H.J.A. Hofland

Met kluiten in het riet gestuurd

Het bewind van George W. Bush liegt. Niet incidenteel zoals een regering dat soms ter wille van een groter belang verplicht is te doen, maar systematisch, geïnspireerd door een waandenkbeeld. Ik maak me schuldig aan de belediging van een bevriend staatshoofd. Ik heb meer dan sympathie voor de zestig procent van de Amerikanen die vindt dat hun president «niet te vertrouwen is». En ik heb langzamerhand minachting voor de Europese bondgenoten die precies weten waar ze aan toe zijn, maar uit misplaatste diplomatieke overwegingen, valse hoop op betere dagen, behoedzaamheid of angst, niet hun conclusies uit de habituele leugenachtigheid van dit Washington trekken, en daaraan dan weer hun consequenties verbinden. Het liegen van dit bewind is één kant van het probleem, de meegaandheid van Europa de andere.

Het meest spraakmakende geval van systematisch liegen is dat van het martelen, onder meer in geheime kampen buiten Amerika. Daarover ging een niet-aflatende stroom van geruchten. Toestellen van de CIA vlogen af en aan, misschien met van terrorisme verdachten om die aan de tand te voelen in landen waar op een onmenselijke behandeling meer of minder niet wordt gelet. De geruchten groeiden uit tot een onbevestigd schandaal dat de Amerikaanse buitenlandse politiek zou kunnen benadelen.

Minister Condoleezza Rice kwam een bezoek aan het weerspannig twijfelende Europa brengen. Minister Ben Bot liet weten haar stevig aan de tand te zullen voelen. Rice gaf een demonstratie van veni, vidi, vici. In Kiev zei ze dat de Amerikanen niet martelen, niet binnen noch buiten de Verenigde Staten. Ze kwam naar de Navo in Brussel. Alles wat de Amerikanen doen is volkomen in overeenstemming met de Conventie van Genève, was de boodschap. Minister Bot zei «zeer tevreden» te zijn. Ook andere Europese bewindslieden lieten geen kritische kik horen. De Europeanen zijn blijgemaakt met een terloops geschonken dooie mus.

Dat gaat hier vlugger dan in het Amerikaanse Congres. Senator John McCain, Republikein, heeft een motie tegen het martelen ingediend die met negentig tegen negen stemmen is aangenomen. Hij heeft recht van spreken, want als soldaat in Vietnam is hij als gevangene zelf gemarteld. De regering, in dit geval vice-president Dick Cheney, probeert er onderuit te komen. Er wordt met een presidentieel veto gedreigd. Waarom, als er toch niet wordt gemarteld? Het hangt af van de definitie die je aan dat werk geeft. De regering heeft een ruimere interpretatie dan McCain en zijn medestanders: een leugenachti ge interpretatie. Of hoort het dreigen met verdrinking (waarvoor speciale apparatuur is ontwikkeld) niet tot de «wrede, inhumane en vernederende behandelingen»? En als het allemaal volkomen in orde is, waarom dan geen inspecties in het concentratiekamp Guantánamo Bay? Vraag het minister Rice en collega Bot.

Het liegen over het martelen is niet meer dan een onderdeel van het grote verdraaisysteem. Over de massavernietigingswapens en het gevaarlijke uranium dat Saddam in Niger wilde kopen, en over zijn nauwe banden met al-Qaeda weten we nu zo veel dat we van strategisch liegen in plaats van heel grote vergissingen kunnen spreken. Het systeem werd en wordt gemotiveerd door een waandenkbeeld: dat een Arabisch land met wapengeweld de democratie kan worden binnengeschoten. Dit van oorsprong neoconservatieve idee heeft nu aan ongeveer veertigduizend mensen het leven gekost (volgens het Pentagon). Irak is geworden tot het grootste trainingskamp voor de terroristen die daar moesten worden verslagen. Het anti-Amerikanisme in de hele regio is verveelvoudigd. Maar Bush en de zijnen proberen ons wijs te maken dat er dagelijks geweldige vooruitgang wordt geboekt. Als de president nu het besluit tot de oorlog zou moeten nemen, zou hij niet anders doen dan drie jaar geleden, heeft hij deze week laten weten. Op basis van wat voor fabels in dat geval?

In Bagdad is weer een detentiecentrum ontdekt. Met martelfaciliteiten. Daar zaten zeshonderd gevangenen opeengepakt; dertien moesten meteen naar het ziekenhuis. Donderdag 15 december hebben we weer een mijlpaal bereikt: verkiezingen. Die worden als het volgende succes van de democratie beschouwd. Wie weet. Misschien komt er een ogenblik dat Irakezen en terroristen er genoeg van krijgen elkaar te vermoorden. Ongetwijfeld zal Washington dan aankondigen dat de oorlog met de overtuigende Amerikaanse overwinning is geëindigd. Noem het een interpretatie van het begrip «overwinning». Tot het zo ver is, blijft de oorlog in Irak een vervolg verhaal van onwaarheid, terwijl de strijd tegen het internationaal terrorisme er niet wordt gewonnen.

Irak is volgens de visie van Washington een van de twee belangrijkste sectoren in het front tegen het terrorisme. De andere is Afghanistan. Hoe vordert het daar, nadat meer dan drie jaar geleden de Taliban was verslagen? Niet goed. Er is wel een gekozen regering maar die heeft in sommige provincies niets te vertellen. Het is daar zeer gevaarlijk. Op uitnodiging van Washington mag een groot Nederlands contingent de Amerikanen helpen bij het bewaren van rust en orde. Waarom zouden we dat niet doen? Omdat de Nederlandse soldaten dan opereren binnen het door Washington ontworpen grand design dat vertroebeld wordt door leugens, maar waarvan we dankzij de Iraakse ervaring in elk geval weten dat het niet werkt. Niet omdat we bang zouden zijn voor in ternationale verplichtingen, maar omdat we genoeg hebben van deze leugenachtigheid moeten we er voor passen Nederlandse soldaten naar Afghanistan te laten gaan. Eerst de waarheid, dan de soldaten.