Archie Brown over de ondergang van de Sovjet-Unie

‘Met keiharde onderdrukking kun je lang overleven’

De ondergang van het communisme kende vele oorzaken, volgens Archie Brown. Paradoxaal genoeg droegen ook de successen die de Sovjet-Unie had geboekt eraan bij. ‘Het is eenvoudiger om een volk van ongeletterde boeren te onderdrukken dan een natie van goed opgeleide mensen.’

Medium archie brown

ARCHIE BROWN is zelf nooit communist geweest. In tegenstelling tot veel boeken van ex-communisten – zoals het in 2005 verschenen Wereldrevolutie van de ex-maoïst Erik van Ree, dat ook de wereldgeschiedenis van het communisme beschrijft – is Browns boek heel gematigd van toon. Anders dan Van Ree hamert Brown er niet voortdurend op dat Lenin, Trotski en Stalin bloeddorstige schurken waren. ‘Natuurlijk ben ik kritisch over Lenin, Stalin, Mao en andere communistische leiders’, zegt Brown. ‘Nergens in mijn boek probeer ik hun optreden te vergoelijken. Maar ik heb wel geprobeerd een objectief boek te schrijven, geen anticommunistisch strijdschrift, waarin elke communist wordt afgeschilderd als een schurk en een potentiële moordenaar. Een van mijn punten is dat communisme heel verschillende vormen kan aannemen, en dat mensen om heel verschillende redenen kunnen toetreden tot een communistische partij. Het Hongarije van de jaren vijftig valt niet te vergelijken met het Cambodja van Pol Pot, zoals de Sovjet-Unie in de hoogtijdagen van de Stalin-terreur heel anders was dan de DDR van Honecker. De communistische partijen hebben aantrekkingskracht uitgeoefend op schurken, ordinaire baantjesjagers en oprechte idealisten. En in belangrijke mate hing dat af van de tijd en de plaats. Als het om schurken ging, zoals bij Stalin, heb ik daar geen doekjes om gewonden, maar ik hoef dat toch niet op elke bladzijde te herhalen. De feiten spreken voor zich.’

Browns concentratie op de feiten heeft ertoe geleid dat hij, anders dan Van Ree of de onlangs verschenen geschiedenis van het communisme van David Priestland, The Red Flag: Communism and the Making of the Modern World, relatief weinig aandacht besteedt aan de marxistisch-leninistische ideologie. Niet alleen gaat zijn boek meer over keiharde machtspolitiek, ook gaat hij niet uitgebreid in op de vraag die decennia een belangrijke rol speelde: waar ging het mis, bij Stalin, bij Lenin, of misschien al bij Marx? ‘Ik geef toe’, zegt Brown, ‘dat bij mij de nadruk op de machtsstrijd ligt, op de daadwerkelijke krachtsverhoudingen en de concrete maatregelen, maar ik bestrijd dat ik de ideologie grotendeels buiten beschouwing laat. En wat de zogenaamde “schuldvraag” betreft, het is inderdaad onzin om te beweren dat Lenin een nobele ziel was en dat de misdadige Stalin het communisme geperverteerd heeft. De daadwerkelijke problemen begonnen met Lenin, die een totalitaire dictatuur vestigde. Lenin kreeg echter de kans om het marxisme op deze wijze in te vullen, doordat Marx geen ideeën had geformuleerd over de politieke instituties die na de revolutie moesten worden ingesteld. Hij vond het utopisch om daar van tevoren over na te denken, die instituties zouden vanzelf ontstaan en zouden uiteindelijk resulteren in het afsterven van de staat, wat uiteraard een nog veel utopischer gedachte was. Wat dat betreft heeft Marx wel invloed gehad op de latere ontwikkelingen, al kun je hem natuurlijk niet verantwoordelijk stellen voor wat Lenin en Stalin hebben gedaan.’

IN DE MYTHOLOGIE over het einde van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie worden dikwijls heldenrollen toegekend aan Ronald Reagan en paus Johannes Paulus II. De laatste zou met zijn optreden in Oost-Europa het zaad van de opstand hebben gezaaid en de Amerikaanse president zou met zijn geharnaste Koude-Oorlogspolitiek de Russische beer op de knieën hebben gedwongen. Vooral de wapenwedloop zou de economische poten onder de Sovjet-Unie hebben weggezaagd. In Browns boek speelt een andere leider de hoofdrol, namelijk Michail Gorbatsjov.

