkaar om rotzooi te kunnen trappen. Maar meestal is het praten, praten, praten en verder niets.’ Na 38 minuten in de eerste helft trapt de keeper van Feyenoord, Dudek, naast de bal; een jongen met een kale kop en vurige ogen schreeuwt met gebalde vuist in het Frans naar de Feyenoord-aanhang, maar er wordt niet op gereageerd.
PRECIES ZEVEN minuten later is het rust. Brigitte Nolden surveilleert vanaf de buitentrap het plein aan de achterkant van de Kuip. Zeker 25 supporters staan tegen de hekken te plassen; er vlak achter bevinden zich vijf ME-bussen, waaronder het commandovoertuig waarin chauffeur Rob de wacht houdt.
'Brigitte zat ertussen toen de kaart gegeven werd, hè?’ lacht hij. 'Nou, laat dat maar aan haar over, hoor, die staat haar mannetje wel. Aan haar hebben we een goeie, die heeft de touwtjes wel in handen. En ze is ook nog eens hoofd van de motorpolitie, als enige vrouw tussen al die kerels.’
Zelf erkent ze dat haar positie als vrouwelijke ME-commandante inderdaad vrij bijzonder is: 'Toen ik vanaf 1993 ME-werk ging doen naast mijn reguliere “bureaubaan” hadden maar heel weinig vrouwen een leidinggevende functie bij de ME. Vanuit de organisatie is er toen druk uitgeoefend om een vrouw binnen de ME te krijgen en dat wordt voortdurend gestimuleerd, want het is nog steeds een mannenwereld vanaf een bepaald niveau. Tachtig procent van de ME is man. Maar dat pushen om vrouwen aan de top te krijgen, heeft ook nadelen. Ik heb er nooit echt last van gehad dat ik een vrouw ben, maar het speelt natuurlijk wel mee: ik ben het nu eenmaal. Er wordt dan ook extra goed gekeken of je het allemaal wel aankunt. In het begin hebben collega’s er sceptisch tegenover gestaan, die moesten het nog maar zien. Er heerste toen onder sommigen echt een afwachtende houding, zo van: “God, daar hebben we er weer eentje die zo nodig moet”.’
Niet alleen onder collega’s, ook op straat blijken mensen af en toe anders te reageren als ze een vrouwelijke ME-er tegenover zich treffen. 'Je krijgt soms wel vrouwonvriendelijke reacties naar je hoofd geslingerd. Ik heb er geen zin in om te gaan analyseren wat die mensen denken als ze bepaalde scheldwoorden tegen je roepen, maar het kan best meespelen dat je een vrouw bent. Ze proberen je ook wel eens uit, omdat ze het idee hebben dat je fysiek minder sterk bent. Nu ben ik inderdaad minder sterk dan sommige mannen, maar anderen kan ik makkelijk de baas. En ik ben me ervan bewust dat ik een vrouw ben en dus ook andere kwaliteiten meer moet benutten dan een man. Misschien dat ik daarom bepaalde dingen ook op een andere manier oplos.’ Om er direct lachend aan toe te voegen: 'Maar in de zesde minuut was ik wel snel met het trekken van mijn lat, toen het uit de hand dreigde te lopen, of niet?’
Aan de loftuitingen van collega Rob te horen, is er ondertussen weinig meer over van de scepsis of Nolden het wel aan zou kunnen. Zelf heeft ze ook het gevoel dat ze zich niet meer hoeft te bewijzen. 'Als je je eenmaal bewezen hebt, is het allemaal anders, dan maakt het niet meer uit of je een man of een vrouw bent. De argwaan ging ook voor een deel gepaard met het feit dat veel ME-ers negatieve ervaringen hadden met hun commandanten. En of je nu een man of een vrouw als commandant hebt, het gaat erom dat je er als ondergeschikte ME-er van overtuigd bent dat die persoon zijn of haar werk goed doet. Ze moeten weten of een commandant achter hen staat, of-ie bereid is risico’s te nemen, of er snel knopen doorgehakt worden. Een baas die steeds maar afwacht, die zijn mensen in het ongewisse laat en geen beslissingen durft te nemen maar de boel steeds uitstelt tot het niet langer kan, daar schiet niemand wat mee op.’
Dat de sfeer bij de politie, zacht gezegd, niet echt vrouwvriendelijk is, bewees de rechtszaak vorig jaar tegen agent Franklin Brown, alias de 'billenknijper’. De rechter achtte bewezen dat Brown, die in 1996 nog het Songfestival won met het nummer 'De eerste keer’, op het Rotterdamse politiebureau jarenlang vrouwen lastigviel. Onthutsender nog dan zijn eigen handel en wandel was de door Brown geschetste sfeer op een gemiddeld politiebureau. Seksuele lolletjes zijn volgens hem bij de politie schering en inslag. Een en ander wordt bevestigd door een enquète-onderzoek uit 1993, waarin meer dan negentig procent van de politievrouwen zei zich slachtoffer te voelen van seksueel getinte humor. Respondentes gaven massaal aan geconfronteerd te zijn met pin-ups, schunnige gebaren, seksfilms en uitkleden met de ogen.
