Asielzoekers in Zaandam

‘Met mij haat het hoed’

In Zaandam is een positieve dynamiek ontstaan tussen vluchtelingen en de lokale bevolking. Iedereen blijkt van elkaar te kunnen, en willen, leren. ‘Mensen die eerst kritisch waren, werden later vrijwilliger.’

Medium hh 52318150

In de maanden voordat Ismail Ilgun zijn eerste zelfgemaakte filmpje op YouTube zet en de wijk Poelenburg in het nieuws komt door de overlast van Turks-Nederlandse jongeren bij de Vomar-supermarkt zijn de burgers van Zaandam gefocust op een heel andere buurt in de stad. Vanaf eind september 2015 verblijven vijfhonderd voornamelijk mannelijke vluchtelingen in een tentenkamp in het Burgemeester In ’t Veldpark, pal tegenover de Rosmolenbuurt, een volkswijk die tegen het winkelcentrum aan schurkt.

In mei is de stoet Eritrese en Syrische vluchtelingen die daar iedere dag rond twee uur ’s middags de drukke autoweg oversteekt al een vertrouwd tafereel. Ze zijn onderweg naar de Noorderkerk. In de kerk zoemt het van de drukte. Syriërs, Eritreeërs, maar ook Hollanders, Marokkanen. Er wordt onderling een hoop geknuffeld. Mensen spreiden hartelijk hun armen, ze drukken anderen tegen zich aan. Wat is dit voor een plek?

Toen de gemeente aankondigde vluchtelingen op te vangen in het park tegenover de kerk besloot het bestuur van de Noorderkerk ervoor te zorgen dat het gebouw iedere dag open was. Het bestuur dacht zelf aan ‘een kopje koffie, wat bezinning, rust…’ Tussen twee en vier uur. Maar dat groeide uit tot iets groters.

Roelof Wit en zijn dochter Lisa drinken koffie aan een van de tafels in de kerk. Ze komen er vaak. Ze vinden het er gezellig. ‘Het ontbreekt tegenwoordig aan ontmoetingscentra’, zegt Roelof Wit. ‘We zijn allemaal toegerust met vooroordelen. Om die weg te nemen, moet je elkaar ergens kunnen treffen.’ Lisa knikt.

In een andere zaal zit een mooi meisje met groene poppenogen in kleermakerszit met een tweeling uit Syrië te praten. De broers zien eruit als surfers. Een van hen heeft een gitaar. Karlijn is bijna iedere dag in de kerk, vertelt ze. Ze skipt er zelfs wel eens school voor. Ze studeert journalistiek. Misschien dat ze daarom nieuwsgierig was naar de vluchtelingen. Ze wilde met eigen ogen zien waar iedereen het over had. Inmiddels komt ze om andere redenen. ‘Er is hier altijd wat te doen. We zijn een vriendengroep geworden. Ik noem het ook wel eens een community.’

Een beweeglijke man in een roze polo snelt voorbij. ‘Het is zo leuk wat hier gebeurt. Zo inspirerend.’ Albert Brinkman blijkt coördinator van de vrijwilligers in de Noorderkerk, samen met Kees van der Pol. ‘Kees begon met niets. Nul komma nul. Inmiddels zijn we met vijfhonderd vrijwilligers. Moet je voorstellen!’ Charmant buigt hij voorover. ‘En niet meer dan twintig procent is van de kerk. De rest is allemaal van buiten.’ Hij is al grijs maar hij heeft iets kwajongensachtigs. Een kinderlijk open blik, zangerig accent. ‘Mijn vrouw zegt altijd: na je pensioen moet je alleen nog dingen doen die je leuk vindt. Ik was eigenlijk bezig met onderzoek naar de februaristaking, want mijn vader heeft bij het verzet gezeten. Maar dit is zo leuk. We zijn een gemeenschap geworden. Er zijn zelfs relaties tussen vluchtelingen en vrijwilligers ontstaan. Heel bijzonder.’

Medium hh 52860844

Ineens staat hij op. ‘Kom mee.’ Hij loopt naar een kamer achter in het gebouw, waar een magere donkere jongen voor een schoolbord taalles staat te geven aan Eritreeërs in winterjassen. Albert fluistert: ‘Die jongen woonde al een tijd in Zaandam maar kon geen baan krijgen. Op een gegeven moment liep hij hier rond als vrijwilliger, koffie te zetten. Ik zeg tegen hem: volgens mij kun jij meer.’

