Interview Willem Witteveen

«Met een program had Kok anders geregeerd»

Deze week wordt de conceptversie van het nieuwe PvdA-beginsel program voltooid, met daarin de meest uiteenlopende sociaal-democratische meningen. Willem Witteveen moest de lieve vrede bewaren.

Wie dacht dat de Partij van de Arbeid bij monde van Wim Kok daadwerkelijk de ideologische veren heeft afgeschud, heeft het mis. Sinds de verkiezingen van 1998 werken de sociaal-democraten aan een beginselprogramma dat het nogal gedateerde document uit 1977 moet vervangen. Aanstaande vrijdag levert de Commissie Beginselen de conceptversie van het programma af bij het partijbestuur. Sprak Kok indertijd nog van het «afschudden van ideologische veren», vandaag de dag wordt in PvdA-kringen vooral van «opschudden» gesproken — een soort herbezinning op de sociaal-democratische uitgangspunten.

Al sinds begin jaren negentig pleitten verschillende mensen in de partij voor een nieuw beginselprogram, maar pas kort na de kamerverkiezingen van 1998 — een dergelijke, gevoelige operatie doe je als regeringspartij niet vlak vóór een verkiezingscampagne — werd een commissie in het leven geroepen. In de commissie waren de uiterste meningen vertegenwoordigd die de sociaal-democratie anno 1998 rijk was. Niet alleen ideologische scherpslijpers als Wöltgens en Kalma, die opereren op wat in de PvdA de laatste jaren de linkerflank is gaan heten, maar ook iemand als Marjet van Zuijlen, tot voor kort behorende tot de wat meer liberale stroming in de kamerfractie en bekend om de in dit verband interessante oneliner: «Wat we opschrijven, onderscheidt ons toch niet van andere partijen.» Degene die binnen de Commissie Beginselen met zoveel uiteenlopende meningen de lieve vrede moest bewaren, werd de Tilburgse hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap en tegenwoordig ook senator Willem Witteveen.

Exact twee jaar geleden, in oktober 1998, kwam de commissie met een eerste proeve: De rode draden van de sociaal-democratie, een discussiestuk dat als opmaat voor het uiteindelijke beginselprogramma moest dienen. Los van de steeds terugkerende uitleg rond de onomstreden (maar voorspelbare) kernbegrippen als vrijheid, gelijkheid en solidariteit was het een taai, nogal lang document dat, volgens veel critici, bij het gewone geïnteresseerde partijlid de aandacht niet al te lang zou kunnen vasthouden. «We hadden zelf geen flauw idee hoe je zoiets moest aanpakken, het maken van een beginselprogramma. We begonnen dus maar met een stuk met een sterk essayistisch karakter», zegt Witteveen nu. Met Rode draden onder de arm is hij «het land ingegaan». In afdelingen en in de door de inmid dels afgewimpelde voorzitter Ma rij ke van Hees opgerichte «Ken nis centra» werd over het stuk ge spro ken, met het thans voorliggende concept-program Tus sen droom en daad als resultaat. Zes tien geprinte A4'tjes zijn het geworden, ongeveer een kwart van de om vang van het discussiestuk. «Als partijlid moet je het in een keer kun nen uitlezen», meent Witteveen.

