Literatuur: ‘M. De zoon van de eeuw’

Met de vuisten in de zij

M. De zoon van de eeuw was afgelopen jaar de literaire sensatie van Italië. De schrijver Antonio Scurati brengt Mussolini tot leven door hem te laten spreken, denken en handelen in zijn tijd, zonder de kennis van nu. Italië is opnieuw gewaarschuwd.

Benito Mussolini tijdens de Mars op Rome. Oktober 1922 © Stefano Bianchetti / Getty Images

‘Er is iets ergs gebeurd: het boek dat én de favoriet was én veruit het best heeft verkocht het afgelopen jaar én de meeste reuring heeft veroorzaakt bij zowel critici als historici vanwege zijn bijzondere vorm, kortom overduidelijk het boek van het jaar, heeft de Premio Strega gewonnen. ‘Dobbiamo preoccuparci?’(Moeten we ons zorgen gaan maken?), schreef de krant Il Fatto Quotidiano geestig op 6 juli. De avond tevoren was de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega, uitgereikt aan Antonio Scurati, de schrijver van het boek M. Il figlio del secolo (M. De zoon van de eeuw). M had de andere vier finalisten met een ongebruikelijk groot verschil achter zich gelaten, 228 van de vierhonderd stemmen waren voor Scurati en zijn meer-dan-baksteen-dikke boek over de beginjaren (1919-1925) van Mussolini’s fascistische dictatuur. Een niet helemaal nieuw onderwerp voor Italië, om het voorzichtig uit te drukken, en grote internationale Italiaanse literaire fenomenen genoeg de afgelopen jaren, maar daar zat de schrijver van M niet bij.

Antonio Scurati (50) was tot dit onverwacht grote succes gewoon een verdienstelijk schrijver van journalistieke reconstructie-romans, gebaseerd op waargebeurde situaties en bestaande personages met als rode draad oorlog en geweld. Zijn hoofdthema is oorlog, maar hij heeft ook over hedendaags geweld als pedofilie, het bloedbad van de Columbine High School en opvallende misdaden in Italië geschreven. Geduldig bouwde Scurati steentje voor steentje aan zijn oeuvre als schrijver, naast zijn werk als coördinator van de werkgroep ‘Studiecentrum van taalgebruik van oorlog en geweld’ aan de universiteit van Bergamo, waaraan hij ook lesgaf. Hij won af en toe een literaire prijs, hij was zelfs al twee keer finalist van de Premio Strega (in 2009 en 2014), maar niets deed vermoeden dat de keurige filosoof en universitair docent communicatiewetenschappen Antonio Scurati, met zijn militair getrimde grijze haar en merkwaardige oranje snorretje, de literaire gebeurtenis van Italië 2019 zou worden.

M heeft dan ook een lange opmars gehad vanaf september 2018, toen het uitkwam in Italië. In de maanden die volgden begon men zich langzaam maar zeker te realiseren dat dit toch echt een heel andere manier was om Mussolini te benaderen dan al die andere, ontelbaar vele (geschiedenis)boeken, analyses, films, documentaires al hadden gedaan. Wat is er dan zo anders? Of misschien moet de vraag zijn: wat was er dan zo anders voor Italië? Want dat het boek zo is aangeslagen in het land waar het allemaal gebeurde, komt door de stijlfiguur die Scurati kiest: de inner-Mussolini beschrijven, vanuit het hoofd van de obsessief naar een podium zoekende toekomstige dictator met de wetenschap van toen, niet die van nu, zoals alle anderen hebben gedaan.

‘Geen enkel woord van Mussolini in mijn boek, geen enkel citaat, geen enkel personage, geen enkele gebeurtenis, heb ik verzonnen’, heeft Scurati keer op keer benadrukt. Hij wekt de Duce tot leven in zijn tijd, toen hij nog gewoon Benito Mussolini was, op zoek naar zijn rol in de geschiedenis. Want daarvan is de Benito Mussolini van Scurati vanaf de eerste bladzijde overtuigd: er is een rol die op hem wacht. Een grote.

