De Nederlands-Guatemalteekse verhoudingen

Met een rechte rug

Guatemala Stad – In zijn beleidsbrief “Een Zaak van Iedereen” schreef minister Koenders dat Nederland een kritische “politieke dialoog” met haar partnerlanden moet aangaan, wanneer deze onvoldoende actie ondernemen om de oorzaken van “fragiliteit” (lees: het onvermogen om de grondwet te handhaven) aan te pakken. Guatemala werd als zo’n fragiele staat neergezet: uit de burgeroorlog stammende clandestiene groepen zijn geïnfiltreerd in staatsinstituties om hun belangen te verdedigen en in februari nog vermeldde het dagblad Prensa Libre dat er in 97 procent van de Guatemalteekse misdrijven geen strafvervolging plaatsvindt.

Conform de beleidsbrief vervult de Nederlandse ambassade in Guatemala een voortrekkersrol op het gebied van de bestrijding van de straffeloosheid. Zo maakte Nederland zich sterk voor het oprichten van de CICIG – de internationale commissie die onder auspiciën van de VN onderzoek moet verrichten naar straffeloosheid en daarbij moet samenwerken met het Openbaar Ministerie en ook moet laten zien hoe je onderzoekt, vervolgt en bestraft. Onlangs doneerde Nederland nog 2,7 miljoen dollar aan de CICIG.

Geheel in die lijn sprak Teunis Kamper, de Nederlandse ambassadeur, in een interview met Prensa Libre. Guatemala, zei Kamper, is een fragiele staat mede omdat de justitiële instituties onvoldoende budget hebben om hun werk adequaat te kunnen uitvoeren. Prensa Libre citeerde Kamper die in een persoonlijk gesprek met de procureur-generaal van het Openbaar Ministerie, Juan Luis Florido, geopperd zou hebben dat hij zou kunnen overwegen op te stappen wanneer hij onvoldoende middelen heeft om zijn werk goed te kunnen doen. En daarmee waren de poppen aan het dansen: niet alleen Prensa Libre maar ook het dagblad El Periodico schreef dat ambassadeurs zich niet met binnenlandse aangelegenheden van het land mogen bemoeien. Na een klacht van de Guatemalteekse ambassadrice in Nederland bood het ministerie van Buitenlandse Zaken excuses aan, die weer breed uitgemeten werden in de Guatemalteekse pers.

De woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf als toelichting dat minister Verhagen had besloten excuses aan Guatemala aan te bieden omdat “de manier en plaats waar de ambassadeur zijn uitspraken met betrekking tot het ontslag van de procureur-generaal publiekelijk (in het interview) heeft herhaald niet passend zijn bij de rol van ambassadeur”. Het incident kon naar tevredenheid worden afgesloten.

In Guatemala zelf, bij de mensenrechtenorganisaties, worden echter de nodige vraagtekens geplaatst bij de excuses van Nederland. Een woordvoerder van een organisatie voor de bescherming van verdedigers van mensenrechten verklaart anoniem dat “het ongelukkig is dat de Nederlandse regering excuses heeft aangeboden. De opvattingen van Kamper zijn niet nieuw en recentelijk ook zo verwoord door EU-officials en vertegenwoordigers van de VN.” En Orlando Blanco – hoofd van het “Secretario de la Paz” dat de uitvoering van de vredesakkoorden moet monitoren – onderschrijft de uitspraken van Kamper: “Het OM moet versterkt worden. Het is goed dat deze thema’s in de media worden aangekaart en zo het publieke debat hierover ondersteunen.”

Ook het Guatemala Platform (de ngo’s Solidaridad,Impunity Watch, Cordaid, Hivos, ICCO, Aim for Human Rights en Oxfam-Novib) is bezorgd over mogelijke implicaties van de excuses van Nederland. Een woordvoerder: “Wij hopen dat de politiekere lijn die door Nederland is ingezet bij het thema straffeloosheid in Guatemala overeind blijft. Dat is geen gemakkelijke weg. Je moet je daarbij bewust zijn dat dit kan leiden tot politieke incidenten. Als er dan geen rugdekking gegeven wordt vanuit Nederland loop je het risico dat het Nederlandse politieke beleid in Guatemala ook verzwakt.”

Het klimaat van straffeloosheid en schending van mensenrechten in Guatemala vraagt om een stevige politieke dialoog. Het aanzwengelen van het publieke debat kan daarbij een belangrijk middel zijn. Daarvoor heb je een ambassadeur nodig die dat kan en mag verwoorden.