‘Gorbatsjov was niet in zijn eentje verantwoordelijk voor wat er is gebeurd, maar hij was wel belangrijker dan wie ook’, licht Brown toe. ‘De ondergang van het communisme kende vele oorzaken. Het klopt dat de economische groei afnam en er uiteindelijk sprake was van stagnatie, terwijl tegelijkertijd kapitalistische economieën in Azië heel succesvol waren. Maar paradoxaal genoeg droegen ook de successen die de Sovjet-Unie op sommige terreinen wel degelijk had geboekt bij tot de ondergang van het communisme. Hoe je ook over de ideologische inhoud van het onderwijs denkt, feit is dat er veel hoogopgeleide mensen in de Sovjet-Unie waren, die gaandeweg ontdekten hoe het in het Westen was, die ontevreden waren over hoe de sovjetbureaucratie functioneerde en zich ergerden aan de censuur. Sommigen kwamen voor hun werk in het buitenland en werden blootgesteld aan westerse ideeën en waren jaloers op de levensstandaard daar.

Ook Gorbatsjov is in de jaren zeventig een paar keer in het Westen geweest en ontdekte toen dat de werkelijkheid daar niet correspondeerde met het beeld dat in de sovjetpropaganda werd geschilderd. Het is eenvoudiger om een volk van ongeletterde boeren te onderdrukken dan een natie van goed opgeleide mensen. Bovendien is het een misvatting dat sociaal-economische onvrede per definitie leidt tot opstandigheid. Als een regime maar repressief genoeg is, resulteert een economische crisis niet automatisch in een politieke crisis. Kijk maar naar Zaïre onder Mobutu. Zijn regime hield het dertig jaar uit, en dat zonder al die verfijnde onderdrukkingsinstrumenten waarover de Sovjet-Unie beschikte. Met keiharde onderdrukking kun je langer overleven dan je eigenlijk verdient.

Doordat in communistische landen alle macht geconcentreerd is in de top van de partij doet het er veel toe wie daar terechtkomen. Met betrekking tot de Sovjet-Unie beweerden veel mensen, onder wie Solzjenitsyn, dat het onmogelijk was dat een hervormer partijleider zou worden. Op weg naar de top zouden de anderen hem, al dan niet fysiek, uitschakelen. En toch kwam Gorbatsjov aan de macht, niet omdat hij een hervormer was, maar juist omdat hij niet te koop had gelopen met zijn ideeën. Er waren in het Politbureau leden die hem wantrouwden, maar toen na de dood van Brezjnev en Andropov, in respectievelijk november 1982 en februari 1984, de zieke Tsjernenko werd gekozen en staatsbegrafenissen jaarlijkse rituelen dreigden te worden, was men toe aan een jongere leider. In de Sovjet-Unie deed de grap de ronde dat Thatcher na de door haar bijgewoonde begrafenis van Andropov naar Reagan belde, en zei: “Je hebt wat gemist, Ron. Ze kunnen dat daar heel goed. Volgend jaar ga ik beslist weer.” Bij gebrek aan andere geschikte kandidaten werd daarom de 54-jarige, energieke Gorbatsjov gekozen.’

‘De Sovjet-Unie telde veel hoogopgeleide mensen, die ontevreden waren over de bureaucratie en de censuur'

VOLGENS DE Amerikaanse historicus Richard Pipes koos het Politbureau de ‘duif’ Gorbatsjov, omdat Reagan een ‘havik’ was. Men hoopte blijkbaar dat de Verenigde Staten daardoor een minder harde koers zouden gaan varen. Brown vindt dit absolute onzin: ‘Er was helemaal geen reden om te denken dat Gorbatsjov een softliner was. Hij had nooit uitlatingen gedaan die als zodanig konden worden uitgelegd. Gorbatsjov heeft tot aan zijn verkiezing tot partijleider zijn kaarten altijd stijf tegen de borst gehouden. Hij wilde een einde maken aan de Koude Oorlog, maar liep daar nooit mee te koop. Bovendien wordt in de neoconservatieve mythologie de rol van Reagan helemaal verkeerd weergegeven. De buitenlandse politiek van de VS onder Reagan was helemaal niet gericht op de ondergang van het communisme, laat staan op het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Reagan wilde een dialoog en klaagde: “Die lui blijven maar doodgaan!” Hij wilde met Tsjernenko praten, maar dat mislukte steeds, die was te ziek. Bovendien was de rol van Nancy Reagan heel belangrijk. Zij wilde dat haar Ronny de geschiedenis zou ingaan als vredestichter in plaats van oorlogshitser, zoals hij vaak werd afgeschilderd. Ze had een hekel aan zijn reputatie als havik.

