Onvolledige ambtsberichten

‘Met deze generaals aan de macht zou ik nooit teruggaan naar Darfur’

Een vluchtelingenkamp in Darfur. © ASHRAF SHAZLY / AFP

Op een ochtend logt Amir in op zijn IND-account in afwachting van een uitnodiging voor een permanente verblijfsvergunning die hij had aangevraagd na vijf jaar en een paar maanden in Nederland te zijn geweest. Hij zag een brief in zijn inbox en dacht: dit is hem! Amir komt oorspronkelijk uit Darfur, een regio in Soedan die, net als de Blue Nile en Zuid-Kordofan, jarenlang etnische zuivering en genocide heeft meegemaakt. Deze langlopende oorlog heeft ongeveer driehonderdduizend levens gekost en 2,7 miljoen mensen intern ontheemd.

‘Ik was het doelwit van Janjaweed (de Arabische militie, beschuldigd van systematisch geweld tegen burgers en dorpelingen, ef) en werd dagenlang gemarteld tot ik erin slaagde weg te rennen. Door de woestijn en via de Middellandse Zee ben ik naar Nederland gekomen’, vertelt Amir terwijl we door het stadspark in Groningen wandelen.

Amir kreeg binnen een paar maanden zijn verblijfsvergunning, begon meteen Nederlands te leren, slaagde voor zijn inburgeringsexamen en zit nu, op 22-jarige leeftijd, in het tweede jaar van de opleiding civil engineering. ‘Toen ik het bericht opende, schrok ik van een compleet tegenovergestelde brief die dreigde me terug de illegaliteit in te sturen.’ Sinds de brief is Amir gestresst en heeft hij regelmatig hoofdpijn. Zijn studiefinanciering is stopgezet dus moet hij, als hij dat nog mag, extra uren werken om genoeg geld te verdienen. ‘Dat is nog oké, maar het omgaan met de stress van een onbekende en beangstigende toekomst is erg moeilijk.’ Hij is gefrustreerd en begrijpt helemaal niet waarom hij deze brief ontvangen heeft. ‘In alle vertrouwen heb ik mijn hele levensverhaal aan de IND verteld. Ik vertelde ze over de moord op mijn ouders in Darfur en ook dat ik gemarteld was. Ze gaven me papieren en ik bouwde hier mijn leven op.’

Veel Soedanezen hebben de afgelopen jaren in Europa binnen een paar maanden na aankomst subsidiaire bescherming gekregen. Maar volgens de IND geldt deze bescherming opeens niet meer voor Soedanezen uit bepaalde gebieden. Naar schatting hebben zo’n honderd Soedanezen in Nederland inmiddels deze brief ontvangen.

In Nederland krijgen asielzoekers veel minder vaak dan bij onze buren een ‘echte’ asielstatus, en in plaats daarvan subsidiaire bescherming. Die wordt geboden aan iemand die niet voor de individuele vluchtelingstatus in aanmerking komt, maar bij wie er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat hij of zij bij terugkeer een reëel risico van ‘ernstige schade’ oploopt, zoals is gedefinieerd in artikel 15 van de richtlijn van het Europees Parlement in 2011. In Nederland maakt het in de praktijk niet erg uit welke status iemand heeft. Behalve dat er dan meestal niet goed geluisterd is naar iemands individuele vervolgingsverhaal. En dat is vijf jaar later meestal niet goed te repareren.


Samir, een andere Soedanese statushouder in Nederland, kreeg dezelfde brief als Amir. Hij raakte erdoor in totale paniek. Hij pakte zijn koffer en nam het vliegtuig naar Engeland. Zijn landgenoot Mohammed hoorde over de IND-brief en riskeerde zijn leven door samen met een paar anderen op een rubberbootje naar Engeland te springen en te hopen op een kalme zee. Bij aankomst dreigt de Engelse regering hen met een Dublin-claim, die hen zou terugsturen naar Nederland. Tot op heden zitten beiden in een Brits hostel in onzekerheid af te wachten.

