Met een been in de werkelijkheid

Het Internationaal Gerechtshof te Den Haag bestaat vijftig jaar. De griffier ritselt gratis speeches en afgeprijsde bloemen voor de feestelijkheden rond het halve-eeuwfeest van ‘s werelds meest prestigieuze instituut.
VIJFTIG JAAR Internationaal Gerechtshof is een heuglijk feit. Vrouwe Justitia staat nog altijd op haar sokkel onder de lichtkoepel in het Vredespaleis en de rechters van het vermaarde Hof zullen dat vieren, bijgestaan door Hare Majesteit de Koningin. Er is alleen geen geld voor een royale ontvangst, daarom zorgt het trainings- en onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties, Unitar, voor een diner. De Verenigde Naties zijn dan wel bijna failliet maar de rechters gaan door, als het moet zonder kopieermachine. Niemand, maar dan ook niemand tornt aan het Hof.

De hoogste gerechtelijke macht in de wereld is onaantastbaar. Evenals het Vaticaan is het Vredespaleis afgeschermd van de realiteit. Alleen een handjevol wetenschappers betreedt het gebouw, voor de bibliotheek die in een hoekje is weggemoffeld. Toeristen komen niet verder dan de galerij op de begane grond. Binnen hangt een koloniale sfeer en het personeel gedraagt zich ernaar: beleefde knikjes, zenuwachtige lachjes en gefluister wisselen elkaar af op de wandelgangen.
Precies vijftig jaar geleden betrokken vijftien vermaarde rechters met hun huishouding het Vredespaleis in Den Haag. Ze hesen de lichtblauwe VN-vlag en nestelden zich in de grote vertrekken. Ze moesten als scheidsrechter fungeren voor staten die ruzie met elkaar hadden. Ze waren oud en wijs, hadden al een hele loopbaan achter de rug. De eerste tien jaar bogen ze zich over maar liefst drieendertig zaken. Daarna volgden stille jaren, een periode waarin de wereld kennelijk geen behoefte had aan vreedzame arbiters. Nu, bijna dertig jaar later, hebben de rechters het ongenadig druk. Ze houden vechtende staten uit elkaar en nemen belangrijke beslissingen. Momenteel zoeken ze onder meer een oplossing voor het grensconflict tussen Nigeria en Kameroen en buigen ze zich over de bevoegdheid van staten om nucleaire wapens te gebruiken in oorlogstijd.
ALS ROND TIEN UUR de kranten zijn bezorgd, begint de portier ze netjes op stapels in te delen. ‘Le Monde voor rechter Guillaume, Bild Zeitung voor Fleischauer.’ Nette stapeltjes, die hij vervolgens ronddeelt. De rechters zitten achter de gesloten deuren van hun vertrekken, het is stil op de galerijen. Achter de grootste deur zetelt de president. Zijn studie-, tevens zit- en vergaderkamer is een riant kabinet vol boeken, syllabi, schilderijen en foto’s. De president, de Algerijnse Bedjauoi, heeft maar even tijd en verontschuldigt zich voor zijn druk ke agenda. 'Niemand weet precies wat we doen, maar wij behandelen heel belangrijke onderwerpen. Wij verhinderen oorlogen.’
Hij is de hoogste autoriteit van het Hof en doet minzaam zijn vele functies uit de doeken. De rechters vragen hem om advies, hij controleert het dagelijks bestuur en laat zijn gezicht zien op feestjes en di neetjes van diplomatiek Den Haag. 'Ik ben jurist, run het Hof en ben diplomaat.’
'Het behandelen van een zaak is een lang verhaal’, vertelt hij, geba rend naar de bergen papier die zijn bureau in een waar fort hebben veranderd. Buiten maakt de tuinman de vijver schoon. Het gazon ziet er piekfijn uit. 'Allereerst moeten de aanvragen in het Frans en Engels worden vertaald.’ Tot voor kort had het Hof zijn eigen vertalers, maar nu moeten landen daar zelf voor zorgen. Sommige landen zijn te arm om dat op te brengen en zijn daardoor minder geneigd naar het Hof te stappen. 'Maar dat is een probleem van de Verenigde Naties’, zegt de griffier, die de helft van zijn vertalers naar huis heeft moeten sturen.