Reagan was een overtuigde anticommunist, maar hij had ook een hekel aan kernwapens. Dat was iets wat hij, tot afgrijzen van Margaret Thatcher, met Gorbatsjov gemeen had. Beiden geloofden in een kernwapenvrije wereld, en in 1986 kwamen ze in Reykjavik heel dicht bij dat doel. Wat vaak vergeten wordt, is dat er in Amerika vanuit conservatieve hoek nog in 1987 veel kritiek kwam op Reagans buitenlandse politiek. Mannen als Nixon en Kissinger, die zichzelf “realisten” noemden, dachten dat Gorbatsjov veel gevaarlijker was dan zijn voorgangers, dat hij streefde naar een militair superieure Sovjet-Unie. Juist omdat Reagan te boek stond als een onversneden anticommunist en een havik kon hij dingen voor elkaar krijgen. Iemand als Carter of andere Democratische presidenten zouden het wat dat betreft veel moeilijker hebben gehad.’

Hoewel het later common wisdom werd te zeggen dat de ondergang van de Sovjet-Unie onvermijdelijk was geweest, voorzag in 1985, toen Gorbatsjov aan de macht kwam, niemand wat er binnen enkele jaren zou gebeuren. Ook Brown heeft in al die jaren nooit iemand ontmoet die het wél correct heeft voorspeld: ‘Dat er iets zou veranderen, daar waren enkelen, onder wie ikzelf, wel van overtuigd. In september 1983 nodigde Margaret Thatcher een aantal deskundigen uit voor een conferentie op Chequers, het buitenverblijf van de Britse premier. Ik sprak toen over de theoretische mogelijkheid van een zogenoemde “Moskouse Lente”. Evenals in Hongarije in 1956 en Tsjechoslowakije in 1968 zouden, zo dacht ik, fundamentele veranderingen vanuit de partijtop moeten komen. In communistische landen is dat nu eenmaal zo. De politieke instituties zijn zo machtig dat verandering van onderop vrijwel uitgesloten is.

Het enige voorbeeld van een opstand van onderop die bijna succesvol was, was de opkomst van Solidarnosc in Polen. Maar zelfs in Polen, waar het regime veel zwakker was dan in andere Oost-Europese landen, kon de partij de staat van beleg afkondigen en de vrije vakbeweging onderdrukken. Tot 1987, toen in Moskou de boel ging glijden, leidde Solidarnosc een volstrekt marginaal bestaan. Thatcher vroeg toen op Chequers welke leden uit de partijtop in de gaten gehouden moesten worden, waarop ik Gorbatsjov heb genoemd. Als gevolg hiervan werd hij het jaar erop door Thatcher uitgenodigd om te komen praten. Maar voor alle duidelijkheid: ook ik dacht niet dat de boel zo snel in elkaar zou donderen.’

IN ZIJN BOEK benadrukt Brown dat Gorbatsjov niet zozeer economische maar vooral politieke hervormingen doorvoerde, waardoor de partij de greep op de ontwikkelingen verloor. In China zijn tot dusver politieke hervormingen uitgebleven, terwijl de economie geheel op de schop is gegaan. Hebben de Chinezen lessen getrokken uit de ondergang van de Sovjet-Unie? ‘Ze hebben’, zegt Brown, ‘vooral geleerd van hun eigen fouten, zoals de Grote Sprong Voorwaarts uit de jaren vijftig, die minstens dertig miljoen mensen het leven heeft gekost, en de gruwelen en de chaos van de Culturele Revolutie. Ook verschillende partijleiders en hun families hebben toen geleden. Ze realiseerden zich dat als ze de levensomstandigheden niet verbeterden het moeilijk zou zijn aan de macht te blijven, zeker nadat ze zoveel onnodige onrust hadden veroorzaakt.

Toen ik in 1988 in Peking was, waren er partij-intellectuelen die hoopten op een Chinese Gorbatsjov, maar toen de Sovjet-Unie uiteen begon te vallen werden degenen die hervormingen wilden doorvoeren erg bezorgd en heel voorzichtig. Wie nu in China voor hervormingen pleit, benadrukt dat dit stap voor stap moet. De teloorgang van de Sovjet-Unie is een schrikbeeld. Hoewel de Chinezen economisch succesvol zijn, hebben ze niettemin problemen. Het regime is heel autoritair, er moeten politieke hervormingen komen, maar het is niet aan mensen buiten China om te bepalen in welk tempo dat zou moeten.’


Archie Brown, De opkomst en ondergang van het communisme_. Vertaald door Ronald Kuil en Tiny Mulder. Het Spectrum, 975 blz., € 49,95_


Beeld: Chemnitz, Duitsland, Karl Marx Monument (Bildarchiv Monheim/ AKG-Images)