Kees van der Pol komt binnen. ‘Wat is hier aan de hand?’ Waar Brinkman snel en beweeglijk is, is hij traag. Een breed gezicht met bedachtzame blik. ‘Een journalist? Wat leuk!’ Kees begint te vertellen. ‘Hoe je een taal onderwijst, hebben wij ook moeten leren.’ Hij wijst op zijn broek. ‘“Dit is een broek”, dat zegt nooit iemand. Je kunt beter leren hoe je moet zeggen: “Deze broek is vies.”’

Zaandam was wat betreft de ontvangst van vluchtelingen in beginsel niet anders dan andere gemeenten. Toen in september bekend werd dat de gemeente midden in een stadspark vijfhonderd vluchtelingen zou herbergen, werd dat plan door een deel van de burgers met argwaan en boegeroep ontvangen.

‘Dit is een arbeidersbuurt. Bij de rijke stinkerds worden ze niet neergezet, ze worden neergezet bij het klootjesvolk’, zei een buurtbewoner tegen de lokale pers. Sommige mensen opperden dat de tenten beter in ’t Twiske konden worden gezet, een natuurgebied buiten de stad. Het park was hun achtertuin. Hoe moesten ze nu hun hond in het donker uitlaten? Konden hun dochters ’s nachts nog wel over straat?

Maar terwijl de inwoners van het nabijgelegen Purmerend van tevoren over de komst van een azc werden geraadpleegd en tegen stemden, vroeg de burgemeester van Zaanstad haar inwoners niet om hun mening. Er was alleen een informatieavond.

‘Dit is een arbeidersbuurt. Bij de rijke stinkerds worden ze niet neergezet, ze worden neergezet bij het klootjesvolk’

Burgemeester Geke Faber (pvda) heeft daar bewust voor gekozen. ‘Op het moment dat je de burgers een keuze voorlegt, creëer je ook een soort schijndemocratie. Want we wilden het gewoon doen. Er was een enorme toestroom van vluchtelingen. Die mensen moesten onderdak hebben. Purmerend was net geweest. We dachten: laten we het op onze eigen manier proberen en zien hoe dat uitpakt.’

Enkele burgers wezen haar op de tenten van de Dam tot Damloop die er al stonden. ‘Op vrijdag, toen we de tenten als optie aanboden, zei het coa nog dat dit niet was wat ze zochten. Maar de maandag daarop vroegen ze of we de tenten alsjeblieft konden laten staan. In die tijd werden vluchtelingen van de ene tijdelijke noodopvang naar de andere versleept, iedere keer in zo’n sporthal op een stretcher. Dan waren die tenten naar verhouding beter.’

Het was de tijd dat Nederlandse vaders en moeders massaal leken te sidderen bij de gedachte aan honderden ‘testosteronbommen’ in hun stad. In Zaandam verbleven de vluchtelingen maandenlang zonder noemenswaardige problemen. Geen opstanden, vernielingen of varkenskoppen voor de deur. Hoe komt dat?

Volgens Albert Brinkman is het te verklaren uit de bevolkingssamenstelling van Zaanstad. Zo’n veertien procent van de Zaanse bevolking is buiten Nederland geboren. ‘Zaandam is een internationale industriestad’, zegt Albert trots. ‘We zijn wel gewend aan andere nationaliteiten.’

Een andere vrijwilliger wuift die verklaring weg. ‘Er zijn hartstikke veel pvv-stemmers in de Zaanstreek.’ Volgens haar heeft het meer met de locatie van de tenten te maken. ‘Midden tussen de woonwijken. Dus dan kom je elkaar vaak tegen. En ook hoe de gemeente het aangepakt heeft. De gemeente heeft heel duidelijk stelling genomen. Ik denk dat dat goed is geweest. We hadden gewoon niks te willen, weet je.’

In de Rotterdamse wijk Beverwaard waren de burgers juist woedend toen ze werd medegedeeld dat de gemeente had besloten zeshonderd vluchtelingen op te vangen. Ook daar concludeerden burgers dat ze weinig te willen hadden. Maar daar maakte het ze extra boos. De vrijwilliger denkt even na. ‘En de kerk had zoiets van: laten we de boel maar opengooien’, vervolgt ze. ‘Steeds meer mensen hoorden hoe leuk en gezellig het hier is. Dat er een speciale sfeer hangt. Misschien is dat het.’

