100 jaar Verdrag van Versailles

Met helder gemoed en gepoetste schoenen

In menige geschiedschrijving wordt aan het Verdrag van Versailles de Tweede Wereldoorlog toegeschreven. Maar dergelijke lezingen gaan uit van een toen onbekende toekomst; de diplomaten van 1919 hadden geen idee.

Geallieerde soldaten bij het tekenen van het vredesverdrag. Versailles, 28 juni 1919 © Hulton-Deutsch / Getty

Nog voordat de Grote Oorlog werd uitgevochten, werd ze al herdacht. De bekendste strofe uit het gedicht For the Fallen staat op vele Engelse oorlogsmonumenten:

They shall not grow old, as we that are left grow old;

Age shall not weary them, nor the years condemn

At the going down of the sun and in the morning

We will remember them

Onlangs leende Peter Jackson de eerste zin van het gedicht als titel voor zijn oorlogsdocumentaire They Shall Not Grow Old. De strofe is zo gecanoniseerd dat elke Engelsman meteen begrijpt dat de film over de Eerste Wereldoorlog gaat. Het vreemde aan *For the Fallen *is dat het door Robert Laurence Binyon werd geschreven in september 1914; de oorlog was nog maar net uitgebroken, de gevallenen waren nog niet gevallen.

Terwijl de oorlog nog werd uitgevochten en geen winnaar in zicht was toerde Sir Edwin Lutyens langs de slagvelden en bestudeerde de geïmproviseerde kerkhoven in Vlaamse velden en greppels waar de Britse soldaten bij duizenden lagen. Lutyens was de sterarchitect van het Britse rijk, de kenmerkende koloniale overheidsgebouwen in New Delhi waren door hem ontworpen. Vanuit Vlaanderen schreef hij zijn vrouw: ‘Een vlechtwerk aan kleine kruizen, die tegen elkaar aan leunen, loopt door een wildernis aan planten waar maar een enkele bloem groeit. Het effect is charmant, makkelijk en o zo aangrijpend. Je zou denken dat geen ander monument nodig is.’

Maar een ander monument was nodig, anders was Lutyens er niet. Hij en een clubje andere architecten waren al bezig de oorlogsbegraafplaatsen te ontwerpen. Binyon en Lutyens waren niet de enigen die op de zaak vooruitliepen. Door het Britse rijk heen maakten architecten ontwerpen voor monumenten die de doden moesten herdenken en de glorie van hun overwinning moesten vieren, lang voordat die overwinning een uitgemaakte zaak was.

Dat verklaart iets aan de monumenten die de oorlog heeft achtergelaten. Die zijn vaak strak ontworpen, eerder abstract dan menselijk. Het officiële Britse oorlogsmonument, waar elk jaar de wapenstilstand van 11 november 1918 wordt herdacht, is de onpersoonlijke Cenotaaf vlak voor de deur van 10 Downing Street. Ook die kwam van Lutyens, hij liep al bijna dertig jaar met een soortgelijk ontwerp in zijn hoofd rond. Nu kon hij het gebruiken. Toch voelen de oorlogskerkhoven die door Vlaanderen lopen als de echte monumenten aan. Zij trekken nog bezoekers. Ze zijn een verademing voor iedereen met ocd; ze zien eruit alsof Marie Kondo ze heeft ontworpen. Kalme rijen identieke grafstenen, met een citaat van Ecclesiasticus: ‘Their name liveth for evermore.’ De stenen zijn meticuleus schoon, wit als melk, alsof ze gisteren zijn geplaatst.

