Sport

Met de punt

Te midden van al het sport geweld van het afgelopen weekend was er één man die ons hart echt in beroering bracht en wiens prestatie werkelijk tot de verbeelding sprak. In Macedonië sleepte het Nederlands voetbal elftal zich voor de zoveelste keer naar een moeizaam gelijkspel. Erik Dekker finishte na een heroïsche tocht als eerste in de fameuze wielerklassieker Parijs-Tours. Er was Nederlands succes (Marleen Veldhuis) op het wereldkam pioenschap zwemmen kortebaan.

Maar in Rotterdam werd Dick Jaspers wereldkampioen driebanden. Hij huilde een beetje na afloop. Dick Jaspers traint hard voor zijn sport. Biljarten is een topsport, namelijk. Naarmate er meer op het spel staat, en de concurrentie dus groter en sterker wordt, liggen slagen en falen steeds dichter bij elkaar. De grens tussen winnen en verliezen kan dun zijn als een vlinderkusje dat biljartballen elkaar wel eens op hun oor geven. Alleen in topconditie kan de biljarter winnen. Geestelijk en lichamelijk. Dick Jaspers weet dat, en handelt daarnaar. Hij leeft voor het biljarten, doet er alles voor (nooit gerookt, nooit gedronken). Zijn omgeving steunt hem, in alles. Zijn vader heeft vanaf het vroegste begin het talent van zijn zoon gekoesterd, gestimuleerd en begeleid.

Biljarten is een Brabantse sport. Hoeveel Grieken (ze zijn in opkomst!) of Turken (zij ook!) zich ook een weg naar de top hebben gestoten, biljarten blijft Brabants. De sfeer van een café, van gezellig schreeuwende mannen rond een vierkante meter bier, van rook, en achter in de tent een afgeragde biljarttafel, met een groen laken met brandgaatjes erin.

De vader van Dick Jaspers, opgegroeid in Brabant, maakte de ambtelijke gemoedelijkheid in de provincie tot nut door een stuk aan zijn huis te bouwen en een biljartparadijsje voor Dick te construeren. Met het bekende gevolg: onze Dick is nu wereldkampioen.

En er waren tranen. Na afloop van zijn weergaloze finalepartij gaf Jaspers een soort interviewtje aan Studio Sport. Hij zei niet echt veel, hakkelde wat, net naast de microfoon, zuchtte nog een keer en haalde zijn schouders op. Hij was wel blij, maar kon dat niet heel goed beschrijven.

Dick Jaspers werd wereldkampioen driebanden op een biljart met een blauw laken, en met een rode, een witte en een gele bal. Ook hier is de «vernieuwing» al ingezet. De wedstrijden worden volgens het set-systeem gespeeld, waarbij het gaat om drie gewonnen sets van vijftien punten. Om het aantrekkelijker te maken voor het publiek. Dat hoeft helemaal niet. Wij, het publiek, willen graag trage, gemoedelijke, bedachtzame sport. En trage, gemoedelijke, bedachtzame sporters. We willen Raymond Ceulemans met zijn grote buik die tijdens de wedstrijd zomaar een grapje maakt. We willen eindeloos lange partijen, zonder sets. En we willen het fluistercommentaar van Ben de Graaf op televisie.

De biljartsport wordt «als kijkspel» aantrekkelijker gemaakt. Verwacht men dat de toeschouwers juichend en joelend langs de kant zullen staan? Dat een tv-uitzending vier miljoen kijkers gaat trekken? Dat biljarten voetbal passeert als volkssport nummer 1? En dan moet Dick Jaspers zeker media training gaan volgen, om, als hij volgend jaar opnieuw wereldkampioen wordt, net als alle andere sporters met mediatraining dingen te gaan zeggen als: «Tactisch zat ik goed in de wedstrijd, mentaal voelde ik me beresterk, dus ik denk dat ik verdiend heb gewonnen. En het bevalt me goed om zo te spelen, met de punt naar achteren.»