Op een zoele vrijdagavond staat de deur open. Binnen schuift een kalme Aziatische man tafels tegen elkaar. Enkele Syrische vluchtelingen staan in de keuken. Straks is er een maaltijd voor de vrijwilligers. Dat blijkt wekelijkse traditie. ‘Ik weet nog wel, de eerste keer dat we dat deden’, zegt Van der Pol. ‘Er waren veel mensen die het raar vonden. Die vluchtelingen krijgen zelf diepvriesmaaltijden die niet te pruimen zijn en dan gaan ze koken voor vrijwilligers. Waarom niet voor andere vluchtelingen? Maar je moet begrijpen, de mensen willen graag iets terugdoen. Het neemt de ongelijkwaardigheid weg. Als ze zoiets aanbieden, moet je dat dankbaar aannemen en eten, vind ik. Anders ben jij weer degene die bepaalt wat ze mogen doen.’

Langzaam druppelen steeds meer mensen binnen. ‘Hoe haat het?’ vraagt een vluchteling aan Albert. ‘Goed, en met jou?’ antwoordt Albert. ‘Hoed’, zegt de vluchteling.

Karlijn hangt in de keuken rond bij de jongens. Inmiddels heeft ze een relatie met een van hen. ‘Ik ben gevallen op zijn levenslust’, zegt ze. ‘Het is eigenlijk vanzelf gegaan. Ze laten me zien dat er zoveel meer is in het leven dan wat ons in het Westen allemaal bezighoudt.’ Ze overweegt na haar opleiding journalistiek Arabisch te gaan studeren. Ze leert de taal al een beetje.

Een groepje Zaanse vrouwen arriveert luidruchtig. Ze hebben het air van het populairste meidengroepje op de middelbare school. Zelfverzekerd zwaaien ze naar de rest. ‘We zijn zo close geworden’, vertelt Andrea. ‘Echt een vriendengroep. Ik dacht: goh, ik ga een dagje in de week lesgeven. Dit had ik nooit verwacht.’

Tijdens het diner zitten ook enkele vluchtelingen aan tafel. Zij zijn uitgenodigd door bevriende vrijwilligers. Zoals Daliryan en Annie. Annie de Ronde heeft knalrood haar en iets warms in haar manier van doen. Ze plaagt Daliryan graag een beetje. Ze zegt dat hij haar de hele tijd lastigvalt met vragen over een mogelijke vriendin. Hij is op zoek naar iemand als Mariah Carey. Daliryan pakt meteen zijn telefoon om een foto te laten zien. En dan niet van de jeugdige Mariah, die is volgens Daliryan iets te gewoontjes. Waar hij echt van ondersteboven is, is Mariah nu. Op haar dikst, met geblondeerde pijpenkrullen en nepwimpers. Wat een schoonheid. Hoe kunnen we dat niet zien? Kijk dan! Hij schaterlacht.

Annie schrijft een in Zaandam inmiddels drukbezochte blog over de noodopvang. ‘Ik ben heel simpel begonnen. Ik woon in de buurt, dus toen de vluchtelingen kwamen, heb ik wat praatjes met ze gemaakt. Daar vertelde ik vervolgens over op Facebook.’ Ze kreeg zoveel reacties dat ze dagelijks een blog ging bijhouden. Daarin gaf ze de vluchtelingen een gezicht. ‘Ik wilde er voor de vluchtelingen zijn. Hoe die soms door het coa behandeld werden… Ze kregen bijvoorbeeld geen stenen bekers omdat ze zichzelf daarmee zouden kunnen verwonden. Ze kregen plastic bekers en als ze thee of koffie wilden opwarmen, zetten ze die in de magnetron. Maar die bekers ontploften dan.’ Onmenselijk, vindt ze. ‘Moet je je voorstellen, het zijn allemaal volwassen mensen. En er was ook veel te weinig wc-papier. Dus ik denk: ik verzamel wc-papier en plastic mokken die wel in de magnetron kunnen voor ze.’ Haar actie haalde de lokale krant. Er kwamen tientallen Zaandammers op af. Een deel bleef hangen.

‘Ze laten me zien dat er zoveel meer is in het leven dan wat ons in het Westen allemaal bezighoudt’

Ook Andrea las over de vluchtelingen op de blog van Annie. Ze besloot een keer bij de kerk langs te gaan en kon meteen beginnen. ‘Kees zei: ga maar lekker zitten, er komt vanzelf iemand op je af. De volgende dag stond ik een hele klas les te geven. Een Marokkaans vrouwtje hielp me bij de vertaling.’