Waarom zijn de Britse monumenten op het onpersoonlijke af abstract? Het zal met de stijl van het moment te maken hebben, maar het zit hem er ook in dat de betekenis van wat ze moesten herdenken nog niet duidelijk was toen ze voor het eerst werden geschetst. De oorlog begon op ambassades en op ministeries, door doorgaans zakelijke figuren die simpelweg deden wat er was afgesproken. Een kluwen ententes en niet-aanvalsverdragen was in de voorgaande jaren opgetuigd en met de aanslag op de aartshertog in Sarajevo werd dat alles effectief in werking gezet. Kabinetten verzonden telegrammen, wachtten de reacties af. Duitsland mobiliseerde, dus Rusland mobiliseerde, dus Frankrijk, dus Groot-Brittannië et cetera. De oorlog was een voortzetting van de status quo; wat de oorlogsmonumenten vooral leken te herdenken was de overzichtelijke kalmte van de vooroorlogse tijd.

Niemand kan de consequenties overzien, schreef een jonge Winston Churchill, toen minister van de marine, in zijn dagboek: ‘We bewegen ons voorwaarts in de doffe trance van een ziekenhuispatiënt. Alsof dit de operatie van iemand anders was!’ Geen van de deelnemende partijen kon zich voorstellen dat de wapenstilstand pas vier jaar later zou worden getekend en dat tegen die tijd vier keizerrijken zouden zijn gesneuveld: de Oostenrijks-Hongaarse keizer had zijn kroon moeten neerleggen, de Duitse zat in ballingschap in Doorn, de Russische tsaar was samen met zijn familie door de bolsjewieken vermoord en de Ottomaanse sultan zat er nog, maar alleen in naam, want zijn rijk lag in duigen.

‘Vandaag is het weer aan mij om wereldvrede te bewerkstelligen, mijn duifje’

Tegen de tijd dat de wapenstilstand kwam, verbleekten de oorspronkelijke strategische doelen van de oorlog – welke macht controleert de Balkan, wie krijgt Elzas-Lotharingen? – bij de vele miljoenen doden. En dus was het aan de overwinnaars, die voor de vredesconferentie naar Versailles trokken, om de oorlog met terugwerkende kracht een betekenis geven.

De conclusie die het Verdrag van Versailles oplegde, is befaamd: de Duitsers waren de schuldigen. Dit is het bekende verhaal van Versailles. De Amerikanen waren betweterig idealistisch, de Britten achteloos onverschillig over wat zich op het continent afspeelde en de Fransen waren onstuimig haatdragend. Terwijl ze Duitsland nooit knock-out hadden gekregen op de slagvelden, lieten ze de Duitsers een vernederende vrede tekenen waarin zij de schuld van de oorlog op zich moesten nemen, met exorbitante herstelbetalingen. ‘Versailles’ werd zo een kernbegrip van het Duitse interbellum, een vlag waarachter revanchisten zich konden verzamelen, de strijdkreet waarmee de nazi’s de macht grepen.

Deze versie van het verhaal geeft Versailles een buitengewoon cynische nasmaak, omdat de grote aanstichter van het verdrag, de Amerikaanse president Woodrow Wilson, het lid meteen op zijn neus kreeg. Wilson was de idealist van de overwinnaars, hij zag een nieuwe wereld voor zich waarin volken via democratische raadplegingen zelfbeschikkingsrechten kregen. Maar Wilson onderhandelde zelf in Versailles, was maanden weg uit Washington, en toen hij terugkwam weigerde de Amerikaanse Senaat het Verdrag van Versailles en de daaruit voortkomende Volkenbond te ratificeren. Alsof het allemaal al in de kiem voor niks was geweest.

In deze lezing van Versailles zijn de overwinnaars uilskuikens, omdat ze niets geleerd hadden van het grote voorgaande congres waarbij Europa door prinsen en diplomaten werd hertekend, namelijk het congres van Wenen. Dat begon in 1814 – Napoleon was verslagen en verbannen naar Elba – en was een groot bal. De halve adel van Europa streek er neer, en dus stuurde de andere helft zijn huwbare dochters erheen. Frankrijk werd vertegenwoordigd door graaf Talleyrand, Groot-Brittannië door lord Castlereagh en door de bedwinger van Napoleon, de hertog van Wellington, Pruisen door prins Von Hardenburg en de beroemde geleerde Wilhelm von Humboldt, broer van de nog beroemdere Alexander.