IN DE LOOP van de tweede helft moeten er ondertussen zo veel beslissingen genomen worden dat Brigitte gedwongen is in het commandovoertuig te blijven. Een ME-er meldt dat er een jongen in vak GG is gesignaleerd die onder de pillen lijkt te zitten en zijn omgeving continu opjut. Eén van de bewakingscamera’s in het stadion heeft een foto van hem gemaakt. Brigitte beslist dat een peloton hem na de wedstrijd tot buiten de hekken moet volgen om hem vervolgens in te rekenen. In commandoterminologie: 'Scheppen na de wedstrijd, over!’
Tegelijkertijd komen berichten binnen dat er iets in de dug-out is gegooid en dat er weer een vuurwerkbom is afgegaan. Franse suppoosten blijken in het nauw te zitten en ook de Nederlandse agenten (de 'platte petten’) melden dat ze door ongeregeldheden het vak van de Fransen niet meer uit komen. Een paar figuren die de eerste helft voortdurend rotzooi liepen te trappen, blijken bovendien spoorloos verdwenen te zijn. Ondertussen lopen twee ME-ers met een arrestant tussen hen in langs het busje in de richting van de ARAF, de arrestantenafhandeling. Verschillende jongens staan vlak naast het stadion druk in hun mobiele telefoons te praten.
Brigitte heeft er haar handen vol aan. Ze roept verschillende eenheden op ter versterking. Tussen de bedrijven door verzucht ze naar Boulo dat het toch lang niet meer zo'n chaos is geweest: 'Het is echt een gespannen zooitje vanavond, er zitten een heleboel “verveliaars” tussen.’ En in de richting van het stadion: 'Gaat nou eens scoren verdomme, Feyenoord, dat scheelt ons weer een hoop werk!’
Een doelpunt voor Feyenoord zit al een tijd in de lucht en als het in de 72e minuut inderdaad raak is, lijkt De Kuip letterlijk te exploderen. Twee, drie doffe knallen overstemmen het geloei van de 42.000 toeschouwers. De commentator van Radio Rijnmond schreeuwt met een hese stem uit de radio in het commandovoertuig: 'Crúúúúz! Wat een wedstrijd jongens; het dak gaat eraf in het stadion, het feest breekt nu werkelijk los!’
'Nou, wat een feest’, reageert Brigitte Nolden droog terwijl ze contact zoekt met de verschillende ME-bussen om ze alvast in de startposities te dirigeren. Twintig minuten en nog twee doelpunten van Feyenoord later wordt er afgefloten en stromen de eerste mensen het stadion uit. De afronding van de avond vergt een uiterste paraatheid van de verschillende ME-pelotons. Terwijl Brigitte de verschillende eenheden via haar mobilofoon positioneert binnen en buiten het stadion, wordt de balans opgemaakt. Een paar supporters zijn naar de ARAF geleid en er blijken twee gewonden te zijn: een Franse suppoost kampt met een gebroken middenvoetsbeentje en een supporter van Marseille heeft een gebroken arm opgelopen, mogelijk door een slag met de lat van een ME-er. Beiden willen niet in het ziekenhuis behandeld worden maar direct in de bus terug naar Frankrijk.
BRIGITTE KRIJGT het bericht dat er problemen verwacht worden op de plek waar het commandovoertuig staat. De Papa’s (ME-ers te paard) worden ter versterking opgeroepen, maar ernstige ongeregeldheden blijven uit. Slechts een kleine groep supporters probeert zich ongezien te groeperen en de ME uit te dagen.
Rond half twaalf worden ook de Franse supporters uit hun kooi gehaald en onder ME-begeleiding de bussen in gedreven. Brigitte coördineert de colonne bussen die op het punt staat te vertrekken en leunt dan langzaam achterover terwijl ze een sigaret opsteekt.
'Morgen moet ik weer gewoon achter mijn bureau zitten, als hoofd verkeerssurveillance bij de verkeerspolitie Rotterdam’, geeuwt ze. Om er direct aan toe te voegen: 'Maar de combinatie van het werk bij de ME en een bureaubaan maakt het juist zo bijzonder, je bent zowel beleidsmatig als impulsief bezig. Je moet dit werk zoals vanavond alleen niet dagelijks doen, dat is niet gezond.’