Met een paar Syrische vluchtelingen raakte ze bevriend. ‘Ik heb nu vijf broers. Ali, de oudste, die heeft een humor… dat zat meteen helemaal snor.’ Haar echtgenoot moet er eigenlijk niet zo veel van hebben. Die vindt dat er te veel moslims naar Nederland komen. Zij ziet dat anders. Laatst kwam haar jongste ‘broertje’ een keer bij haar thuis eten. ‘Mijn man en hij gingen later samen aan de fiets klooien. Ik maakte er meteen een foto van. Dat kan niemand me meer afnemen.’

Het is bijna alsof ze hechter is met de vluchtelingen dan met haar oude vrienden. ‘Puur doordat je er voor elkaar bent. Dat je elkaar niet laat zitten. Ik ben met ze naar het ziekenhuis geweest, heb naast hun bed gezeten.’ Inmiddels vormt ze met zeven andere dames de projectgroep Vluchtelingen Zaanstad. ‘Wij zorgen ervoor dat statushouders die hier een paar maanden hebben gezeten terug kunnen naar Zaanstad. Want dat willen er heel veel. Omdat de banden hier zo leuk zijn.’ Ze zegt het met trots.

Na het eten gaat de muziek aan. Iedereen lijkt een beetje aangeschoten. Enkele vrijwilligsters dansen tussen de tafels.
Annie wijst op Daliryan: ‘He is very subtiel.’
Daliryan trekt zijn hoofd in. ‘Subtiel? What does that mean?’
Annie: ‘Subtiel. Oké. We sit in the car. He smoke. If you smoke you crazy when don’t have sigaret. I understand. But when we sit in car, everytime he say surprised: no sigarets? Annie, you don’t smoke?’
Daliryan begint te lachen. Uitbundig heft hij zijn handen ten hemel. ‘Why don’t you smoke?’

In de kerk hangt nu dezelfde sfeer als ik me herinner van de campingdisco in Zuid-Frankrijk. Hetzelfde gebrekkige Engels, dezelfde vertrouwelijkheid. Buiten roken Albert Brinkman en wat jongens sigaretjes in de schemering. Binnen zitten de vrijwilligers onderuitgezakt te smoezelen met jongens uit het kamp. Iemand heeft een laptop meegebracht. Een jongen uit Syrië wil liedjes horen van de Backstreet Boys. Hij lijkt zich er niet van bewust te zijn dat die muziek hier een beetje passé is. Daar verbazen de vrijwilligers zich dan weer over. Het is een uitgelaten soort verwondering.

In december publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Geen tijd te verliezen, een rapport over de vraag hoe asielzoekers moeten integreren in de Nederlandse samenleving. Om die vraag te beantwoorden bekeken de onderzoekers onder meer hoe het met de asielmigranten is gelopen die vanaf de jaren tachtig en negentig naar Nederland kwamen. ‘Slechts één op de drie in Nederland verblijvende statushouders van 15-64 jaar heeft een betaalde baan’, staat in het rapport. ‘Dat leidt tot verkwisting van menselijk kapitaal en tot onnodige belasting van de bijstand.’

Het hoge percentage werklozen heeft deels te maken met factoren als opleiding en werkervaring, schrijven de onderzoekers. En de trage asielprocedure, waardoor asielzoekers lange tijd de regie over hun eigen leven kwijt zijn. Een van de conclusies die de makers van het rapport trekken is dat de tijd in opvangcentra beter benut moet worden. Een andere aanbeveling geldt het aanmoedigen van contact met de buurt. Want gebrek aan een sociaal netwerk in Nederland speelt ook een belangrijke rol.

Op een warme middag zit een groepje vrijwilligsters en asielzoekers bij de Jagersplas. In hun midden liggen stokbrood, humus, kruidenboter, chips, bananen. ‘Mijn vrienden vragen of het wel goed met me gaat’, vertelt Lisa Wit. ‘Want ik ben alleen nog maar bezig met vluchtelingen en ik ga eraan onderdoor.’ Iedereen lacht. ‘Ik heb er gewoon een nieuwe vriendengroep bij!’

Het valt me op hoe vrij de vrijwilligsters zich gedragen. Een vrouw maakt radslagen door het gras. ‘Eerst choqueren en dan bij laten komen. En dan weer choqueren’, zeggen ze over de mogelijke cultuurshock die hun gedrag teweegbrengt. Ze liggen ontspannen op het kleed.