‘Betekent dit dat ik niet meer in mijn huis kan blijven?’ vraagt Khalid Jones in zijn woonkamer in Amsterdam. Hij heeft ook wel gedacht over het nemen van een boot, maar bleef de afgelopen vijftien jaar toch in Nederland. De meeste tijd was hij ongedocumenteerd, pas twee jaar geleden kreeg hij een tijdelijke status en nu, anderhalf jaar later, kreeg ook hij de brief. Ik zit in zijn huis. Hij wacht op een nieuwe kast. Hij laat me de avocadozaden zien die hij van plan is te planten. Hij beschrijft zijn gevoel na het lezen van de brief als een vernietiging van het idee dat hij net begon te ontwikkelen over wat een ‘legaal’ persoon kan doen.

‘Na jarenlang op straat te hebben geleefd’, vertelt hij, ‘begin ik nu pas te begrijpen hoe het voelt om in een huis te wonen. Ik begin me voor te stellen wat ik zou willen studeren of op welke banen ik zou willen solliciteren.’ Hij begrijpt niet waarom de IND hem een status heeft gegeven. ‘Om mijn leven nog even te veranderen en me nu weer op straat te zetten?’ Jones zegt dat de angst voor de dood of een onmenselijke behandeling in Darfur zo groot is dat al die jaren leven op straat beter is dan een mogelijke terugkeer.

Deze angst is niet meer gegrond, zo meent de IND, want de veiligheidssituatie in de regio’s is volgens de dienst verbeterd. Dat zou blijken uit het ambtsbericht over Soedan dat is gepubliceerd in oktober 2019. Volgens Jones kan dat niet kloppen. ‘Elke dag zie ik berichten met gewonden en dode mensen op mijn social media’, zegt hij.


Op de fiets naar huis vraag ik me af hoe het mogelijk is dat Soedanezen uit deze streken bereid zijn hun leven op zee te riskeren, of decennialang op straat door te brengen, maar dat ze niet terug willen keren naar een plek die volgens de Nederlandse regering veilig is. Ik kan niet wachten om het ambtsbericht te lezen, dus ik fiets sneller tegen de wind en de regen in. Twintig jaar geleden was ik zelf een asielzoeker uit Iran. Ik moest anderhalf jaar wachten, toen kreeg ik uiteindelijk een positieve reactie van de IND. Sindsdien ben ik nieuwsgierig naar het asielsysteem, als kunstenaar onderzoek ik dit en maak ik er werk over.

Het ambtsbericht is een 129 pagina’s tellend document gepubliceerd in oktober 2019 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het behandelt landeninformatie zoals interne politieke ontwikkelingen, de veiligheidssituatie en fraude, en heeft heel hoofdstuk over mensenrechten. De pagina’s staan bijna voor de helft vol met voetnoten die verwijzen naar de informatiebronnen. Hieruit blijkt dat bijna elke zin uit een artikel komt van Al Jazeera, Sudan Tribune, NRC, Radio Dabanga en United Nation Human Rights Council.

In de eerste alinea wordt vermeld dat, hoewel in vergelijking met het vorige rapport de veiligheid in de conflictgebieden Zuid-Kordofan en Blue Nile is verbeterd, er nog steeds gewapend geweld tussen regeringstroepen en rebellen is, evenals tribale gewapende conflicten en criminaliteit. En hetzelfde wordt gezegd over Darfur, met de toevoeging dat er eerder weliswaar minder doden vielen, maar in 2019 nam het geweld toe en de mensenrechtensituatie is verergerd.

Het ambtsbericht staat vol met alarmerende signalen over de verslechterende veiligheidssituatie. De enkele uitzonderingen hierop zijn meestal uit de oorspronkelijke context gehaald. Bijvoorbeeld in een kort citaat uit World Report Sudan 2018: ‘In Blue Nile, zijn er slechts sporadische gewapende conflicten tussen de regeringstroepen en de rebellengroep People’s Liberation Movement-North (SPLM-N).’ Sporadische conflicten zijn beter dan voortdurende, kun je denken. Maar wat na deze zin in het World Report Sudan staat, wordt niet opgenomen in het ambtsbericht, namelijk dat er in de regio een groot aantal gewapende groepen zijn die in totale straffeloosheid ‘een ernstige bedreiging (vormen) voor de bescherming van burgers en mensenrechten’ (pagina 20). Dat is toch een ander beeld dan uit het ambtsbericht naar voren komt.