Namens Rusland was tsaar Alexander persoonlijk gekomen, maar de belangrijkste speler was waarschijnlijk de Oostenrijkse graaf Metternich. Dat vond hij zelf tenminste. Zijn brieven aan zijn minnares (‘Vandaag is het weer aan mij om wereldvrede te bewerkstelligen, mijn duifje’) zijn voor biografen een dankbaar object van zelfinzicht, maar hij deed wat hij beloofde. Met hem aan het hoofd kwamen de diplomaten tot grote compromissen. Zelfs toen Napoleon terugkeerde uit ballingschap, een leger vergaarde en honderd dagen beleefde die bij Waterloo zouden eindigen, vergaderde het congres door.

Er wordt een pad vrijgemaakt om Thomas Woodrow Wilson, president van de Verenigde Staten, door te laten na het ondertekenen van het Verdrag van Versailles, 1919 © Roger Viollet / HH

Het zou veertig jaar duren voordat er weer een gewapend conflict was (Frankrijk en Groot-Brittannië tegen Rusland op de Krim, 1853-1856), en zestig jaar tot een volwaardige oorlog (Frankrijk – Duitsland, 1870-1871). Voor Europese doen was zo’n lange periode van vrede een unicum in de geschiedenis: het ‘concert van Europa’ werd het genoemd.

Waar lag dat aan? Zie hier de verschillen met Versailles. (1) Bij Versailles was Duitsland geen onderhandelende partij, in Wenen zat Frankrijk aan de hoofdtafel. Metternich snapte dat Europa veiliger zou zijn als Frankrijk geen rancuneuze, revanchistische staat was. Het werd niet gestraft, het moest weliswaar Napoleons veroveringen afstaan, maar het behield de oude grenzen van voor zijn keizerrijk.

(2) Bij Wenen was het doel van Metternich een machtsbalans creëren waarin grote spelers elkaar in evenwicht hielden, waardoor niemand uitgedaagd zou worden een ander uit te dagen. Bij Versailles wilde met name de Franse premier Clemenceau, een stokoude veteraan met de bijnaam ‘De tijger’, de klok 150 jaar terugdraaien en Duitsland zo ver mogelijk ontmantelen en een vette rekening laten betalen aan reparaties.

(3) Bij Wenen creëerde Metternich meerdere allianties en liga’s waardoor de Europese regeringen en vorstenhuizen bij elkaars successen betrokken waren; in Versailles dicteerden de VS de tafel, maar met het lange-termijnplan terug te vallen op isolationisme, terwijl de ongrijpbare Britse premier David Lloyd George geen verdere continentale doelen had, behalve dan Duitsland elke cent voor de oorlog te laten betalen (‘We will search their pockets for it’). De Britten hadden genoeg aan hun Empire.

(4) Uiteindelijk zocht Metternich een Europees systeem dat niet alleen draaide op een fysieke machtsbalans, maar ook op een morele. Hij zag een samenwerking van staten voor zich die dezelfde interne dynamiek hooghielden: nadat hij had gezien wat een revolutionair, republikeins Frankrijk aan oorlogen had aangericht in Europa, zag hij de toekomst in sterke dynastieke verbanden. Koningen waren het cement waarop goede internationale betrekkingen rustten, dus moesten de landen elkaar helpen democratiserende bewegingen klein te houden. ‘Rechten’ kreeg je volgens Metternich niet door wetgeving, ze kwamen simpelweg voort uit de natuur der dingen. Een ancien régime dus, waar alle vorsten achter stonden.