Ik moet denken aan iets wat Andrea tijdens het diner tegen me zei. ‘Op een gegeven moment werden we bij het COA op het matje geroepen wegens “ongepast gedrag”. Het ging erom dat we de mensen knuffelden. “Wat nou ongepast? Waar heb je het over?” zei ik. Eigenlijk wordt er dan gewoon regelrecht gezegd dat je geen lol met ze mag hebben. Knuffelen is een van de belangrijkste dingen om mensen een goed gevoel te geven. Dan denk ik: dat is hartstikke belangrijk.’

Een Syriër kijkt liefdevol naar Maaike, een moederlijke vrijwilligster van wie iedereen zegt dat ze heel empathisch is. Hij lacht om alles wat ze zegt. Later vertelt hij dat hij depressief was toen hij in Zaandam kwam. Twee dagen achter elkaar stond hij ongemakkelijk tegen de muur in de Noorderkerk. Niemand sloeg acht op hem. Van een vrijwilliger in Nijmegen kreeg hij via Facebook de tip om zich alvast voor te stellen op Facebook. ‘Hoi ik ben Akram’, schreef hij. ‘Ik ben 26 jaar, ik kom uit Syrië, ik heb architectuur gestudeerd.’ ‘Welkom Akram’, schreven sommige mensen onder zijn bericht. Daar bleef het bij. Maaike herkende hem in de kerk en stelde hem voor aan haar vrienden. Inmiddels is hij niet meer depressief. Hij werkt als vrijwilliger voor Pax en gaat langs scholen om over Syrië te vertellen.

Kon hij dan geen vrienden worden met andere vluchtelingen? vraag ik. Hij glimlacht. Het zijn aardige mensen, maar ze kunnen geen steun bieden. Ze hebben zelf steun nodig. Maaike noemt hij inmiddels zijn zus. ‘Ik praat ook met zijn vrouw op Skype’, zegt Maaike, die de hele tijd heeft meegeluisterd. ‘We zeggen tegen elkaar: “I love you sister.”’ Als de vrouw van Akram naar Nederland komt, wil Maaike haar ook helpen integreren. ‘Ze heeft straks een achterstand op Akram. Ze komt uit een land waarin vriendschappen tussen mannen en vrouwen niet gebruikelijk zijn. Hij vindt dat nu normaal. Ik kan haar dan helpen.’

‘Ik denk dat dit is wat er gebeurt als je mensen zonder vooroordelen tegenover elkaar zet en zegt: ga maar helpen’

‘Bij geen enkel asielzoekerscentrum is het zo rustig als bij ons in Zaandam’, zegt Kees van der Pol. Maar volgens Gerrie van den Berg, woordvoerder bij het coa, zijn er ook andere locaties in Nederland waar het goed gaat. Ze weet bijvoorbeeld van grote groepen vrijwilligers in Amsterdam, Zeewolde, Haarlem. ‘De zwijgende meerderheid doet iets om te helpen. Iedere stad biedt zijn eigen warme bad.’

Dat is over het algemeen niet de indruk die gewekt wordt in de media, beaamt ze. Volgens haar ontstaat er door de focus op incidenten veel ruis in de berichtgeving rond de opvang van asielzoekers.

Jos Wienen, burgmeester van Katwijk en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), is dat met haar eens. ‘Het is lastig. Vooral op sociale media worden juist de incidenten uitvergroot en uit hun verband getrokken. Sommige media gaan daarin mee. Daardoor krijgen mensen de boodschap dat de vestiging van een azc leidt tot onveiligheid. Als je de cijfers analyseert, blijkt dat beeld niet te kloppen. Sterker nog, in Katwijk hebben we een azc voor twaalfhonderd mensen en per honderd inwoners van dat centrum hebben we minder incidenten dan per honderd inwoners van de gemeente. Terwijl Katwijk zelf al de veiligste gemeente is in de regio. Maar toen ik dat aan De Telegraaf vertelde, las ik mijn quote later bij een bericht in chocoladeletters over “duizenden misdrijven”. En ik zou de cijfers bagatelliseren. Daardoor krijgen mensen het gevoel dat de autoriteiten de feiten proberen te verdraaien.’

