Razzia’s in Athene

Met knuppels en geweren de vluchtelingen te lijf

10 november 2019Vanaf maandag 11 november laat journalist Ingeborg Beugel in de BNNVARA-serie Hotel Athene het Griekenland anno nu zien. Voor De Groene schreef ze recentelijk over de Griekse vluchtelingencrisis en extreem politiegeweld in een vluchtelingencommune. ‘De Griekse crisis is allesbehalve voorbij.’

Het zijn vooral gezinnen en veel kinderen die vorige week uit de vluchtelingencommune in een gekraakte school in de wijk Exarchia zijn opgepakt. Het was de derde razzia met extreem politiegeweld. ‘Waar zijn onze klasgenootjes? We missen hen.’

The 5th School in Exarchia, Athene. 2 september

Uit angst voor een derde razzia van de Griekse oproerpolitie in de wijk Exarchia in het centrum van Athene sliepen velen allang op straat, op het strand, of in een park. ‘Velen’ wil zeggen: veel van de vluchtelingen van The 5th School, een groot, al decennialang leegstaand schoolgebouw. Het staat precies op de grens van de beruchte Atheense anarchistenbuurt Exarchia, vol drugsdealers, schreeuwende graffiti en overvolle vuilnisbakken, en het chique, aangeharkte Kolonaki, dat aan de andere kant uitzicht heeft op het Griekse parlement.

In de lente van 2016, vlak nadat de grenzen dichtgegooid waren en vluchtelingen in Griekenland als ratten in de val kwamen te zitten, kraakte een groep ondernemende Syrische vluchtelingen, die de toen al inhumane omstandigheden in de Griekse kampen weigerden te accepteren, het majestueuze pand. Ze kozen voor een zelfstandig bestaan zonder enige hulp van de Griekse staat, de EU en de unhcr en stichtten een commune van vooral gezinnen, alleenstaande ouders met kinderen, en onbegeleide jongeren. Ze verbouwden zelf groente op het platteland tussen Athene en Thebe, op stukken braakliggende landbouwgrond dat ze van ‘boeren-af’ huurden. Ze kregen hun kroost op scholen in de buurt, waar het samen met Griekse kinderen les had. En ze organiseerden zelf opleidingen, medische hulp en de distributie van donaties van voedsel, kleren en beddengoed verkregen dankzij piepkleine ngo’s – waaronder de Nederlandse hulporganisatie Hulpkaravaan naar Griekenland, ooit geboren uit een uit de hand gelopen Facebook-actie van een alleenstaande Haarlemse moeder.

‘Maar families met kleine kinderen zoals wij konden natuurlijk niet de straat op’, zegt Ahmed – 21 jaar, uit Syrië met ouders en vier broertjes en zusjes – schor. ‘Veel te gevaarlijk met al die junks en dronken daklozen overal.’ Ahmeds ogen zijn leeg. Apathisch staart hij naar de tientallen witte reuzententen op het smerige en stoffige zandterrein, tien kilometer buiten Korinthe. Sinds vorige week is het de nieuwe verblijfplaats van zijn familie.

Net zoals de twee keer daarvoor waren het dus vooral gezinnen en heel veel kinderen die vorige week uit ‘The 5th’ werden verjaagd en opgepakt. Ze werden genadeloos van hun bedden en matrassen op de grond gerukt en uit hun rommelige maar knusse, zelfgebouwde kamertjes in de lokalen van het oude Atheense lyceum gehaald. Ahmed, hees en kuchend door de alles verstikkende stof: ‘We kregen vijf minuten de tijd om te pakken. We hadden al wat klaarstaan. Maar we mochten bijna niks meenemen. We moesten alles wat we de afgelopen jaren op straat en op vlooienmarkten hadden verzameld achterlaten. Meubels, dekens, doeken, kussens, keuken- en schoonmaakgerei, kachels, radiootjes, ventilators, magnetrons; we zijn alles kwijt.’