‘Ik zit met Jezus Christus aan mijn ene hand en Napoleon Bonaparte aan mijn andere’

In Versailles zocht men ook naar een gedeelde moraal, maar dan anders. Wilson geloofde juist in wetgeving. De moraliteit van Wilson was idealistischer, maar vager. Wilson was een Amerikaan, geboren en getogen met de zelfevidente waarheid dat ‘all men are created equal’ en dat ze zodoende niet onderworpen moesten worden aan multi-etnische dynastieke staten. Hij geloofde niet dat de Europese oorlogen structurele oorzaken hadden, maar dat ze voortsproten uit de zucht naar macht en glorie van vorsten. Wilson zag een wereld voor zich waarin zelfdeterminatie of ‘zelfbeschikking’ van elk volk een vereiste was, dat moest voortkomen uit democratische instituten.

Democratische staten, dacht Wilson, voeren geen oorlog met elkaar. In het verlengde van Versailles zag zijn echte droom het licht, in januari 1920, toen de Volkenbond werd opgericht. 48 deelnemende landen zouden daar internationaal samenwerken, etnische minderheden beschermen en de vrede bewaren.

Metternichs restauratie was conservatief, maar helder. Die van Wilson was optimistisch, maar te vaag en die vaagheden werden tegen hem gebruikt. Verschillende van de kleinere landen gebruikten in Versailles ‘zelfbeschikking’ als krachtterm om persoonlijke vendetta’s uit te vechten. Griekenland, Bulgarije en Servië wilden allemaal een deel van Macedonië; Griekenland en Italië bikkelden om een deel van Albanië; Roemenië en Hongarije maakten beide aanspraak op Transsylvanië; Polen en Duitsland op Silezië. Elke diplomaat snapte dat dit eerder territoriale claims waren die voortkwamen uit economische of militair-strategische overwegingen. Vooral Italië was onbeschaamd en claimde vanuit zelfdeterminatie stukken land waar misschien een handjevol verdwaalde Italianen rondzwierven, zoals het Duitssprekende deel van Zuid-Tirol, een volledig door Slaven bevolkt deel van de Dalmatische kust en de kleine havenstad Fiume (dat nu Rijeka heet en in Kroatië ligt), waar slechts een klein deel van de toch al kleine bevolking Italiaans was.

De Volkenbond werd een droom om vlug uit wakker te worden. Alhoewel een hele serie diplomaten Nobelprijzen won voor bemiddelende diensten, had de Bond geen militaire middelen. Dus toen toenemend nationalistische staten zich steeds minder van de beraadslagingen aantrokken, had de Bond geen tanden om van zich af te bijten. De Volkenbond ging maar akkoord, waardoor talloze fascistoïde ondernemingen in de jaren twintig en dertig officieel gedekt werden door de Bond. Precies het tegenovergestelde van wat Wilson wilde. Hij keerde na Wenen terug naar de VS, verloor de stemming over Versailles, kreeg een beroerte en regeerde zijn laatste jaar nauwelijks nog.

In verschillende recente geschiedeniswerken wordt deze lezing zo niet onderuitgehaald, dan wel van kanttekeningen voorzien. Interessant is de studie van de Brits-Duitse historicus Robert Gerwarth TheVanquished (2017), met de ondertitel Why the First World War Failed to End. We kijken te veel naar de loopgraven en de slag om de Somme als we aan de Grote Oorlog denken, schrijft Gerwarth, terwijl de echte gevolgen van de oorlog zich in het oosten afspeelden. De kaart van West-Europa van 1919 lijkt veel op die van 2019; de kaart van Oost-Europa is onherkenbaar.

Duitsland gold als de grote verliezer van Versailles, maar vergeleken met het Russische of het Ottomaanse rijk verkeerde het in goede conditie. Duitsland was weliswaar zijn monarchie kwijtgeraakt, maar de industrie draaide nog, de revolutie van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht was neergeslagen, de maatschappij had een oplawaai gekregen, maar stond nog op zijn benen. En omdat Duitsland percentueel minder slachtoffers dan Groot-Brittannië en Frankrijk had geleden, was het in feite sterker dan ooit.