Een ander voorbeeld van selectief gebruik van informatie is afkomstig van de Human Rights & Development Organization (HUDO). Het ambtsbericht citeert alleen informatie uit deze bron over welke gebieden, steden en wijken onder controle van de Sudan People’s Liberation Movement – North staan. In het HUDO-rapport staan echter ook nog 25 pagina’s met ernstige mensenrechtenschendingen, zoals arrestaties, moorden en marteling van burgers, activisten, vrouwen en zelfs kinderen.

Een voorbeeld: op 21 november 2019 kwamen M. Eissa en M. Osman met hun motor van de boerderij. Zes gewapende mannen in uniformen van de Public Defense Force (PDF) dwongen hen te stoppen met wegblokkades. De boeren werd gevraagd of ze uit een regio kwamen die Um-Alkerring heet (een gebied onder controle van rebellen). Ze antwoordden positief. Onmiddellijk schoten de PDF-soldaten M. Eissa dood en verwondden M. Osman. Hij werd naar het ziekenhuis op meer dan honderd kilometer afstand gebracht en overleefde. De zaak is gemeld bij het politiebureau, maar er heeft geen verder onderzoek plaatsgevonden.

De recente conclusie van de IND over de verbeterde veiligheidssituatie is in tegenspraak met een van de meest geciteerde bronnen van het ambtsbericht. Volgens ACLED, een organisatie uit de VS die wereldwijd conflictdata verzamelt en analyseert, nam na het aftreden van Al-Bashir in april 2019, en de machtsovername van de Transitional Military Council (TMC) het geweld na korte tijd weer toe. Het begon ermee dat in grote delen van het land massale, vreedzame demonstraties plaatsvonden tegen de economische inflatie, het brandstoftekort en de stijging van de voedselprijzen.

Dit werd gevolgd door de politieke eis dat president Omar al-Bashir moest aftreden. Commandant Mohamed Hamdan Dagalo, ‘Hemetti’, plaatsvervangend hoofd van TMC, stuurde zijn Rapid Support Forces (RSF) naar Darfur. (RSF is een paramilitaire troepenmacht die voortkomt uit de Janjaweed-milities die verantwoordelijk worden gehouden voor ernstige misdaden in Darfur tijdens de genocide van 2003 tot 2008.) Demonstranten in Darfur werden gewelddadig uiteengedreven. De hevige botsing van RSF en politie met vreedzame demonstranten in Khartoum staat bekend als het bloedbad van 3 juni 2019 en had minstens honderdtwintig doden tot gevolg. De dagen erna werden lichamen uit de Nijl gehaald met steenblokken aan hun voeten, vermoord en gedumpt door de RSF. Veel mensen zijn spoorloos verdwenen.

Yousif Fasher, mensenrechtenactivist uit Darfur in Nederland, stelt: ‘De Nederlandse regering neemt de situatie in Soedan niet serieus. Dat veel van Al-Bashirs generaals nog steeds aan de macht zijn geeft geen aanleiding tot enige veiligheid. De internationale rapporten bevestigen allemaal dat dit nog steeds gevaarlijke gebieden zijn.’

Hoe is het volgens het ambtsbericht dan met de veiligheidssituatie in in Darfur, Nuba Mountains en Blue Nile gesteld? De conclusie wordt direct gegeven in het ambtsbericht: ‘Naast het leger en paramilitairen zijn er rebellengroepen. Gewapende stammen en ook “gewone” criminelen en gangs. De veiligheidssituatie is hierdoor instabiel.’

De VN beschrijft de situatie in 2018 als volgt: ‘Tegenwoordig worden de omstandigheden beter omschreven als een accentuering van wetteloosheid en criminaliteit door een langdurige humanitaire crisis, schending van mensenrechtenkwesties en gebrek aan ontwikkelingen.’

In 2019 verslechterde de mensenrechtensituatie in Darfur door een toename van onder meer moord, ontvoering en seksueel geweld. Een VN-rapport uit 2020 vermeldt daarnaast routinematige schendingen van het wapenembargo naar Darfur door de Soedanese regering. Wellicht trekt de IND haar conclusie uit het ambtsbericht door uitsluitend naar de grafieken te kijken?