Veel Grieken dachten dat het niets meer uitmaakte wie in Griekenland zou regeren. Of het nu oud-premier Alexis Tsipras van de nieuwe radicaal-linkse partij Syriza was, of de huidige minister-president Kyriakos Mitsotakis van de traditioneel rechtse en corrupte Nea Dimokratia. Wie het ook is, hij moet nog steeds naar de pijpen dansen van Brussel, precies doen wat Duitsland zegt en de bezuinigingen en hervormingen uitvoeren die de Troika Athene oplegde. Alleen krijgt Griekenland in ruil daarvoor sinds vorig jaar geen leningen meer. Ja, Athene kan weer ‘zelfstandig’ geld lenen op de financiële markten. Nee, de Griekse crisis is allesbehalve voorbij, integendeel.

Het Griekse parlement is sinds het begin van de crisis nog steeds een farce. Het mag zélf nog steeds geen wetten maken zonder toestemming van de Eurogroep. En welke Griekse regering dan ook, ze moet het vluchtelingenbeleid van de EU uitvoeren. Bijna de helft van de na negen jaar crisis murw geraakte Grieken ging dan ook niet naar de stembus voor de vervroegde verkiezingen op 7 juli deze zomer.

Maar de bewoners van Exarchia, overwegend studenten, van oudsher linkse buurtbewoners, samen met wat Grieken ‘anarchisten’ noemen, lees: alternatievelingen en paradijsvogels, en een groeiend aantal Griekse en buitenlandse nieuwkomers die je ‘activistische wereldverbeteraars’ zou kunnen noemen, wisten wel beter. De rest van Griekenland was het vergeten, maar in 2017 had Mitsotakis tijdens een debat in het parlement, en later in een tv-interview al gezegd dat hij wanneer hij verkozen zou worden ‘Exarchia zou schoonvegen’. Hij zou de vermaledijde wijk ‘bevrijden van elke vorm van illegaliteit’ en de Atheners in het centrum hun ‘gevoel van veiligheid teruggeven’. De relatief kleine wijk heeft de allergrootste concentratie kraakpanden. Alles bij elkaar zijn het er 23. Direct daaromheen, in de buurten Metaxourgio en Omonia, staan er nog eens 26. Een totaal van 49 en doorn in het oog van de conservatieve politici en zakenlui, die wonen in Kolonaki, het aangrenzende getto voor de superrijke Griekse elite met uitzicht op de vouli.

Al voor het uitbreken van de crisis werden in kraakpanden verschillende communes opgericht, naast andere vormen van alternatief samenleven in huurwoningen. Dat de eerste vluchtelingencommunes in gekraakte panden met behulp van lokale Grieken in Exarchia zouden ontstaan lag voor de hand. Ze remden het gentrificatieproces van de buurt categorisch af. En dat maakte de opgekropte frustratie van de deftige ‘Kolonaki Kapitalaki’ alleen maar groter.

Direct na zijn aantreden kondigde Mitsotakis aan dat hij op alle mogelijke niveaus de bezuinigingen zou stoppen en de belastingen zou verlagen. ‘Nog voor augustus’, riep hij triomfantelijk. Vanaf dat moment gonsden de geruchten over politionele schoonmaakacties in Exarchia. Want iedereen in Exarchia wist dat hem dat niet zou lukken. De EU-crediteuren zouden Mitsotakis heus niet zomaar gunnen wat ze vóór hem geen enkele andere Griekse premier hadden toegestaan. Dus kon je op je vingers natellen dat hij iets moest ondernemen om de aandacht van zijn eerste gaffe als kersvers staatshoofd af te leiden. Exarchia was een ideale prooi.

Met een geraffineerde gemediatiseerde schoonmaakoperatie zou Mitsotakis twee vliegen in één klap slaan. Aan de ene kant zou hij door de ontruiming van kraakpanden de belangrijkste obstakels voor de gestagneerde gentrificatie van Exarchia uit de weg ruimen, en de oogappel worden van alle nationale en internationale projectontwikkelaars die al jaren van Exarchia het Atheense Montmartre willen maken. Aan de andere kant zou hij goede sier maken met een anti-immigrantenshow die niets van het vluchtelingendrama in en rondom Athene zou oplossen, maar die als muziek in de oren zou klinken van de uitgeputte Grieken die maar niet begrijpen hoe hun land met zo’n grote werkloosheid van de EU inmiddels meer dan negentigduizend vluchtelingen moet opvangen. Officieel dan. Onofficieel zijn het er vele tienduizenden meer.