Gerwarth somt alle kleine burgeroorlogen, hongersnoden en volksverhuizingen op die niet door Versailles werden opgelost. Het zijn er meer dan waar je ooit van hebt gehoord. In de directe nasleep van de oorlog verhongerde een van de zeven Syriërs. Een Duits-Russische officier probeerde Khan te worden in Mongolië. Door de Balkan, Polen, Turkije, vanaf de Middellandse Zee tot de Oeral trokken warlords door streken om politieke en etnische zuiveringen te voltrekken en hun eigen rijkjes te stichten. Zoals Mustafa Kemal in 1921 tegen het Turkse parlement zei: ‘Noch soevereiniteit noch het recht om te regeren kan van de ene persoon naar de andere persoon overgedragen worden door een academisch debat. Soevereiniteit wordt verkregen door actie, door macht en door geweld.’ Volgens Gerwarth is dat de echte betekenis van de oorlog. Het is niet zo dat het verliezen van de oorlog de reden was voor dit geweld, schrijft hij, die haat was er al. Maar met het instorten van het machtssysteem van vóór 1914 waren de regeringen oostelijk van de Rijn dat verloren wat Max Webers ‘het monopolie van legitiem geweld’ noemde. Geweld werd geprivatiseerd en het zou decennia duren voordat dat geweld weer staatseigendom werd.

Net als Gerwarth kijkt de Britse economisch historicus Adam Tooze naar de langere-termijngevolgen van Versailles in zijn The Deluge: The Great War and the Remaking of Global Order (2015). De ontregelende factor van Versailles waren volgens Tooze vooral de VS. Toen de VS toetraden tot de oorlog deden ze dat met een zekere arrogantie; vanaf 1915 hadden de VS de Frans-Britse oorlogsvoering gefinancierd, met leningen en wapens. Lloyd George en Clemenceau ontvingen Wilson in Frankrijk, wetende dat ze hem miljarden dollars schuldig waren. Zoals een diplomaat het later samenvatte waren de VS ‘een fenomeen waarvoor er geen vergelijking in de moderne geschiedenis te vinden is; een staat 25 keer zo groot, vijf keer zo rijk, drie keer zo bevolkt, twee keer zo ambitieus’ als de Europese machten. Die scheve balans hoefde geen probleem te zijn, als de VS er tenminste naar zouden handelen. In de visie van Tooze waren juist de VS de meest conservatieve deelnemer aan Versailles: Wilson sprak van een moderniserende internationale democratie, maar hij werkte niet serieus aan het optuigen van internationale, economische integratie. Toen de VS bij wijze van experiment de rente op de oorlogsleningen verhoogden, merkten ze amper dat de Europese markten daarvan bijna omvielen. Voor het eerst in de geschiedenis ontstond er door Versailles zoiets als ‘acute internationale betrekkingen’, waarbij een financiële beslissing in een land direct gevolgen in een ander land had – Hannah Arendt noemde dat ‘negatieve solidariteit’.

Clemenceau verzuchtte: ‘Ik zit met Jezus Christus aan mijn ene hand en Napoleon Bonaparte aan mijn andere.’ Napoleon was dan de stugge Lloyd George, die in de superioriteit van het Britse rijk bleef geloven, en Jezus de idealistische Wilson. Jezus had tenminste nog zijn Bergrede. Voor een economisch historicus en iemand die het laatste decennium naam maakte met diepgravende boeken over financiële structuren wijst Tooze in The Deluge opvallend veel naar een persoon als de bron van alle ellende, president Wilson. Hij had twee dingen anders kunnen doen: of hij had zich minder dominant moeten opstellen en coulantere vredes moeten sluiten met Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Of hij had juist dominanter moeten zijn en het economische overwicht van de VS op de wereldeconomie moeten opeisen en concretere samenwerkingen moeten aangaan. Zo slecht was de structuur van Versailles niet; het Verdrag zette alle pionnen neer, de spelers beheersten het spel alleen niet goed genoeg.

