INTERVIEW MET PETER DIJKSTRA

Met de oren in het koor

In minder dan tien jaar bouwde Peter Dijkstra een internationale carrière op als koordirigent. Deze week dirigeert hij, als vaste gastdirigent, het geplaagde Nederlands Kamerkoor in werken van Bach en Schönberg. Zolang het nog kan.

OOK PETER DIJKSTRA (1978), als dirigent van de belangrijkste Europese koorgezelschappen bovenmodaal geïnformeerd over de internationale muzikale krachtsverhoudingen, fronste vorig jaar de wenkbrauwen toen hij hoorde dat het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten had besloten de subsidie voor het Nederlands Kamerkoor met zestig procent te verminderen. Zo’n koor, en dan zo’n lot: flabbergasted was hij. ‘Ik heb het gevoel dat er geen expertise is bij die commissies. Kort geleden werd ik gebeld door iemand die ook het Nederlands Kamerkoor had beoordeeld en die mijn mening vroeg over een vrij gerenommeerd Nederlands ensemble, ik noem maar geen namen. Dan krijg je toch het idee dat zo iemand blijkbaar zelf niet weet wat hij moet vinden. Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat die mensen niet capabel zijn. Daar sta ik best van te kijken. Het Nederlands Kamerkoor is een ensemble met een traditie van meer dan zeventig jaar, er is geen vergelijkbaar koor dat dat kan zeggen. En dat wordt door de grillen van zo’n commissie even neergehaald. Dit koor behoort tot de wereldtop en verdient die erkenning. Ik zeg dat ook omdat ik weet hoe hoog het niveau van de internationale concurrentie is. Het Nederlands Kamerkoor is een verworvenheid waar we echt trots op moeten zijn.’

Gelukkig voor hem, zou je bijna zeggen, is Nederland voor Peter Dijkstra maar een deel van de wereld. Het is het land van herkomst waar hij – naast steeds meer symfonieorkesten – het Nederlands Kamerkoor dan wel de vocale ensembles Musa en The Gents dirigeert, en waar hij als een echte Nederlandse expat pindakaas koopt voor zijn zoontje van twee. Maar hij woont in Duitsland, vlak bij München, waar hij nu bijna vier jaar chef is van het Chor des Bayerischen Rundfunks in München, de vaste koorformatie van het door Mariss Jansons geleide Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Wereldtop.
‘Ik werd door München gevraagd voor de instudering van Händels Alexander’s Feast. Daar stond drie dagen voor, maar ik had het in anderhalve dag gepiept. Ze hebben me meteen gevraagd voor een studioproductie met de Fünf Gesänge van Brahms en motetten van Francis Poulenc. En toen wilde een aantal koorleden me wel als nieuwe chef.’
München bevalt hem zo goed dat hij, vele concerten en twee cd-opnamen verder, op het punt staat zijn contract te verlengen met twee jaar, en een optie voor drie. Een inspirerender werkomgeving lijkt voor een koorspecialist ook nauwelijks denkbaar. Behalve dirigent van specifieke koorprogramma’s is Dijkstra er sparring partner van maestro’s als Jansons, Nikolaus Harnoncourt, Christian Thielemann en Riccardo Muti. Het kan erger.
‘Ik heb bewust voor München gekozen’, zegt hij. ‘Ten eerste omdat ik er een enorm potentieel vond dat onvoldoende werd benut, ten tweede omdat ik in de ideale situatie verkeer dat ik er, in aansluiting op mijn studies koor- en orkestdirectie, met de beste dirigenten ter wereld kan werken.’