Volgens hem is er geen simpel recept voor een succesvolle plaatsing van asielzoekers. Maar hij doet wel een paar aanbevelingen. Zo kan de lokale bevolking volgens hem beter niet overvallen worden door een besluit dat al genomen is. Daarnaast doet een gemeentebestuur er verstandig aan geen grote avond te beleggen, want dan wordt de sfeer binnen de kortste keren grimmig. Wienen doet nog een andere aanbeveling: een kleine vestiging voor maximaal tweehonderd man schijnt beter te werken dan een grote. Maar aan de andere kant, in Katwijk verblijven twaalfhonderd asielzoekers en dat gaat ook goed. Er is dus eigenlijk geen peil op te trekken.

Feit is in ieder geval dat hij merkt dat de dynamiek bij burgers verandert zodra ze vluchtelingen persoonlijk leren kennen. Dat verklaart hij op twee manieren: ‘Het overkomt mij regelmatig dat ik mensen spreek die kritisch zijn over vluchtelingen, behalve over die ene uitgeprocedeerde vluchteling waar ze een band mee hebben opgebouwd. Die moet blijven. Bij persoonlijk contact ontstaat een ander soort betrokkenheid. Daarnaast kan de vluchtelingenproblematiek bij ons een gevoel van machteloosheid oproepen. Die abstracte cijfers, wat kunnen wij daar nou aan doen? Maar op het moment dat je in je eigen omgeving de handen uit de mouwen steekt en ziet dat je verschil kunt maken, verdwijnt dat machteloze gevoel.’

In Zaandam hebben ook veel inwoners elkaar dankzij het vrijwilligersnetwerk beter leren kennen. ‘Als ik nu door het centrum loop, word ik van allerlei kanten gegroet’, zegt Albert Brinkman.
‘Er is een soort dynamiek in Zaandam ontstaan’, beaamt wethouder van Integratie Rita Visscher. ‘Mensen die eerst kritisch waren, werden later vrijwilliger.’
Burgemeester Faber: ‘De gemeenteraad is nu ook heel tevreden. Sterker nog, op een gegeven moment zaten ze ons zelfs achter de vodden over de omstandigheden in het kamp. “De wifi is niet goed, de magnetronmaaltijden zijn niet goed.” Ze zeiden: het zijn nu, weliswaar tijdelijk, onze inwoners. Dan moeten we ook voor ze zorgen.’
Sarah Angenent, een jonge vrijwilligster met een fris, onopgemaakt gezicht, is euforisch over de hele situatie. ‘Ik denk dat dit is wat er gebeurt als je mensen zonder vooroordelen tegenover elkaar zet en zegt: ga maar helpen. We hebben hier allemaal geadopteerde familieleden rondlopen. Juist door de manier waarop we er zijn ingegaan. Geen afstand.’

Van alle andere verklaringen voor het succes van de opvang van vluchtelingen in Zaandam is wat zij zegt misschien wel de meest verhelderende. Eerder had ze geprobeerd zich bij andere vluchtelingeninitiatieven aan te sluiten. ‘Ik heb me aangemeld bij het Rode Kruis, VluchtelingenWerk Nederland, allemaal nooit meer wat van gehoord.’ Via Facebook las ze over de Noorderkerk. Ze kwam een keer een gitaar brengen en bleef hangen. ‘Het is hier zo laagdrempelig. Dat is volgens mij ook de reden dat dit zo succesvol is. Iedereen kan binnenlopen. Statushouders die hier al een paar jaar woonden, komen nu ook. En iemand die langs de deuren ging collecteren stuitte op een Syrisch gezin. Die mensen volgen hier nu taalles.’ Het is in Zaandam heel makkelijk geworden om vluchtelingen te leren kennen. Je hoeft alleen maar naar binnen te lopen.

Het is Bingo-avond in de Noorderkerk. Niet alleen vluchtelingen van de noodopvang, maar ook vluchtelingen van de Pol-locatie in de Achtersluispolder, drie kwartier fietsen verderop, zitten fanatiek naar hun kaarten te staren. Een man met ingevallen gezicht houdt zijn duim op het cijfer veertien. Op de rest van zijn kaart let hij niet. Iedere keer als er een getal wordt omgeroepen, trekt hij zijn duim op. Om dan met een zucht te concluderen: weer geen veertien. Hij glimlacht verontschuldigend. Achter hem roept iemand ‘bingo!’ ‘Oeloeloeloeloeloe’, zingen mensen aan het tafeltje. De prijs is een flesje douchegel.