Het dilemma waar elke historicus voor staat, is dat hij (of zij) de afloop kent. Toch is het zijn taak zich te verplaatsen in de mensen van toen, die er middenin zaten en die de afloop niet wisten. Nu kunnen we talloze redenen bedenken waarom Trump de verkiezingen zou winnen, maar in 2016 waren we toch echt overtuigd dat hij geen kans maakte.

Op deze manier probeert de Canadese hoogleraar Margaret MacMillan (stomtoevallig de achterkleindochter van de Britse premier David Lloyd George) in haar boek Vredestichters (2018) naar Versailles te kijken. Op de eerste plaats is haar boek een levendige beschrijving van wat er gebeurt als duizenden diplomaten en hun ego’s naar een wereldstad komen. De Britse delegatie telde vierhonderd medewerkers van het Foreign Office, die hun intrek namen in Hotel Majestic aan Avenue Kléber. Een roze suikertaart van een gebouw dat ooit was gebouwd ‘voor Braziliaanse dames die voor de oorlog naar Parijs kwamen om voor kleren te winkelen’.

Wat MacMillan laat zien is hoezeer de verwachtingen van de verschillende diplomaten botsten, maar vooral hoezeer macht met ze op de loop ging. Oefenden de mannen in Versailles macht uit, of andersom? MacMillan beschrijft hoezeer de macht en de grootsheid van hun beslissingen een eigen leven gingen leiden. Onderwerpen die eigenlijk niet aan de orde waren, werden in alle heftigheid bediscussieerd, te vaak niet eens vanuit een idee hoe een kwestie met welke beslissing moest worden opgelost, maar vanuit de daverende behoefte een beslissing te nemen. Lloyd George, merkte Wilson op, had ‘geen eigen principes… Hij reageerde telkens vanuit het advies van de laatste persoon met wie hij heeft gesproken’. Alle wereldleiders noteerden in hun nota’s en dagboeken zulke opmerkingen over elkaar. (Waarschijnlijk ook Clemenceau, maar Clemenceau zag zichzelf als de man die de wereld hoogstpersoonlijk vrede had gebracht – zozeer dat hij perplex stond toen hij niet werd herkozen en uit woede al zijn dagboeken verbrandde.)

MacMillan beschrijft uitgebreid de weeffouten in het Verdrag, maar wie zegt dat nazi-Duitsland rechtstreeks voortkomt uit Versailles doet alsof de jaren twintig nooit hebben plaatsgevonden, zegt MacMillan. En in de jaren twintig wierp Versailles zijn vruchten af. De wereldeconomie ging met grote stappen vooruit en binnen tien jaar was de economie weer op vooroorlogs niveau. Communistisch Rusland weigerde aanvankelijk elke samenwerking met het kapitalistische Westen maar draaide bij, ontving ambassadeurs en sloot handelsverdragen. In het verlengde van Versailles werden meerdere verdragen getekend: op 10 september 1919 dat van Saint Germain-en-Laye (met Oostenrijk); op 27 november dat van Neuilly (met Bulgarije); op 4 juni 1920 dat van Trianon (met Hongarije); en op 10 augustus dat van Sèvres (met Turkije).

De Volkenbond werd primair opgericht om Duitsland te kunnen controleren, zoals Duitsland ook al het voornaamste lijdend onderwerp van Versailles was. Toch meldde het land zich binnen een paar jaar voor lidmaatschap van de Bond, en werd toegelaten. Het probleem is dat we Versailles niet moeten zien als dat wat de Eerste Wereldoorlog betekenis gaf. Versailles stond voor een wereldsysteem dat door talloze externe oorzaken, bijvoorbeeld de Grote Depressie, onhoudbaar zou blijken. Dus als je nu leest over die vierhonderd Britse diplomaten die met een helder gemoed en gepoetste schoenen naar Versailles kwamen, zoals MacMillan ze beschrijft, dan moet je ze niet bespotten om hun naïviteit, maar juist medelijden met ze hebben omdat ze geen idee hadden wat ze stond te wachten.