‘Oprichting van de fascistische knokploegen, Milaan, Piazza San Sepolcro, 23 maart 1919’, begint het eerste hoofdstuk. En de inner voice van Mussolini spreekt direct tot de lezer: ‘Hier staan we nu, met uitzicht op het Piazza San Sepolcro. Een groepje van niet eens honderd man, allemaal mannen die er niet toe doen. We zijn met weinigen en we zijn dood. Ze wachten tot ik ga spreken maar ik heb niets te zeggen. Het toneel van Italië is leeg, bezaaid met miljoenen lijken, een berg lichamen – tot blubber gereduceerd, vloeibaar geworden – is achtergebleven op de gevechtslinies van de Carso, de Ortigara en de Isonzo. (…) Dít mijn volk. Ik weet het heel goed. Ik ben de eerste van de op drift geraakten, ik ben de beschermheer van de dak- en thuislozen, ik ben de verlorene op zoek naar de weg. Het bedrijf is er al, ik moet het alleen nog aansturen. Ik sper mijn neusgaten in dit half lege zaaltje en ik ruik de eeuw, ik strek mijn arm, op tast naar de pols van de menigte en ik weet zeker dat mijn publiek er is.’

Het was aanvankelijk ook even tasten in de kringen die de toon zetten voor de perceptie van een boek. De links-intellectuele opiniemakers van Italië wisten niet direct wat ze ervan moesten vinden. Dat Antonio Scurati in moreel opzicht aan de goede kant van de streep staat stond buiten kijf, dat hij goed kan schrijven ook. Maar wat bedoelde hij nu precies met deze objectieve reconstructie van het Italië van een eeuw geleden, en de manier waarop Benito Mussolini, de uit de socialistische partij geschopte hoofdredacteur van het partijorgaan Avanti!, zich het podium aan de andere kant van het politieke spectrum wist toe te eigenen? Waren we nu wel zeker van het feit dat Mussolini een misdadiger was, dat hij heel Italië mee de afgrond in heeft gesleurd en miljoenen doden op zijn geweten heeft? Waar staat dat dan?

Antonio Scurati bleef met souverein geduld uitleggen dat zijn roman nu juist niet het oordeel na afloop voor de zoveelste keer wilde bevestigen. Dat het hem ging om de vraag: hoe kon dit gebeuren, wat waren de omstandigheden die hebben geleid tot de Duce in Italië? ‘En daarmee bedoelt u natuurlijk dat er op dit moment vele ducetti (kleine Duce’s) de kop opsteken in Europa, zeker ook bij ons in Italië?’ trachtte de keizerin van de politieke talkshow Lily Gruber, bijgenaamd ‘Lily la Rossa’, de schrijver van M meteen op het juiste spoor te zetten. Maar daar wilde Scurati niet aan meedoen, al was zijn boek toen net uit, in september 2018, en al wist hij natuurlijk dat het veel voordeel kan opleveren als je Lily Gruber gelijk geeft. Je zit meteen aan de goede kant voor de publieke opinie.

‘Nee nee, ik zou het beschouwen als een devaluatie van het enorme werk dat ik in dit boek heb gestoken om geforceerde paralellen met het heden te gaan zoeken’, antwoordde hij beleefd. En vervolgens gaf hij een lesje in de analytisch-objectieve blik waar Lily la Rossa niet van terug had. ‘We moeten niet kijken naar de leiders, het verleden herhaalt zich nooit, een Mussolini zullen wij nooit meer hebben. We moeten kijken naar onszelf. Want zeker is de atmosfeer, de humus waaruit een Mussolini kon ontstaan, op dit moment gevaarlijk gelijk aan die in 1919, 1920, 1921. De kleine burgerij die zich bestolen en bedrogen voelt door de “politieke kaste”, kijk aan, die term werd verzonnen door Gabriele d’Annunzio, de dichter en volksmenner die Mussolini’s grote leermeester was. Dat mentale klimaat, van kleine lieden die zich bedreigd voelen in het weinige dat ze hebben door de invasie van de horden – destijds de socialisten, vandaag de immigranten – dat lijkt erg op het klimaat van vandaag. Het syndroom van de beroving, noem ik dat, en die zwarte slang kronkelt op dit moment zeker opnieuw door Italië, en ook door Europa. De massa is op dit moment net zo wrokkig als een eeuw geleden en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt door bepaalde stokers. Tegen dat gevaar probeer ik te waarschuwen met mijn boek, omdat ik ervan overtuigd ben dat de les uit het verleden een belangrijke raadgever kan zijn.’

