Met een muis niet meer uit huis

De Jubileumflop is voor f5,- op te vragen bij Growing Up in Public, Postbus 367, 3500 AJ Utrecht. Tel: 030-334026.
‘Hoi en welkom op de jubileumflop van Growing Up in Public. We bestaan vijf jaar en dat wilden we u laten weten. Met een vloed aan voorstellingen op basis van allemaal nieuwgeschreven teksten hebben wij ons de afgelopen jaren behoorlijk geamuseerd. Op dit schijfje kunt u met ons nog even terugbladeren.’ Deze zinnen heb ik niet zelf bedacht. Ik heb ze alleen maar getransporteerd, van het ene floppy naar het andere. Ze komen van de Jubileumflop van theatergroep Growing Up in Public. Er staan fragmenten op uit de toneelteksten van de makers van Growing Up (dat zijn Daphne de Bruijn, Paul Feld, Jeroen Kriek en sinds kort ook Don Duijns). Ook staan er dagboeknotities op, cv’s van de vier theatermakers, plannen voor de toekomst, citaten uit recensies - positieve en negatieve - en een mop.

Al is het dan nog geen cd-rom, met plaatjes en muziek, het is toch erg leuk en spannend om ‘in’ de flop te kijken. Zo'n directory met een heleboel documenten prikkelt veel sterker de nieuwsgierigheid dan een jubileumboekje, bij een boek heb je immers veel sneller gezien wat het te bieden heeft.
En het voordeel van een floppy met alleen maar tekst is dat deze tekst makkelijk te verwerken is. De zinnen waarmee dit stukje begint zijn als geheel (leve de blok-functie) doorgesluisd naar De Groene Amsterdammer. Goed, ze zijn onderweg een paar keer vertaald. Op de Jubileumflop van Growing Up in Public stonden ze in WP 5.1 en om ze te lezen op mijn computer uit het Stenen Tijdperk heb ik ze moeten overzetten in WP 4.2. Opdat de computer bij De Groene ze kon verwerken moesten ze in een ander systeem worden gegoten, en de vormgever en de drukker zullen er ook nog mee hebben gegoocheld. Maar ondanks die systeemvertalingen is er aan het wezen van de zinnen niets veranderd sinds ze door de theatermakers van Growing Up zijn ingetypt.
Eigenlijk kan ik die theatermakers in dit stukje dus rechtstreeks tot de lezer laten spreken. Hier komen ze weer: 'Growing Up in Public zal vanaf nu (nog meer dan vroeger) actief moeten penetereren in de media, de theaterwereld, de maatschappij daaromheen & in de harten van Het Publiek. Thunderbirds are Go!’
Er staat 'penetereren’ in plaats van penetreren. Maar daar ben ik niet verantwoordelijk voor. Ik heb de zinnen niet eens overgetypt, ik heb ze alleen maar doorgegeven. Als theatermakers zich gaan uitdrukken met behulp van floppy’s als deze kan de criticus zich eindelijk opstellen als doorgeefluik. Geen persoonlijk commentaar op dat wat de makers bieden. Geen egotripkritieken meer waarin nauwelijks plaats is voor wat de makers willen vertellen. Geen halve weergave van voorstellingen, geen tendentieuze samenvattingen, en niet meer van die stomme fouten die ik altijd maak bij het overschrijven van de credits. De criticus wordt een objectieve intermediair tussen theatermaker en publiek. Hij wordt zelf een soort van lege floppy, die de boodschap van de theatermakers transporteert naar de krant en via de krant naar de lezers. Nu nog plaatjes en muziek erbij, theater is immers meer dan alleen woorden. We moeten in de voorstellingen rond kunnen lopen, als is het alleen maar met een muis. Dan hoeft er helemaal niemand meer uit z'n huis.
Maar zover zijn we nog lang niet. Ik kan in m'n eigen huis nog niet eens de hele Jubileumflop lezen, want een van de documenten, de 'Plannen’ van Growing Up was ik namelijk vergeten naar WP 4.2 te vertalen en nou kan ik er niet in. Dus over de plannen van het jubilerende gezelschap kan ik u nog niets vertellen, laat staan dat ik de makers zelf daarover aan het woord kan laten.