POPMUZIEK

Met een konijnenhart in de koplampen

Florence + The Machine

In de officiële persbiografie bij haar album liet Florence Welch ooit optekenen dat haar muziek moest klinken als iemand die zichzelf uit een boom werpt, van een flatgebouw desnoods, of onder water wordt gezogen. Muziek, kortom, waarin luisteraars zichzelf kunnen verliezen. Vandaar dat ze die muziek het liefst schrijft in een van de twee gemoedstoestanden ‘dronken’ of ‘kater’.
Dat gebruik van misschien wel het meest onnozele misverstand over de kunsten – dat de maker ervan in dezelfde toestand moet verkeren als die waarin de ontvanger ervan dient te geraken – doet weinig af aan haar verdienste: het is haar gelukt een album te maken dat bol staat van het grote drama, dat continu neigt naar overdaad en kitsch, dat bijna overloopt, maar dat dertien nummers blijft fascineren.
Welch, opgegroeid in Camberwell en voormalig kunstacademiestudente, is veelvuldig vergeleken met Kate Bush en sporadisch met Björk, al is die laatste vergelijking op weinig meer gegrond dan de gelijkenis van haar ijzige hoge uithalen. Welch groeide naar eigen zeggen op met zowel Nina Simone en klassieke muziek als punk, drum ’n bass en dance, maar haar debuutalbum is stijlvaster dan dat rijtje doet vermoeden. Fascinerend is hoe het album een rockgevoel blijft behouden, terwijl Welch liever violen en harpen inzet dan scheurende gitaren. Inzet om over te brengen wat de crux van haar opvattingen lijkt: liefde is pijn, pijn is liefde. Maar beter de geknakte liefde dan geen: ‘A kick in the teeth is good for some/ A kiss with a fist is better than none.’ Want waar geen liefde is, al is het een perverse, daar is niets meer: ‘And in the dark/ I can hear your heartbeat/ I tried to find the sound/ but then it stopped/ And I was in the darkness/ So darkness I became.’
De hoofdpersoon van de teksten wil haar liefdes leegzuigen en opgebruiken en lijkt de liefde tegelijk met een machteloze gelatenheid te ondergaan: ‘Here I am/ a rabbit hearted girl/ Frozen in the headlights.’
En maar dromen van het hoogst haalbare, de volmaakte eerlijkheid: ‘Just don’t lie to me/ And I love you so much/ I’m going to let you kill me.’
Het is ongeveer wat een puber zich voorstelt bij liefde. Exact dat gebrek aan koelheid, aan distantie, aan berekening, typeert Welch’ muziek, die steeds te meeslepend is om te vervreemden maar grillig genoeg blijft om van te veel effectbejag verdacht te kunnen worden.
Live wil ze, zei ze in een interview, ‘zo veel mogelijk vreemde kleren’ dragen en er een ‘behoorlijk theatrale’ show van maken. Dat wekt geen enkele verbazing.
LEON VERDONSCHOT
Florence + The Machine, Lungs (Universal). Florence + The Machine speelt zondag op Lowlands (uitverkocht) en op 8 oktober in de Melkweg in Amsterdam