De heilige oorlog van Bush en Gore

Met God het Witte Huis in

De presidentskandidaten Al Gore en George W. Bush gebruiken in hun verkiezingsstrijd veel religieuze retoriek. In Amerika woedt een ware heilige oorlog.

Voor Amerikaanse Republikeinen is het niet ongewoon dat ze pronken met hun vroomheid, maar George W. Bush gaat wel erg ver. Tijdens een debat in de voorverkiezingen antwoordde hij op de vraag wie zijn geliefde filosoof was: «Christ.» Toen de moderator hem vroeg dat antwoord toe te lichten, zei Bush: «Wel, als men dat niet begrijpt, zal het moeilijk zijn om het uit te leggen.»

Eerder dit jaar vaardigde Bush als gouverneur van Texas een proclamatie uit die 10 juni verhief tot «Jezusdag» en die alle Texanen aanspoorde om «het voorbeeld van Christus te volgen». Tijdens een recente speech zei hij: «Ons land is door God gekozen als model voor de wereld.» Zo'n model moet natuurlijk een vrome roerganger hebben en niet een zondaar als Clinton.

Bush’ piëteit beperkt zich niet tot speeches. Om armoede, drugsverslaving en andere sociale problemen te bestrijden, wil hij in de eerste plaats religieuze liefdadigheidsinstellingen subsidiëren. Als die hun goede werk met een sausje blijde boodschap serveren, dan is dat mooi meegenomen. In Texas gebeurt dat al. Godsdienstige organisaties krijgen er overheidsgeld om mensen die hun sociale bijstand hebben verloren te helpen bij het zoeken naar werk. Bijbellessen maken deel uit van de oriëntatiecursussen en de werkzoekenden worden gemaand «een persoonlijke relatie met Jezus» op te bouwen.

Bush vermeldt vaak dat zijn «persoonlijke relatie met Jezus» hem in staat stelde het drinken te laten. Dat hij zo dikwijls over zijn Heiland spreekt, dient niet alleen om christelijke stemmen te werven. Het gaat vrij goed met de Amerikaanse economie, dus op malaise kunnen de Republikeinen zich niet beroepen om het Witte Huis te heroveren. Daarom spelen de traditionele morele waarden, als contrast met Clintons seksschandalen, een cruciale rol in hun campagne. De Democraten hebben het hoogste ambt van het land onteerd en alleen de verkiezing van Bush kan de schande uitwissen.

De Democraten zijn vastbesloten om die strategie te dwarsbomen. «De Democratische partij gaat deze keer God terugnemen», zei Gores woordvoerster Elaine Kamarck. Gore noemt zichzelf een «herboren christen» en beweert dat hij zich bij elk politiek dilemma afvraagt: wat zou Jezus doen? Maar zijn voornaamste wapen om «God terug te nemen» heet Joe Lieberman. Lieberman, die nationale bekendheid kreeg door anders dan de andere Democraten Clintons morele fouten en Hollywoods moreel verval aan de kaak te stellen, is een man die met zijn geloof te koop loopt. Zijn eerste toespraak nadat hij door Gore was uitgekozen als running mate opende hij met een gebed en een lezing uit de bijbel. In een speech in augustus die veel media-aandacht kreeg, pleitte hij voor een grotere rol van de godsdienst in de politiek. «Als volk moeten we ons geloof herbevestigen en de toewijding aan God en Gods doel hernieuwen», zo zei hij. Hij lichtte daarbij een citaat van Amerika’s eerste president uit zijn context en zei dat «moraliteit niet in stand kan worden gehouden zonder godsdienst».

Daarna nam hij wat gas terug en verduidelijkte hij dat hij niet wilde zeggen dat ongelovigen per definitie immoreel zijn. Maar in een recente speech noemde hij God nog steeds dertien keer.

Vroeger zongen de Democraten een ander liedje. Zo verkondigde presidentskandidaat Kennedy: «Ik geloof in een Amerika waarin de scheiding van kerk en staat absoluut is, waarin geen prelaat de president, als die katholiek is, zegt wat hij moet doen en geen dominee zijn gemeenteleden zegt op wie ze moeten stemmen.» Dat Amerika bestaat niet meer. Prelaten vinden het tegenwoordig heel gewoon om politici die voor abortus zijn te veroordelen en dominees roepen van de preekstoel wie christelijk genoeg is om verkozen te worden. Zowel Bush als Gore heeft tientallen kerken bezocht en congregaties toegesproken.

De pogingen van de Christian Coalition en andere rechts-christelijke groeperingen om zich politiek te manifesteren, zijn in de Verenigde Staten echter op veel weerstand gestuit. Zo werd het aan de christelijke aanwezigheid op de Republikeinse partijconventie van 1992 geweten dat president Bush in dat jaar werd verslagen door Bill Clinton. Intussen had de onverdraagzaamheid van de rechtse christenen wel velen bang gemaakt.

Omdat Lieberman joods is, acht men de kans gering dat hij minderheden wil onderdrukken. Hij kan probleemloos dingen zeggen die protest zouden uitlokken als ze uit de mond van een Republikeinse white Anglo-Saxon protestant zouden komen.

Lieberman werd op de vingers getikt door de joodse Anti-Defamation League. Die vroeg hem op te houden zijn religiositeit zo te afficheren in de verkiezingscampagne. Groepen als Ameri cans United for the Separation of Church and State eisten van beide partijen dat ze zouden stoppen met het exploiteren van godsdienst voor politieke doeleinden. Maar de verleiding om daarmee door te gaan is groot: 95 procent van de Amerikanen zegt in God te geloven, meer dan in elk ander ontwikkeld land. Veertig procent gaat wekelijks ter kerke, tegenover twee tot tien procent in West-Europese landen. Daarmee is echter niet gezegd dat Amerikanen zich ook moreler gedragen dan West-Europeanen. Zoals Richard Cohen in de Washington Post opmerkt, wordt bijvoorbeeld het vijfde van de tien geboden in de VS zowel door de overheid (executies) als door de bevolking (35.000 moorden per jaar) veel vaker overtreden dan in Europa. Maar dat God in de VS minder dood is dan in Europa staat buiten kijf. Dat blijkt ook uit de vele positieve reacties op Liebermans sermoenen. In de polls scoren de Democraten op «morele waarden» nu even hoog als de Republikeinen, en dat is een van de redenen waarom Gore Bush is voorbijgestreefd.