De woordvoerder van de politievakbond noemt de vluchtelingen ‘stof van een onaangename soort’

En zo werden de bewoners in het centrum van Athene in de nacht van 25 op 26 augustus opgeschrikt door grommende helikopters halverwege de heuvel Lykavittos, pal boven Exarchia. Was er een burgeroorlog uitgebroken? Honderden gemaskerde agenten van speciale politie- en militaire eenheden sloten een cordon rondom Exarchia en bestormden met groot machtsvertoon, compleet met knuppels, geweren en traangas, vier kraakpandjes. 143 vluchtelingen werden gearresteerd, 57 mannen, 51 vrouwen en 35 kinderen. Al hun bezittingen werden overhoop gehaald, hun moestuintjes op de daken, balkons en stoep vernield. Er werden geen wapens en drugs gevonden. Een lokale blogger besloot de volgende dag zijn column met een postscriptum: ‘PS I suppose now that the migrant children and the babies were removed from Exarchia, citizens will finally feel secure and can even sleep at night with the windows and balcony doors wide open…’

Stavroula, 24 jaar, ’s nachts vrijwilliger in kraakpanden met vluchtelingenkinderen, overdag serveerster in een tentje op de drukke winkelstraat Athinas, brulde de dagen erna geschokt, bijna permanent in tranen: ‘Jullie wilden toch Mitsotakis? Nou, jullie hebben je zin gekregen hoor! Mitsotakis, Trump, één pot nat, vuile graaiers over de ruggen van de vluchtelingen!’ Geen toerist die haar verstond. Zwak applaus van enkele autochtone voorbijgangers.

Het eerste politieoptreden eind augustus werd bijna niet opgemerkt. Behalve door degenen die de wind van de helikopterwieken voelden, het gestamp van de politielaarzen hoorden en het gekrijs van de kinderen, het gehuil van de moeders en het geschreeuw van de mannen. Exarchianen waren verbaasd over hoe onverschillig er werd gereageerd. Griekse media kauwden braaf de slogans na van de nieuwe premier over ‘veiligheid is onze prioriteit voor alle stadsbewoners’. Het burgerprotest kwam pijnlijk traag op gang. De buitenlandse pers besteedde er al helemaal geen of nauwelijks aandacht aan. De woordvoerder van de politievakbond Stavros Balaskas noemde de kraakpandvluchtelingen ‘stof van een onaangename soort’. Zonder enige tegenspraak zei hij op Skai-tv: ‘Met één vinger is een geruisloze nieuwe stofzuiger aangezet, en dat is de politie, die langzaam al het vuilnis in Exarchia zal opzuigen, vooruitstrevend, democratisch en volgens het plan van de politieofficieren.’

Waar de opgepakte vluchtelingen met hun peuters en baby’s naartoe waren gebracht wist niemand.

Vluchtelingenkamp buiten Korinthe, Griekenland. 28 september

Veel van de Refugee Squats, zoals ze bekendstaan in de Griekse hoofdstad, hadden vanaf het prille begin een agressief zero press tolerance-beleid. Exarchianen hebben hoe dan ook een diepgewortelde hekel aan de pers. Media zien ze als handlangers van het omver te werpen neoliberale establishment. Vluchtelingen hadden meteen al hun buik vol van de bliksembezoekjes van geroutineerde verslaggevers die wat sensationele oneliners kwamen optekenen, en van fotografen die vooral uit waren op kiekjes van liefst zielige kindjes, huilende vrouwen, verslagen mannen. Ze waren nu juist niet verslagen, maar actief en optimistisch. Ze zorgden voor hun eigen bestaan, verzetten zich volop tegen een ‘slachtofferrol’. Bovendien groeide de paniek voor Interpol, dat gezichtsherkenning inzette, onder de bewust niet-geregistreerde vluchtelingen in de kraakpanden. Dit alles bij elkaar leidde tot opmerkelijk weinig aandacht voor de bloeiende woongroepinitiatieven van vluchtelingen in de Exarchia-kraakpanden. Je kwam er als journalist of fotograaf alleen in na eindeloos vertrouwen opbouwen, en wanneer je zelf ook je handen uit je mouwen stak. Welke journalist heeft daar tegenwoordig nog de tijd voor? Enige sympathie voor de woongroepen in de kraakpanden buiten Exarchia zelf was er al helemaal niet. Hoe kun je dan snelle protestacties verwachten?

