Met hart en kruis

Mannen stoppen vaak humor in hun porno, vrouwen vrolijkheid. Het een noch het ander kan mij bekoren.

Mannen willen lachen om seks, vrouwen giebelen. Waarom toch? Wat valt er te lachen om seks?
Okee, ironisch lachen, daar kan ik me nog iets bij voorstellen. Lachen om het gestuntel dat seks vaak met zich meebrengt. Gestuntel dat zo vreemd afsteekt bij de ernst waarmee mensen seks bedrijven. Maar om dat soort lachen gaat het nu juist nooit bij porno. Regel één voor de pornograaf is: steek nooit de draak met seks. Seks is heilig, seks is eeuwig, seks is God. Oftewel: seks is het onbenoembare. Daarom moeten pornografen zich behelpen met beschrijvingen van mensen die met seks bezig zijn. Het bewegen van lichamen, het tasten van handen, het zwellen van geslachtsdelen. Maar de kern van seks blijft buiten het bereik van woorden.
‘De spanning trilt van mijn kruin tot mijn tenen, ik maak mijn rug hol en weer bol om zijn benige heupen tegen mijn bekken te voelen, maar dan opeens gooit hij me om zodat ik op mijn buik lig, en duwt met zijn knie mijn benen uit elkaar. Ik richt mijn bovenlichaam een beetje op, en hij reageert, pakt mijn borsten beet en knijpt erin.’
Lichaamsdelen, houdingen, bewegingen. Hoe maak je daar nou in vredesnaam literatuur van? De armoedigste oplossing is: zorgen dat er ook wat te lachen valt. Of te giebelen.
Dat laatste doet Lydia Rood. Van haar stamt het bloedserieuze citaat. Maar voordat bij haar het tasten, graaien en knijpen begint, wordt er altijd heel wat afgegiebeld.
Vrouwen die het geslachtelijke heft in eigen hand nemen, daar gaan haar 'erotische verhalen’ over. Ze presenteert ze uitdrukkelijk als fantasieën. Daarom lopen alle verhalen ook goed af. En dat is nu precies wat aan Louter lust, de bundel die onlangs ter viering van de vijftiende druk in een goedkope uitgave verscheen, het meest irriteert. De zij in het verhaal slaagt er altijd in de hem te krijgen. Alles verloopt altijd zoals zij het in het begin van het verhaal bedenkt. Die geile tuinman, die fraaie neger in het café: zij bedenkt hoe ze hen in bed wil krijgen, en vervolgens gebeurt het ook zo. Giebelend en geinend.
Maar wat zeur ik nou? Die verhalen zijn toch, meldt de flap van de feestuitgave, 'zonder literaire pretenties’?
Geen literaire pretenties? Maar Lydia Rood was toch die fiere strijdster van de actiegroep Het Literair Produkt? Een groep met literaire zwaargewichten als Albertina Soepboer en Bart Droog (wie zei u?), die zich enkele jaren geleden sterk maakte voor 'emotionele, fantasierijke, avontuurlijke en geile literatuur’, voor verhalen die 'met hart en kruis’ gelezen kunnen worden, voor 'boeken die het lichaam raken’?
Het lijkt allemaal vergeten. Van Het Literair Produkt hebben we na die ene oprisping niets meer vernomen. En Lydia Rood heeft haar literaire pretenties giebelend het raam uit gesmeten. Dezelfde verhalen die ooit literaire porno heetten, zijn nu gewone damesporno geworden. Vrouwenfantasietjes voor Viva-lezeressen. Waarbij gelachen mag worden.
Gelukkig dat er nog vrouwen zijn voor wie porno ernst is. En die er dus literatuur van weten te maken.