Maar ook dat is niet overtuigend. Het aantal dodelijke slachtoffers in het ambtsbericht is slechts vermeld tot en met 12 september 2019. Het dodental in West-Darfur staat op 32 maar het aantal is dramatisch gestegen tot 118 volgens de bijgewerkte data van ACLED tot eind 2019. In Zuid-Darfur steeg het van 29 naar 71. In de eerste helft van 2020 zijn in West-Darfur 142 en in Zuid-Darfur 134 doden gevallen, meer dan in heel 2019. Het ambtsbericht meldt bovendien dat er geen exacte bronnen van deze cijfers zijn – des te meer reden om deze aantallen niet als basis te nemen voor een beslissing die het leven van veel mensen zal beïnvloeden.

Alhoewel de grote gewapende conflicten zijn afgenomen, vielen er nog steeds veel doden door kleinschalig geweld. In september 2020 schrijft Dr. Dan Watson, data-analist bij ACLED, dat de dodelijke incidenten in Darfur en Zuid-Kordofan toenemen. Met toegang tot de geolocatie van de gemelde incidenten kan hij concluderen dat er een transformatie van geweld plaatsvindt naar stedelijke gebieden tussen de milities en gemarginaliseerde en semi-gemarginaliseerde groepen. Hij waarschuwt verder dat de huidige vredesbesprekingen ‘weinig effect zullen hebben op het geweldsniveau, behalve om ze mogelijk te verhogen’. En dat komt door de concurrentie in de politieke en militaire machtsgreep in Khartoem, zo denkt hij.

Hoe kunnen IND-medewerkers, die ook toegang hebben tot deze informatie, tot een conclusie van veiligheid komen? Lezen ze het ambtsbericht überhaupt? Doen ze onafhankelijk onderzoek voor meer bijgewerkte informatie?

‘Wie heeft het ambtsbericht eigenlijk gelezen?’ Met deze vraag in gedachten ging ik naar Pieter Smit, onafhankelijk onderzoeker en Soedan-deskundige. ‘Veel IND-ers kijken alleen naar de one page samenvatting van het ambtsbericht, in de Vreemdelingencirculaire. Daarnaast moeten ze zich houden aan allerlei SUA-berichten. Dit zijn soms zeer gedetailleerde, meestal geheime instructies per land, die nooit aan parlement, advocaat of rechter worden voorgelegd, maar die vaak wel bepalen of iemand asiel krijgt. Die geheime instructies zijn veelal strenger dan het ambtsbericht’, zegt Smit.

Ook verwijst hij naar het boek van Ralph Severijns, Zoeken naar zekerheid (2019). Door tientallen IND-medewerkers te interviewen ontdekte Severijns dat er maar een van hen daadwerkelijk onafhankelijk onderzoek deed om te achterhalen of de informatie in een ambtsbericht nog juist en actueel is.

Wat ook niet onderzocht wordt in dit ambtsbericht is de historische maar onuitgesproken en dus aanhoudende slavernij van zwarte mensen door sommige Arabische elites. Verder voegt Smit nog toe: ‘Mensen die nu naar Janjaweed-gebied (vooral Darfur) gestuurd worden, kunnen zomaar in echte slavernij terechtkomen. Nederland is daar eenmaal eerder voor veroordeeld, dat ging toen over Somalië, dat kan zo weer gebeuren in Soedan.’


‘Ik ben zwart en kom uit een stam in Darfur die altijd gediscrimineerd en vermoord zou worden’, zegt Hamza tijdens ons telefoongesprek. Hamza is even oud als Amir en bevindt zich in dezelfde situatie: hij heeft vijf jaar geleden asiel gekregen en nu ligt een brief van IND op de mat dat zijn status misschien wordt ingetrokken. ‘Met deze generaals aan de macht zou ik nooit teruggaan naar Darfur.’

Prominent politiek analist en journalist El Haj Warrag bevestigde in een bericht op Radio Dabanga: ‘Racisme is de wortel van mensenrechtenschendingen in Soedan.’ Hij waarschuwde dat het niet uitroeien van een dergelijke racistische cultuur zou kunnen leiden tot herhaling van eerdere bloedbaden in Soedan.