Van beginselprogramma’s wordt dikwijls gezegd dat ze vaker de neerslag van een voorbije periode bevatten dan dat ze een begin vormen van een nieuw tijdperk. Dat gold in ieder geval voor het vorige PvdA-program, dat uit 1977, waarin overduidelijk de geest van Nieuw Links rondwaart. Volgens dit mechanisme zou het stuk dat komende vrijdag aan het partijbestuur wordt voorgelegd een vertaling zijn van wat zich de afgelopen jaren in de PvdA heeft afgespeeld. Waarbij dan natuurlijk met name de recente ononderbroken periode van elf jaar regeringsdeelname, waarvan nu al zes jaar samen met de liberale VVD, van belang is. «Een Partij van de Arbeid met een gematigd neoliberaal gedachtegoed sluit beter aan op tijd en omgeving», zei Witteveen al eens halverwege de beginselexercitie in een PvdA-periodiek. Marktdenker Marjet van Zuijlen leek in de commissie aan het langste eind getrokken te hebben. Maar een «neoliberaal» program is het uiteindelijk toch niet geworden, vindt Witteveen. Er is ondanks de uitersten in de commissie gezocht naar een «gemeenschappelijke houding», zegt hij. Om dat nog eens extra te benadrukken wordt in het conceptbeginselprogramma zelfs Den Uyls gevleugelde pleidooi voor «spreiding van kennis, macht en inkomen» aangehaald. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving wordt in het nieuwe beginselprogram echter niet meer beleden.

Witteveen: «De grote verschillen van mening zijn er eerder op het vlak van de praktische politiek dan op het vlak van die beginselen. Voor de Partij van de Arbeid is het natuurlijk helemaal geen schande om zich op het liberalisme te oriënteren. Dat is een deel van de erfenis waar ook de sociaal-democratie uit voortkomt. Maar een neoliberaal beginselprogramma is dit niet. Waar het mogelijk is de markt goed te laten functioneren moet je dat evenwel doen. Bewezen is dat de markt een enorm efficiënt systeem is om welvaart te verbeteren. In die zin zijn we natuurlijk allemaal liberalen. Maar er is een soort verwatering opgetreden in het idee van wat de markt eigenlijk is. Voor mensen als Adam Smith was dat een situatie waarbij allerlei aanbieders met elkaar competitie aangingen waardoor iets ontstond wat voor de consumenten beter was dan ze anders zouden krijgen. Tegenwoordig wordt gesproken over marktwerking — een ontzettend vaag woord waarmee ook gedoeld wordt op situaties waar monopolisten de dienst uitmaken, waar kartelafspraken zijn en waar helemaal niet zo duidelijk is dat de consument daar nu werkelijk mee gediend is. Ik geloof daar tenminste niet in. Veel neoliberale gedachten monden uit in oligopolies.»

Toch werd van de tamelijk liberale Derde Weg het een en ander overgenomen. Sommige thema’s zijn door de internationale contacten «wat scherper opgeschreven». Witteveen: «Bijvoorbeeld dat tegenover rechten ook verantwoordelijkheden staan. Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen handelen. Op het economisch vlak zijn de echte Derde Weg-aanhangers veel marktgerichter.»

In de praktische politiek kun je niet zoveel met beginselen. Wanneer de PvdA-bewindslieden echter de afgelopen elf jaar de nieuwe beginselen erbij hadden gehad, was er een hoop anders gegaan. «De privatisering is veel te gehaast doorgevoerd, zonder te kijken naar de gevolgen», zegt de hoogleraar. «We zijn daar vanuit de sociaal-democratie mee begonnen met het idee dat het niet goed is álle macht bij de overheid te leggen. Onderwijl is onvoldoende de vraag gesteld: hoe gaat dit werken, kunnen we daarmee ook bereiken waar we eigenlijk voor staan? Zijn die neoliberale ordeningen ook in staat om solidariteit te genereren? Kunnen die de gelijkwaardigheid van mensen bevorderen? Krijgt niet een overmatig winststreven de overhand? Nu worden die vragen weer gesteld, maar toen de hele privatiseringscampagne begon is men zonder veel nadenken meegegaan met een algemene mode. Op zo'n moment moet je op grond van je beginselen een keerzijde kunnen blootleggen.»