‘The unexpected popularity of M in Italy’, zoals The New York Times schreef toen het boek uitkwam in Amerika, is zeker ook te danken aan de manier waarop Scurati interview na interview, talkshow na talkshow bleef uitleggen wat zijn focus was. Hij deed dat zo goed dat zelfs de andere kant van het spectrum, de vele Italianen die nog altijd ‘in’ de Duce zijn, het boek nieuwsgierig ter hand nam. Zoals Federico Binatti, de burgemeester van het noordelijke plaatsje Trecate en tevens voorzitter van de provincie Novara, een belangrijke vertegenwoordiger dus van Fratelli d’Italia, het honderd procent Duce-partijtje van nostalgici dat eeuwig schommelt rond de drie à vier procent. Hij werd gebeld door een journalist die eens lekker wilde stoken met het feit dat Trecate in M een ‘buco di culo’ wordt genoemd, wat letterlijk ‘gat’ betekent. Vond hij dat niet beledigend? ‘O’, zei de nog jonge burgemeester van 36, ‘daar ben ik niet over gevallen. Ik heb het boek gelezen met de kerst, en ik vond het erg goed.’

‘Dít mijn volk. Ik weet het heel goed. Ik ben de eerste van de op drift geraakten’

Jammer dat de journalist daar niet op doorvraagt. Het zou natuurlijk enorm interessant zijn om te weten wat zo iemand er goed aan vindt. Dat is een beetje het probleem met Italiaans rechts, het doet niet mee aan ‘het culturele debat’ omdat dat wordt gemonopoliseerd door links en omdat rechts sowieso niet debatteert. Ze kopen een boek en lezen het thuis, punt. Maar toch, die laag heeft Scurati dus wel weten te bereiken.

En is dat winst? Ja, dat is natuurlijk enorme winst. Wat de bescheiden, zeer goed en helder sprekende Antonio Scurati in Italië voor elkaar heeft gekregen is een kleine verandering van de tone of voice. Klein dan, want het is nog maar twee maanden geleden dat de ducetto Matteo Salvini het podium moest ruimen wegens een enorme politieke miscalculatie (iets wat Mussolini beslist niet overkwam in zijn regime van twintig jaar), maar hij staat klaar in de coulissen. Er hoeft maar dít te gebeuren met deze niet al te sterke coalitie van de Vijfsterrenbeweging en de linkse PD of daar heb je hem weer.

En er zijn toch veel overeenkomsten wat betreft gedrag en brutaliteit die je uit M kunt halen. Ze zijn beiden begonnen in Milaan, Mussolini en Salvini (en ook Berlusconi trouwens); ze waren beiden zogenaamd ‘links’ aan het begin van hun carrière, want ook Salvini mocht graag pronken met het frequenteren van de sociale bolwerken van Milaan in zijn jeugd – wat absoluut niet waar is. Beiden hebben ze de politieke taal en manier van optreden radicaal veranderd, en bij beiden is het taalgebruik de inhoud; meer is niet nodig. Beiden kiezen ze altijd actie, actie, boven redeneren en er samen uitkomen. Gefingeerde actie vaak, maar dat maakt niet uit. Beiden hebben ze ‘pieni poteri’ (volmachtiging) gevraagd aan het parlement; weg met de democratische spelregels die alles maar ophouden. Beiden geven ze hun massieve lichaam graag aan de graaiende menigte, en graag op het strand. Raak mij aan, ik ben van jullie.