Dijkstra, die op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag summa cum laude afstudeerde in zang, koor- en orkestdirectie, is in München meer dan de dienstwillige dienaar van de man op de bok. Hoewel het merendeel van de concertprogramma’s in München wordt gedicteerd door de chef-dirigent en zijn collega-sterren, zijn de maestro’s niet doof voor zijn suggesties, en de gegroeide vertrouwensband met Jansons vergroot zijn armslag.
‘Natuurlijk voer je geen autonoom programmabeleid. Een extra beperking is dat ze niet graag repertoire herhalen. Ik heb hier het Requiem van Duruflé gedaan en dat ligt dan gevoelig omdat ze het vijftien jaar geleden ook al hebben uitgevoerd. Maar dirigenten vragen ons als koor wel wat we graag zouden willen, en de samenwerking met Jansons is heel praktisch. Voor mijn eerste instudering hebben we een afspraak gemaakt omdat we elkaar moesten leren kennen. Sindsdien kan ik mijn gang gaan omdat ik weet wat hij wil. Hij is iemand met een vrij dramatische, stevige romantische aanpak, waardoor het minder uitmaakt of het Beethoven of Brahms of Schumann is. Hij verlangt veel dynamiek van het koor en ik zorg dat hij daar bij repetities niet meer over hoeft te praten. De sfeer in München bevalt me zeer. Ik ben de chef, maar we tutoyeren elkaar. Dat dat kan, vinden ze ontwapenend en prettig.’

Intussen werkt Dijkstra elders, van Londen tot Tallinn, aan de uitbouw van een uitgebreid a capella-repertoire dat reikt van Bach tot Ton de Leeuw. Sinds 2006 is hij vaste gastdirigent van het Nederlands Kamerkoor, waarmee hij vorig jaar een door de pers geprezen opname van Bachs motetten maakte. En in 2007 werd hij benoemd tot chef-dirigent van het Zweeds Radiokoor, het kroonjuweel van de wereldberoemde koordirigent Eric Ericson – een van de pedagogen bij wie Dijkstra studeerde en de naamgever van de Eric Ericson Competitie, waar hij in 2003 de eerste prijs in de wacht sleepte. Ook in Stockholm is Dijkstra betrokken bij orkestprogramma’s, maar het zwaartepunt ligt bij a capella-repertoire, met een accent op de hedendaagse muziek. Stockholm is er voor de core business. ‘Ik kom voort uit die traditie. Ik heb een jaar in Stockholm gestudeerd, bij Ericson thuis les gehad. Het is mijn wereld.’
Grote koordirigenten zijn zeldzaam, en op een paar befaamde specialisten na blijven de meesters in het vak buiten de schijnwerpers. Dat er zo weinig zijn, is ook omdat de meeste vakbroeders liever orkesten dirigeren. Mahler Vijf met het Concertgebouworkest, dat is het hoogste doel, niet Bach-motetten met het Kamerkoor. Geldingsdrang is menselijk; een koordirigent is onzichtbaar.
Dijkstra knikt. ‘Veel koordirigenten eindigen als orkestdirigent en de kleine elite wordt nog kleiner. Eric Ericson is negentig, Tõnu Kaljuste treedt als koordirigent langzaam terug, omdat hij steeds meer orkestmuziek en opera dirigeert.’
Dijkstra is anders. Hij dirigeert ook steeds meer symfonieorkesten, inclusief Jansons’ keurkorps in München, maar zijn stiel is de stem. Het was voorbestemd, een klassiek geval van vader op zoon. Zijn wortels liggen in Drenthe, waar zijn vader Bouwe in 1985 naar het voorbeeld van de Engelse kathedraalkoren het Roder Jongenskoor oprichtte, dat in een mum van tijd uitgroeide tot een serieuze factor in het Nederlandse muziekleven. Het nam twaalf cd’s op, won prijzen, leende jongenssopranen aan De Nederlandse Opera, werd ingehuurd door grote Nederlandse kunstinstellingen en maakte tournees naar Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten.
Zoon Peter was lid vanaf het eerste uur. Vanaf zijn zevende stond hij onder leiding van zijn vader in wit koorgewaad op de bühne. Uit vrije wil, benadrukt hij: ‘Ik wilde niets liever, ik kon het goed, en het gaf veel voldoening; dat samen musiceren met anderen vond ik al vroeg heel fijn. Mijn vader was iemand die de grenzen probeerde op te rekken, die in staat was mensen over de streep te trekken. Zeker in de jaren tachtig en negentig was dat in Drenthe overigens makkelijker dan in het westen. Wij waren gezagsgetrouwer. Dat verklaart mede waarom het Roder Jongenskoor zo’n succes is geworden. Toen wij drie jaar bestonden zongen wij de Matthäus Passion met de Nederlandse Bachvereniging, in 1988 werkten we mee aan een Zauberflöte-productie van De Nederlandse Opera. Een onvergetelijke ervaring vond ik het dat wij vanuit de provincie op de nationale podia belandden.’
Wat trok hem aan? ‘Het groepsproces. De prestatiedrang van jongens onder elkaar, plus de competitie die mijn vader toch wel sterk stimuleerde en die ik heb meegekregen. Ze zeggen wel dat leiders leiders creëren. Ik denk dat dat klopt. Want dat ben ik ook. Ik vind het geweldig een groep mensen met dezelfde intentie naar een kern te voeren. Mensen zeggen me dat ik met mijn oren in het koor zit als ik dirigeer. Ze herkennen de koorzanger.
Op mijn 21ste dirigeerde ik in de Leidse Pieterskerk mijn eerste uitvoering van Bachs Hohe Messe. Met een heel goed amateurkoor, het Leiderdorps Kamerkoor. Ik dacht: laten we dat dan maar doen, en laat het dan meteen onderdeel van mijn eindexamen directie zijn. Het was een ongelooflijke leerervaring. Gemeten naar de middelen die ik had was het een goed concert, maar ik had te weinig ervaring met Bach om tot de kern te kunnen komen. Ik was te veel bezig met details, met het oplossen van vocale problemen. Ik moest sleuren.
Het soort leiderschap zoals ik het nu uitoefen is van een totaal andere orde. Toen wilde ik alles controleren en stuitte ik op de grens van wat ik met een groep kon bereiken. Dat is omdat je, door te veel druk te zetten, mensen beperkt in hun bewegingsvrijheid. Nu kan ik zangers een gevoel van vrijheid geven terwijl dat er eigenlijk niet is. Het is een kwestie van loslaten maar je hand eronder houden voor het geval dat. Door er te veel bovenop te zitten kweek je onzekerheid. Geef je voldoende vertrouwen, dan creëer je rust.’