«Maar de macht van een beginselprogramma is buitengewoon beperkt», erkent Witteveen. «Het zoeken naar beginselen is belangrijker dan het resultaat», schreef hij in het voorwoord van Rode draden. Witteveen: «Als het allemaal klaar is, zal het net als de eerdere beginselprogramma’s in een la op het partijbureau verdwijnen. Na een paar jaar leest niemand het meer. Maar de discussie is gevoerd, en daar kunnen mensen iets mee. Zo'n meer kritische houding ten opzichte van privatisering hoort daar bij. Je ziet het heel duidelijk in de nieuwe economie. Bedrijven als UPC willen de sterkste en de grootste zijn en nemen alle anderen over. Maar de garantie dat dat het algemeen belang ten goede komt, is er niet.»

Nog maar eens Marjet van Zuijlen. In een interview in het PvdA-ledenblad Pro had ze een stellig antwoord op de vraag of een kamerlid iets aan beginselen heeft. «Niks!» zei ze. Een «beginselparagraaf» bij ieder verkiezingsprogramma had het onlangs naar KPN getransfereerde kamerlid voldoende gevonden, maar de partij vroeg nu eenmaal om een heus program, dus heeft ze maar zitting genomen in de Commissie. En toegegeven: het program van 1977, waar bijvoorbeeld nog onomwonden staat dat basisindustrieën genationaliseerd moeten worden, kon natuurlijk al helemaal niet meer. In een essay in De Groene Amster dammer van 17 februari 1999 concludeerde Pieter Hilhorst: «Het opstellen van een beginselprogramma is in feite een nostalgische onderneming om de huidige maatschappelijke onoverzichtelijkheid te ontvluchten. Het is als een patiënt die nog jeuk heeft aan zijn geamputeerde benen. Maar in plaats van toe te geven aan deze fantoompijn, is het beter om te kijken hoe je je ook kreupel kunt voortbewegen. Het is beter om niet weg te dromen bij een vergeefse inventarisatie van de idealen, maar de noodzakelijke krukken en de rolstoelen aan een gedegen onderzoek te onderwerpen.»

Witteveen: «Het maken van een beginselprogram is een poging nog een keer op te schrijven waar we voor staan. Voor mensen die individuele afwegingen moeten maken, kunnen beginselen wel degelijk de doorslag geven. Bijvoorbeeld bij een bepaald wetsvoorstel of je daar voor of tegen stemt. Beginselen zijn niet zozeer uit te kristalliseren in een verkiezingsprogramma of in een wetsontwerp. Er is een soort periodiek terugkerende reflectie nodig om je te realiseren wat die beginselen ook al weer zijn: om het stof weg te vegen of om de veren op te schudden, om die metafoor maar weer eens te gebruiken. Het interessante van beginselen is dat als je erover nadenkt je bepaalde problemen in een nieuw licht ziet en op gegeven moment ook anders gaat handelen. Bijvoorbeeld bij iets wat verwaarloosd is. In het onderwijs en in de zorg is heel lang de gedachte geweest: we moeten het efficiënter maken en daarom moet het grootschaliger. Men heeft toen niet gekeken naar de kwaliteit die op scholen en in ziekenhuizen geboden kon worden. Er is dus te weinig gekeken naar het sociaal-democratische beginsel ontplooiing.

Ik heb helemaal geen nostalgisch gevoel bij deze onderneming. Het is niet nostalgisch om te proberen een en ander zo op te schrijven dat hoe meer we voor die nieuwe problemen komen te staan, hoe meer we iets in handen hebben om met kwesties om te gaan. Dus niet zozeer een patiënt die jeuk heeft, als wel iemand die weet dat zich complicaties kunnen voordoen maar bepaalde medicijnen moet kunnen uitproberen. En je moet wel kunnen nadenken wat voor medicijnen dat zijn of wat voor therapieën die patiënt misschien nodig heeft. Het is meer een soort voorbereiding op problemen die eraan kunnen komen, dan het afreageren van dingen die we gehad hebben. Wat écht uit de tijd is, is een ideologie. Die beginselen leveren ons dat ook niet op. Een ideologie is een gesloten denksysteem, terwijl wij nu inzien dat je keuzes moet maken en je soms de ene waarde niet kunt verwezenlijken omdat je de andere belangrijker vindt.»

