TONEEL

Met een hoofdletter

Ina van Faassen 1928-2011

Ina van Faassen speelde de eerste Masja die ik ooit zag, de middelste van Tsjechovs Drie zusters, de verliefde, de overspelige, de ongelukkige die aan het eind denkt dat ze gek wordt. Er is een dichtregel van Poesjkin die Masja niet meer uit haar hoofd krijgt: ‘In een bocht van de zee staat een groene eik, een gouden ketting hangt om zijn stam’ (in de vertaling van Charles B. Timmer die in 1966 werd gebruikt). Als die regel in een andere vertaling in een andere voorstelling van Drie zusters voorbijkwam, hoorde ik heel lang steeds de stem van Ina van Faassen.

Dat deze Masja kaarsrecht liep herinner ik me ook nog, en dat het daarom zo'n schok was dat ze in de slotscène ongeveer vanaf haar schouders uit elkaar aan het brokkelen was, bij het vertrek van haar minnaar en de gedwongen terugkeer naar dat beschimmelde huwelijk met die aardige leraar. Later vertelde ze dat ze dat kaarsrechte lopen en het broze uit elkaar vallen vooral goed kon door haar danslessen. Het was overigens een regie van Pjotr Sjarov, de legendarische Rus die vanaf 1947 in Nederland alle Russen regisseerde. In 1966 was hij al een beetje uit zíjn verweesde en ónze opgewonden tijd aan het vallen, deze Drie zusters was zijn laatste avondvullende Tsjechov in een grote zaal, het einde van een tijdperk.

Meteen na deze voorstelling begon Ina van Faassen aan de vijftig (!) try-outs die voorafgingen aan de première van de show die ze met Wim Sonneveld maakte, niet als aangever maar als volwaardige partner. Het werd een prachtshow, het team van vaste tekstschrijvers (Simon Carmiggelt, Friso Wiegersma, Guus Vleugel) bleek in topvorm, met als mooiste dialoog Kunstmatige inseminatie van Annie M.G. Schmidt. Er werd in deze show als gekken verbouwd, verspijkerd, weggegooid en aangevuld, Sonneveld schreef voor Ina van Faassen het mooie nummer Toneel. Vijfhonderd waren er gepland, Ina heeft er ('voor mij was het welletjes, ik deed het voor Wim’) nog honderdvijftig voorstellingen aan vastgeplakt. In de jaren tachtig zou ze het lichte genre nog eens prettig herbeleven met de jongens van Purper. Maar ook voor hen bleef Ina van Faassen wie en wat ze in wezen was: de actrice die haar vak met een trotse hoofdletter placht te schrijven.

Een van haar waarschijnlijk mooiste rollen heb ik nooit gezien, Andrea in Een bruid in de morgen (1953), het doorbraak-toneel-debuut van Hugo Claus in de regie van Ton Lutz bij het Rotterdams Toneel in 1955, naast de nog zeer jonge Hans Croiset. H.A. Gomperts signaleerde in zijn recensie in Het Parool dat Ina van Faassen in deze rol waarschijnlijk voor het eerst op haar volle toneelspelerskracht speelde: 'Het lichtelijk hysterische, jongensachtige meisje, fanatiek overbewust, absolutistisch en tegelijkertijd bang voor de wereld en de volwassenheid, teder, fel en wanhopig als een tragisch kind - dat alles was zij helemaal.’ Voor Ina van Faassen was deze rol een doorbraak in het vinden van iets wat misschien wezenlijk is in toneelspelen, dat in ieder geval voor haar zeker is geweest, in haar eigen woorden: 'Spelen met je hersenen er steeds bij, niet onnodig emotioneel, niet verward, helder juist, met een minimum aan expressie als de rol dat toelaat, bijna koel en vlak spelen, maar daardoor juist een grote spanning oproepen.’ Daarmee werd ze in haar vak met die hoofdletter een heel grote. Ina van Faassen stierf op 23 juli in haar woning in Amsterdam. Ze is 82 jaar geworden.