In het gekraakte Plaza Hotel – ooit een fonkelend voorbeeld van een geslaagde kraakactie van vluchtelingen samen met stadsbewoners – was zelfs dat geen optie. Begin deze zomer, in de tijd van de mislukte ‘Glitter of Hope March’ – een desperate poging van een paar duizend vluchtelingen om vanuit Thessaloniki via Albanië of Macedonië naar Noord-Europa door te stoten – zei Alexis, een van de Griekse medeorganisatoren, dat pers alleen maar kwaad deed. Amir uit Irak was het grondig met hem eens.

‘Maar als er nou een moment komt dat jullie persaandacht nodig hebben, wat dan?’ vroeg ik. Ze haalden hun schouders op, lachten, want dat moment zou nooit komen. Vlak na de eerste bezemoperatie en de verpletterende stilte in de buitenlandse media eind augustus belde Amir. ‘Je had gelijk’, zei hij. Ze hadden het hotel alvast verlaten. Omdat ze binnenkort vast ook aan de beurt zouden zijn.

Tussen de eerste schoonmaakactie van de politie eind augustus en de tweede, half september, volgden diverse bizarre gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. Al jarenlang is er permanent veel politie rond Exarchia. Robocops staan als Hades-honden op alle hoeken van buurtingangen. Atheners zijn eraan gewend. Argeloze toeristen nemen het al dan niet verbaasd waar, slenteren door. Op donderdag 29 augustus begon het jaarlijkse boekenfestival Beautiful Exarchia. Een initiatief van de vele drukkerijen, boekenwinkels en antiquairs in de wijk.

Die nacht stormden politiemensen met traangas het Exarchia-plein op en maakten zwaaiend met hun knuppels bruut een einde aan het feest. Agenten riepen: ‘Klootzakken, dit zullen jullie vanaf nu elke nacht meemaken!’ Getuigen zagen hoe in de dagen en nachten die volgden verschillende keren politiemensen zomaar hun pistool trokken of geweren richtten op vluchtelingen en bewoners. De spanning in de buurt liep op tot het kookpunt. Op zaterdag 31 augustus gingen tweeduizend mensen in Exarchia de straat op om tegen het extreme politiegeweld te protesteren. Griekse en buitenlandse media zwegen erover in alle talen.

‘Mensen poepen en plassen tussen doeken op stokken. Iedereen heeft dode ogen’

Ondertussen was er de stroom berichten over het volstrekt uit de hand gelopen vluchtelingendrama rond de Middellandse Zee: nog meer mensen verdronken in gammele bootjes van Turkije naar Griekenland of van Libië naar Italië; zo’n zeshonderd mensen per dag die weer op Lesbos aanspoelden, bijna net zoals in het rampjaar 2015; het aantal vluchtelingen in het beruchte kamp Moria op Lesbos was opgelopen tot 12.500 terwijl er maar plek is voor drieduizend; hulporganisaties hielden niet op met alarm te roepen en eisten actie van de Griekse regering en de EU; de directeur van kamp Moria trad af. Op Symi, waar helemaal geen voorzieningen waren, kwamen voor het eerst ook vluchtelingen aan, wel vierhonderd, de gemeente verkeerde in een verlammende nood, maar hulp uit Athene bleef uit.

En op Samos was het allemaal nóg veel erger. Filmmaker Els van Driel was er toevallig en appte me: ‘Ben woest. Weet niet meer hoe ik hiermee om moet gaan.’ Aan de telefoon vertelde ze met overslaande stem: ‘Zesduizend mensen en maar plek voor zeshonderd. Er zijn hier geen hulporganisaties zoals op Lesbos. Geen stromend water, geen wc’s. Mensen poepen en plassen tussen doeken op stokken. Van de stank ga je kotsen. Iedereen heeft dode ogen. En de kinderen, de kinderen, dat is het ergste. Niemand geeft de mensen informatie. Diep wantrouwen is allesoverheersend. Een Afghaanse jongeman met zijn gehandicapte bejaarde moeder die midden tussen de stront en urine op een helling vastzit vertelde me dat dit dé plek op aarde moet zijn waar geen hoop meer is.’