Toen Rode draden verscheen, kwamen met name uit de CDA-gelederen enthousiaste reacties. Kopstukken als Ernst Hirsch Ballin en Kees Klop, directeur van het Wetenschappelijk Instituut, hadden de indruk dat de PvdA dichter tegen de christen-democratie aan kwam te staan. «Beide benaderingen tenderen immers naar een relatief grote autonomie voor verschillende maatschappelijke sferen», schreef Klop in de Volkskrant. Dit opent perspectieven, zal ook oud-minister Hirsch Ballin gedacht hebben. «Hier staat niets in waar ik het niet mee eens ben», merkte hij fijntjes op. De PvdA lijkt nu ook op papier de oude centrumpositie van het CDA te hebben overgenomen. Witteveen: «Ik denk inderdaad dat dat zo is. Maar dat blijkt natuurlijk pas echt als je een verkiezingsprogramma gaat schrijven. De so ciaal-democratie en de christen-democratie hebben veel thema’s gemeen. De kernwaarde van het organiseren van solidariteit is voor beide richtingen belangrijk. Maar met het liberalisme delen we bijvoorbeeld de nadruk op vrijheid en ontplooiing, en ook dat is heel wezenlijk. Als je met een liberale bril kijkt, dan zitten er in ons program ook een heleboel dingen die je kunnen aanspreken. Evenzogoed zijn er meer thema’s dan ooit die aansluiten bij de milieuprincipes van GroenLinks. We proberen economie en ecologie zoveel mogelijk te verzoenen, maar er komt een moment dat je moet kiezen en dan kiezen wij nu voor duurzaamheid. Overigens kan een positie in het centrum best radicaal zijn. Gerhard Schröder had het in Duitsland over het radicale centrum. Dat is een idee dat ik ook bij de Derde Weg van Giddens heb aangetroffen. Ik denk dat ons idee van gelijkwaardigheid, van solidariteit en van vrijheid, dat dat nog altijd een heel radicale potentie heeft. Het woord «middenpositie» riekt wat dat betreft te veel naar compromissen waar het alleen om de macht gaat. Maar op het vlak van de ideeën gaat het niet alleen om de macht, daar gaat het erom wat je wilt bereiken.»

Maar onhandig is het natuurlijk wel, zo'n gloednieuw beginselprogram voor een regerende partij. Al wil Witteveen daar niets van weten. «Als wij iets opschrijven dan kunnen anderen ons daaraan houden. Soms zal dat ongetwijfeld lastig zijn, maar dat is een soort lastigheid dat je moet opzoeken in plaats van vermijden. Je gaat immers niet alleen de politiek in om dingen voor elkaar te krijgen maar ook om dat op democratische wijze te doen. Wanneer je macht hebt moet je altijd verantwoording afleggen. De afgelopen jaren is heus niet alleen pragmatisch beleid gevoerd. Er is wel degelijk gekeken hoe dingen aangepakt moesten worden en wat de beginselen zijn. Daarbij had men echter heel weinig aan het programma van 1977. Men had dan beter het iets meerduidiger programma van 1947 erbij kunnen pakken.»

Tussen droom en daad zal waarschijnlijk in maart volgend jaar op het partijcongres als nieuw PvdA-beginselprogramma worden aangenomen. De titel van het stuk is een verwijzing naar Elsschots gedicht «Het huwelijk»: «Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad/ staan wetten in den weg en praktische bezwaren.»

Willem Witteveen: «Tussen de droom en de daad staan niet alleen wetten in de weg, maar vinden zich juist ook de beginselen die je kunnen leiden in je praktische politieke handelen. De beginselen aan de ene kant hebben het karakter van de droom: je wilt iets bereiken wat er nog niet is en door sommige mensen als volstrekt utopisch wordt bestempeld. Aan de andere kant is het ook net niet het politieke handelen. De beginselen staan er tussenin en kunnen de daden inzichtelijker maken.»