En, echt gebeurd: op 4 mei stond Salvini op het door Mussolini aangelegde balkon van het stadje Forlì in de stromende regen te oreren tegen een kleine menigte. Op het Piazza Saffi, een toonbeeld van fascistische architectuur, waar vier verzetsstrijders, onder wie een meisje, op 18 augustus 1944 werden opgeknoopt om de menigte te laten zien wat er gebeurde met verzetsstrijders. Salvini keek uit op de gedenkplaat.

Benito Mussolini, 1925 © The LIFE Picture / Getty Images

Antonio Scurati kreeg het idee voor M bij het bekijken van het vele beschikbare beeldmateriaal van Mussolini die massa’s toespreekt, vaak vanaf balkons, maar ook op pleinen, in graanvelden, op stranden, waar dan ook, altijd in de buitenlucht, ook als het hoosde van de regen. Echte mannen staan in de buitenlucht. Scurati bekeek het materiaal voor zijn vorige historische roman, Il tempo migliore della nostra vita (De beste tijd van ons leven), over Leone Ginzburg, de gevluchte joods-Russische intellectueel en schrijver die in Italië trouwde met de piepjonge schrijfster Natalia Ginzburg en in februari 1944 in een Romeinse gevangenis werd doodgemarteld door de nazi’s. Ginzburg was een actief lid van het verzet, vader van drie kleine kinderen en pas 34. Bij het zien van al die Mussolini-beelden, het kaakheffen, het armen over elkaar slaan op de borst, of met de vuisten in de zij staan, de benen in pofbroek en rijlaarzen wijd uit elkaar, het kinknikken, het waanzinnige oogrollen, besefte Scurati dat deze niets meer zeggen, omdat ze al te vaak gezien zijn. ‘Ik dacht: deze man, dit sjabloon in zwart-wit, zit nog steeds in het hart van het Italiaanse bewustzijn. Ik moet hem eruit bevrijden, we moeten hem weer kunnen zíen.’

Ook met een volume van 840 pagina’s moet je keuzes maken. En over keuzes kan altijd worden getwist. Zo is Scurati’s keuze om Mussolini’s eerste vrouw, Ida Dalser, wel op te voeren als de ‘gekkin’, maar niet uit te leggen hoe dat zo kwam, twijfelachtig. Ida Dalser zie je alleen door Mussolini’s ogen, als ze staat te schreeuwen op de binnenplaats van het kruimelredactietje van Il Popolo d’Italia, zijn eigen krant die hij in 1914 met haar geld had kunnen oprichten, en die hij gebruikte als spreekbuis voor zijn greep naar de macht.

Scurati introduceert haar eenmalig in zijn boek: ‘“Verrader, zwijn, hoerenloper!” (…) Ah, daar gingen we weer. Daar had je Ida Dalser, de gekkin uit Trento. Dit keer had ze Benito Albino, het kind, meegesleept. (…) “Je verstopt je hè? Kom naar buiten, als je durft! Kom onze zoon kussen. Lafaard!” De zoon van de timmerman uit Emilia-Romagna stort zich de ijzeren wenteltrap af naar de binnenplaats onder de ergste vervloekingen. (…) Twee lijfwachten uit de fascistische knokploegen slepen la Dalser en de arme kleine Benito Albino van de binnenplaats. Het toneelstuk is voorbij.’

Exit Ida Dalser uit het leven van Mussolini, verder geen uitleg. Scurati noemt haar ‘ex-minnares’, waarmee hij haar schaart onder Mussolini’s leger van minnaressen, maar dat was ze niet. Ida Dalser was zijn eerste echtgenote, die hij trouwde in 1914, het jaar waarin zij alles wat ze had verkocht (een goedlopende schoonheidssalon in Milaan, haar riante appartement) om hem zijn krant te laten oprichten. In november 1915 werd hun zoontje Benito Albino geboren, dat Mussolini begin 1916 erkende en zijn achternaam gaf. Maar intussen was hij ook getrouwd met Rachele, de eenvoudige boerendochter uit zijn geboorteplaats Predappio met wie hij ook al lang een verhouding had. Dit kon omdat hij met Ida Dalser alleen in de kerk was getrouwd, wat geen legale status heeft, terwijl hij met Rachele trouwde voor de burgerlijke stand. Voor de wet was Rachele zijn vrouw, en overigens ook al moeder van het dochtertje Edda, de eerste van de vijf Mussolini-kinderen die uit het legale huwelijk geboren werden.