Sarah Angenent is er ook. Zij vertaalt de omgeroepen getallen voor een groepje Syriërs in het Arabisch. Gaandeweg heeft ze steeds meer woorden geleerd. ‘Alleen al voor het verrassingseffect’, zegt ze glunderend. Zelf wilde ze al een tijd naar Amsterdam verhuizen, waar ze is geboren. ‘Maar ik heb nu besloten hier te blijven. Ik heb er zo’n netwerk bij gekregen.’

Een vrijwilligster heeft inmiddels een jongen in huis genomen. Thuis spreekt ze alleen Nederlands met hem. Hij gaat snel vooruit. ‘Ik vind bingo niet leuk’, zegt hij. ‘Is voor oude vrouw.’

Albert Brinkman loopt rond met een grote grijns. ‘Leuke sfeer hè?’ Hij wipt omhoog op zijn tenen. ‘Dat ziet Wilders niet graag. Ik zag laatst weer op tv een gemeente waar ze geen kamp willen. Want dan moeten ze een lange broek aan van de moslims.’ Hij trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Ik herken er niks van. Ik word wel eens doodziek van wat ik zie op tv. Dat we het hier gewoon de hele tijd gezellig hebben, dat is geen nieuws.’

Vrijwilligster Margriet de Vries vertelt over een vluchteling die net een woning toegewezen heeft gekregen in het chique Bergen aan Zee. Zij is eigenlijk een beetje jaloers op de locatie, maar hij vindt het niks. In Bergen aan Zee komen veel toeristen. Hoe moet hij vrienden maken? Hij wil liever weer terug naar Zaandam. ‘Wat ik me nooit gerealiseerd heb, is dat je een soort familie wordt van die mensen’, zegt ze. ‘Terwijl het achteraf heel logisch is. Je gaat met elkaar om, je hebt het soms ook over zware dingen…’

‘Er fietsten veel asielzoekers zonder licht. Als ze dan ook nog door rood rijden, zijn ze helemaal ingeburgerd’

Het getal veertien is omgeroepen. De man met het ingevallen gezicht baant zich een weg tussen de stoelen en tafels, laat zijn kaart zien aan de jury. Een keurige rij kruisjes, met veertien als stralend middelpunt. Hij kijkt hoopvol. ‘Geen bingo’, zegt de jury. Inmiddels tellen alleen volle kaarten nog. Een tikkeltje ontdaan loopt de man terug naar zijn plek.

Tegen het einde van de avond loopt een dikke man met een baretje op Sarah Angenent af. Morgen vertrekt hij met de bus naar een andere gemeente omdat zijn asielprocedure gaat beginnen. Hij vraagt aan haar of ze hem zal komen uitzwaaien, al kennen ze elkaar niet goed. ‘I am very sad’, zegt hij. ‘Zaandam has a special flavour. My wife wants to live in Germany with her brothers, but I tell her we have to live in Zaandam.’

Als Kees van der Pol later nog even binnenkomt, zijn de meeste asielzoekers al vertrokken. Onderweg naar de kerk kwam hij ze tegen op hun fietsen. Er fietsten er een hoop zonder licht, zegt hij. ‘Als ze dan ook nog door rood rijden, zijn ze helemaal ingeburgerd.’

Op 7 juni is de noodopvang leeg. Begin juli stemt de gemeenteraad in met de komst van een regulier azc voor vijfhonderd vluchtelingen in het winkelcentrum. De informatieavond voor omwonenden verloopt rustig.

Inmiddels is het bijna een jaar geleden dat de noodopvang van start ging. De paviljoens voor de Dam tot Damloop van 2016 zijn al weer opgebouwd. Ze lijken erg op de vorige tenten, maar dan iets luxer. Bij de ingang staat een grote kaart van alle faciliteiten op het terrein. Sommige vluchtelingen die afgelopen jaar in de noodopvang verbleven, wonen nu als statushouder in Zaandam. ‘Komen er nieuwe vluchtelingen?’ vragen ze verbaasd aan hun Nederlandse vrienden.

De vrijwilligers van de Noorderkerk hebben zich verplaatst naar een nieuwe plek aan de Sluispolderweg. Oud-vrijwilligster Lisa Wit heeft het initiatief genomen een wekelijks inloopcafé op te richten in de Rosmolenbuurt. ‘Een plek waar je altijd welkom bent, dat is toch mooi?’