Kranten meldden over een bijeenkomst op Malta naar aanleiding van het vluchtelingenprobleem. Daarna over een akkoord tussen Duitsland, Frankrijk en Malta over opname van vluchtelingen uit Spanje en Italië. Geen woord over de helse waanzin in Griekenland. Nederland schitterde door afwezigheid.

Vluchtelingenkamp buiten Korinthe, Griekenland. 28 september

Te midden van al dit drama had de tweede politierazzia aan de rand van Exarchia plaats. In de vroege ochtend van 19 september werden de kraakpanden van Acharnon en Vathis-plein en The 2nd School – vlak bij mijn huis om de hoek in Metaxourgio – ruw ontruimd. Driehonderd vluchtelingen, voornamelijk uit Afghanistan, Syrië en Irak, onder wie negentig kinderen, werden meegenomen. Op 24 september postte de Kids Klub Athens, een organisatie van leraren die vrijwillig les aan vluchtelingenkinderen geeft, een hartverscheurend epistel op Facebook. Kennelijk hadden de leraren contact weten te houden met hun verdwenen leerlingen, want in de post viel te lezen dat ouders en kinderen urenlang op diverse bloedhete politiebureaus waren vastgehouden zonder drinken en eten, en dat ze naar alle mogelijke kampen kriskras door heel Griekenland waren overgebracht. Van Ioannina bij de Albanese grens tot kampen rond Thessaloniki bij de Macedonische grens.

Er stonden foto’s bij van witte megatenten die ergens bij Korinthe zouden staan, en waar niemand eerder over had gehoord. Het leek wel of de autoriteiten de hechte woongemeenschappen expres zo ver mogelijk uit elkaar wilden rijten, naar alle vier gewesten. En ze meldden over hoe direct na de ontruiming de politie ostentatief met bakstenen de ingangen dichtmetselde, terwijl ouders en kinderen huilend toekeken hoe de knutselwerken en kindertekeningen aan de muren van de hal langzaam achter het metselwerk uit het zicht verdwenen.

Ook leraren, ouders en leerlingen van scholen waar vluchtelingenkinderen van de kraakpanden de afgelopen vier jaar op hadden gezeten stuurden een open brief aan de regering met de vraag: ‘Waar zijn onze klasgenootjes? We missen hen!’

In een van de panden waren alweer geen wapens, maar was wel 43 gram marihuana gevonden. De Griekse autoriteiten molken het breed uit als rechtvaardiging voor de razzia’s ‘die tot het laatste pand en tot en met december door zullen gaan’.

In al deze chaos bleef de derde razzia, de ontruiming van het grootste en meest efficiënt georganiseerde kraakpand The 5th School in de vroege ochtend van 23 september bijna onopgemerkt. De ‘vangst’ was ook het minst spectaculair, slechts 112 vluchtelingen sliepen er nog, meer dan de helft kinderen.

Al een jaar was ik bezig met een portret van dit kraakpand. Dankzij Erika Mauritz, oprichtster van Hulpkaravaan naar Griekenland, had ik een perfecte ingang. Zij had de gemeenschap door crowdfunding via Facebook in Nederland van een busje voorzien, waarmee de bij Thebe verbouwde groente werd vervoerd, en ook mensen die op het land werkten van The 5th naar de boerderij en weer terug werden gebracht. Op mijn verzoek woonde fotojournalist Alexandros Stamatiou deze zomer een week op de boerderij, om daar vast te leggen hoe Syriërs die niets van landbouw wisten opeens tomaten en komkommers verbouwden.

Wat als het gaat vriezen? De tenten zijn niet te verwarmen. En wat als het gaat regenen?

De avond voor de derde razzia belde ik hem om te vragen of hij die nacht in The 5th kon doorbrengen. De geruchten dat de razzia daar zou worden gehouden namen toe. Hij was er om drie uur. Tegen half zes was hij ingedut. Hij werd wakker toen de politie hem in de handboeien sloeg. Alsof hij een vluchteling-slash-kraker was werd hij meegenomen, ondanks zijn camera’s en perskaart. Iemand maakte er nog net een foto van, die binnen Exarchia ‘viral’ ging. Twaalf uur lang wist niemand waar hij was. In tegenstelling tot de andere gearresteerden werd hij vrijgelaten, en twee dagen later na een spoedproces van ‘huisvredebreuk’ vrijgesproken.