‘De zwarte slang kronkelt op dit moment zeker opnieuw door Italië, en ook door Europa’

In Marco Bellocchio’s film Vincere (2008) wordt het gruwelijke lot van Ida Dalser, die zich nooit heeft kunnen neerleggen bij dit hoogverraad, tot aan het gekkenhuis gevolgd. Mussolini laat zowel haar als zijn zoon uiteindelijk opsluiten in gestichten, waar Ida Dalser in 1937 sterft aan een hersenbloeding. Benito Albino sterft in 1942 op 26-jarige leeftijd in een ander gesticht aan ‘emotionele uitputting’, zoals het medisch rapport vermeldde. Het lot van moeder Ida Dalser en zoon Benito staat in Italië officieel te boek onder ‘delicten van het regime’, waar er oneindig veel van waren, maar in dit geval ging het om zijn vrouw en zijn eigen zoon. En dat is niet minder belangrijk dan het laten afslachten van de enige politieke opponent die zijn mond nog durfde open te trekken in het parlement, de socialistische leider Giacomo Matteotti.

M eindigt met Mussolini’s speech in het parlement van 3 januari 1925, waarmee de begiftigte redenaar en ongelooflijk handige draaier opnieuw zijn hachje redt. Hij is op dat moment al ruim twee jaar afgedwongen premier, na de Mars op Rome – maar wat hij met Matteotti heeft gedaan wordt hem niet vergeven. Heel Italië weet dat hij erachter zit, achter ‘de verdwijning’ van de socialistische leider Giacomo Matteotti op 10 juni 1924. Tien dagen eerder, op 30 mei, had Matteotti een van zijn oneindige opsommingen – de 107ste – gehouden voor het parlement, waarin hij de daden van het fascistische regime tegen de wet, tegen de basisregels van de democratie, één voor één ontleedde, met het geduld van de patholoog-anatoom. Een urenlange opsomming, die Mussolini met strakke kaken bladerend door de kranten van die dag zogenaamd onverschillig van zich had laten afglijden.

Maar de parlementaire verslaggevers die hem de aula uit zagen benen, hadden opgemerkt dat hij razend was. En Matteotti zei tegen de man die naast hem in de oppositiebanken zat: ‘Ik heb het gezegd, jullie kunnen nu beginnen aan mijn grafrede.’

Dat had Matteotti goed gezien, want op 10 juni wordt hij op klaarlichte dag tijdens zijn ochtendwandeling langs de Tiber in een auto gesleurd door een groep fascistische knokploegleden. Ze beuken de tengere, beschaafde Matteotti die hinderlijk weerstand biedt tijdens de rit dood, en begraven hem ergens in een stuk dicht bos iets buiten Rome. Hij wordt daar pas op 16 augustus ontdekt door een carabiniere die zijn zomervakantie in zijn geboortehuis doorbrengt en het bos op zijn duimpje kent. Het is zijn hondje en een onzegbare stank die de carabiniere trefzeker op de juiste plek doen graven.

Van Matteotti is weinig meer over, hij is dubbelgeklapt in de kuil geperst, want er was haast. Alle, maar dan ook alle sporen leiden naar Mussolini, en dat snapt iedereen. De Houdini-truc waarmee hij zich op 3 januari 1925 uit de nesten lult door ‘alle schuld op mij te nemen’ als betrof het een nobele daad van een verantwoordelijk leider die persoonlijk onschuldig is, betekent het definitieve begin van de fascistische dictatuur. Ook Matteotti wordt hem vergeven. En na Matteotti zal niemand hem meer een strobreed in de weg leggen.

