Voor de veiligheid van de Groninger bestaat een norm: ieder persoon mag per jaar een kans van maximaal één op honderdduizend hebben om bij een aardbeving om het leven te komen, of dat nu is door het instorten van een gebouw of door de afbrokkeling van onderdelen daarvan, zoals een schoorsteen. In feite leeft héél Nederland daar overigens mee, want de kans op overlijden door een overstroming of een windhoos kent dezelfde norm.

En toch is Groningen een stuk onveiliger. Op de eerste plaats omdat, zolang de versterkingsoperatie loopt, de veiligheidsnorm niet gehaald wordt. Veiligheid is het speerpunt van de rijksoverheid, maar in het huidige tempo, met tweeduizend van de beoogde 26.000 woningen die zijn versterkt, duurt die periode nog zo’n twintig jaar voort. Inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren van het Staatstoezicht op de Mijnen wond zich over die traagheid onlangs op in de NRC. ‘Groningen is een nationale crisis en we zien niet de urgentie die je bij een crisis verwacht’, zei hij.

Op de tweede plaats is Groningen onveilig omdat mensen zich er onveiliger voelen dan geïndexeerd staat op papier. Het meemaken van een beving, het hebben van schade en het gebrek aan vertrouwen zijn funest voor de ‘ervaren veiligheid’ en hoe lager die is, hoe meer mentale en fysieke gezondheidsklachten tot gevolg. Juist voor dat menselijke leed, voor de ‘immateriële’ schade ten gevolge van de gaswinning, is nog altijd weinig aandacht. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen is deze maand begonnen met de pilot voor een regeling voor immateriële schadevergoeding. Het zogenaamde smartengeld, tussen de vijftienhonderd en vijfduizend euro per persoon, wil een erkenning zijn van het leed. Maar een oplossing ervoor is het niet.

Opnieuw is de menselijkheid in het geding. Wie neemt het voor de Groningers op?

Begin dit jaar verhuisde ik van Amsterdam naar de stad Groningen en kantelde mijn eigen perspectief. Ik wist niet dat er zó veel bevingen waren – dit jaar al meer dan twintig – en had geen weet van de mate waarin deze het dagelijks leven van zo veel mensen beroeren. Voor het artikel over immateriële schade in de Groene bezocht ik een gedupeerde in Loppersum. Hij toonde mij niet alleen de schade aan zijn huis, maar vertelde ook over de strijd, de stress en het verdriet die daarmee gepaard gaan. Vlak na mijn bezoek was Loppersum opnieuw het epicentrum van een beving. Midden in de nacht, 2.0 op de schaal van Richter. Terwijl de rest van Nederland sliep, lag men in Loppersum weer te luisteren naar het kraken van het huis en het vallen van gruis achter de muren.

‘Een slepende, langdurige ramp die zich kenmerkt door herhaaldelijke nieuwe schades, grote en kleine bevingen en interventies van overheden die soms, in ieder geval tijdelijk, tot meer in plaats van minder stress kunnen leiden.’ Zo omschrijft Gronings Perspectief, een lopend onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de psychosociale impact van de gaswinning, de situatie. Het is een ramp, met alle kenmerken van een ramp, die buiten Groningen maar niet als een ramp gezien wil worden. Dat eist zijn tol voor de duizenden mensen die er slachtoffer van zijn. Nu de gaskraan bijna dichtgaat, lijkt de onverschilligheid alleen maar groter. Groningen is nu even veilig als Friesland of Zeeland, beweerde nam-directeur Johan Atema onlangs in de NRC. Zijn relativerende uitspraken over de noodzaak van versterking waren niet alleen een grote onwaarheid, maar ook een grove miskenning van de problematiek. Een klap in het gezicht van de Groningers.

Wie neemt het voor hen op? De overheid talmt, de ramp duurt voort en veel mensen staan in de wacht. Het lijkt op de toeslagenaffaire: ook in Groningen is onrecht gekoppeld aan een systeem dat mensen tot wanhoop drijft. Opnieuw is de menselijkheid in het geding. Een parlementaire enquêtecommissie buigt zich nu over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen en hun rapport wordt verwacht in 2023. We hebben allemaal plezier gehad van het gas, gedeeld in welzijn en voorspoed. Dat betekent ook dat de geleden schade, aan huizen én mensen, een gedeelde verantwoordelijkheid is die breed gedragen moet worden en hoog op de politieke agenda moet staan. Met elke beving in Groningen beeft de rest van Nederland mee.