Dankzij Alexandros’ en Erika’s contacten wisten we waar het tot dan onbekende kamp bij Korinthe lag, ergens in een bos. Een contact van Erika vertelde dat de cameralenzen van mobiele telefoons van vluchtelingen in gesloten Griekse kampen door de kampbewakers kapot worden gemaakt, zodat geen enkele foto gemaakt kan worden. Korinthe zou voor een deel een open en voor een deel een gesloten kamp zijn.

Afgelopen zondag reden we in gezelschap van twee vertalers, Saif uit Irak en Feraidoon uit Afghanistan, met een alleen een ping van Ahmed naar het geheimzinnige kamp buiten Korinthe. Toen we in de middagzon onder de glazuur blauwe hemel het terrein op reden, zagen we eerst niet hoe groot de stofwolk was die we veroorzaakten. We keken alleen maar naar de immense grijze zandterreinen tussen de felwitte tenten, aan de horizon afgebakend door een rij blauwe chemische wc’s.

Er is iets mis, maar wat?

Het duurt even voor we begrijpen dat er wel heel veel kinderen langs de tentranden en binnen zitten, maar dat geen enkele peuter of kleuter rondrent, speelt. Nergens kinderen, zoals in alle andere kampen, die aan het keten zijn, vluchteling of niet.

Ahmed, hees en pijnlijk slikkend, legt uit: ‘Er is hier zoveel stof, we kunnen zelfs niet zachtjes lopen over dit aangestampte zand zonder stofwolken te veroorzaken. Kinderen kunnen hier onmogelijk spelen.’

Het grootste deel van de reuzententen is nog leeg. Er worden tienduizend mensen van Lesbos verwacht, krijgen we te horen. Uit de Atheense kraakpanden verjaagde volwassenen en kinderen, uit kampen op Chios en Samos overgehevelde gezinnen drommen om ons heen en vertellen: hun advocaten en de hulporganisatie zitten allemaal ver weg in Athene. Er is hun verteld dat het een transitkamp is waar ze enkele dagen moeten blijven tot ze naar een betere plek worden gebracht, maar ze weten heus wel dat ze er jarenlang zullen moeten blijven. Er is geen enkele medische hulp, er zijn geen medicijnen. Zestig mensen per tent in hokjes, vier per hokje op stapelbedden, geen privacy, geen warm water, geen elektra van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends, geen scholen, geen was- en kookgelegenheden, te weinig wc’s en douches, allemaal hebben ze keelpijn en ademhalingsproblemen.

En wat als het straks gaat vriezen? De tenten zijn niet te verwarmen noch te verkoelen. En wat als het gaat regenen? Met afschuw kijken we naar wat nu nog eindeloos terrein stoffig zand is. Dat zal straks veranderen in een oceaan van modder.

Ik graai in mijn tas en vind een buisje paracetamol-bruistabletten die ik aan een vrouw met een afschuwelijk opgezwollen wang geef. Ze valt huilend op de grond en kust mijn voeten.

Op de terugweg sijpelen de eerste berichten binnen over de brand in Moria: een vrouw en twee kinderen levend verkoold in een container. Via Messenger op de telefoons van Feraidoon en Saif, dankzij vrienden van hen die nog in Moria vastzitten, krijgen we een beeld. Kortsluiting van een kookplaat in een container heeft een vlammenzee veroorzaakt. De brandblusapparaten deden het niet. De autoriteiten en brandweer kwamen veel te laat. Vluchtelingen probeerden uit alle macht de vrouw en kinderen te redden, maar moesten toekijken hoe ze voor hun ogen verbrandden.

Daarna braken protesten uit. Politie vloog in helikopters over het uitpuilende kamp en gooide traangas op de protesterende vluchtelingen. De Griekse autoriteiten beweren dat de vluchtelingen de brand zelf hebben aangestoken.

In doodse stilte, het stof in onze longen doet pijn, rijden we Athene binnen. Feraidoon probeert zijn tranen te verstoppen. Zachtjes, alsof de stilte die hij doorbreekt van porselein is, zegt Saif: ‘Straks worden mijn vrienden van Moria naar Korinthe gebracht. Van een vuurhel naar een stof- of modderhel. Maar dat weten ze nog niet.’