Terecht geeft Scurati de figuur van Matteotti uitgebreid context in M. Bijvoorbeeld via brieven aan zijn vrouw, waaruit blijkt dat Matteotti altijd al een principeridder was, die zijn persoonlijke geluk en dat van zijn vrouw en kinderen almaar opofferde aan de zaak. Ook als er niets meer te doen is dan Mussolini op zijn antidemocratische wandaden te wijzen, blijft Matteotti dat doen, tegen het advies van zijn vrouw in. Zijn paspoort wordt afgenomen, om Matteotti’s hechte banden met de socialistische internationale in Frankrijk, Engeland, België en Duitsland door te snijden. Hij kan Italië niet meer uit, maar blijft hardnekkig werken aan het manuscript voor het boek Contro il fascismo: Un anno di dominazione fascista (Tegen het fascisme. Een jaar van fascistische heerschappij) dat hij altijd bij zich draagt in een enveloppe onder zijn arm. En hij blijft tellen: 42 moorden, 1112 knuppelpartijen met ernstig gewonden, 184 vernielingen van privéwoningen en gebouwen van socialistische verenigingen, 24 krantenredacties in de brand.

De context die Matteotti krijgt is van belang om de methode-Mussolini te doorgronden. Mensen die in de weg liepen, werden geruimd. Ook als het mensen waren met wie hij een zeer passionele, erotische band had gehad, en die alles voor hem hadden opgegeven, zoals Ida Dalser. Zij beschouwde zich als zijn gelijke, zijn geestelijke kompaan, zij wilde de hoofdrolspeelster en raadgeefster aan zijn zijde zijn. Maar in het leven van Mussolini was plaats voor maar één hoofdrolspeler. Vandaar de simpele, gezeglijke Rachele, die gewoon deed wat ze moest doen: kinderen baren en het huishouden runnen. Ida Dalser is net zo veelzeggend als Giacomo Matteotti, in de handel en wandel van de zoon van de eeuw, en daarom is het vreemd dat ze alleen als een gek wordt opgevoerd. Gek gemaakt, eventueel.

Mussolini is Scurati niet in de koude kleren gaan zitten. Aan een journalist van la Repubblica vertelt hij op de ochtend na de prijsuitreiking van de Premio Strega wat het jarenlang wonen in het hoofd van de Duce met hem heeft gedaan: ‘Ik heb me helemaal ondergedompeld in het taalgebruik van Mussolini, ik heb het gevoel dat ik zo dicht bij hem ben gekomen dat het mij soms ook een ambigue operatie lijkt. Ik wilde ten koste van alles vluchten van het sarcasme, van de knipoog naar de lezer: Hé, ik ben dit niet echt, hoor. Ik heb mijn eigen taal helemaal uitgehold ten gunste van het fascisme, maar bij het herkneden heb ik er een draai aan gegeven, waardoor er een sinistere galm in kwam. Het zit in die draai, niet in wat Mussolini zegt, dat de afgrond van het kwaad van het fascisme zich opensplijt, dat je het voelt.’

En dit is pas deel één. Er komen minstens nog twee delen van M bij, om de jaren waarin Mussolini Italië oversteeg tot zijn uiteindelijke aftocht van het wereldpodium in kaart te brengen. Als hij het redt, want hij moest na deel één wel hulp zoeken, zegt Scurati onder het weghappen van een paar espresso’s tegen de morning after-roes. ‘Toen ik klaar was met schrijven heb ik problemen gehad met mijn psychische stabiliteit, ik voelde me sterk vervreemd van alles. Ik heb er over gesproken met mijn huisarts, en die zei: “U hebt jaren doorgebracht in de geest van Mussolini. En u bent verbaasd dat u vervreemd bent?” Dat was voor mij een grote geruststelling.’


M. De zoon van de eeuw verschijnt op 1 november in de Nederlandse vertaling bij uitgeverij Podium