Ze is nog steeds close met een aantal vluchtelingen. ‘Ik heb wel wat akkefietjes gehad. Het belangrijkste is dat je daarover blijft communiceren, dat zijn ze niet altijd gewend. Ik had een fiets aan iemand uitgeleend en toen zei ik: je moet er niet met z’n tweeën op gaan. Nee is goed, zegt-ie. Kom ik hem later tegen, zie ik ze toch met z’n tweeën op de fiets. Heb ik de achterste eraf gehaald. Dat was een vrouw. Hij zegt: in onze cultuur had ik nu de fiets in de sloot gegooid. Dat is dus hun cultuur, je moet iemand niet vernederen. Ik zeg: ja en in mijn cultuur had je gewoon naar me geluisterd. Dat is niet jouw fiets.’ Ze lacht. Inmiddels is het weer goed tussen de twee. ‘Ze zien ook dat ik een goed persoon ben en dat ik ze niet bewust kwaad wil doen. Maar soms duurt het wel een week. En dan komen zij hun excuses maken, dat is nog het mooist. Je leert gewoon van elkaar.’

Haar vrienden waren bijna allemaal anti, maar beginnen nu stuk voor stuk bij te draaien. Ze zien hoe graag de vluchtelingen willen. ‘Je weet wel wat er nu gebeurt in Poelenburg. Ze waren bang voor hetzelfde volk.’ Al wil Lisa het gedoe in Poelenburg ook niet groter maken dan het is. Zelf is ze opgegroeid in Vijfhoek, ze zat in Poelenburg op voetbal. ‘Het is gewoon een schreeuw om aandacht. Als puber word je al gek door al die nieuwe verbindingen die in je hoofd gelegd worden, dat is bewezen. Dan word je gewoon gek. Iedere puber. Laat staan als je in twee verschillende werelden leeft. Waar je thuis zoveel regels hebt, maar op school zoveel vrijheden ziet.’

Wanneer ze met haar vrienden afspreekt in de stad neemt ze ook wel eens bevriende vluchtelingen mee, zodat ze elkaar leren kennen. ‘Als mijn vrienden nu een verjaardagsfeestje geven, denk ik dat sommigen inmiddels ook de vluchtelingen zullen uitnodigen.’


Vrijwilligers in Nederland

Het aantal vrijwilligers bij initiatieven als dat van de Noorderkerk in Zaandam is lastig in kaart brengen. Maar bij de officiële hulporganisaties stegen de aanmeldingen de afgelopen maanden zo sterk dat ze niet allemaal verwerkt konden worden. ‘Zodra in de media berichten komen over protesterende dorpsgemeenschappen die niet willen dat er een nieuw asielzoekerscentrum komt, beginnen bij ons de aanmeldingen van vrijwilligers binnen te komen’, zei een woordvoerder van vrijwilligersorganisatie VluchtelingenWerk Nederland in 2015 tegen Trouw. In een paar maanden meldden zich elfduizend nieuwe vrijwilligers bij VWN.

Ook het aantal COA-vrijwilligers steeg tussen eind 2013 en begin 2015 met bijna de helft. Inmiddels heeft het COA een bestand van zestigduizend vrijwilligers. Anjo Schipper is adjunct-locatiemanager van de noodopvang in Zaandam. ‘Wij bieden de vluchtelingen in de eerste plaats een verblijfplaats aan en houden die veilig.’ Volgens hem biedt dat juist een mooie gelegenheid voor samenwerking tussen het COA-team en de vrijwilligers. ‘Bij de vrijwilligers van de Noorderkerk is de motivatie natuurlijk heel anders. Die nemen mensen echt op. Bij ons is het meer een kwestie van het uitvoeren van een taak. Als COA zijn wij verantwoordelijk voor de hele groep bewoners. We kregen het advies: kijk uit voor voorkeursbehandelingen. Vrijwilligers binden zich natuurlijk individueel aan vluchtelingen. Bij het COA is het juist de bedoeling om voorkeursbehandelingen te vermijden. Die zijn niet professioneel.’


Beeld: (1) Vrijwilligers in de Noorderkerk helpen vluchtelingen van het opvangcentrum met onder meer taalles (Olaf Kraak/HH); (2) Zaandan, Noorderkerk (Olaf Kraak/HH); (3) Zaandam. In het Burgemeester In ’t Veldpark staat een bus klaar om mensen naar Ter Apel te brengen (Olaf Kraak/HH)