Met Grillo’s burgerinkomen doen werklozen weer een beetje mee

Rome – Helemaal duidelijk is het niet over het voetlicht gekomen in Europa, maar de ‘werklozenuitkering’ in de Italiaanse begrotingsplannen komt uit de koker van Beppe Grillo. De zeventigjarige cabaretier/politicus/economische trendwatcher hamert er al jaren op: laten we ophouden met ‘werk’ te zoeken zoals we het eeuwen hebben gekend. Dat soort ‘werk’ bestaat niet meer, het is er niet meer en komt ook niet meer terug. De wereld gaat kapot aan overcapaciteit. Er kan veel meer geproduceerd worden dan nodig is en vooral: dan betaald kan worden. Er is straks een oeverloze, gevaarlijk uitdijende groep burgers zonder inkomsten, zonder koopkracht, en dát is het probleem.

Vandaar het reddito di cittadinanza, het ‘burgerinkomen’, in het Nederlands vaak foutief vertaald als ‘basisinkomen’. Het woord is verzonnen door Beppe Grillo en het is altijd het hoofdprogrammapunt van zijn Vijfsterrenbeweging geweest. Iedereen die kan aantonen serieus bereid te zijn tot werken, maar geen werk kan vinden, heeft recht op een burgerinkomen. Er zijn veel voorwaarden aan verbonden en het is een tijdelijke oplossing. Zodra iemand zijn burgerinkomen prefereert boven werk dat zich aandoet (welk werk dan ook), is hij het kwijt. Je mag één keer nee zeggen, bij twee keer lig je eruit.

Het is een toekomstvisie die volgens veel economische experts nog zo gek niet is. Het feit dat de heilige koe van het geldslurpende Italiaanse staatsapparaat, de posto fisso (de vaste baan), straks niet meer gemolken kan worden, noopt tot nieuwe oplossingen. Zorg dat iedereen in ieder geval mee kan blijven doen als consument, ‘want het is je inkomen dat bepaalt of je deel bent van een maatschappij of niet’, zegt Grillo.

Hij kauwt al lang op het thema en hij heeft zijn visie door de jaren heen ook bijgesteld. Aanvankelijk sprak hij over de zeeën van vrije tijd als over een paradijs. Iedereen kon voor een habbekrats op reis, iedereen kon de hele dag communiceren en ‘delen’ met elkaar, eindelijk was de mensheid bevrijd van het juk van de kantoorbaan. ‘Want onze kinderen hebben het begrepen, dat ons enige kapitaal tijd, tijd en nog eens tijd is’, zei Grillo in zijn enthousiasme van het begin. Later kwam hij daar een beetje van terug. ‘Wát gaan we eigenlijk delen met elkaar, als we niets meer te doen hebben? Zonsondergangen? Mooie gedachten? Is de mensheid er eigenlijk klaar voor, voor niets doen?’