Met echte letters

Hij wist het niet meer. Waarom niet? Omdat deze mens een man zonder boodschappenlijstje was. Daarom was hij, voor niet al te lange tijd, een verloren mens. Weliswaar zonder verloren boodschappenlijstje. Want hij was één van diegenen die durchaus geen boodschappenlijstje bij zich hebben. Dat was het hele eiereneten. Er zijn mensen die het boodschappenlijstje onderwaarderen, om niet te zeggen minachten. Bewust zonder boodschappenlijstje van huis gaan, alsof ze daar straathond en onbeheerd staande vliegende Hollander mee kunnen imponeren. Als ze per ongeluk en opeens horen dat vooral Charles Bukowski het boodschappenlijstje waardig genoeg vond om tot poëzie te verheffen, dan binden ze wel in.

Zelfs heb je types die al heel lang dichter hadden willen worden of op zijn minst dichter bij een dergelijk aanzien in de buurt willen komen, die nu schildpadachtige namaaktranen schreien bij de gedachte aan al hun eigen boodschappenlijstjes. In de meeste windrichtingen weggewaaid en door andere onnadenkenden misschien wel moedwillig vertrapt. Zulke types, ja? Hele bundels hebben ze in de goot achtergelaten. Dom. Daar helpt geen Ahasverus meer aan.
Bukowski geeft ergens, al is ergens nooit zomaar ergens, maar in dit geval in een verzameling gedichten op wit papier en met echte letters gedrukt, een boodschappenlijstje weg. Waarop groene en bruine uien, kersen, pruimen en kropsla, en eieren.
Alsook pompeian olive oil. Dat schreef hij in het geluksjaar ‘70.
Alle boodschappenlijstjes daarvoor, maar ook daarna en eveneens vanaf dit moment, zijn daarom geen poëzie. Dit voor de buitenwereld.
Voor een boodschappenlijstje van C.B. Vaandrager zou wellicht een uitzondering gemaakt kunnen worden, vermits gedateerd voor '70.
In dat geval zou daarvan zelfs een bibliofiele uitgave niet misstaan, bezorgd door iemand aan wie na het slagen van dat ondernemen als blijk van erkenning diens eigen gewicht in zoute haring mag worden uitgereikt, bij voorkeur afkomstig van de Westermarkt. Noordzijde.