ALS DE AANVRAGEN van de betrokken landen in het Frans en Engels aangeleverd zijn, buigen de rechters zich over de rechtsgeldigheid van de zaak. Daarna mogen de landen hun pleidooien - ook weer in de beide talen - bij het Hof indienen. Iedere rechter krijgt dozen vol pleitrapporten bezorgd. Dan kan het echte werk beginnen. Een rechter strijkt met zijn vingers langs de rapporten die een hele muur vol maken: 'We zitten in elk geval nooit met lege handen achter het bureau.’
Nadat de rechters de pleidooien hebben doorgenomen, mogen de partijen hun zaak voor het Hof komen verdedigen. Deze zogenoemde oral meetings zijn open voor het publiek, maar alleen belangengroepen en studenten laten hun gezicht wel eens zien. Een uitzondering vormde de oral meeting over het gebruik van nucleaire wapens vorige week. Tot in de galerijen dromden mensen samen om de voors en tegens van de verschillende partijen te horen. Wellicht een gevolg van het razend populaire Joegoslavie-tribunaal?
Na de publieke verhoren gaan de rechters achter gesloten deuren in beraad. Tijdens de five o'clock tea deliberations proberen ze tot een meerderheidsstandpunt te komen. Daarna schrijft elke rechter zijn standpunt op: telkens een memo van zo'n driehonderd bladzijden. Ja, dat doen ze geheel zelf. 'Want stel je eens voor dat een assistent met een andere culturele achtergrond de rechters beinvloedt’, zegt een secretaris.
Ook die memo’s moeten vervolgens in het Frans of Engels worden vertaald. De hoofdvertaler graait in zijn centendoosje en loopt met twee kwartjes naar de koffieautomaat. 'De tijden zijn veranderd. Het Joegoslavie-tribunaal heeft een staf van tweehonderd mensen, maar wij moeten het doen met zestig man personeel. De vertalingen komen nu niet op tijd af. Maar als de financiele crisis over is, zullen we om meer personeel vragen.’
De vonnissen en adviezen van de rechters komen vaak pas na een paar jaar uit de bus rollen. In uitzonderlijke gevallen kan een land de president direct om een uitspraak vragen. Zo vroeg Nieuw- Zeeland vorig jaar om een directe uitspraak over de Franse kernproeven op Mururoa. De president wachtte echter tot de politieke opschudding voorbij was. Leeft het Hof wel in de real world?
Maanden achtereen zitten de rechters in hun studeerkamers pleidooien en memo’s te lezen. Sommigen zijn redelijk op leeftijd en vallen halverwege af. 'We proberen met een been in de werkelijkheid te staan en met het andere de gerechtigheid te dienen’, zegt een rechter. Nee, het Hof heeft geen ambitie om het wereldtoneel te betreden - to humbly serve justice, zo ziet het Hof zijn taak.
KANDIDAAT RECHTER en voormalig minister van Buitenlandse Zaken professor Kooijmans kijkt van buitenaf naar het Hof. De beslissingen van het Hof moeten een realiteitswaarde hebben, meent Kooijmans. Elke beslissing moet gebaseerd zijn op feiten, maar ook rekening houden met de rechtsovertuiging van de samenleving. In 1973 betaalde het Hof daar een hoge prijs voor. Het Hof liet toen een zaak over Franse kernproeven op het zuidelijk halfrond onbeslist op grond van een gebrek aan feiten. Na de uitspraak duurde het jaren voordat er weer een zaak bij het Hof werd voorgelegd. Kooijmans zou ook meer openheid willen; het Hof treedt naar zijn mening te weinig naar buiten toe.
De afstand tot het secretariaat van de Verenigde Naties in New York is ook te groot, vindt hij. De Veiligheidsraad heeft nog nooit een geschil naar het Hof verwezen. Er is onvoldoende contact tussen beide organen. Het jaren oude conflict tussen Griekenland en Cyprus had heel makkelijk door de Veiligheidsraad naar het Hof verwezen kunnen worden, maar het is gewoon in de lucht blijven hangen.
Over de financiele crisis van het Hof maakt Kooijmans zich weinig zorgen. 'Ook hier op de universiteit heb ik daaronder te lijden’, zegt hij bijna blijmoedig.