Smit legt verder uit: ‘Dit superioriteitscomplex is nog steeds de onderliggende stimulans voor marginalisatie, onteigening en seksueel geweld in die drie regio’s die nu volgens IND veilig zouden zijn. Hoewel veel betrouwbare bronnen, waaronder de BBC, al decennialang herhaaldelijk over deze problematiek berichten, is het niet in het ambtsbericht opgenomen.’

Door alleen te focussen op afnemende gewapende conflicten heeft de IND waarschijnlijk geconcludeerd dat de regio veilig is en op basis daarvan de subsidiaire bescherming van Hamza en andere Soedanezen uit drie regio’s ingetrokken. Maar subsidiaire bescherming geldt ook als er sprake is van alomtegenwoordige kleinschalige moorden, raciale botsingen, slavernijpraktijken en algemene achteruitgang van de mensenrechten. Het omvat het recht voor wie op de vlucht is voor ‘foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in het land van herkomst’.

Ook als je veronderstelt dat de veiligheidssituatie verbeterd is, hoe kan de IND dan nu geloven dat dit langdurig zo zal zijn? Op deze vraag heeft Charlotte Hees, woordvoerder van Staatssecretaris Broekers-Knol van veiligheid en justitie, geen antwoord. Over tegenstrijdigheden en buiten beschouwing houden van informatie verwijst zij mij naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Anne de Ruijter, woordvoerder van dat ministerie, ziet echter geen tegenstrijdigheden en bovendien, zo zegt zij, is haar ministerie niet verantwoordelijk voor conclusies ten aanzien van het vreemdelingenbeleid. De één schrijft een ambtsbericht waarin informatie ontbreekt, de ander trekt op basis van dit bericht onterechte conclusies over de veiligheid en brengt hiermee de levens van mensen (opnieuw) mogelijk in gevaar.

Dit betekent op dit moment dat de IND geen subsidiaire bescherming meer geeft aan nieuwe Soedanese vluchtelingen. Maar wat zal er gebeuren met Amir, Hamza, Khalid en vele anderen die al een tijdelijke vergunning kregen? Maartje Terpstra, asieladvocaat bij Alt Advocaten, antwoordt dat de IND de reeds vastgestelde status alleen kan intrekken indien ‘de verbetering van de veiligheidssituatie een ingrijpend en niet tijdelijk karakter heeft’. Ze geeft een voorbeeld van Somalië, waar de 15c-bescherming deels werd ingetrokken, maar een al verleende verblijfsvergunning op de 15c-grond niet werd ingetrokken vanwege het ontbreken van een ingrijpende en stabiele verbetering van de veiligheid. ‘Het is de vraag is of de veiligheidssituatie van Darfur, Blue Nile en Zuid-Kordofan structureel en voldoende ingrijpend verbeterd is’, zegt Terpstra.

Plotseling krijg ik een e-mail van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De woordvoerder meldt dat het ministerie is gevraagd een nieuw algemeen ambtsbericht over Soedan te publiceren. ‘In dit nieuw ambtsbericht besteden we opnieuw aandacht aan de ontwikkelingen ten aanzien van de veiligheidssituatie. Dit ambtsbericht verschijnt naar verwachting begin 2021.’

Asieladvocaat Maartje Terpstra verwacht nu dat de IND de intrekkingen voorlopig niet zal doorzetten totdat er een nieuw ambtsbericht is. Voor de Soedanezen in Nederland met een tijdelijke verblijfsvergunning betekent het in onzekerheid afwachten. ‘Het is heel lastig studeren zolang ik niet zeker weet of ik mijn studie af mag maken’, zegt Amir teleurgesteld.


De namen van Amir, Samir, Hamza en Mohammed zijn geanonimiseerd

Ehsan Fardjadniya is beeldend, video- en performancekunstenaar. Zijn nieuwste voorstelling Refugee on Trial nam het publiek mee in het proces van de asielaanvraag. Met hun stemmen velt het publiek een definitief oordeel over de asielzaak van een Afghaanse journalist. Verdere opvoeringen van de voorstelling en een tournee zijn naar de toekomst verplaatst vanwege COVID-19