Met kohl en chirac naar de koffieshop

Bondskanselier Kohl en de Franse president Chirac zullen rond de jaarwisseling premier Kok met een bezoek vereren. De heren komen onder andere om de relatie van Nederland tot de Frans- Duitse as in de Europese Unie te bespreken. Maar voor alles zal het Nederlandse drugsbeleid tegen het licht worden gehouden.

Volgens veel opiniemakers hier te lande werd het de hoogste tijd dat de twee grote broers van de familie der Europese staten bij het kleine broertje verhaal komen halen over diens omgang met verdovende middelen. Minister Sorgdrager kan op hun onvervalste hoon rekenen als zij met een zekere fierheid de feitelijk juiste constatering doet dat het Nederlandse drugsbeleid niet in Brussel of Bonn, maar in Den Haag wordt gemaakt. ‘Nederland is geen eiland’, krijgt zij een en andermaal van deze opiniemakers te horen.
Maar wijkt het Nederlandse drugsbeleid eigenlijk wel zo af van dat van andere landen? Met de drugsnota van de ministers Sorgdrager en Borst die op dit moment door het kabinet wordt besproken, zal geen koers worden gezet in de richting van een verdere liberalisering. De hoeveelheid softdrugs die men mag bezitten wordt teruggebracht tot vijf gram en met het gratis verstrekken van harddrugs aan zwaar verslaafden wordt hooguit een klein beetje geexperimenteerd.
Gedogen van softdrugs en heroine verstrekken aan zwaar verslaafden zijn geen Nederlandse uitvindingen. Ook in onder andere Engeland, Zwitserland, Duitsland en Griekenland bestaan daarover ideeen en wordt ermee geexperimenteerd. Het enig typisch Nederlandse is dat deze strategieen tot op zekere hoogte worden omarmd door de nationale regering. Drugsbeleid wordt echter steeds meer het fabrikaat van lagere overheden, die ook over de landsgrenzen heen met elkaar communiceren.
De werkelijke achtergrond van het bezoek van Kohl en Chirac is het beeld dat men met name in Frankrijk van Nederland heeft. Het verketteren van Nederland als het land dat verantwoordelijk is voor alle drugsellende elders, heeft in Frankrijk de afgelopen jaren haast hysterische vormen aangenomen. Ouders van Franse drugsdoden zweren op alles wat heilig is dat ze nooit meer Edammer kaas zullen eten. En voor Franse jongeren is Nederland met zijn relatief goedkope roesmiddelen het Oord des Verderfs, maar tevens de Grote Verleider, wat eerder op hun eigen wankelmoedigheid wijst dan op die van het Nederlandse drugsbeleid. Niet dat beleid is de anomalie, maar de Franse kijk daarop.
Het was trouwens Kohl die het voorstel voor het bezoek deed. Hij zegt te willen voorkomen dat in kleinere lidstaten van de Europese Unie het idee ontstaat dat zij tegen de as Bonn-Parijs weinig hebben in te brengen. Ongetwijfeld heeft de bondskanselier zijn eigen machtspolitieke motieven om zich steeds weer als een vriendelijke reus met goede bedoelingen te profileren. Maar als je hem voor de aardigheid op zijn woord gelooft, ontstaat er een interessant beeld: de therapeut Kohl die de aan wanen lijdende patient Chirac begeleidt op zijn reis naar het vermeende landje van de duivel.