‘Ik probeer als koordirigent de vocaliteit van muziek uit te drukken. Als orkestdirigent dirigeer je in de eerste plaats een partituur; bij een koor begeleid ik een vocaal proces dat ik als dirigent vorm moet geven. Voor zangers is belangrijk dat het lichaam vrij is, zonder spanning, dat het kan ademen. Ik heb dat vooral geleerd van mijn zangleraar in Den Haag, Meinard Kraak. Die had het altijd over stromen en lijnen – dat is heel vormend geweest. Hij was iemand die altijd meevoelde met zijn studenten. Dat heb ik verinnerlijkt; als dirigent profiteer ik ervan. Ook als ik Bach uitvoer. Ik dirigeer Bach minder barokkig dan sommige barokspecialisten deden. Veel barok-interpretaties kwamen vanuit het hoofd, niet vanuit het lichaam, terwijl dat voor mij zoiets vanzelfsprekends is. Ik denk dat we op die motetten-cd met het Nederlands Kamerkoor echt iets nieuws hebben neergezet: een uitvoering die is ontstaan vanuit de klank, meer dan alleen vanuit de tekst. En die dus ook zangerig klinkt, te meer omdat we alleen met continuo werken, zonder instrumentaal ensemble. Wat je hoort is: zingen. Zangers.’

Informatie over concerten:
www.nederlandskamerkoor.nl