De griffier, Eduardo Valencia Ospina, is veel somberder. Hij runt de tent en telt de dagen dat het Hof nog draait. Terwijl de heren rechters bijeenkomen voor de high tea bij de president, probeert hij gratis speeches en afgeprijsde bloemen te regelen voor het halve-eeuwfeest. De rechters menen dat het allemaal wel los zal lopen, maar hij zwaait al met de sleutel waarmee hij in februari volgend jaar de poorten van het paleis zal sluiten.
De tuinman, typistes, telefonistes, bibliothecarissen, archivarissen, vertalers, allemaal vallen ze onder het vaderlijk gezag van de griffier, officieel: secretaris-generaal van het Hof. Eduardo Valencia Ospina heeft al heel wat mensen de laan uit moeten sturen. 'Net nu het een levend instituut begint te worden waar steeds meer landen gebruik van willen maken, worden we met sluiting bedreigd.’
Het Hof kost de Verenigde Naties slechts een procent van het totale budget. Per jaar heeft de griffier negen miljoen dollar te besteden. De salarissen van de rechters vormen de hoogste kostenpost, gevolgd door de huur van het paleis. Jaarlijks betaalt het Hof een half miljoen dollar aan de Carnegie Foundation. Ospina ziet met lede ogen toe hoe het Joegoslavie-tribunaal aan de lopende band mensen kan aannemen en van alle moderne faciliteiten is voorzien. 'Ze hebben alles en er is verdomme nog niet een persoon berecht!’ zegt hij bitter. Voor de feestelijkheden van de vijftigste verjaardag vroeg hij de Verenigde Naties om vijftigduizend dollar. Secretaris generaal Boutros Ghali vond twintigduizend dollar al genoeg, maar met een algehele meerderheid van stemmen maakte de Algemene Vergadering er nul dollar van. 'Ik kan de koningin niet eens een glaasje wijn aanbieden’, klaagt Eduardo Valencia Ospina.
Ondanks zijn verbittering vindt hij dat het Hof te weinig rekening houdt met het gegeven dat het een orgaan van de Verenigde Naties is. 'De rechters zijn veel te autonoom en vergeten wel eens dat wij door de Verenigde Naties worden gefinancierd.’ Voordat hij door het Hof werd aangesteld als griffier was Ospina jurist op de afdeling Legal Affairs van het VN-secretariaat in New York - zijn band met het moederorgaan is dus tamelijk sterk.
HET EERBIEDWAARDIGE Paleis is niet meer wat het was. Zelfs een extra kopieermachine wordt het Hof niet gegund. Alleen tijdens bijeenkomsten van de Academic Societies of International Law is er enige opleving. Intussen hopen de zaken zich op en worden voorzieningen steeds verder ingekrompen.
'De tempel voor vrede’, noemde de miljonair Andrew Carnegie het paleis dat hij begin deze eeuw liet bouwen. Het herbergde de eerste internationale rechtbank. Vijftien rechters mochten voor een periode van negen jaar broeden op wetten, die de wereld vervolgens gezamenlijk aannam. Het Internationaal Gerechtshof gaf de zee nationale grenzen, verdeelde de oceaanbodem, bracht het luchtruim in kaart en verklaarde Antarctica beschermd gebied. Nicaragua vond er een willig oor toen de CIA het land in de jaren tachtig lastigviel met infiltraties en mijnen in de haven. Nicaragua vroeg het Hof de Verenigde Staten te berechten wegens illegale acties. Verontwaardigd over de brutaliteit van een onbeduidend landje in Amerika’s eigen achtertuin, schreef de minister van Buitenlandse Zaken George Schultz een brief aan het Hof waarin hij te kennen gaf dat de Verenigde Staten de jurisdictie van het Internationaal Gerechtshof niet erkende in geschillen met staten in Midden-Amerika. Maar het Hof gebood de Verenigde Staten onmiddellijk een einde te maken aan de blokkade in de havens van Nicaragua totdat er een uitspraak was gedaan over de wetmatigheid van de Amerikaanse actie. Zeven jaar lang bleef de zaak bij het Hof in behandeling, totdat Nicaragua in 1993 de aanklacht introk.
Al vijftig jaar lang plaatst het Internationaal Gerechtshof kanttekeningen bij het gedrag van machtige en misdeelde landen in deze wereld. Maar de rechters in het paleis raken maar niet in een feeststemming.